Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Hond mee op vakantie? De regels per land en bij terugkeer

Je hond mee op vakantie over de grens? Hij heeft een chip, een EU-paspoort en een inenting tegen hondsdolheid nodig, en soms meer.

Gepubliceerd op 15 minuten lezen
Bordercollie in een reisbench in de achterbak van een stationwagen, de baas stopt een dierenpaspoort in de reistas

Een eerste inenting tegen hondsdolheid is pas 21 dagen na de prik geldig. Dat zegt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de toezichthouder die de regels voor dieren op reis bewaakt. Begin daarom minstens een maand voor vertrek bij je dierenarts. Voor een paar landen komt er een behandeling tegen lintworm bij, en buiten de EU soms een bloedtest. Meer over leven met een dier lees je in het kennisgebied Maatschappelijk.

Wat je hond nodig heeft om de grens over te gaan

Je hond heeft drie dingen nodig om de grens over te gaan: een chip, een Europees dierenpaspoort en een geldige inenting tegen hondsdolheid. Hondsdolheid heet ook rabiës. Het is een dodelijke ziekte die ook mensen kunnen krijgen. De eisen gelden in alle EU-landen en ook in Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en Noord-Ierland.

De volgorde telt. Eerst gaat de chip erin, want een inenting zonder chip is volgens de NVWA niet geldig. Chip en inenting mogen wel op dezelfde dag. Je hond moet minstens 12 weken oud zijn bij de eerste inenting. Daarna duurt het 21 dagen voordat de inenting geldig is. Een volgende inenting is meteen geldig, als je hond hem krijgt voordat de vorige verloopt. Hoe lang een inenting meegaat, staat op de bijsluiter en zegt je dierenarts.

Het paspoort vraag je aan bij je dierenarts. Voor de reis plakt die een doorzichtige sticker over twee bladzijden: die met het chipnummer en die met de inenting. Dat heet lamineren. Zet ook zelf je handtekening in het paspoort. Dat vragen de Europese regels, en de Britse overheid laat een hond zonder goed ingevuld paspoort niet toe.

Een pup kan pas met 15 weken mee

Een pup mag op zijn vroegst met 15 weken naar het buitenland en weer terug. Dat volgt uit de inenting: die mag met 12 weken en is 21 dagen later geldig. EU-landen mogen jongere dieren toelaten, maar Nederland doet dat niet. Dat staat in het overzicht van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU dat deze regels opstelt. Ook België, Duitsland en Frankrijk laten jonge dieren zonder geldige inenting niet toe.

Haal je op 1 mei een pup van 8 weken op, dan is hij volgens onze berekening op 19 juni 15 weken oud. Een weekend naar de Ardennen begin juni zit er dan nog niet in. Ga je in het voorjaar een pup kopen, plan de eerste reis dan ruim na die datum.

Met een kat of fret

Voor een kat en een fret gelden dezelfde eisen als voor een hond. Alleen de behandeling tegen lintworm hoeft niet, want die geldt voor honden. Katten horen bij de dieren die zich sterk hechten aan hun eigen omgeving, schrijft het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG). Het LICG is het onafhankelijke kenniscentrum over huisdieren. Voor een kat is een oppas aan huis daarom vaak een betere keus dan een reis.

Wat elk land extra vraagt

Een paar landen vragen meer dan chip, paspoort en inenting. Finland, Ierland, Malta, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk willen dat een dierenarts je hond kort voor aankomst behandelt tegen de vossenlintworm. Die worm kan via de ontlasting van een besmette hond ook mensen ernstig ziek maken, waarschuwt het LICG.

In de tabel zie je per soort bestemming wat er extra bij komt, en wanneer je het regelt.

