Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

Toetsingsinkomen en verzamelinkomen: wat een extra euro kost

Je toetsingsinkomen is het jaarinkomen waarmee je toeslag wordt berekend. Lees wat meetelt en wat het verschil is met verzamelinkomen.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Man zit op een donkere herfstavond op de bank met een laptop op schoot naast een schemerlamp

Het is november en je regelt je toeslag voor volgend jaar. De overheid vraagt dan om één bedrag: je toetsingsinkomen over dat hele jaar. Doe je aangifte, dan is het gelijk aan je verzamelinkomen. Dat is het inkomen dat op de brief met je belastingaanslag staat. Zo legt Dienst Toeslagen het uit. Dat is de dienst van de overheid die de toeslagen berekent en uitbetaalt. In 2026 krijg je de volle zorgtoeslag tot een toetsingsinkomen van € 29.736. Elke euro daarboven kost je bijna 14 cent zorgtoeslag. Woon je alleen in een huurhuis, dan loopt dat volgens onze berekening op tot 41 cent per euro. Meer over toeslagen en belasting staat in het kennisgebied Financieel.

Welk getal telt met en zonder aangifte

Doe je aangifte inkomstenbelasting, dan is je toetsingsinkomen je verzamelinkomen. Dat bedrag staat op je definitieve aanslag. Zo heet de brief waarin de Belastingdienst je belasting over een jaar vaststelt. Doe je geen aangifte, dan is het je belastbare loon. Dat staat op je jaaropgaaf. Die brief krijg je na afloop van het jaar van je werkgever, of van de instantie die je uitkering betaalt. Op de jaaropgaaf heet het ook wel fiscaal loon of bedrag voor de loonheffingen.

Die regel staat in de wet met de gezamenlijke regels voor alle toeslagen. Een toeslag is geld van de overheid, bijvoorbeeld voor je zorgpremie of je huur. Er zijn er vier, en ze staan in ons overzicht van welke toeslagen er zijn.

Is het bruto of netto?

Geen van beide. Het is nooit je netto-inkomen, schrijft Dienst Toeslagen. Het kan ongeveer je bruto-inkomen zijn, maar meestal is het net wat hoger. Het bedrag staat ook niet zomaar op je loonstrook. Een auto van de zaak telt bijvoorbeeld mee als loon. Aftrekposten gaan er juist af. Dat zijn kosten die je van je inkomen mag aftrekken, zoals de rente van je hypotheek.

Reken dus nooit met je nettoloon keer twaalf. Wie dat doet, geeft een veel te laag bedrag door en betaalt later toeslag terug.

Zo is het verzamelinkomen opgebouwd

Het verzamelinkomen is een optelsom van drie delen. De Belastingdienst noemt die delen boxen. Een box is een groep inkomsten met een eigen tarief. In box 1 zit wat je verdient met werk. Je koophuis hoort er ook bij. Box 2 is inkomen uit een groot aandeel in een bedrijf, vanaf 5 procent van de aandelen. Het derde deel, box 3, is het inkomen dat de Belastingdienst rekent over spaargeld en beleggingen. Zo staat het in de Wet inkomstenbelasting.

Aftrekposten zijn er dan al af. Eén ding gaat er niet af: een verlies uit een eerder jaar. Zo legt de Belastingdienst het uit. Een ondernemer met een slecht jaar achter de rug betaalt later wel minder belasting. Zijn toeslag wordt er niet hoger van.

Het bedrag kan ook onder nul uitkomen, bijvoorbeeld door een verlies in je eigen bedrijf. Bij de huurtoeslag gaat zo’n negatief inkomen af van het inkomen van je huisgenoten. Alleen het totaal van het huishouden kan niet lager zijn dan nul.

Drie begrippen die op elkaar lijken

Drie woorden lijken op elkaar, maar betekenen niet hetzelfde. Eén ervan, toetsinkomen, hoort bij de hypotheek. Het scheelt maar vier letters met toetsingsinkomen. In de tabel hieronder staan ze naast elkaar.

BegripWat het isWie ermee rekentWaar je het vindt
VerzamelinkomenJe inkomen uit box 1, 2 en 3 samen, na aftrekpostenDe Belastingdienst en organisaties die je inkomen daar opvragenOp je aanslag en je inkomensverklaring
ToetsingsinkomenJe verzamelinkomen, of je belastbare loon als je geen aangifte doetDienst ToeslagenNa afloop op je aanslag of jaaropgaaf; tot die tijd schat je het zelf
ToetsinkomenHet inkomen waarmee je hoogste hypotheek wordt bepaaldDe aanbieder van je hypotheekBij die aanbieder
Bron: Wet inkomstenbelasting 2001, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, Tijdelijke regeling hypothecair krediet en de Belastingdienst.

Het toetsinkomen volgt andere regels. De minister van Financiën heeft vastgelegd hoe de aanbieder van je hypotheek je inkomen bepaalt. Die aanbieder gaat uit van je huidige vaste en bestendige inkomsten. Bestendig betekent dat het inkomen naar verwachting blijft. Heb je geen vast inkomen, dan mag de aanbieder het gemiddelde van de laatste drie kalenderjaren nemen. Wat je met dat inkomen kunt lenen, staat in ons artikel over de maximale hypotheek.

Wat meetelt en wat niet

Bijna alles waarover je belasting betaalt, telt mee. Dienst Toeslagen noemt onder meer deze inkomsten:

  • loon, ook het voordeel van een auto van de zaak
  • winst uit je eigen bedrijf en bijverdiensten als freelancer
  • een uitkering, zoals de WW als je werkloos bent, of bijstand
  • pensioen, ook de AOW van de overheid
  • een ontslagvergoeding
  • alimentatie die je voor jezelf krijgt van je ex-partner

De toeslagen zelf tellen niet mee. Kinderbijslag, studiefinanciering en alimentatie voor je kinderen blijven er ook buiten. Werk je over de grens, dan telt je buitenlandse inkomen wel mee. De dienst vraagt dat elk jaar apart bij je op.

Spaargeld kan je inkomen verhogen

Heb je in 2026 meer vermogen dan € 59.357, dan telt de dienst inkomen uit vermogen mee. Met een partner ligt dat punt bij € 118.714 samen. Vermogen is wat je bezit, zoals spaargeld en beleggingen, min je schulden. Boven die bedragen wordt je toetsingsinkomen hoger en kan je toeslag lager worden. Dat komt doordat box 3 deel is van het verzamelinkomen.

Aftrekposten maken het lager

Een aftrekpost verlaagt je verzamelinkomen. Je toetsingsinkomen daalt dan mee. De dienst noemt de rente van je hypotheek, giften en sommige zorgkosten. Alimentatie die je aan je ex-partner betaalt, hoort er ook bij. Stort je geld met belastingaftrek in een lijfrente, dan gaat dat eveneens van je inkomen af. Een lijfrente is een spaarpot voor extra pensioen. Hoeveel je mag storten, lees je in ons artikel over je jaarruimte berekenen.

Het werkt ook de andere kant op. Los je je hypotheek af, dan heb je minder rente om af te trekken. Je toetsingsinkomen kan dan stijgen, terwijl je geen euro meer verdient.

Wat een hoger inkomen je aan toeslag kost

Boven een bepaald inkomen kost elke extra euro je een vast aantal centen toeslag. In de tabel hieronder staat per toeslag waar dat in 2026 begint en hoeveel er afgaat. Het kindgebonden budget is de toeslag voor ouders.

ToeslagVoor wieBegint bovenPer extra euro eraf
ZorgtoeslagMet en zonder partner€ 29.73613,73%
Kindgebonden budgetAlleenstaande ouder€ 29.7367,6%
Kindgebonden budgetStel€ 39.1417,6%
HuurtoeslagAlleenstaande€ 23.42527%
HuurtoeslagTwee of meer personen€ 31.50022%
Bron: Wet op de zorgtoeslag, Wet op het kindgebonden budget en Berekening huurtoeslag 2026 van Dienst Toeslagen. Het bedrag voor een stel is volgens onze berekening € 29.736 plus € 9.405.

De zorgtoeslag houdt bij een hoger inkomen helemaal op. Een alleenstaande krijgt in 2026 niets meer boven een toetsingsinkomen van € 40.857. Met een partner ligt dat punt bij € 51.142 samen.

Wat 2000 euro extra je kost

Krijg je meer dan één toeslag, dan gaat er bij elke toeslag iets af. Wij rekenden uit wat dat samen kost. Neem Sanne. Ze woont alleen, huurt een flat en krijgt zorgtoeslag en huurtoeslag. In december krijgt ze een bonus van € 2.000 bruto. In de tabel hieronder zie je wat zo’n bedrag in 2026 aan toeslag kost. We gaan uit van een inkomen dat al boven de grenzen ligt, en van toeslagen die nog niet op nul staan.

