Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Producten

Hoe groot moet een thuisbatterij zijn? Zo reken je het uit

Hoe groot een thuisbatterij moet zijn, hangt af van je stroomverbruik in de avond en de nacht. Zo meet en reken je dat zelf uit.

Gepubliceerd op 13 minuten lezen
Stel bekijkt aan de keukentafel het stroomverbruik per uur op een laptop, naast een offerte voor een thuisbatterij

Een gezin dat 3.200 kWh stroom per jaar gebruikt, heeft volgens onze berekening aan hoogstens ongeveer 5 kWh genoeg. Een kilowattuur (kWh) is een hoeveelheid stroom. Kenniscentrum Duurzaam Leven (voorheen Milieu Centraal), de onafhankelijke voorlichter over energie en milieu, raadt aan om niet te groot te kiezen. Volgens onze berekening is een batterij van 15 tot 20 kWh voor zo’n huis te groot. In de zomer raakt hij ’s nachts niet leeg, en in de winter raakt hij niet vol.

Wat een batterij op een dag doet

Overdag maken je zonnepanelen vaak meer stroom dan je huis gebruikt. Een batterij vangt dat overschot op. Als de zon weg is, geeft hij het terug. Zonder batterij gebruik je ongeveer 30 procent van je zonnestroom zelf, schrijft Kenniscentrum Duurzaam Leven. Met een batterij kan dat volgens het kenniscentrum oplopen tot zo’n 60 procent.

De Hogeschool voor Techniek en Economie Berlijn (HTW Berlin) vergelijkt elk jaar labmetingen van thuisbatterijen, gedaan door onafhankelijke testinstituten. Ook die hogeschool noemt dit de hoofdtaak van een thuisbatterij. Wat er op een zonnige ochtend nog in de batterij zit, heb je die nacht niet gebruikt. Volgens ons is dat opslag die je niet nodig had.

Stel: er ligt een offerte voor een batterij van 15 kWh op de keukentafel. De verkoper zegt dat je er jaren mee vooruit kunt. Leg er dan eerst één getal naast: wat je huis gisteravond en vannacht heeft gebruikt.

Zo meet je je avond- en nachtverbruik

Na zonsondergang maken je panelen geen stroom meer. Alles wat je huis dan gebruikt, komt via de slimme meter van het net. Dat is precies wat de batterij straks moet leveren.

Met een P1-meter

Een P1-meter is een klein kastje dat je met een kabel op je slimme meter aansluit. In een app zie je dan wat je op dit moment gebruikt en teruglevert. Kenniscentrum Duurzaam Leven noemt dit een manier om je avond- en nachtverbruik te meten. In ons artikel over wat je aan een P1-meter hebt lees je hoe het werkt.

Met het verbruik per uur van je slimme meter

Zonder kastje kan het ook. Sommige apps en websites laten het verbruik van je slimme meter per uur zien. Je ziet dan vandaag wat je gisteren gebruikte. Kenniscentrum Duurzaam Leven noemt dat een P4-systeem. Overdag mist het je eigen zonnestroom, maar ’s avonds is die er toch niet.

  • Kies een gewone week in het voorjaar of de zomer.
  • Tel per nacht de uren op, van zonsondergang tot zonsopgang.
  • Schrijf het gemiddelde op, en ook de hoogste nacht.

Weet je niet wat er ’s nachts aanstaat? In ons artikel over het stroomverbruik van apparaten zie je per apparaat wat het gebruikt.

Waarom je jaarrekening het verkeerde getal geeft

Op de jaarafrekening van je energieleverancier staat wat je van het net haalde en wat je teruggaf. De stroom die je overdag direct van je panelen gebruikt, staat er niet op. Die komt nooit langs de meter.

Ook het landelijke gemiddelde helpt niet. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het onafhankelijke statistiekbureau van de overheid. Dat bureau telt alleen de stroom die een woning van het net haalt. Over 2025 was dat gemiddeld 2.580 kWh per woning, volgens voorlopige cijfers. Haal je de teruggeleverde zonnestroom eraf, dan blijft er 1.810 kWh over. Geen van beide is wat een huis met zonnepanelen echt gebruikt.

En zelfs een goed jaargetal zegt niet wanneer je stroom gebruikt. Daarom wint de meting per uur het van elke jaarrekening.

Zomer en winter vragen iets anders

Kenniscentrum Duurzaam Leven rekent met tien zonnepanelen. Op een gewone dag in juni maken die 15 kWh. In december is dat op een gewone dag 2,5 kWh. Wij rekenden met cijfers van het CBS ook het hele land door. In mei 2025 maakten alle panelen samen negen keer zoveel stroom als in december.

In de zomer raakt een batterij dus op elke zonnige dag vol. Dan telt alleen of je hem ’s nachts leeg krijgt. In de winter laden de panelen de batterij amper. Een grotere batterij helpt dan niet.

Met een warmtepomp wordt dat verschil groter. Die vraagt in de winter veel stroom, vaak ’s avonds, schrijft het kenniscentrum. Een batterij die groot genoeg is voor je winteravonden, raakt alleen in de zomer vol. Juist dan heb je die extra ruimte niet nodig. Kijk daarom naar je nachten in de zomerhelft van het jaar, zoals HTW Berlin ook doet.

Bruto en bruikbaar zijn twee getallen

Op het technische blad van de fabrikant, het datablad, staat vaak alleen de bruto capaciteit. Dat is alles wat de batterij kan bevatten. Je kunt minder gebruiken, schrijft HTW Berlin. De batterij houdt een reserve achter, zodat hij nooit helemaal leegloopt en minder snel slijt.

Welk percentage je echt mag gebruiken, heet de ontladingsdiepte. HTW Berlin geeft een voorbeeld. Een batterij heeft 17,28 kWh op het datablad. De ontladingsdiepte is 90 procent. Je kunt dan 15,6 kWh gebruiken. Wie het begrip niet kent, rekent volgens de onderzoekers met 17,28 kWh.

Ook de bruikbare capaciteit op het datablad klopt niet altijd. In het rapport van HTW Berlin van maart 2026 staan labmetingen van twaalf thuisbatterijen, gedaan door testinstituten. De gemeten bruikbare capaciteit lag tot 7 procent onder en tot 8 procent boven wat het datablad noemt. Vergelijk offertes daarom op bruikbare kWh.

Wat het batterijpaspoort vanaf 2027 laat zien

De Europese batterijverordening is de EU-wet voor alle batterijen, uit juli 2023. Daarin heet een batterij die stroom bewaart voor het net of voor de gebruiker een batterijsysteem voor stationaire energieopslag. Volgens ons valt een thuisbatterij daaronder, al staat dat woord niet in de wet. Boven 2 kWh hoort er sinds 18 augustus 2024 een document bij. Daarin staan onder meer de capaciteit en het vermogen. Vraag nu al naar dat document.

Een batterij die vanaf 18 februari 2027 op de markt komt, krijgt ook een digitaal dossier: het batterijpaspoort. Iedereen kan daarin de gegevens van het model zien, zoals het vermogen in watt. De capaciteit staat er in ampère-uur, een andere maat dan de kWh op je offerte.

Een vuistregel als je nog niet hebt gemeten

Hoe groot een thuisbatterij hoogstens mag zijn, vat HTW Berlin samen in een vuistregel. Neem per 1.000 kWh jaarverbruik hoogstens 1,5 kWh die je kunt gebruiken. Zoveel gebruikt een Duitse eengezinswoning gemiddeld tussen zonsondergang en zonsopgang, in de zomerhelft van het jaar. Kilowattpiek (kWp) is het vermogen van al je panelen samen. Een paneel van 435 wattpiek telt voor 0,435 kWp. Ook per kWp neem je hoogstens 1,5 kWh. Van die twee uitkomsten telt de laagste.

Een Nederlandse versie van de regel hebben wij niet gevonden. Daarom gaat een eigen meting voor.

Elders lees je vaak een andere regel: 1 kWh batterij per kWp aan panelen. HTW Berlin raadt dat af. De hogeschool geeft een voorbeeld van een huis dat 4.000 kWh per jaar gebruikt. Het heeft panelen van 12 kWp. De oude regel geeft dan 12 kWh. Met de vuistregel kom je op hoogstens 6 kWh.

Drie rekenvoorbeelden

In de tabel staat wat de vuistregel geeft voor drie huishoudens. Wij gingen uit van panelen van 435 wattpiek en een ontladingsdiepte van 90 procent.

HuishoudenVerbruik en panelenBruikbaar hoogstensBruto ongeveer
Gezin zonder grote verbruikers3.200 kWh, 10 panelen, 4,35 kWp4,8 kWh5,3 kWh
Gezin met warmtepomp of elektrische auto5.500 kWh, 10 panelen, 4,35 kWp6,5 kWh7,2 kWh
Appartement1.800 kWh, 6 panelen, 2,61 kWp2,7 kWh3 kWh
Bron: berekening Kennisdomein met de vuistregel van HTW Berlin en cijfers van Kenniscentrum Duurzaam Leven en het CBS

Bij het eerste gezin is het verbruik de grens.

Bij het tweede gezin is het dak de grens. Volgens de vuistregel past bij tien panelen hoogstens 6,5 kWh.

Ter vergelijking: een gemiddelde thuisbatterij slaat volgens Kenniscentrum Duurzaam Leven ongeveer 6 kWh op. Een kleine slaat 2 kWh op, een grote ongeveer 20 kWh.

Voor het appartement namen wij 1.800 kWh. Dat is ongeveer wat het CBS bij een appartement van het net ziet komen. Met eigen panelen ligt het echte verbruik iets hoger. Zo’n maat past bij een kleine batterij die je zelf in het stopcontact steekt. Lees daarover meer bij de thuisbatterij met stekker.

Hoeveel vermogen je nodig hebt

Naast kWh staat er op elke batterij een getal in kilowatt (kW). Dat is het vermogen: hoe snel de batterij stroom kan leveren. Vergelijk het met een regenton. De kWh zeggen hoe groot de ton is, de kW hoe wijd de kraan open kan.

’s Nachts vraagt een huis meestal 100 tot 150 watt. Rond etenstijd is het gemiddeld zo’n 500 watt. Dat meldt HTW Berlin over Duitse eengezinswoningen. Voor zulk verbruik is het vermogen van de batterij geen punt.

Bij koken ligt dat anders. Een inductiekookplaat op twee groepen in de meterkast kan een vermogen tot 7,4 kW hebben, schrijft Kenniscentrum Duurzaam Leven. Levert je batterij minder, dan komt de rest van het net. Er valt niets uit, maar je betaalt die stroom wel.

Eén fase of drie fasen

Een fase is een stroomdraad van het net naar je meterkast. Oudere huizen hebben er vaak één, nieuwere drie. Bij een vaste batterij hoort een omvormer. Dat kastje maakt van de stroom uit de batterij stroom voor je huis.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is de toezichthouder op de energiemarkt. Die stelt ook de technische regels voor het stroomnet vast. Volgens die regels hoort een omvormer van meer dan 5 kW op drie fasen. De netbeheerder kan met je iets anders afspreken. Dat is het bedrijf dat het stroomnet in jouw regio beheert. Thuisbatterijen staan niet bij naam in de regel. Maar hun omvormer valt er volgens ons onder. Met één fase zit je dus in principe aan 5 kW vast.

Is je huis gebouwd in juli 2011 of later? Dan heeft het standaard drie fasen, schrijft Kenniscentrum Duurzaam Leven. Bij een ouder huis zoek je het meternummer op de meter in je meterkast. Vul dat met je postcode in op de website van je netbeheerder. Daar zie je bijvoorbeeld 1x35A of 3x25A staan. Het eerste cijfer is het aantal fasen. Daarachter staat het aantal ampère: hoeveel stroom er per fase tegelijk door mag.

Te groot of te klein gekocht

Een te grote batterij is vooral geld dat stilstaat. HTW Berlin schreef in maart 2026 dat een te grote batterij geen zin heeft, niet voor je portemonnee en niet voor het milieu.

Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) is het kennis- en opleidingsinstituut voor brandweer en crisisbeheersing. In december 2024 legde het instituut uit waarom het thuisbatterijen tot 20 kWh onderzocht. Een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikt ongeveer 7 kWh stroom per dag, schrijft het NIPV met cijfers van Kenniscentrum Duurzaam Leven. Met 20 kWh heeft een groot deel van de huishoudens dan een buffer van ongeveer drie dagen. Voor alleen de avond en de nacht is dat volgens ons ruim te veel.

Groter vraagt ook meer ruimte. Het NIPV en deskundigen van de brandweer raden aan om brandbare spullen weg te houden van de batterij. Houd waar dat kan een halve meter rond de batterij vrij. Erboven is dat anderhalve meter. Voor batterijen boven 20 kWh noemt het NIPV een aparte richtlijn uit december 2023, PGS 37-1. Daarin staan eisen voor grotere opslag dan je meestal in een woning ziet.

Waarom worden grote batterijen dan toch verkocht? Volgens Kenniscentrum Duurzaam Leven gebruiken mensen ze ook om te handelen op de stroommarkt. Dat is een andere vraag dan wat je ’s nachts nodig hebt.

Te klein is minder erg

Een te kleine batterij kan om middernacht al leeg zijn. De rest van de nacht komt de stroom van het net. Veel batterijen kun je later uitbreiden met losse blokken, schrijft het kenniscentrum. Iets ruimer kopen is te verdedigen als er een warmtepomp of elektrische auto aankomt. Ook houdt een batterij na jaren minder vast, schrijft HTW Berlin.

Hoe klein de beste maat kan zijn, liet de Universiteit Utrecht in 2018 zien. Onderzoekers gebruikten metingen bij 79 huishoudens in Amersfoort. Ze berekenden welke maat het gunstigst was voor eigen gebruik als salderen zou stoppen. Salderen is het wegstrepen van stroom die je teruglevert tegen stroom die je van het net haalt. Dat stopt in 2027. Voor huizen met zonnepanelen kwam het onderzoek uit op gemiddeld 3,4 kWh. Per huis liep het van 0,5 tot 9 kWh. Het onderzoek is uit 2018, dus het getal is gedateerd. Wat blijft staan: de beste maat verschilt per huis.

Ons oordeel: begin bij je gemeten zomernacht en koop daar niet ver boven. Een batterij van 15 tot 20 kWh past bij handel op de stroommarkt. Hij past niet bij een gezin dat zijn eigen zonnestroom wil bewaren. Of een batterij zich voor jou terugbetaalt, rekenen we na in ons artikel over een thuisbatterij kopen of wachten.

Veelgestelde vragen over de grootte van een thuisbatterij

Is 10 kWh genoeg voor een gezin?

Voor een gewoon gezin is 10 kWh eerder te veel. Volgens onze berekening past 10 kWh pas bij ongeveer 6.700 kWh per jaar, met zo’n 16 panelen van 435 wattpiek. Dat volgt uit de vuistregel van HTW Berlin, een Duitse hogeschool die metingen aan thuisbatterijen vergelijkt. Een gemiddelde thuisbatterij slaat volgens Kenniscentrum Duurzaam Leven, de onafhankelijke voorlichter, ongeveer 6 kWh op.

Hoeveel zonnepanelen heb je nodig voor een thuisbatterij?

Volgens HTW Berlin, een Duitse hogeschool die metingen aan thuisbatterijen vergelijkt, moet er genoeg zonnestroom overblijven. Dat is meestal zo als je panelen samen meer dan 0,5 kilowattpiek leveren per 1.000 kWh jaarverbruik. Bij 3.200 kWh per jaar zijn dat volgens onze berekening ongeveer vier panelen van 435 wattpiek.

Wat is het verschil tussen kWh en kW bij een thuisbatterij?

Het aantal kilowattuur (kWh) zegt hoeveel stroom de batterij kan bewaren. Hoe snel hij die stroom levert, staat in kilowatt (kW). Dat vermogen telt pas als je veel tegelijk aanzet. Een inductiekookplaat op twee groepen in de meterkast kan tot 7,4 kW vermogen hebben, schrijft Kenniscentrum Duurzaam Leven, de onafhankelijke voorlichter.

Wat als ik later een warmtepomp of elektrische auto neem?

Kies dan een batterij die je kunt uitbreiden met losse blokken. Een warmtepomp vraagt vooral in de winter stroom. Dan vullen de panelen de batterij toch niet. Je auto laad je het best overdag met zonnestroom.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Van onze partners

Grijze AlphaESS VitaPower thuisbatterij van 8 kWh op een lichte vloer naast een stadsfiets in de ochtendzon
ProductenPartnerbericht
AlphaESS VitaPower 3600 AC: wat de modulaire thuisbatterij oplevertDe AlphaESS VitaPower 3600 AC is een thuisbatterij met stekker die meegroeit van 4 tot 16 kWh. Dit levert hij op na het salderen.12 minuten lezen

Verder lezen in Producten

Alle artikelen in Producten