Verplichte AOV voor zzp: wat de Wet BAZ regelt

De verplichte AOV voor zelfstandigen is nog een wetsvoorstel. Je leest wat erin staat, wanneer hij er kan zijn en wat dat nu voor jou betekent.

Inhoudsopgave
    Zelfstandige met een mitella aan de keukentafel tussen zijn papierwerk

    Wat de Wet BAZ is en waar het voorstel nu ligt

    De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen heet in de wandelgangen de Wet BAZ. Hij verplicht iedereen die winst uit onderneming aangeeft zich te verzekeren tegen langdurige arbeidsongeschiktheid. Het voorstel ligt sinds 24 maart 2026 bij de Tweede Kamer. Een wet is het dus nog niet, en een ingangsdatum staat er evenmin in. De bedragen die overal rondgaan, staan er bovendien anders in dan je denkt.

    Waarom het kabinet dit wil is wel helder. Ongeveer een kwart van de zelfstandigen heeft niets geregeld voor het geval het werk jarenlang wegvalt door ziekte.

    Voordat een wetsvoorstel naar de Kamer gaat, kijkt de Raad van State ernaar. Dat is het hoogste adviesorgaan van de regering. Het beoordeelt of een voorstel juridisch klopt en of het uitvoerbaar is. Dit advies dateert van 10 december 2025 en is stevig. De Afdeling advisering adviseerde het voorstel niet in te dienen tenzij het werd aangepast. Ze noemde de regeling “niet of nauwelijks uitvoerbaar” zolang de problemen bij de arbeidsongeschiktheidskeuringen niet zijn opgelost.

    Sindsdien is het stil. De Kamer stelde haar vragen in het verslag van eind mei 2026. Het antwoord van het kabinet daarop was er begin september nog niet, en zonder dat antwoord komt er geen debat en dus geen stemming.

    Waarom het kabinet zelfstandigen wil verplichten

    In de memorie van toelichting legt de regering uit wat ze voorstelt en waarom. De cijfers in dat document zijn scherper dan het debat erover. Ongeveer een kwart van de zelfstandigen heeft een verzekering die uitkeert bij arbeidsongeschiktheid. Aan de andere kant van de schaal heeft ongeveer een kwart helemaal geen voorziening. De groep daartussen leunt op spaargeld, ander vermogen of het inkomen van een partner.

    Precies daar zit het rekensommetje dat de discussie eigenlijk beslecht. De Stichting van de Arbeid is het overlegorgaan van werkgevers- en werknemersorganisaties. Die kwam in 2020 op een bedrag: 100.000 euro vermogen om zeven jaar op bijstandsniveau rond te komen. Huishoudens die vooral van ondernemerswinst leven zaten daar in 2020 ver onder. Hun middelste vermogen was zo’n 55.000 euro, de eigen woning niet meegerekend. Sparen als plan B werkt dus voor een groot deel van de mensen niet.

    Daar komt bij dat lang niet iedereen zich kán verzekeren. De Zelfstandigen Enquête Arbeid is een groot onderzoek van het CBS en TNO onder ondernemers. In de editie van 2025 zei 7,9 procent geen verzekering te kunnen krijgen vanwege leeftijd of gezondheid. Het Verbond van Verzekeraars, de brancheorganisatie van de verzekeraars, komt op 6 tot 6,5 procent van de aanvragers. Boven de 55 heeft nog 19 procent van de zelfstandigen een private polis. In de groep tot 45 jaar is dat 30 procent.

    Voor zwangerschap bestaat er overigens al wel een publieke regeling. Zelfstandigen hebben recht op de ZEZ-uitkering van UWV rondom de bevalling. Die staat los van dit wetsvoorstel en verdwijnt er ook niet door.

    Wie verplicht verzekerd wordt en wie niet

    Verzekerd is wie voor de inkomstenbelasting winst uit onderneming geniet: de IB-ondernemer. Dat gaat automatisch, van rechtswege, zonder dat je je ergens hoeft aan te melden. Volgens cijfers van de Belastingdienst ging het in 2021 om ongeveer 1,24 miljoen mensen. Een derde van hen heeft daarnaast ook loon uit dienstbetrekking.

    Buiten de verplichting vallen onder meer de directeur-grootaandeelhouder en de meewerkende partner. Ook de resultaatgenieter, de medegerechtigde en de gemoedsbezwaarde doen niet mee. Wie de AOW-leeftijd bereikt is niet meer verzekerd en betaalt ook geen premie meer.

    De doelgroep krimpt intussen. Het CBS telde eind 2025 ongeveer 1,18 miljoen zzp’ers. Een jaar eerder waren het er 62 duizend meer, en het is de eerste daling in jaren. Het statistiekbureau wijst zelf op de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid sinds 1 januari 2025 als een van de oorzaken.

    Twee jaar wachten en daarna hooguit het minimumloon

    De wachttijd is 104 weken. Word je ziek, dan moet je de eerste twee jaar volledig zelf overbruggen voordat er een euro binnenkomt. De Stichting van de Arbeid had 52 weken geadviseerd. Toch koos de regering bewust voor het dubbele: een kortere wachttijd zou de premie en de uitvoeringslast fors opdrijven.

    Daarna keert de verzekering 70 procent uit van wat je verdiende. Het inkomen waarover gerekend wordt, is afgetopt op 142,86 procent van het wettelijk minimumloon. Die twee percentages samen zorgen ervoor dat de uitkering nooit hoger wordt dan het minimumloon zelf. Verdien je meer, dan verandert dat niets aan je uitkering. Wel aan je premie, tot aan datzelfde plafond.

    In de tabel hieronder staan de kernafspraken uit het voorstel bij elkaar. Wie er verzekerd wordt, hoe lang je moet wachten, hoe hoog de uitkering wordt en tot wanneer die doorloopt.

    OnderdeelWat het voorstel regelt
    VerzekerdIedereen met winst uit onderneming, automatisch
    Wachttijd104 weken (twee jaar) die je zelf overbrugt
    Uitkering70 procent van het inkomen waarover premie is betaald
    MaximumHet wettelijk minimumloon per maand, zonder vakantiegeld
    DuurTot de AOW-leeftijd, zolang je arbeidsongeschikt blijft
    PremieEén percentage voor iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht of beroep
    UitvoeringUWV beoordeelt en keert uit, de Belastingdienst int de premie
    Bron: memorie van toelichting bij wetsvoorstel 36912, Kamerstukken II 2025/26, 36 912, nr. 3, hoofdstukken 4 tot en met 9.

    Het criterium waar bijna elke uitleg overheen stapt

    Bijna elke Nederlandse pagina over dit wetsvoorstel schrijft “70 procent van je inkomen” en laat het daarbij. Daarmee mis je het punt dat het meest uitmaakt: wanneer je überhaupt recht hebt op iets.

    UWV gaat niet vragen voor hoeveel procent je bent uitgevallen. De vraag is of je door ziekte of gebrek nog het wettelijk minimumloon per maand kunt verdienen. Kan dat, dan ontstaat er geen recht op uitkering. Kan dat niet, dan is er recht op de volle uitkering. Er zit niets tussenin.

    Zo werkt het anders dan bij de WIA, de arbeidsongeschiktheidswet voor werknemers. Daarin word je ingedeeld in klassen van 35 tot 80 procent en meer, en kun je gedeeltelijk worden uitgekeerd. Een zelfstandige die nog voor het minimumloon aan de slag kan, valt hier buiten de boot. Ook als zijn eigen praktijk of bedrijf feitelijk stilligt. De Raad van State rekende dit punt samen met de wachttijd expliciet aan het voorstel toe. Die combinatie leidt volgens de Afdeling maar in beperkte mate tot een fatsoenlijke inkomensvoorziening.

    Wat je gaat betalen en waarom de premie nog niet vaststaat

    Overal lees je dezelfde twee getallen. 5,4 procent van je winst, met een maximum van ongeveer 171 euro per maand. Die komen uit een rekenvoorbeeld in de memorie van toelichting. Daarin stelt de regering het maximum gelijk aan 38.000 euro winst en rekent ze met 5,4 procent, alleen om de systematiek te laten zien. Het zijn illustraties, geen tarieven. Ook de Rijksoverheid zet er zelf bij dat beide bedragen kunnen veranderen.

    Het percentage staat namelijk niet in de wet. UWV is het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, dat de sociale verzekeringen uitvoert. Het stelt de premie elk jaar vóór de jaarwisseling vast, op het niveau dat kostendekkend is. Loopt het gebruik van de regeling anders dan geraamd, dan beweegt de premie mee. De eerste jaren liggen de inkomsten zelfs bewust hoger dan de uitkeringen. Er is dan immers nog vrijwel niemand twee jaar ziek geweest.

    Twee dingen dempen de rekening. Werk je daarnaast in loondienst, dan wordt dat loon van je premiegrondslag afgetrokken. Iemand met 25.000 euro loon en 25.000 euro winst betaalt in het rekenvoorbeeld van de regering ongeveer 59 euro per maand. Zonder dat loon zou het 113 euro zijn. En draai je verlies, dan betaal je niets, want een negatieve premie bestaat niet.

    Uitstappen mag maar niet met elke polis

    Je hoeft niet mee te doen met de publieke verzekering. Wie zelf een private arbeidsongeschiktheidsverzekering regelt, kan bij UWV ontheffing aanvragen. Die stap heet de opt-out. De startdatum ligt vast op 1 januari, of op de dag dat je je onderneming inschrijft. Halverwege het jaar overstappen kan niet.

    De polis waarmee je uitstapt moet wel aan eisen voldoen, en die zijn strenger dan veel bestaande verzekeringen. In de tabel hieronder staat waaraan zo’n verzekering moet voldoen en welke producten er volgens de regering buiten vallen.

    Eis aan de private polisWat dat betekent
    WachttijdNiet langer dan 104 weken
    EindleeftijdUitkeren tot jouw AOW-leeftijd, niet tot 60 of 65 jaar
    HoogteMinstens gelijkwaardig aan wat de publieke verzekering zou geven
    CriteriumUitkeren als je niet meer het minimumloon per maand kunt verdienen
    Medische uitsluitingenNiet toegestaan voor het deel dat de minimumdekking vormt
    PremieMinstens even hoog als de publieke premie
    Telt niet meeBroodfondsen en andere schenkkringen, ongevallenverzekeringen, woonlasten- en betalingsbeschermers
    Bron: memorie van toelichting bij wetsvoorstel 36912, Kamerstukken II 2025/26, 36 912, nr. 3, paragraaf 10.5.1.

    Die laatste regel verdient nadruk, want hij verrast veel ondernemers. Een broodfonds is een schenkkring en geen verzekering. De regering noemt schenkkringen letterlijk bij de producten die niet aan de eisen voldoen. Je broodfonds mag dus gewoon blijven bestaan, maar het ontslaat je niet van de premie.

    Wie wél privaat verzekerd blijft, betaalt bovendien mee aan de publieke pot. Die bijdrage heet de stabiliteitsbijdrage: een vast bedrag, voor iedereen gelijk. Ze moet voorkomen dat de publieke premie omhoog schiet doordat juist de gezondste ondernemers eruit stappen. Ook bestaande polissen vallen eronder.

    Voor die bestaande polissen komt er overgangsrecht. Wie bij invoering al een private verzekering heeft, mag die houden. Ook als hij als nieuwe opt-outpolis niet door de toets zou komen. De regering schrijft dat zelf met zoveel woorden. Bestaande polissen voldoen vaak niet aan de eisen die voor nieuwe verzekeringen gaan gelden.

    Wanneer de wet er kan zijn

    Op veel plekken staat 2027, soms zelfs 2026. Dat klopt niet, en dat is met het voorstel zelf aan te tonen.

    Het wetsvoorstel bevat geen ingangsdatum; die wordt later bij koninklijk besluit bepaald. In de toelichting staat een terloopse zin over de meewerkaftrek. Die vervalt per 1 januari 2027, “naar verwachting voor de inwerkingtreding van dit voorstel”. De rekenvoorbeelden in dezelfde toelichting lopen van 2029 tot 2034. Over de uitvoering schrijft de regering dat er nog enkele jaren nodig zijn. UWV moet capaciteit maken voor de medische beoordelingen, bovenop de achterstand die daar nu al ligt.

    Het kabinet meldde in 2022 aan de Kamer dat invoering op zijn vroegst tussen 2027 en 2029 kon beginnen. Sindsdien kwamen er een negatief advies van de Raad van State en een onbeantwoord verslag van de Kamer bij. Een datum noemen zou gokken zijn. Dat het niet halverwege dit decennium gebeurt, is wel duidelijk.

    Wat dit nu voor jou betekent

    De verplichte AOV is geen reden om je beslissing uit te stellen. Wie erop wacht, wacht op iets wat pas over jaren begint. Daarna volgt nog twee jaar wachttijd, en de uitkering komt hooguit uit op het minimumloon. In de tussentijd loop je hetzelfde risico als altijd.

    Er zit bovendien een prikkel in het voorstel die vrijwel nergens wordt benoemd. Een polis die je nú hebt, valt straks onder het overgangsrecht en mag blijven bestaan op zijn eigen voorwaarden. Een polis die je ná invoering afsluit om uit te stappen, moet uitkeren tot je AOW-leeftijd. Medische uitsluitingen mogen er niet in. Strengere eisen dus, en vermoedelijk een hogere premie. Daar komt de leeftijd bij. Hoe ouder je wordt, hoe kleiner de kans dat een verzekeraar je zonder beperkingen accepteert.

    Dat betekent niet dat een private AOV voor iedereen de juiste keuze is. Een schenkkring of een flinke buffer kan volstaan, zeker als je vaste lasten laag zijn. Reken die keuze wel door met de getallen van vandaag, niet met een wet die er nog niet is. Een financieel adviseur die niet aan één aanbieder verbonden is, kan daarbij helpen.

    Eén cijfer uit de toelichting blijft daarbij hangen. Toen de oude publieke verzekering voor zelfstandigen in 2004 werd gesloten, had 46 procent van de zzp’ers daar bovenop nog een eigen polis. Nu is dat ongeveer een kwart. En zoek dus vooral ook uit welke bedrijfsverzekeringen nu al verplicht zijn, want dat antwoord luidt op dit moment nog: geen enkele.

    Veelgestelde vragen over de verplichte AOV

    Is een AOV nu al verplicht voor zelfstandigen

    Nee. Op dit moment is geen enkele arbeidsongeschiktheidsverzekering verplicht voor zelfstandigen. De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen ligt sinds 24 maart 2026 bij de Tweede Kamer. Behandeld is hij nog niet.

    Wat gaat de verplichte AOV kosten

    Dat staat nog niet vast. De cijfers die rondgaan zijn 5,4 procent van de winst en maximaal ongeveer 171 euro per maand. Die komen uit een rekenvoorbeeld in de toelichting bij het wetsvoorstel. UWV voert de sociale verzekeringen uit en stelt het premiepercentage straks elk jaar opnieuw vast, op het niveau dat de uitgaven dekt.

    Telt een broodfonds mee als opt-out

    Nee. Een broodfonds is een schenkkring waarin ondernemers elkaar tijdelijk steunen, geen verzekering. In de toelichting bij het wetsvoorstel staan schenkkringen bij de producten die niet aan de eisen voldoen. Hetzelfde geldt voor ongevallenverzekeringen en woonlastenverzekeringen.

    Wat gebeurt er met een AOV die je nu al hebt

    Bestaande polissen vallen onder het overgangsrecht en mogen blijven bestaan. Ook als ze niet voldoen aan de strengere eisen voor nieuwe opt-outverzekeringen. Je betaalt dan wel de stabiliteitsbijdrage, een vast bedrag waarmee privaat verzekerden meebetalen aan de publieke verzekering.

    Wanneer gaat de Wet BAZ in

    Er staat geen datum in het wetsvoorstel. De regering schrijft dat er nog enkele jaren nodig zijn om de uitvoering bij UWV op orde te krijgen. Verder gaan de rekenvoorbeelden in de toelichting uit van jaren vanaf 2029. Invoering in 2026 of 2027, zoals op veel sites staat, is uitgesloten.

    Bronnen

    • Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, Kamerstukken II 2025/26, 36 912, nr. 3 — zoek.officielebekendmakingen.nl
    • Advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, W12.25.0273/III, 10 december 2025 — raadvanstate.nl
    • Tweede Kamer, dossier wetsvoorstel 36912, stand van de behandeling — tweedekamer.nl
    • Rijksoverheid, Plannen voor verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen — rijksoverheid.nl
    • CBS, Aantal zzp’ers in 2025 gedaald met 62 duizend, 12 februari 2026 — cbs.nl
    Eerste publicatie op: 2 september 2026
    Geschreven door: Team Kennisdomein
    Van Kennisdomein
    Team Kennisdomein bestaat uit specialisten die hun sporen hebben verdiend. Het team zorgt voor invulling van Kennisdomein vanuit de passie voor schrijven en het delen van kennis met anderen. De specialisten willen graag meer inzicht creëren in tal van onderwerpen zodat...
    Meer informatie

    Aanbevolen artikelen

    Twee collega's bespreken samen achter een laptop hoe ze AI-hulpmiddelen op het werk gebruiken
    Over ondernemen
    AI-geletterdheid is sinds februari 2025 verplicht en sinds 2 augustus 2026 handhaafbaar. Je leest wat de w...
    Zelfstandige met laptop aan een werktafel tussen medewerkers van het bedrijf waarvoor hij werkt
    Over ondernemen
    Schijnzelfstandigheid is sinds 2025 weer een naheffingsrisico. Je leest wat de Belastingdienst controleert...
    Meeting met grillige stemming
    Over ondernemen
    Een gezonde bedrijfscultuur wordt zelden in één keer opgebouwd, maar kan wel in korte tijd worden ondermij...
    2026 fiscale regels voor ondernemers
    Over ondernemen
    2026 brengt geen spectaculaire stelselwijziging, maar wél een reeks fiscale aanpassingen die voor ondernem...
    Meer artikelen over Over ondernemen