HuishoudenToeslagenMinder toeslagPer extra euro
Alleenstaande met een koophuisZorgtoeslag€ 27514 cent
Alleenstaande in een huurwoningZorgtoeslag en huurtoeslag€ 81541 cent
Alleenstaande ouder in een huurwoningZorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget€ 86743 cent
Bron: eigen berekening met de percentages uit de Wet op de zorgtoeslag, de Wet op het kindgebonden budget en Berekening huurtoeslag 2026 van Dienst Toeslagen. Bedragen per jaar, afgerond op hele euro’s.

Sanne is de huurder uit de tweede rij. Door haar bonus krijgt ze volgens onze berekening € 815 minder toeslag. De belasting over de bonus komt daar nog bij. De derde rij rekent bij de huurtoeslag met 22 procent. Een ouder met een kind telt daar namelijk als een huishouden van twee, met de grens van € 31.500. Wat je bij jouw inkomen krijgt, staat in onze artikelen over de zorgtoeslag per inkomen en over de huurtoeslag.

De som werkt ook andersom. Heeft Sanne € 1.000 aan aftrekposten, dan krijgt ze volgens onze berekening ongeveer € 407 meer toeslag.

De percentages voor 2027

In de wet staan voor 2027 al twee hogere percentages. Bij de zorgtoeslag wordt het 13,76 procent. Bij het kindgebonden budget wordt het 8,05 procent. Dat was de stand op 4 oktober 2026. De wettenbank van de overheid meldt erbij dat die teksten nog kunnen wijzigen.

Er ligt ook een voorstel bij de Tweede Kamer. Daarin krijgen ouders met een hoger inkomen minder kindgebonden budget. Op 4 oktober 2026 had de Kamer er nog niet over gestemd.

Het bedrag van € 29.736 verandert ook. Het is gekoppeld aan het minimumloon van januari. Het officiële bedrag voor 2027 was er op 4 oktober 2026 nog niet.

Wiens inkomen meetelt per toeslag

Heb je een toeslagpartner, dan telt zijn of haar inkomen ook mee. Een toeslagpartner is de partner met wie je voor de toeslagen samen wordt geteld. Wie fiscaal partner is, is bijna altijd ook toeslagpartner. Bij de huurtoeslag tellen ook medebewoners mee. Dat zijn andere mensen die op je adres staan ingeschreven, zoals een inwonend kind. In de tabel hieronder staat per toeslag wiens inkomen telt.

ToeslagWiens toetsingsinkomen telt
ZorgtoeslagJij en je toeslagpartner
Kindgebonden budgetJij en je toeslagpartner
KinderopvangtoeslagJij en je toeslagpartner
HuurtoeslagJij, je toeslagpartner en iedere medebewoner, maar geen onderhuurder
Bron: Dienst Toeslagen, uitleg over het inkomen voor toeslagen en Berekening huurtoeslag 2026.

Een thuiswonend kind met een bijbaan

Woont je kind thuis en verdient het geld, dan telt dat mee voor jouw huurtoeslag. Is je kind jonger dan 23 jaar, dan telt een deel niet mee. Dat geldt ook nog in het jaar waarin je kind 23 wordt. In 2026 blijft de eerste € 6.218 buiten de som. Verdient je kind € 12.000, dan telt dus € 5.782 mee. Volgens onze berekening kost dat een ouder die al boven de grens van € 31.500 zit ongeveer € 1.272 huurtoeslag per jaar.

Geef wel het hele bedrag door dat je kind verdient. De dienst trekt die € 6.218 er zelf af.

Een deel van het jaar samen

Dienst Toeslagen rekent altijd met het inkomen over een heel jaar. Ga je in juli uit elkaar, dan telt het jaarinkomen van je ex mee voor de maanden dat jullie samen waren. Gaat je ex na de scheiding flink meer verdienen, dan kun jij daardoor toeslag moeten terugbetalen.

Daar is de 10-procentregeling voor. Verdiende je ex vóór het vertrek minstens 10 procent minder, dan kun je vragen om de stijging niet mee te tellen. Je hebt er tot vijf jaar na dat jaar de tijd voor.

Een nabetaling telt bijna altijd mee

Een nabetaling telt mee in het jaar waarin je het geld krijgt. Het gaat om loon of een uitkering over eerdere jaren die je in één keer ontvangt. Je toetsingsinkomen schiet dat jaar omhoog. Alleen bij de huurtoeslag kun je vragen om zo’n bedrag niet mee te tellen. Het heet dan bijzonder inkomen. Dat kan ook als een klein pensioen in één keer wordt uitbetaald, de afkoopsom. Dat pensioen moet in 2026 lager zijn dan € 632,63 bruto per jaar.

Je vraagt het aan met een formulier van Dienst Toeslagen. Dat kan tot vijf jaar na het jaar waarover het gaat.

Voor de andere toeslagen telt zo’n nabetaling altijd mee, schrijft de dienst. Wij vinden dat een scheve regel. Wie drie jaar achterstallige uitkering ineens krijgt, kan zijn huurtoeslag redden en toch zijn zorgtoeslag over dat jaar verliezen. Weet je dat er een nabetaling aankomt, pas je geschatte inkomen dan meteen aan.

Waar je het getal terugvindt

Het bedrag over een eerder jaar vind je in Mijn Belastingdienst, je persoonlijke pagina bij de Belastingdienst. Daar staat per jaar je geregistreerde inkomen. Zo heet het inkomen dat de Belastingdienst van je vastlegt en met andere overheidsorganisaties deelt. Hetzelfde bedrag staat op MijnOverheid, de persoonlijke website van de overheid.

Een inkomensverklaring is een officieel document met dat inkomen over één jaar. Je downloadt de verklaring in Mijn Belastingdienst. Een woningcorporatie kan erom vragen als je een huis wilt huren.

Klopt het geregistreerde inkomen niet, dan kun je bij de Belastingdienst bezwaar maken. Doe dat ook, want een fout werkt door bij elke organisatie die het bedrag gebruikt.

Niet elke instantie kijkt naar hetzelfde jaar

Dienst Toeslagen rekent met je inkomen van het jaar zelf. Andere organisaties kijken twee jaar terug. Het CAK berekent zo de eigen bijdrage voor langdurige zorg. DUO doet het bij het terugbetalen van een studieschuld. DUO is de overheidsdienst voor studiefinanciering. Allebei krijgen ze je inkomen van de Belastingdienst.

Een goed jaar werkt daardoor lang na. Krijg je in 2026 een ontslagvergoeding, dan daalt je toeslag in 2026 zelf. In 2028 telt hetzelfde bedrag mee bij het CAK en bij DUO. Verdien je intussen minder, dan kun je DUO vragen om met een recenter jaar te rekenen. Bij het CAK kan dat als je inkomen nu veel lager is.

Je inkomen schatten en bijstellen

Geef geen te laag bedrag door. Dat raadt Dienst Toeslagen aan als je aan de veilige kant wilt blijven. Je krijgt je toeslag vooraf, op basis van jouw schatting. Dat heet een voorschot. Verdien je minder dan je schatte, dan krijg je de rest na afloop van het jaar alsnog. Verdien je meer, dan betaal je terug.

Controleer je schatting na elke loonsverhoging. Ben je zzp’er, doe het dan bij elke btw-aangifte. Een wijziging geef je binnen vier weken door in Mijn toeslagen. Dat is je persoonlijke pagina bij de dienst.

De afrekening van je toeslag heet de definitieve berekening. Doet niemand in je huishouden aangifte, dan komt die tussen eind juni en 31 december van het jaar erna. Doet iemand wel aangifte, dan volgt die binnen zes maanden na de laatste belastingaanslag. Zo lang blijft een te lage schatting dus onzichtbaar.

Ons oordeel: het toetsingsinkomen is het belangrijkste bedrag dat niet op je loonstrook staat. Wie het één keer per jaar invult en daarna vergeet, loopt het grootste risico. Kijk er opnieuw naar bij een bonus of een nieuwe baan, en ook als je aflost op je hypotheek.

Veelgestelde vragen over het toetsingsinkomen

Is het toetsingsinkomen hetzelfde als het verzamelinkomen?

Meestal wel. Doe je aangifte, dan is je toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen op je definitieve aanslag. Dat schrijft Dienst Toeslagen, de dienst die de toeslagen uitbetaalt. Zonder aangifte is het je belastbare loon. Inkomen uit het buitenland dat in Nederland niet wordt belast, komt er nog bij.

Telt vakantiegeld mee voor het toetsingsinkomen?

Ja. Dienst Toeslagen, de dienst die de toeslagen berekent, noemt vakantiegeld als inkomen dat meetelt. Het toetsingsinkomen gaat over het hele kalenderjaar. Daarom is het meestal hoger dan twaalf keer je maandloon.

Kan je toetsingsinkomen negatief zijn?

Ja, bijvoorbeeld door een verlies in je eigen bedrijf. Bij de huurtoeslag trekt Dienst Toeslagen zo’n negatief inkomen af van wat je huisgenoten verdienen. Het totaal van het huishouden is nooit lager dan € 0.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel