Wintersporttermen uitgelegd, van pizzapunt tot griffig
Wintersporttermen zijn de woorden die je op de piste hoort, van pizzapunt tot poeder. Hier lees je wat ze betekenen en waar je op let.

Ga je voor het eerst op wintersportvakantie, dan hoor je op de berg een taal die half Nederlands, half Engels en half Duits lijkt. Hieronder vind je eerst een compacte begrippenlijst. Daarna volgt de uitleg per onderwerp, tot en met de Duitse woorden die je in Oostenrijk hoort.
Eén woord doet er meer toe dan alle andere: aanzienlijk. Dat is niveau 3 van 5 in het Europese lawinebericht, en het klinkt geruststellender dan het is. Bij dat niveau valt volgens de Europese lawinewaarschuwingsdiensten ongeveer de helft van alle lawinedoden. Wie alleen op de piste blijft, merkt daar weinig van. Wie ernaast gaat, moet het kennen. Ben je geïnteresseerd in bergen, lees dan ook ons artikel over gebergten in de wereld.
De belangrijkste wintersporttermen op een rij
De twee tabellen hieronder zetten de termen die je het vaakst hoort alfabetisch op een rij, elk met een korte uitleg.
Van afdaling tot lawinepieper
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Afdaling | De route van boven naar beneden over een piste |
| Backcountry | Skiën in onbewaakt, ongeprepareerd terrein ver van de piste |
| Buckels (bumps of moguls) | Sneeuwbulten die ontstaan doordat skiërs sneeuw opzijschuiven |
| Carven | Bochten maken op de kant van je ski, zonder te schuiven |
| Fall line | De kortste, steilste lijn naar beneden; de route die een bal zou volgen |
| First tracks | Als eerste sporen trekken in verse sneeuw |
| Freeride | Skiën of snowboarden in onaangeraakte sneeuw buiten de piste |
| Freestyle | Skiën of snowboarden met sprongen en acrobatische elementen |
| Goggles | Skibril; beschermt je ogen en verbetert je zicht |
| Gondel | Gesloten cabinelift; je doet je ski’s af en stapt in |
| Halfpipe | Pijpvormige constructie van sneeuw voor sprongen en trucs |
| Langlaufen | Skiën over vlak of licht glooiend terrein op smalle ski’s |
| Lawinepieper (LVS) | Zender-ontvanger waarmee je bedolven wintersporters kunt opsporen |
Van magic carpet tot white-out
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Magic carpet | Transportband in de sneeuw, meestal in het beginnersgebied |
| Mand | Ronde schijf onder aan je skistok, zodat die niet te diep wegzakt |
| Off-piste | Skiën naast de gemarkeerde piste |
| Piste | Gemarkeerde en geprepareerde route die is aangewezen om op te skiën |
| Pizzapunt | Ski’s in een V-vorm om af te remmen; de eerste techniek die je leert |
| Poeder | Lichte, droge verse sneeuw; voor veel wintersporters de ideale conditie |
| Prikken | Jezelf met je stokken vooruitduwen over een vlak stuk |
| Schuss | Recht naar beneden skiën zonder bochten te maken |
| Skipas | Toegangsbewijs voor de liften, per dag, meerdere dagen of week |
| Slalom | Tussen poortjes of palen door skiën met veel korte bochten |
| Slopestyle | Freestyle-onderdeel over een parcours met rails, sprongen en obstakels |
| Slush | Papperige, natte sneeuw die vooral in het voorjaar ontstaat |
| Snowpark | Afgebakend gebied met sprongen, rails en boxen voor freestyle |
| Stoeltjeslift | Open lift waarin je zittend omhoog gaat, met je ski’s aan |
| Telemark | Skitechniek waarbij je hak niet vastzit aan de ski |
| Toerskiën | Op ski’s omhoog lopen met stijgvellen en daarna afdalen |
| Traverse | Horizontaal over een helling bewegen met zo min mogelijk hoogteverlies |
| White-out | Vrijwel geen zicht door mist, sneeuwval of vlak licht |
Op en naast de piste
Een piste, of skipiste, is een gemarkeerde zone die is aangewezen om veilig op te skiën. De sneeuw wordt er samengedrukt en bewerkt, zodat er een stabiele sneeuwlaag ontstaat. Langs de piste vind je meestal ook bankjes, liften en eetgelegenheden. Overigens komt het woord piste ook elders voor: het middenterrein van een circus en de wielerbaan heten allebei piste.