BestemmingWat erbij komtWanneer
Overige EU-landen en ZwitserlandNiets, behalve eisen aan bepaalde rassenInenting 21 dagen voor vertrek geldig
Finland, Ierland, Malta, Noorwegen en Noord-IerlandLintwormbehandeling, alleen voor honden1 tot 5 dagen voor aankomst
Groot-BrittanniëLintwormbehandeling en een verklaring dat de hond van jou blijft1 tot 5 dagen voor aankomst
Buiten de EU, op de EU-lijst, zoals de VS, Aruba en CuraçaoGeen bloedtest bij terugkeer, wel de eisen van dat landRuim voor vertrek navragen
Buiten de EU, niet op de lijst, zoals Turkije, Marokko en SurinameBloedtest op antistoffen tegen hondsdolheidMinstens 30 dagen na de inenting, voor vertrek
Bron: NVWA, Europese Commissie en Britse overheid, stand 10 oktober 2026

Naar Groot-Brittannië

Voor Engeland, Schotland en Wales moet een dierenarts je hond minstens 24 uur en hoogstens 5 dagen voor aankomst behandelen tegen lintworm. Dat schrijft de Britse overheid. De dierenarts zet het middel, de datum en het tijdstip in het paspoort. Je reist via een route die de Britten hebben goedgekeurd, en je tekent een verklaring dat je de hond niet verkoopt of weggeeft.

Stel, je neemt zaterdagavond de nachtboot en komt zondag om 8 uur aan. Volgens onze berekening moet de behandeling dan tussen dinsdag 8 uur en zaterdag 8 uur vallen. Een afspraak op zaterdagmiddag is dus te laat. Klopt het niet, dan kan je hond tot vier maanden in quarantaine moeten. Wie per boot komt, kan ook worden teruggestuurd.

Vijf soorten honden mogen het land niet in: de pitbullterriër, de Japanse tosa, de Dogo Argentino, de Fila Brasileiro en de XL bully. Het gaat om hoe de hond eruitziet, niet om zijn ras of naam. Alleen met een Britse vrijstelling mag zo’n hond toch mee. Voor jezelf regel je een ETA voor Engeland, de digitale reistoestemming.

Hondenrassen die niet overal welkom zijn

Ook in Frankrijk en Duitsland zijn bepaalde honden niet welkom. Frankrijk deelt honden die gevaarlijk kunnen zijn in twee groepen in, schrijft de Franse overheid. Honden zonder stamboom die lijken op een American Staffordshire terriër (de pitbull), een mastiff (de boerboel) of een tosa, mogen het land niet in. Voor American Staffordshire terriërs, rottweilers en tosa’s met stamboom gelden strenge regels. Dat geldt ook voor kruisingen die op een rottweiler lijken. De NVWA noemt ook de Staffordshire bullterriër, maar die staat volgens de Franse overheid in geen van beide groepen.

Volgens de Duitse wet mag je vier rassen het land niet in brengen, en ook hun kruisingen niet. Het gaat om de pitbullterriër, de American Staffordshire terriër, de Staffordshire bullterriër en de bullterriër. Een bezoeker die niet in Duitsland woont, mag zo’n hond er hoogstens vier weken bij zich hebben. Hij heeft dan papieren nodig die laten zien welke hond het is. Daarbij hoort een officiële verklaring dat de hond tot nu toe niet als gevaarlijk is opgevallen. Papieren in een andere taal moeten een officieel gewaarmerkte Duitse vertaling hebben. Het LICG raadt aan ook te kijken naar de landen waar je alleen doorheen rijdt.

Terug naar Nederland van buiten de EU

Kom je terug uit een land buiten de EU, dan moet de inenting tegen hondsdolheid op de terugreis nog geldig zijn. Uit veel landen komt er een bloedtest bij. Die test meet hoeveel antistoffen tegen hondsdolheid in het bloed zitten. Antistoffen maakt het lichaam aan om een ziekte af te weren. De test heet ook een titerbepaling. Het laboratorium meet in internationale eenheden per milliliter, en 0,5 of meer is een goede uitslag.

De bloedtest is nodig uit elk land buiten de EU dat niet op de lijst van de Europese Commissie staat. Op die lijst staan onder meer het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Japan. Ook Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Bonaire, Sint-Eustatius en Saba staan erop. Suriname, Turkije, Marokko, Egypte en Tunesië staan er niet op. Na een vakantie op Curaçao hoeft je hond dus geen bloedtest te hebben, na een reis naar Suriname wel.

Laat de bloedtest voor vertrek doen

Doe de bloedtest in Nederland, voor je vertrekt. Doe je hem pas op je vakantieadres, dan moet je hond volgens de NVWA daarna 90 dagen wachten voor hij terug mag. Twee weken Turkije worden dan al snel drie maanden. De dierenarts neemt het bloed af, minstens 30 dagen na de inenting tegen hondsdolheid. Een erkend laboratorium onderzoekt het. Een goede uitslag blijft het hele leven van je hond geldig, zolang je de inenting steeds op tijd laat herhalen.

Verloopt de inenting tijdens een lang verblijf buiten de EU? Dan mag een erkende dierenarts daar volgens de Europese Commissie een herhaling geven en in het paspoort zetten. Een officiële dierenarts van dat land bevestigt dat. De NVWA is op haar site strenger: daar mag alleen een dierenarts in de EU een inenting in het paspoort zetten. Over de terugreis zijn ze het eens. Je hond heeft dan een EU-gezondheidscertificaat nodig, getekend en gestempeld door een officiële dierenarts van dat land. Dat geldt ook voor Curaçao en Aruba, want de Caribische eilanden horen niet bij de EU. Meld je bij binnenkomst in de EU altijd bij de douane, ook als dat in een ander EU-land is.

Wat er in 2026 is veranderd

Sinds 22 april 2026 staan de regels voor dieren op reis in een nieuwe Europese verordening. Dat is een Europese wet die in elk EU-land meteen geldt. Voor een vakantie met je hond zijn de eisen gelijk gebleven. Een paspoort dat voor die datum is afgegeven, blijft gewoon geldig.

Twee dingen zijn wel nieuw.

  • Een chip die vanaf 1 januari 2028 wordt geplaatst, moet de code bevatten van het land waar het dier is gechipt. Een chip die er al in zit, blijft goed.
  • Een reis met je eigen dieren gaat voortaan met één vervoermiddel, zoals je auto. Alleen voor het openbaar vervoer geldt dat niet.

Het maximum van vijf honden, katten of fretten per reis bestond al. Volgens de Europese Commissie geldt het per voertuig. Neem je er meer mee, dan is het volgens de NVWA een commerciële reis, met strengere regels. Dat geldt niet als je naar een tentoonstelling of wedstrijd gaat.

Daarnaast verscheen op 10 augustus 2026 een Europese wet over het welzijn van honden en katten. Die vraagt dat je een hond of kat vijf werkdagen vooraf aanmeldt als hij van buiten de EU binnenkomt. Dat geldt pas vanaf 31 augustus 2036, en niet voor een dier dat in een databank van een EU-land staat. Een hond die in Nederland geregistreerd is, valt daar volgens onze lezing dus buiten.

Ziekten die je hond in Zuid-Europa kan oplopen

In Zuid-Europa lopen honden ziekten op die in Nederland weinig voorkomen. Het LICG noemt vier parasieten als de meest voorkomende: Babesia, Ehrlichia, Leishmania en hartworm. Teken, muggen en zandvliegen brengen ze over. De klachten zijn vaag, zoals slecht eten, koorts en afvallen. Ze kunnen tot jaren na de reis beginnen. Leishmaniose is volgens het LICG bijna nooit helemaal te genezen.

Leishmania kan ook mensen ziek maken, al komt dat in Nederland weinig voor. Leishmaniose hoort bij de ziekten van dier op mens: volgens het LICG is de hond een belangrijke bron van besmetting voor mensen. Zandvliegen zijn ’s avonds en ’s nachts het meest actief. Het LICG raadt daarom aan je hond vanaf de schemering zoveel mogelijk binnen te houden. Vraag je dierenarts voor vertrek welke bescherming past bij je bestemming. Wordt je hond later ziek, vertel de dierenarts dan dat jullie in het buitenland waren, ook als dat maanden geleden is.

Zie je op vakantie een zwerfhond, neem hem dan niet zelf mee naar huis. Dat raadt het LICG af, omdat je niet weet welke ziekten hij bij zich draagt. Wil je toch een hond uit het buitenland adopteren, dan gelden er strengere regels dan voor een vakantie.

Als je hond thuisblijft

Blijft je hond thuis, dan noemt het LICG drie mogelijkheden: een pension, een oppas aan huis of logeren bij familie of vrienden.

Een pension staat ingeschreven bij RVO

Een dierenpension moet met zijn adres staan ingeschreven bij RVO. Dat is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de overheidsdienst die bedrijven met huisdieren inschrijft. Een pension valt volgens RVO onder de regels voor bedrijfsmatig huisdieren houden. Het krijgt een uniek bedrijfsnummer, het UBN. De beheerder heeft een bewijs van vakbekwaamheid. Dat is een diploma van een erkende opleiding voor de dieren die hij opvangt. Honden moeten elke dag een tijd buiten hun eigen verblijf doorbrengen. En er moeten aparte ruimtes zijn voor zieke dieren.

Vraag bij je eerste bezoek dus naar het UBN. Kies volgens het LICG een pension dat het bewijs van vakbekwaamheid kan laten zien. Een UBN zegt niets over hoe goed het pension zorgt. Bekijk daarom zelf de hokken en de speelruimte, zoals het LICG aanraadt. Vraag ook hoe vaak en hoe lang de honden worden uitgelaten.

Een pension mag eisen stellen aan je dier. Voor een hond horen daar volgens het LICG in elk geval inentingen tegen parvo, hondenziekte en hepatitis bij, voor een kat tegen kattenziekte en niesziekte. Veel pensions vragen ook een inenting tegen kennelhoest. Je laat het paspoort achter bij het pension. Kijk vroeg naar de schoolvakanties in jouw regio, want pensions zijn in drukke periodes vaak al maanden vooraf vol.

Een oppas of een logeeradres

Een vriend of familielid die op je hond past, hoeft zich niet te laten inschrijven. Anders wordt het als iemand bij zichzelf thuis tegen betaling veel honden opvangt. RVO noemt meer dan 20 honden of katten in 12 maanden en opvang tegen een vergoeding als aanwijzingen voor een bedrijf. Volgens onze lezing valt een betaalde oppas met een vol huis dan ook onder de regels voor pensions.

Schrijf voor de oppas op hoe je hond verzorgd wordt. Leg het paspoort, het chipnummer en het telefoonnummer van je dierenarts klaar. Spreek af welke kosten de oppas mag maken als je hond ziek wordt, en of hij naar een dierenarts buiten kantoortijd mag. Het LICG raadt aan ook te bespreken wat er gebeurt als je dier overlijdt terwijl je weg bent.

Begin bij het paspoort en niet bij de koffer

Een hond mee binnen Europa is goed te doen, als je een maand vooruit denkt. Buiten de EU wordt het al snel een project van maanden. Voor een gewone vakantie in Turkije of Marokko raden wij het af, tenzij de bloedtest al in het paspoort staat. Heb je een oude hond, of een hond die slecht tegen hitte of lange ritten kan? Dan is hij in een goed pension of bij een oppas vaak beter af.

Pak deze week het paspoort van je hond erbij en kijk tot wanneer de inenting tegen hondsdolheid geldig is. Loopt die af voor je terug bent, of staat er nog geen inenting in, bel dan nu je dierenarts.

Veelgestelde vragen over je hond mee op vakantie

Mag mijn hond zonder paspoort mee naar België of Duitsland?

Nee. Ook voor een dag over de grens heeft je hond een chip, een EU-paspoort en een geldige inenting tegen hondsdolheid nodig. Die eisen gelden volgens de NVWA, de Nederlandse toezichthouder voor dieren op reis, in alle EU-landen. Een pup jonger dan 15 weken kan daarom niet mee naar België of Duitsland.

Wat gebeurt er als de papieren van mijn hond niet kloppen?

Volgens het LICG, het kenniscentrum over huisdieren, kan de douane je hond dan aanhouden. Hij kan in quarantaine moeten tot hij aan de eisen voldoet, of worden teruggestuurd naar Nederland. In het uiterste geval wordt hij ingeslapen. Alle extra kosten betaal je zelf.

Mag een vriend mijn hond naar mijn vakantieadres brengen?

Ja, als je hem schriftelijk machtigt en hij binnen vijf dagen voor of na jou reist. De machtiging hoort bij het paspoort, en de Europese Commissie heeft er een vast model voor. Reist de hond met een groter verschil, dan is het een commerciële reis, met strengere regels.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk