Schijnzelfstandigheid: wat het is en wat er verandert

Schijnzelfstandigheid is sinds 2025 weer een naheffingsrisico. Je leest wat de Belastingdienst controleert, wat er eind 2026 verandert en wat je kunt doen.

Inhoudsopgave
    Zzper met laptop aan een werktafel tussen medewerkers van het bedrijf waarvoor hij werkt

    Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand op papier als zelfstandige werkt, terwijl hij in de praktijk gewoon werknemer is. Blijkt dat zo te zijn, dan mag de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer naheffen. Op 31 december 2026 komt daar een regel bij: wie voor een laag uurtarief werkt, mag straks aannemen dat hij een arbeidscontract heeft. In deze blog lees je hoe die beoordeling werkt, welke rekening je kunt krijgen, en waarom een deel van wat je hierover leest niet meer klopt. Overweeg je juist om werk uit te besteden, lees dan ook onze blog over personeel aannemen of outsourcen.

    Wat is schijnzelfstandigheid?

    Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een opdrachtgever iemand inhuurt als zelfstandige, maar de samenwerking alle kenmerken van een dienstverband heeft. De zzp’er stuurt facturen, staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en heeft een opdrachtovereenkomst getekend. Alleen: hij werkt op vaste tijden, krijgt aanwijzingen van een leidinggevende en doet hetzelfde werk als de mensen met een contract naast hem.

    Dat is geen kwestie van bedrog. Vaak willen beide partijen het zo. De opdrachtgever bespaart werkgeverslasten en houdt flexibiliteit, de zzp’er verdient bruto meer per uur en gebruikt fiscale voordelen. Wat daarbij buiten beeld blijft: er worden geen loonbelasting en premies afgedragen. En de werkende heeft geen recht op doorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming of een uitkering.

    De beoordeling gaat daarom niet over wat er in het contract staat. Ze gaat over hoe er wordt gewerkt.

    Waarom het risico sinds 2025 echt is

    Die regels zijn niet nieuw. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, meestal Wet DBA genoemd, verving in 2016 de VAR-verklaring waarmee zzp’ers vooraf zekerheid kregen. Die invoering liep uit op zoveel onrust dat de Belastingdienst jarenlang niet handhaafde. Dat werd het handhavingsmoratorium genoemd, en het duurde bijna negen jaar.

    Op 1 januari 2025 is dat moratorium afgelopen. De Belastingdienst schrijft er zelf kort over: sinds die datum gelden weer de normale regels. Stelt de dienst schijnzelfstandigheid vast, dan kunnen er direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen volgen. Loonheffingen zijn de loonbelasting en de premies die een werkgever maandelijks inhoudt en afdraagt; een correctieverplichting is de opdracht om eerdere aangiften alsnog goed te zetten.

    Er zit wel een grens aan het verleden. De Belastingdienst kan naheffen met terugwerkende kracht, maar nooit verder terug dan 1 januari 2025. Die grens vervalt in twee gevallen: bij kwaadwillendheid, dus als je bewust een schijnconstructie opzet, en als een eerdere aanwijzing van de Belastingdienst niet is opgevolgd. Dan kan de naheffing vijf jaar terug gaan.

    Wat de Belastingdienst kan opleggen

    Hier gaat het bijna overal mis in de berichtgeving. Je leest vaak dat er tot en met 2026 geen boetes worden opgelegd, en dat klopt maar half. Er bestaan twee soorten boete en ze hebben elk een eigen regime. In de tabel hieronder staat wat de Belastingdienst kan opleggen, wat elke maatregel inhoudt, vanaf wanneer die mogelijk is en hoe ver hij terug kan gaan.

    MaatregelWat het isMogelijk sindsHoe ver terug
    CorrectieverplichtingDe opdracht om je eerdere loonaangiften alsnog te herstellen1 januari 2025Tot 1 januari 2025
    Naheffingsaanslag loonheffingenDe rekening voor de loonbelasting en premies die niet zijn afgedragen1 januari 2025Tot 1 januari 2025
    Naheffing na kwaadwillendheid of een genegeerde aanwijzingDezelfde rekening, maar over een veel langere periode1 januari 2025Tot vijf jaar terug
    VergrijpboeteEen boete bovenop de naheffing, bij opzet of grove schuld1 januari 2026Volgt de naheffing
    VerzuimboeteEen boete voor het niet of te laat nakomen van een verplichting, ook zonder opzetNog niet: in 2025 en 2026 legt de Belastingdienst deze niet opNiet van toepassing
    Bron: Belastingdienst, Arbeidsrelaties en handhaving, geraadpleegd op 2 september 2026.

    Het verschil zit dus in opzet. Een vergrijpboete krijg je alleen als de Belastingdienst vindt dat je het wist of had moeten weten, en die kan sinds 1 januari 2026 gewoon worden opgelegd. De verzuimboete, de lichtere variant, blijft in 2026 achterwege. Of dat in 2027 zo blijft, is niet bekendgemaakt.

    En de naheffing zelf is meestal het grootste bedrag. Die staat los van elke boete en loopt al ruim anderhalf jaar.

    Hoe je beoordeelt of iemand zelfstandige is

    Voor de beoordeling bestaat geen checklist met een score. Op 24 maart 2023 benoemde de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland, negen gezichtspunten die samen het beeld bepalen. Die uitspraak ging over de bezorgers van maaltijdbezorger Deliveroo. Een gezichtspunt is geen eis waaraan je moet voldoen, maar een omstandigheid die meeweegt. In de tabel hieronder staan alle negen, met in gewone taal waar elk punt over gaat.

    GezichtspuntWaar het over gaat
    Aard en duur van het werkIs het een afgebakende klus of doorlopend werk dat bij de dagelijkse gang van zaken hoort
    Bepalen van het werk en de werktijdenBeslist de werkende zelf wanneer en hoe hij werkt, of doet de opdrachtgever dat
    Inbedding in de organisatieHoe verweven het werk en de werkende zijn met de organisatie en de bedrijfsvoering
    Verplichting het werk zelf te doenMag de werkende zich zonder toestemming laten vervangen door iemand anders
    Manier waarop de beloning tot stand komtOnderhandelt de werkende over zijn tarief, en hoe en wanneer wordt er betaald
    Hoogte van de beloningLigt het tarief op of onder het niveau van een werknemer in dezelfde functie
    Commercieel risicoLoopt de werkende zelf risico, bijvoorbeeld bij leegloop, schade of wanbetaling
    Gedrag als ondernemer in het economisch verkeerWerven van klanten, meerdere opdrachtgevers, reputatie en fiscale behandeling
    Gewicht van wat er in het contract staatWat de afspraken op papier waard zijn naast de manier waarop er feitelijk wordt gewerkt
    Bron: Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo).

    Twee jaar later kwam er een belangrijke aanvulling. In een zaak over de chauffeurs van taxiplatform Uber bepaalde de Hoge Raad op 21 februari 2025 dat er geen rangorde bestaat tussen die negen punten. Ondernemerschap weegt dus niet zwaarder dan inbedding, en inbedding niet zwaarder dan de rest. Daarbij telt ondernemerschap ook buiten deze ene opdracht mee. Hoe iemand zich in het bredere economische verkeer gedraagt, bijvoorbeeld met meerdere opdrachtgevers, mag dus worden meegewogen.

    Dat maakt de beoordeling minder voorspelbaar dan veel adviespagina’s doen voorkomen. Er is geen enkel punt waarmee je het beslist wint en geen enkel punt waarmee je het beslist verliest.

    Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief

    Op 31 december 2026 komt er een nieuwe regel bij, en die staat inmiddels vast. Een wet van 18 juni 2026 voegt een nieuw artikel toe aan het Burgerlijk Wetboek, artikel 7:610aa. Die wet is op 29 juni 2026 gepubliceerd in het Staatsblad, het officiële blad waarin Nederlandse wetten worden afgekondigd, onder nummer 158. Bij koninklijk besluit van 13 juli 2026, het besluit waarmee de regering een ingangsdatum vaststelt, is die datum bepaald op 31 december 2026.

    Wat de wet regelt, is een rechtsvermoeden. Dat is een aanname die de rechter volgt zolang de tegenpartij hem niet weerlegt. Werkt iemand voor een tarief onder de grens, dan wordt aangenomen dat hij dat als werknemer doet. De opdrachtgever moet vervolgens aantonen dat het geen arbeidsovereenkomst is. Lukt dat niet, dan gelden de rechten van een werknemer.

    Er zitten twee beperkingen aan die weinig aandacht krijgen. De eerste staat in de wet zelf: het rechtsvermoeden geldt niet als de opdrachtgever een particulier is die niet vanuit een beroep of bedrijf handelt. Huur je als privépersoon een klusser in, dan valt dat er dus buiten. De tweede is dat de wet het Burgerlijk Wetboek wijzigt en niet de belastingwetgeving. Het vermoeden werkt in een procedure tussen werkende en opdrachtgever; de Belastingdienst beoordeelt de arbeidsrelatie langs zijn eigen weg.

    De ingangsdatum is opvallend, want die valt niet op een van de vaste momenten waarop in Nederland wetten ingaan. In de toelichting bij het koninklijk besluit staat waarom. Nederland heeft met de Europese Commissie afgesproken dat deze wet vóór 1 januari 2027 ingaat. Dat is een voorwaarde voor geld uit het Europese herstelfonds dat na de coronacrisis is opgericht. 31 december is de datum die daar het dichtst bij de gewoonte blijft.

    Waarom je 36 euro leest en 38 euro hoort

    De meeste Nederlandse pagina’s over dit onderwerp noemen een grens van 38 euro per uur. In de wettekst staat een ander bedrag: artikel 7:610aa noemt een beloning van ten hoogste 36 euro per uur.

    Beide getallen zijn te verklaren. De 36 euro is het bedrag zoals het in het wetsvoorstel stond. Daarnaast bepaalt de wet dat het bedrag meebeweegt met het wettelijk minimumloon, dat twee keer per jaar wordt aangepast. Voor de allereerste toepassing schrijft de wet bovendien voor dat het geldende bedrag bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, dus in een apart besluit van de minister. Het kabinet hield in zijn eigen bericht van 6 maart 2026 een grens van 38 euro aan, naar de stand van 1 januari 2026.

    Die ministeriële regeling was op 2 september 2026 nog niet gepubliceerd. Ga voorlopig dus uit van een grens die rond de 38 euro ligt, en controleer het exacte bedrag zodra de regeling er is. Wie inhuurt tegen tarieven daar ruim boven, heeft met deze wet niets te maken. Zit je er met je tarieven omheen, dan moet je weten waar de grens precies ligt.

    De wet die niet komt

    Jarenlang ging het gesprek over de wet VBAR, voluit de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Dat voorstel had twee delen: een deel dat in de wet zou vastleggen wanneer iemand in dienst van een ander werkt, en een deel met het rechtsvermoeden.

    Op 6 maart 2026 heeft het kabinet het verduidelijkingsdeel ingetrokken, omdat het te veel onrust in de markt veroorzaakte. Het rechtsvermoeden is er juist uitgelicht en versneld, en dat is de wet die op 31 december 2026 ingaat. Voor het ingetrokken deel wil het kabinet een Zelfstandigenwet in de plaats stellen. Wanneer die er ligt, staat in het bericht van het kabinet niet.

    Toch beschrijven veel Nederlandse pagina’s de wet VBAR nog als iets wat eraan komt. Kom je die uitleg tegen, kijk dan naar de datum van het artikel. Alles van vóór maart 2026 gaat over een voorstel dat in deze vorm niet meer bestaat.

    Wat een modelovereenkomst nog waard is

    Een modelovereenkomst is een door de Belastingdienst goedgekeurd contract tussen opdrachtgever en zelfstandige. Jarenlang was dat het standaardadvies: pak een goedgekeurd model en je zit goed. Dat advies is achterhaald.

    Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Goedgekeurde modellen die op die dag geldig waren, mag je nog gebruiken tot en met 31 december 2029. Het motief daarvoor is opvallend eerlijk. De dienst constateerde dat een goedgekeurd contract schijnzekerheid gaf, omdat er in de praktijk vaak anders werd gewerkt dan op papier stond.

    Daarmee is de kern van dit hele onderwerp gezegd. Een modelovereenkomst beschermt je alleen als je er ook echt naar werkt. Herschrijf je het contract zonder de samenwerking te veranderen, dan verandert er niets aan je risico.

    Zo verklein je de kans op schijnzelfstandigheid

    Er bestaat geen constructie die je vrijwaart. Wat wel kan, is de samenwerking zo inrichten dat de negen gezichtspunten de kant van zelfstandigheid op wijzen. Dat begint bij de opdracht: een afgebakend resultaat met een begin en een eind weegt anders dan doorlopend meedraaien in het rooster.

    • Beschrijf een resultaat in plaats van uren, en laat de zelfstandige zelf bepalen hoe en wanneer hij dat haalt.
    • Laat vervanging toe, en houd die mogelijkheid ook echt open als het een keer speelt.
    • Onderhandel over het tarief in plaats van een vast uurloon uit je eigen loongebouw over te nemen.
    • Houd de zelfstandige buiten de dingen die bij personeel horen: functioneringsgesprekken, verlofaanvragen, een plek in het organogram, de kerstborrel als verplicht nummer.
    • Leg vast wie waarvoor aansprakelijk is, en laat de zelfstandige zijn eigen materiaal en verzekeringen regelen.
    • Kijk elk half jaar of de praktijk nog past bij de afspraken. Een samenwerking die drie jaar duurt, groeit vanzelf richting een dienstverband.

    Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarnaast een gratis hulpmiddel online gezet, de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie op beoordelingarbeidsrelatie.nl. Je beantwoordt daar vragen over de samenwerking en krijgt een indicatie. Die uitkomst is geen beslissing van de Belastingdienst, maar hij dwingt je wel om de juiste vragen te stellen. Blijkt daaruit dat het toch een functie is, dan helpt het herschrijven van het contract niet. De vraag is dan of je iemand in dienst neemt, of het werk volledig uitbesteedt.

    Wat de handhaving met de markt heeft gedaan

    Het effect op de markt is goed te zien in de cijfers. Eind 2024 telde Nederland bijna 1,3 miljoen zelfstandigen zonder personeel. Dat cijfer komt van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het instituut dat de officiële statistieken van Nederland maakt. In 2025 daalde dat aantal met 62 duizend. Het CBS publiceerde die cijfers op 12 februari 2026 en noemt de aangescherpte handhaving per 1 januari 2025 als een van de verklaringen.

    De daling zit vrijwel helemaal bij zelfstandigen die hun eigen arbeid aanbieden, en niet bij zelfstandigen die producten verkopen. In de eerste helft van 2025 stapten veel van hen over naar loondienst; in de tweede helft kwamen er vooral minder nieuwe zzp’ers bij. Vooral mensen die nog maar een tot vijf jaar zelfstandig waren, wisselden van positie.

    Voor wie inhuurt is dat een praktisch signaal. Het aanbod van zzp’ers in functies die dicht tegen loondienst aan zitten, is aantoonbaar kleiner geworden. Reken er dus op dat je voor dat soort werk vaker een dienstverband of een echte uitbesteding moet aanbieden. Wat er verder in 2026 fiscaal verandert voor ondernemers, staat in onze blog over de fiscale veranderingen voor ondernemers.

    Veelgestelde vragen over schijnzelfstandigheid

    Wie krijgt de rekening bij schijnzelfstandigheid?

    De opdrachtgever. Die had loonheffingen moeten inhouden en afdragen, dus de correctieverplichting en de naheffingsaanslag komen bij hem terecht. De zzp’er loopt een ander risico: de ondernemersaftrek kan vervallen, de fiscale aftrekposten waar alleen echte ondernemers recht op hebben. Hij betaalt dan over dezelfde jaren meer inkomstenbelasting.

    Krijg ik een boete als de Belastingdienst langskomt?

    Dat hangt af van de soort. Verzuimboetes, de lichte variant zonder opzet, legt de Belastingdienst in 2025 en 2026 niet op. Vergrijpboetes, die gelden bij opzet of grove schuld, kunnen sinds 1 januari 2026 wel. De naheffing zelf is geen boete en staat er los van.

    Vanaf welk tarief geldt het nieuwe rechtsvermoeden?

    In de wet staat ten hoogste 36 euro per uur. Diezelfde wet bepaalt dat het bedrag voor de eerste toepassing bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Het kabinet hield 38 euro aan naar de stand van 1 januari 2026. Die regeling was begin september 2026 nog niet gepubliceerd, dus het definitieve bedrag staat nog niet vast.

    Heb ik nog iets aan een modelovereenkomst?

    Alleen als je ook werkt zoals er in het model staat. De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer; modellen die op dat moment waren goedgekeurd, mag je nog gebruiken tot en met 31 december 2029. Doorslaggevend is altijd de praktijk, niet de tekst.

    Geldt dit ook als ik als particulier een klusser inhuur?

    Voor het nieuwe rechtsvermoeden niet. Het nieuwe artikel 7:610aa van het Burgerlijk Wetboek geldt uitdrukkelijk niet als de opdrachtgever een particulier is die niet vanuit een beroep of bedrijf handelt. Huur je iemand in vanuit je onderneming, dan val je er wel onder.

    Twijfel je over een concrete samenwerking, leg die dan voor aan een fiscalist of arbeidsrechtadvocaat. De uitkomst hangt af van feiten die per situatie verschillen, en de rekening loopt bij een langdurige inhuur snel op. Meer over het inrichten van je bedrijfsvoering lees je in onze hub over ondernemen.

    Bronnen

    Eerste publicatie op: 2 september 2026
    Geschreven door: Team Kennisdomein
    Van Kennisdomein
    Team Kennisdomein bestaat uit specialisten die hun sporen hebben verdiend. Het team zorgt voor invulling van Kennisdomein vanuit de passie voor schrijven en het delen van kennis met anderen. De specialisten willen graag meer inzicht creëren in tal van onderwerpen zodat...
    Meer informatie

    Aanbevolen artikelen

    Meeting met grillige stemming
    Over ondernemen
    Een gezonde bedrijfscultuur wordt zelden in één keer opgebouwd, maar kan wel in korte tijd worden ondermij...
    2026 fiscale regels voor ondernemers
    Over ondernemen
    2026 brengt geen spectaculaire stelselwijziging, maar wél een reeks fiscale aanpassingen die voor ondernem...
    Man en vrouw kijken buiten op telefoon
    Over ondernemen
    Met de komst van internet hebben we binnen een paar klikken alle informatie van de hele wereld tot onze be...
    Hand met creditcard bij laptop
    Over ondernemen
    Veel ondernemers herkennen het probleem: het bijhouden van de administratie slokt een aanzienlijk deel van...
    Meer artikelen over Over ondernemen