Problemen die kunnen ontstaan bij geadopteerde kinderen

Niet elk geadopteerd kind krijgt problemen, maar hechting, rouw, identiteit en loyaliteit spelen vaker een rol. Lees wat speelt en waar je hulp vindt.

Inhoudsopgave

    Dat geadopteerden vaker tegen iets aanlopen, blijkt ook uit cijfers. Uit CBS-onderzoek onder ruim 3.500 geadopteerden kreeg 64 procent ooit psychologische hulp, tegenover 48 procent van niet-geadopteerden (De Regt & Reichardt, CBS, 2021). Bij kinderen met een zogenoemd special needs-probleem lag dat op 70 procent. In een eerder artikel ging het over de achtergrond van adoptiekinderen en kinderen met special needs.

    Problemen die kunnen ontstaan bij geadopteerde kinderen

    Met welke problemen kunnen adoptiekinderen te maken krijgen?

    Iedereen kan in zijn leven problemen krijgen, geadopteerd of niet. Er spelen altijd meerdere factoren mee: hoe de situatie in het geboorteland was, hoe lang een kind in een tehuis verbleef, het karakter van het kind en de band met de adoptieouders. Het ene kind is nu eenmaal weerbaarder dan het andere. Wel zijn er vier thema’s die bij geadopteerden vaker terugkomen:

    • Hechtingsproblematiek
    • Rouw
    • Identiteit en zelfbeeld
    • Loyaliteitsconflict

    Die thema’s uiten zich op verschillende manieren en in verschillende levensfasen. Bij kinderen kun je denken aan concentratieproblemen, angsten of gedragsproblemen. Bij tieners en volwassenen speelt vaker de vraag wie ze zijn en waar ze vandaan komen, en kan het lastig zijn een stabiele relatie aan te gaan.

    Belangrijk om vast te stellen: dit zijn risico’s, geen voorspellingen. Veel geadopteerden groeien op zonder noemenswaardige problemen, en waar ze wel spelen zijn ze vaak goed te begeleiden.

    Hechtingsproblematiek bij adoptiekinderen

    Wat is hechting?

    Hechting is de fysieke en emotionele band tussen een kind en zijn opvoeders. Een kind heeft iemand nodig om zich veilig aan te hechten: iemand die basisveiligheid biedt, voedt, troost en verzorgt. Bij veel geadopteerde kinderen ontbrak dat in de eerste periode van hun leven. Zij brachten hun eerste maanden of jaren door in een kindertehuis met wisselende verzorgers, of maakten verwaarlozing of mishandeling mee. Daardoor is het lastiger om je veilig te hechten.

    Kinderen die veilig gehecht zijn, zoeken in stressvolle situaties steun en troost bij hun verzorgers. Onveilig gehechte kinderen klampen zich juist vast, of gedragen zich opvallend zelfstandig en onverschillig, ongeacht of de situatie veilig is of niet.

    Onveilige gehechtheid is overigens iets anders dan een hechtingsstóórnis. Onveilige gehechtheid is een patroon dat bij een flink deel van alle kinderen voorkomt. De reactieve hechtingsstoornis is een klinische diagnose uit de DSM-5, die alleen een professional kan stellen en die zeldzaam is. Herken je hieronder iets, dan betekent dat dus niet automatisch dat er sprake is van een stoornis.

    Symptomen onveilig gehechte kinderen

    • Afwijzing opzoeken in plaats van troost en geborgenheid.
    • Heel aanhankelijk zijn, of juist een afkeer hebben van lichamelijk contact.
    • Problemen rond eten: eten verstoppen, hamsteren, schrokken of eten inzetten in een machtsstrijd.
    • Aantrekken en afstoten, en alleen oppervlakkige, inwisselbare relaties aangaan.
    • Sterk gericht zijn op controle: de omgeving nauwlettend observeren en sturen.
    • Agressief gedrag, zoals vernielen, weglopen of wreedheid tegen dieren.

    Problemen die kunnen optreden bij kinderen en volwassenen die onveilig zijn gehecht

    Een onveilige hechting kan later in het leven een rol blijven spelen. Onderzoek laat verhoogde risico’s zien, geen zekerheden:

    • Gedragsproblemen. Kinderen die vroeg in hun leven onveiligheid meemaakten, laten vaker naar buiten gericht gedrag zien: driftbuien, opstandigheid en moeite met grenzen. Ook het inleven in een ander kan lastiger zijn, wat tot botsingen in sociale contacten leidt.
    • Psychische klachten. Denk aan angststoornissen, somberheid en depressie, eetproblemen of verslavingen.
    • Doorwerking naar een volgende generatie. Gehechtheidspatronen zijn deels overdraagbaar: ouders die zelf onveilig gehecht zijn, hebben een grotere kans dat hun kind dat ook wordt. Het is een tendens, geen wetmatigheid, en met bewustwording en begeleiding is het patroon te doorbreken.

    Hoe eerder er aandacht is voor de hechting, hoe beter. Een veilige, voorspelbare opvoedsituatie doet veel; wat daarbij helpt, lees je in het artikel over de basis van opvoeden.

    Rouw bij adoptiekinderen

    Adoptiekinderen kunnen in meerdere levensfasen last krijgen van rouw. Ook hier geldt dat niet elk geadopteerd kind dat ervaart.

    Een kind kan rouwen om het verlies van de biologische ouders of van verzorgers in het geboorteland. In de puberteit gaat de adoptie vaak een grotere rol spelen en dringt het besef door dat het is afgestaan. Wanneer geadopteerden zelf kinderen krijgen, kunnen boosheid en verdriet opnieuw opspelen: dan zien ze van dichtbij wat een pasgeboren kind nodig heeft.

    Soms ontstaat de wens om een rootsreis te maken, een reis naar het geboorteland. Dat kan een kennismaking met het land zijn, een zoektocht naar de biologische ouders of een bezoek aan het kindertehuis. Zo’n reis kan ook nieuwe verlieservaringen opleveren: misschien zijn er geen aanknopingspunten, willen de biologische ouders geen contact of blijken ze overleden.

    Identiteit en zelfbeeld van geadopteerde kinderen

    Voor geadopteerde kinderen kan het vormen van een positief zelfbeeld en een eigen identiteit lastiger zijn. De redenen verschillen per kind, en lang niet elk adoptiekind loopt hiertegenaan.

    • In hun vroege jeugd werden zij soms lang door niemand echt liefdevol aangeraakt of gezien.
    • Een positief zelfbeeld ontwikkelen kan lastig zijn. Ze zijn afgestaan of achtergelaten en hebben belangrijke personen verloren. Tegelijk zijn ze door de adoptieouders juist heel gewenst. Die tegenstrijdigheid maakt kwetsbaar voor afwijzing, omdat die het gevoel ‘ik ben niet goed genoeg’ of ‘ik doe er niet toe’ versterkt.
    • Adoptiekinderen hebben vaak een andere etniciteit dan hun adoptieouders en moeten zelf een etnische identiteit ontwikkelen. Herkenning in de directe omgeving ontbreekt dan. Ervaringen met racisme of met vragen over hun uiterlijk maken dat extra ingewikkeld.
    • Ze moeten uitzoeken wat de adoptie voor hen betekent. Vaak speelt dat in de puberteit, wanneer elke tiener bezig is met identiteit. Willen ze op zoek naar hun biologische ouders? Wat is hun voorgeschiedenis? Voelen ze zich meer verbonden met Nederland of met het geboorteland? Dat zijn extra ontwikkelingstaken bovenop de gewone.

    Het loyaliteitsconflict van adoptiekinderen

    Elk kind voelt een primaire loyaliteit naar zijn ouders. Adoptiekinderen hebben daarnaast een secundaire loyaliteit aan hun adoptieouders, door wie ze zijn verzorgd en opgevoed. Daaruit kan een loyaliteitsconflict ontstaan, al is dat niet altijd het geval. Het hangt samen met hoe het kind gehecht is en of het verdriet en rouw kan uiten. Er zijn twee vormen, en ze kunnen ook onbewust spelen.

    Loyaliteitsconflict naar de biologische ouders

    Kinderen kunnen zich schuldig voelen als zij van hun adoptieouders gaan houden. Het voelt alsof ze hun biologische ouders daarmee verraden. Sommige kinderen wijzen hun adoptieouders af en kiezen zo onbewust voor hun biologische ouders; in hun ogen zijn dat de ‘echte’ ouders. Deze kinderen identificeren zich sterk met hun afkomst en het land van herkomst, idealiseren de biologische ouders en willen graag contact. Dat kan in de weg staan van een veilige gehechtheidsrelatie met de adoptieouders.

    Loyaliteitsconflict naar de adoptieouders

    Andere kinderen vinden het juist lastig om loyaliteit aan hun biologische ouders te voelen of te uiten. Zij tonen geen interesse in hun afkomst, uit angst hun adoptieouders te kwetsen, en doen alsof die afkomst er niet toe doet. Ook dat kan de identiteitsontwikkeling in de weg zitten. Sommige geadopteerden durven pas belangstelling te tonen als ze letterlijk en figuurlijk afstand hebben genomen van hun adoptieouders.

    Rootsreizen

    Wat is een rootsreis?

    Een rootsreis is een reis die een geadopteerde maakt naar zijn geboorteland om meer te weten te komen over zijn afkomst. Vaak gaat het om het pleeggezin of kindertehuis waar iemand woonde, of om de omstandigheden voor de adoptie. Een rootsreis kan helpen bij het vormen van een eigen identiteit, omdat abstracte vragen dan concrete antwoorden krijgen.

    Wanneer maak je een rootsreis?

    Adoptieouders vragen zich vaak af wanneer het goede moment is. Dat hangt af van de omstandigheden in het geboorteland en van het kind zelf. Voordelen van een reis op jongere leeftijd:

    • Het kind krijgt een realistisch beeld van het land van herkomst en ziet waar het vandaan komt.
    • Het kan de omstandigheden en de redenen van de adoptie beter gaan begrijpen.
    • Er is nog minder veranderd. Verzorgers werken misschien nog in het kindertehuis, het kind herinnert zich mogelijk nog iets en informatie is vaak beter te achterhalen.

    Een rootsreis kan een grote impact hebben, op een kind en op een volwassene. Er komen herinneringen en emoties boven. Daarom is een vertrouwensband tussen ouders en kind belangrijk. Is dat vertrouwen er onvoldoende, dan kan de klap hard aankomen. Organisaties als Fiom en Stichting Adoptievoorzieningen begeleiden zoektochten en rootsreizen.

    Wanneer is een adoptiekind klaar voor een rootsreis?

    • Als het kind zelf interesse toont in zijn roots.
    • Als het veilig gehecht is aan zijn ouders en indrukken en emoties kan verwerken.
    • Als er op dat moment geen grote veranderingen in het leven van het kind spelen.
    • Als het kind enigszins weerbaar is tegen onverwachte gebeurtenissen.
    • Als de adoptieouders er zelf klaar voor zijn om hun kind te begeleiden.

    Adoptie in Nederland: de stand van zaken

    Sinds dit artikel voor het eerst verscheen, is er in Nederland veel veranderd. In februari 2021 concludeerde de Commissie Joustra dat er bij interlandelijke adoptie decennialang misstanden waren, waaronder kinderhandel en vervalste gegevens, en dat de overheid daarbij had weggekeken.

    Op 21 mei 2024 besloot minister Weerwind daarom dat er per direct geen nieuwe interlandelijke adoptieprocedures meer worden gestart. Aanleiding was een motie die de Tweede Kamer op 16 april 2024 aannam. In december 2024 volgde een afbouwplan: lopende procedures mogen worden afgerond en interlandelijke adoptie stopt definitief per 1 mei 2030.

    Voor geadopteerden die er al zijn verandert dat niets aan hun verhaal, maar het maakt de zoektocht naar afkomst wel beladener. Wie ontdekt dat zijn dossier onjuistheden bevat, kan daarvoor terecht bij het Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie (INEA), dat sinds 2022 ondersteuning biedt bij vragen over afkomst en dossieronderzoek.

    Waar kun je terecht met vragen over adoptie?

    Loop je als geadopteerde of als adoptieouder ergens tegenaan, dan hoef je dat niet alleen uit te zoeken. Deze wegen staan open:

    • Stichting Adoptievoorzieningen geeft voorlichting en nazorg aan adoptieouders en geadopteerden, en verzorgt oudercursussen.
    • Fiom begeleidt zoektochten naar biologische familie, doet DNA-onderzoek en biedt hulp bij afstammingsvragen.
    • Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie (INEA) ondersteunt bij dossieronderzoek en vragen over de eigen adoptieprocedure.
    • De huisarts is het eerste aanspreekpunt bij psychische klachten en kan doorverwijzen naar de jeugd-GGZ of een psycholoog met ervaring in hechting en trauma.
    • Het Centrum voor Jeugd en Gezin in je gemeente helpt bij opvoedvragen en kent de lokale voorzieningen.
    • Lotgenotengroepen van en voor geadopteerden bieden herkenning die professionals niet altijd kunnen geven.

    Twijfel je of iets ‘erg genoeg’ is om hulp te zoeken? Dat is precies de vraag die mensen te lang laat wachten. Vroeg beginnen scheelt.

    Wil je meer weten over de procedure zelf, dan lees je in het artikel over adoptie, redenen en kosten hoe het traject in Nederland verliep. Bekijk hier alle artikelen over adoptie.

    Veelgestelde vragen over adoptie en problemen op latere leeftijd

    Krijgen alle geadopteerde kinderen problemen?

    Nee. Veel geadopteerden groeien op zonder bijzondere problemen. Wel komen bepaalde thema’s vaker voor: hechting, rouw, identiteit en loyaliteit. Uit CBS-onderzoek onder ruim 3.500 geadopteerden kreeg 64 procent ooit psychologische hulp, tegenover 48 procent van niet-geadopteerden.

    Welke problemen komen bij geadopteerden op latere leeftijd voor?

    Op volwassen leeftijd spelen vooral vragen over identiteit en afkomst, en soms moeite met het aangaan van hechte relaties. Ook rouw kan opnieuw opspelen, bijvoorbeeld bij het krijgen van eigen kinderen of bij het overlijden van een adoptieouder.

    Wat is het verschil tussen onveilige hechting en een hechtingsstoornis?

    Onveilige hechting is een patroon in hoe iemand steun zoekt en vertrouwen opbouwt; dat komt bij een flink deel van alle kinderen voor. Een reactieve hechtingsstoornis is een klinische diagnose uit de DSM-5, die zeldzaam is en alleen door een professional kan worden gesteld.

    Wat is een rootsreis?

    Een rootsreis is een reis van een geadopteerde naar het geboorteland, om meer te ontdekken over de eigen afkomst. Dat kan een bezoek aan het kindertehuis zijn of een zoektocht naar biologische familie. Fiom en Stichting Adoptievoorzieningen begeleiden zulke reizen.

    Kan er in Nederland nog een kind uit het buitenland worden geadopteerd?

    Nee, voor nieuwe aanvragen niet. Sinds 21 mei 2024 worden geen nieuwe interlandelijke adoptieprocedures meer gestart. Procedures die op dat moment al liepen, mogen worden afgerond; interlandelijke adoptie stopt definitief per 1 mei 2030.

    Waar kun je hulp krijgen bij adoptievragen?

    Bij Stichting Adoptievoorzieningen voor voorlichting en nazorg, bij Fiom voor zoektochten en afstammingsvragen en bij het Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie voor dossieronderzoek. Bij psychische klachten is de huisarts het eerste aanspreekpunt.

    Bibliografie

    • De Regt, S., & Reichardt, L. (8 februari 2021). Interlandelijke adoptie in Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek.
    • Commissie onderzoek interlandelijke adoptie (Commissie Joustra), eindrapport, februari 2021.
    • Rijksoverheid, ‘Per direct geen nieuwe interlandelijke adopties’, 21 mei 2024.
    • Rijksoverheid, ‘Zorgvuldige afbouw interlandelijke adoptie in zes jaar tijd’, 9 december 2024.
    • American Psychiatric Association, DSM-5, criteria voor de reactieve hechtingsstoornis.
    Eerste publicatie op: 27 september 2021
    Geschreven door: Team Kennisdomein
    Van Kennisdomein
    Team Kennisdomein bestaat uit specialisten die hun sporen hebben verdiend. Het team zorgt voor invulling van Kennisdomein vanuit de passie voor schrijven en het delen van kennis met anderen. De specialisten willen graag meer inzicht creëren in tal van onderwerpen zodat...
    Meer informatie

    Aanbevolen artikelen

    Internet of things in een afbeelding
    Maatschappelijke onderwerpen
    Het Internet der Dingen, of beter bekend als Internet of Things, is een revolutionair concept dat onze dag...
    Typisch Amerikaans beeld
    Maatschappelijke onderwerpen
    Na de grote show van de
    Vrouw die naar foto van vroeger kijkt
    Maatschappelijke onderwerpen
    Nostalgie is het warme gevoel dat opkomt als je terugdenkt aan mooie momenten van vroeger. Ontdek waar dat...
    Universiteit in Nederland
    Maatschappelijke onderwerpen
    Nederland telt 14 universiteiten, van Leiden (1575) tot Twente. Samen hebben ze ruim 330.000 studenten. Be...
    Meer artikelen over Maatschappelijke onderwerpen