De tegenhanger is off-piste: skiën naast de gemarkeerde route. Ga je nog verder het onbewaakte terrein in, dan spreek je van backcountry of freeride. Buiten de piste is het lawinegevaar veel groter en wordt er niet gecontroleerd of geprepareerd. Doe dit alleen met de juiste ervaring, uitrusting en kennis van lawinegevaar.
Wil je springen en trucs doen, dan ga je naar het snowpark of de halfpipe. Een halfpipe is een pijpvormige constructie van sneeuw waarin vooral snowboarders, maar ook skiërs, hun sprongen maken.
Pistekleuren: wat betekent welke kleur?
Elke afdaling krijgt een kleur die de moeilijkheidsgraad aangeeft. Let op: de indeling verschilt per land en is geen exacte wetenschap. Een rode piste in het ene skigebied kan zwaarder aanvoelen dan een zwarte in het andere.
| Kleur | Moeilijkheid | Voor wie | Let op |
|---|---|---|---|
| Groen | Zeer makkelijk | Beginners en kinderen | Bestaat niet overal; onder meer in Frankrijk wel |
| Blauw | Makkelijk | Beginners en gevorderde beginners | Waar geen groen bestaat, is blauw de makkelijkste piste |
| Rood | Middelzwaar | Gevorderden | Steilere passages, doorgaans tot ongeveer 35 graden |
| Zwart | Zwaar | Ervaren skiërs | Steil en soms smal; niet altijd volledig geprepareerd |
| Geel of oranje | Skiroute, niet geprepareerd | Ervaren skiërs met lawinekennis | Wordt niet bewaakt of geprepareerd; in sommige gebieden markeert geel juist een langlaufroute |
Daarnaast zijn er kinderpistes. Die hebben geen kleur en zijn vrijwel vlak.
Liften: hoe kom je omhoog?
Voordat je kunt afdalen, moet je omhoog. Daarvoor bestaan verschillende liften:
- De stoeltjeslift brengt je zittend omhoog en je houdt je ski’s aan.
- Een sleeplift trekt je over de sneeuw omhoog aan een beugel of schotel; je voeten blijven de grond raken.
- Een gondel of cabinelift is gesloten en je doet er je ski’s voor af.
- De magic carpet is een transportband in de sneeuw, meestal in het beginnersgebied.
Om de liften te gebruiken heb je een skipas nodig. Die koop je per dag, per aantal dagen of per week.
Sneeuw en weersomstandigheden
De sneeuw verandert continu, en daarmee de manier waarop je skiet. Deze woorden hoor je het vaakst:
- Poeder is lichte, droge verse sneeuw. Voor veel wintersporters is dat de ideale conditie.
- Slush is papperige, natte sneeuw bij hogere temperaturen, vooral in het voorjaar.
- Buckels zijn bulten die ontstaan doordat skiërs sneeuw opzijschuiven. Wordt de piste niet geprepareerd, dan groeien ze uit tot harde bobbels; een helling vol buckels heet een buckelpiste.
- Een ijsplaat is hard bevroren sneeuw. Je ski’s hebben er daardoor weinig grip op.
- Bij een white-out heb je vrijwel geen zicht door mist, sneeuwval of vlak licht, en zie je het verschil tussen sneeuw en lucht niet meer.
- Vlak licht is bewolkt weer zonder schaduwen, waardoor je oneffenheden in de piste niet ziet aankomen.
Lawinegevaar: de Europese gevarenschaal
Ga je buiten de piste, dan is het lawinebericht belangrijker dan het weerbericht. In heel Europa geldt dezelfde gevarenschaal met vijf niveaus, afgesproken door de gezamenlijke lawinewaarschuwingsdiensten. De tabel laat zien wat elk niveau betekent.
| Niveau | Naam | Wat betekent het? |
|---|---|---|
| 1 | Gering | Over het algemeen veilige omstandigheden; lawines vooral op extreem steil terrein |
| 2 | Matig | Grotendeels gunstig; kies je route op steile hellingen zorgvuldig |
| 3 | Aanzienlijk | Kritisch niveau; ongeveer de helft van de lawinedoden valt bij niveau 3 |
| 4 | Groot | Ongunstige omstandigheden; blijf op gematigd terrein en alleen met veel ervaring |
| 5 | Zeer groot | Uitzonderlijke situatie; ook wegen en dorpen kunnen bedreigd worden |
Wie regelmatig off-piste gaat, draagt standaard een lawinepieper, een schep en een sonde. Volg ook een cursus: die uitrusting helpt alleen als je ermee kunt omgaan.
De gedragsregels op de piste
De internationale skifederatie FIS heeft tien gedragsregels opgesteld die wereldwijd als norm gelden op de piste. De belangrijkste:
- Breng anderen niet in gevaar
- Pas je snelheid en manier van skiën aan op je eigen kunnen, het terrein, de sneeuw, het weer en de drukte
- De skiër die van boven komt, moet zo uitwijken dat degene beneden hem geen gevaar loopt
- Kijk voor je invoegt of inhaalt eerst omhoog en omlaag
- Stop niet op een smal of onoverzichtelijk stuk piste
- Respecteer alle borden en markeringen
- Verleen hulp bij een ongeval; dat is voor iedereen verplicht
Technische skitermen
- Carven is bochten maken op de kant van je ski, waarbij de ski snijdt in plaats van schuift.
- Slalom is tussen poortjes door skiën met veel korte bochten. Bij de reuzenslalom staan de poortjes verder uit elkaar.
- Schuss is recht naar beneden skiën zonder bochten.
- Een traverse is horizontaal over een helling bewegen met zo min mogelijk hoogteverlies.
- De fall line is de kortste en steilste lijn naar beneden, de route die een bal zou volgen.
- Visgraat is met de ski’s in een V omhooglopen. Je sporen lijken daardoor op een visgraat.
- Een kick-turn is op je plek draaien door eerst de ene ski op te tillen en te keren, en dan de andere.
- Telemark is skiën met een losse hak, in een kenmerkende uitvalspas.
- Toerskiën is met stijgvellen onder je ski’s omhooglopen en daarna afdalen; de binding laat je hiel vrij bewegen.
- Freestyle is skiën of snowboarden met sprongen en acrobatische elementen.
- Slopestyle is het freestyle-onderdeel over een parcours met rails, sprongen en andere obstakels.
- Een rail slide is met je ski’s of board over een metalen of houten rail glijden.
- Een bowl is een brede, komvormige helling.
- Een cliff huck is van een rots springen; alleen voor zeer ervaren skiërs.
- Heliskiën is je met een helikopter naar een afgelegen helling laten brengen en daar afdalen.
- Grasskiën is skiën op gras met speciale ski’s op rupsbandjes, als zomertraining.
Ski-jargon: wat zeggen ervaren wintersporters?
Naast de officiële termen is er informeel jargon. Veel daarvan is Engels en wordt ook in Nederlandse skigroepen gewoon in het Engels gebruikt:
- De pizzapunt is de V-vorm waarmee je als beginner remt en kleine bochtjes maakt.
- Prikken is jezelf met je stokken vooruitduwen. Ervaren skiërs hebben er daarom een hekel aan, want het kost veel kracht.
- De bunny slope is de oefenhelling voor beginners, bijvoorbeeld voor een eerste les.
- Een never-ever is iemand die voor het allereerst op ski’s staat, dus nog echt niets kan.
- Brain bucket is een grappige bijnaam voor een skihelm, omdat die je hersenpan beschermt.
- Een yard sale is een val waarbij je ski’s, stokken en muts over de hele helling verspreid liggen.
- Een gaper is iemand die de etiquette op de piste duidelijk niet kent.
- First tracks betekent als eerste sporen trekken in verse sneeuw.
- De milk run is daarentegen de allereerste afdaling van de dag.
- De banaan, of akja, is de sledebrancard waarmee de pistedienst een gewonde naar het dal brengt.
- Lange latten is een gekscherende Nederlandse aanduiding voor ski’s.
Duitse wintersporttermen die je in Oostenrijk hoort
Veel Nederlanders skieën in Oostenrijk of Duitsland, en daar staat op borden en in het lawinebericht gewoon Duits. Rijd je erheen, dan gelden in beide landen eigen eisen aan winterbanden. Een paar woorden kom je zo vaak tegen dat het loont ze te kennen. De tabel zet ze op een rij met wat ze in het Nederlands betekenen.
| Duits | Betekenis |
|---|---|
| Griffig | Sneeuw met goede grip, niet te hard en niet te zacht; het compliment dat je aan een piste geeft |
| Pulverschnee | Poedersneeuw |
| Sulzschnee | Natte, korrelige voorjaarssneeuw; het Duitse woord voor slush |
| Tiefschnee | Diepe, verse sneeuw naast de piste |
| Talabfahrt | De afdaling tot helemaal in het dal |
| Sessellift en Schlepplift | Stoeltjeslift en sleeplift |
| Seilbahn of Gondelbahn | Kabelbaan met gesloten cabines |
| Pistenraupe | De sneeuwschuiver die ’s avonds de piste glad maakt; je mag er nooit in de buurt skieën als hij rijdt |
| Lawinenwarnstufe | Het niveau van het lawinegevaar, van 1 tot 5 |
| Gesperrt | Gesloten; een piste of route die je niet mag nemen |
| Hütte | Berghut waar je eet en drinkt |
| Einkehrschwung | Letterlijk de bocht naar binnen: even stoppen bij de berghut |
| Schi Heil | Ouderwetse groet onder skieërs, zoiets als goede tocht |
Let vooral op gesperrt. Een afgesloten piste is meestal dicht vanwege lawinegevaar of werk met de sneeuwschuiver. Het bord staat er dus niet voor niets.
Veelgestelde vragen over wintersporttermen
Wat betekenen de kleuren van een piste?
De kleur geeft de moeilijkheidsgraad aan. Groen is het makkelijkst, daarna blauw, rood en zwart. Waar geen groene pistes bestaan, is blauw de makkelijkste. Een gele of oranje markering betekent meestal een ongeprepareerde skiroute die niet wordt bewaakt.
Wat is het verschil tussen off-piste en backcountry?
Off-piste is skiën direct naast de gemarkeerde piste, vaak nog binnen het skigebied. Backcountry gaat verder: dan ski je in afgelegen terrein zonder liften, bewaking of pistedienst. In beide gevallen is er geen lawinebeveiliging, maar bij backcountry ben je volledig op jezelf aangewezen.
Wat is carven?
Carven is bochten maken op de kant van je ski, waarbij de ski door de sneeuw snijdt in plaats van zijwaarts te schuiven. Je laat daarbij een smal, gebogen spoor achter. Moderne, taille-vormige ski’s maken deze techniek een stuk toegankelijker dan vroeger.
Wat is een white-out?
Bij een white-out heb je vrijwel geen zicht meer, door mist, dichte sneeuwval of vlak licht. Je onderscheidt de sneeuw niet meer van de lucht en ziet oneffenheden niet aankomen. Zoek dan een gemarkeerde piste op of ga naar beneden.
Wat betekent lawinegevaar 3?
Niveau 3 heet aanzienlijk op de Europese lawinegevarenschaal van 1 tot 5. Het is een kritisch niveau. Volgens de Europese lawinewaarschuwingsdiensten valt ongeveer de helft van alle lawinedoden juist bij niveau 3, omdat het er op het oog nog redelijk uitziet. Buiten de piste is dan grote terughoudendheid geboden.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- European Avalanche Warning Services, Avalanche Danger Scale, geraadpleegd 31 augustus 2026. Draagt de vijf niveaus en de helft van de lawinedoden bij niveau 3.
- International Ski and Snowboard Federation (FIS), FIS Code of Conduct for Skiers and Snowboarders, geraadpleegd 1 september 2026
- Nederlandse Ski Vereniging, FIS pisteregels, de Nederlandse weergave van de tien regels, geraadpleegd 1 september 2026
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Wereld
Op wintersportvakantie gaanOp wintersportvakantie gelden eigen regels voor de auto, de verzekering en het weer in de bergen. Lees wat je vooraf regelt.
De zeven wereldwonderen: drie lijsten en geen is officieelDe zeven wereldwonderen staan op drie lijsten: oud, nieuw en natuur. Lees welke wonderen erop staan en wat je er nog van kunt zien.
Paspoort kosten 2027, geldigheid en wanneer je verlengtDe kosten van een paspoort stijgen in 2027 volgens het voorstel naar € 90,65. Lees hoe lang het geldig is en wanneer je vernieuwt.
ETA Engeland aanvragen doe je zelf voor 20 pondEen ETA is de digitale reistoestemming die je nodig hebt voor Engeland. Zo kun je voor 20 pond zelf een ETA aanvragen.