Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

RS-virus: klachten, besmettelijkheid en de prik

Het RS-virus is het meest voorkomende verkoudheidsvirus bij kinderen. Lees hoe lang het besmettelijk is en wie de prik krijgt.

Bijgewerkt op 10 minuten lezen
Knuffelbeer met zakdoek en thermometer naast een fles hoestdrank

Bijna elk kind heeft het virus gehad voordat het twee jaar is, en bij de meesten blijft het bij een verkoudheid. Bij ongeveer één op de honderd kinderen loopt het anders: die worden zo ziek dat ze in het ziekenhuis moeten worden opgenomen. Dat zijn in Nederland 1.500 tot 3.000 baby’s per jaar, van wie er ongeveer 200 op de intensivecareafdeling aan de beademing komen. Sinds het najaar van 2025 is dat aantal in Nederland aan het veranderen, want baby’s krijgen nu een prik tegen het virus aangeboden.

Wat is het RS-virus

RS staat voor respiratoir syncytieel, de naam van het virus dat luchtweginfecties veroorzaakt. Voor de meeste mensen is het een gewone verkoudheid: een infectie van de bovenste luchtwegen, dus neus, keel, bijholten, middenoor, stembanden en luchtpijp. Een volwassene is elk jaar wel een paar keer verkouden, een kind vaak nog vaker, en regelmatig zit daar een besmetting met dit virus bij.

Wat het RS-virus anders maakt dan de meeste verkoudheidsvirussen, is wat het bij de jongste kinderen kan doen. Het virus kan afdalen naar de kleine luchtwegen en de longen, en juist bij baby’s zijn die nog zo nauw dat ze snel verstopt raken. Volgens het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, is het virus daarmee de meest voorkomende oorzaak van ernstige luchtweginfecties bij heel jonge kinderen. Ook bij ouderen kan een infectie ernstig verlopen.

Komen je verkoudheidsklachten elk voorjaar terug en houden ze wekenlang aan, dan gaat het eerder om hooikoorts dan om een virus. Houden de klachten het hele jaar aan, dan kan een allergie voor huisstofmijt de oorzaak zijn.

Klachten bij een mild verloop RS-virus

Bij een mild verloop blijft het bij gewone verkoudheidsklachten. Niet alle klachten hoeven voor te komen:

  • een loopneus en keelpijn
  • hoesten
  • lichte verhoging of koorts
  • heesheid
  • hoofdpijn, vooral rond de bijholten
  • een oorontsteking
  • vermoeidheid

Kinderen boven de twee jaar en volwassenen hebben meestal zulke milde klachten. Na ongeveer een week zijn ze grotendeels verdwenen. Het nadeel is dat je met milde klachten gewoon naar school of naar het werk gaat en anderen zo makkelijk besmet. De meeste mensen weten daarom niet dat ze een infectie met dit virus hebben doorgemaakt.

Bij ouderen zien de klachten er vaak anders uit dan bij kinderen: het RIVM noemt vermoeidheid, hoofdpijn, koorts, een longontsteking en maag- en darmklachten.

Klachten bij een ernstig verloop RS-virus

Bij een ernstiger verloop zijn ook de onderste luchtwegen geïnfecteerd: het longweefsel, de longblaasjes en de bronchiën, de twee grote luchtwegen naar de longen. Bij baby’s kan dat in een paar dagen gaan, soms sneller. De klachten die er dan bij komen:

  • benauwdheid en een piepende ademhaling
  • zwaar hoesten, bij een kind soms zo zwaar dat het ervan moet overgeven
  • ademnood
  • een ontsteking van de kleine luchtwegen, in de zorg bronchiolitis genoemd
  • een longontsteking
  • diarree, en daardoor het gevaar van uitdroging

Hoe krijg je het RS-virus

Via de lucht en via je handen. Wie het virus heeft en hoest of niest, brengt kleine druppeltjes met virusdeeltjes in de lucht die anderen inademen. Daarnaast komen die druppels op handen, spullen en kleding terecht, en dan is een deurknop, een winkelwagen of stuk speelgoed genoeg. Ook knuffelen en handen schudden brengen het virus over.

Tussen de besmetting en de eerste klachten zitten twee tot acht dagen, meestal vijf. Besmettelijk blijf je daarna langer dan veel mensen denken. Een volwassene is ongeveer tien tot twaalf dagen besmettelijk. Een kind onder de twee kan het virus drie tot vier weken na het begin van de ziekte nog doorgeven, en bij een afweerstoornis duurt dat nog langer.

Wanneer heerst het RS-virus

Vooral in de herfst en de winter. We zitten dan meer binnen en dichter op elkaar, en er wordt minder gelucht, waardoor virussen langer blijven hangen. Dat seizoenspatroon is ook de reden dat de prik voor baby’s aan de kalender hangt en niet alleen aan de leeftijd.

Tijdens de coronaperiode ging er veel minder RS-virus rond, en in de winters daarna volgde een inhaalslag. Dat effect is uitgewerkt; het virus volgt inmiddels weer zijn gewone seizoen.

De prik tegen het RS-virus

Dit is het grootste verschil met een paar jaar terug. Lange tijd was er alleen een maandelijks middel voor een kleine risicogroep. Sinds het najaar van 2025 krijgt elke baby in Nederland een prik tegen het RS-virus aangeboden, gratis, via het Rijksvaccinatieprogramma. Voor ouderen loopt in dezelfde maanden een ander programma, met de griepprik en de coronaprik. Dat is het programma waarin de overheid de vaccinaties voor kinderen aanbiedt en bijhoudt. De prik wordt één keer gegeven, in het bovenbeentje, en alleen in het eerste levensjaar. De bescherming houdt ongeveer een half jaar aan.

Omdat die bescherming een half jaar duurt en het virus vooral in de winter rondgaat, bepaalt de geboortemaand wanneer je baby de prik krijgt. In de tabel hieronder staat welk moment bij welke maand hoort.

Baby geboren inKrijgt de prik
Oktober, november, decemberBinnen twee weken na de geboorte
Januari, februari, maartBinnen twee weken na de geboorte
April tot en met septemberIn september of oktober, aan het begin van het seizoen
Bron: Rijksvaccinatieprogramma, prik tegen het RS-virus.

Bijwerkingen zijn er bijna nooit. Heel soms krijgt een baby huiduitslag of wordt de prikplek kort rood of wat dikker; koorts komt zelden voor, en dan is het verstandig de huisarts te bellen. In andere Europese landen krijgen baby’s de prik al langer, en daar is het aantal ziekenhuisopnames van baby’s door het RS-virus met 80 procent gedaald.

Vaccinatie tijdens de zwangerschap en voor ouderen

Naast de prik voor baby’s bestaat er een vaccinatie tegen het RS-virus die je tijdens de zwangerschap kunt halen, tussen week 24 en week 36. De antistoffen gaan dan via de moeder naar het kind, zodat een pasgeborene vanaf de eerste dag beschermd is. Die vaccinatie zit niet in het Rijksvaccinatieprogramma, dus je betaalt hem meestal zelf; soms vergoedt een aanvullende verzekering een deel.

Ook ouderen kunnen zich laten vaccineren, op eigen verzoek en op eigen kosten. Er is geen landelijk programma voor. Het RIVM noemt drie groepen met het grootste risico. Mensen van 75 jaar en ouder, mensen van 60 jaar en ouder met een chronische aandoening, en mensen van 60 jaar en ouder in een verpleeghuis.

Hoe voorkom je besmetting

Helemaal voorkomen lukt niet, want het virus gaat rond onder mensen die zelf nauwelijks klachten hebben. Wat wel helpt, is de gewone hygiëne: handen wassen voor je een baby oppakt, hoesten en niezen in je elleboog, papieren zakdoekjes meteen weggooien en het huis regelmatig luchten. Rond een pasgeboren baby is het verstandig bezoek met verkoudheidsklachten uit te stellen, en niet in de buurt van het kind te roken.

De gevaren voor jonge kinderen

Hoe jonger de baby, hoe groter de kans op een ernstige infectie. Baby’s in hun eerste levensjaar zijn de grootste risicogroep, en daarbinnen vooral de allerjongsten: hun afweer is nog niet volledig ontwikkeld en hun luchtwegen zijn nauw. Het RIVM rekent verder de te vroeg geboren baby’s tot de risicogroepen. Ook kinderen onder de twee met een hart- of longaandoening of met het syndroom van Down, en kinderen met een verminderde afweer.

De cijfers zijn tegelijk een reden om niet in paniek te schieten. Van de honderd kinderen wordt er ongeveer één zo ziek dat opname nodig is, en in Nederland overlijden heel weinig kinderen aan dit virus. Bijna elk kind maakt de infectie door zonder dat iemand het merkt.

De gevaren voor ouderen

Bij ouderen gaat het minder over te nauwe luchtwegen en meer over een afweer die met de jaren minder wordt. Vaak speelt daarbij een aandoening als COPD mee, een chronische longziekte. Ouderen komen door het RS-virus in het ziekenhuis terecht en soms op de intensive care, en in Nederland overlijden er ook ouderen aan. Dat verschil met kinderen wordt vaak vergeten, omdat het virus in het nieuws bijna altijd over baby’s gaat.

Wat moet je doen als je denkt dat je kind het RS-virus heeft?

Meestal is je kind gewoon verkouden en valt er niets bijzonders op. Het is wat hangerig, heeft een snotneus, lichte verhoging en soms oorpijn of keelpijn, en na een paar dagen gaat het weer. Breidt het virus zich uit naar de onderste luchtwegen, dan komt er hoesten bij, soms wekenlang, en ook dan loopt het in de meeste gevallen goed af.

Er zijn wel klachten waarbij je niet afwacht. Bel dezelfde dag een arts bij een piepende of heel snelle ademhaling, of als de neusvleugels meebewegen bij het ademen. Datzelfde geldt als je kind slecht drinkt, of als de huid rond de mond en onder de nagels grijs of blauw wordt. Hetzelfde geldt als je kind suf wordt, moeilijk wakker te krijgen is of steeds over een pijnlijk oor wrijft.

Wat je zelf kunt doen is zorgen voor extra drinken, je kind rust geven en bij pijn eventueel paracetamol. Hoeveel een kind mag hebben, hangt af van de leeftijd en het gewicht en staat op de verpakking en in de bijsluiter. Een middel tegen het virus zelf bestaat niet; in het ziekenhuis gaat de behandeling over extra zuurstof en, in enkele gevallen, beademing.

Veelgestelde vragen over het RS-virus

Hoe lang ben je besmettelijk met het RS-virus?

Een volwassene ongeveer tien tot twaalf dagen. Een kind onder de twee jaar kan het virus nog drie tot vier weken na het begin van de ziekte doorgeven, en bij een afweerstoornis duurt dat langer. De tijd tussen besmet raken en ziek worden is twee tot acht dagen, meestal vijf.

Is het RS-virus ook besmettelijk voor volwassenen?

Ja. Een eerdere infectie geeft geen blijvende bescherming, dus je kunt het virus meerdere keren in je leven krijgen. Bij een gezonde volwassene blijft het meestal bij een verkoudheid. Wie ouder is dan 75, of ouder dan 60 met een chronische aandoening, heeft een grotere kans op een ernstig verloop.

Krijgt mijn baby de prik tegen het RS-virus automatisch?

De prik wordt sinds het najaar van 2025 aan alle baby’s aangeboden en is gratis, maar je beslist zelf of je hem laat zetten. Baby’s die tussen oktober en maart worden geboren, krijgen hem binnen twee weken na de geboorte; baby’s van april tot en met september in september of oktober. Het is één prik in het eerste levensjaar.

Hoe lang duurt het RS-virus?

Bij een mild verloop zijn de klachten na ongeveer een week grotendeels weg. Gaat het virus naar de onderste luchtwegen, dan kan het hoesten weken aanhouden, ook als het kind zich verder alweer beter voelt. Dat lange nahoesten is normaal en geen teken dat de behandeling niet werkt.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • RIVM, RS-virus, bijgewerkt op 3 september 2026: de incubatietijd van twee tot acht dagen, hoe lang iemand besmettelijk is, de klachten bij kinderen en ouderen, de 1.500 tot 3.000 ziekenhuisopnames per jaar en de risicogroepen.
  • Rijksvaccinatieprogramma, Prik tegen RS-virus: het moment per geboortemaand, de bescherming van ongeveer een half jaar, de bijwerkingen en de daling van 80 procent in andere Europese landen.
  • Rijksvaccinatieprogramma, RS-virus: hoe het virus wordt overgedragen en welke klachten als ernstig gelden.
  • Thuisarts.nl, RS-virus, de publieksinformatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap: wanneer je met een kind direct de huisarts belt.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk