Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Als angst je hele leven beheerst

Angst die je dagelijks leven in de weg zit, kan een angststoornis zijn. Lees welke soorten er zijn en wat helpt.

Bijgewerkt op 9 minuten lezen
Als angst je hele leven beheerst

Je bent daarin niet de enige. Het Trimbos-instituut, het landelijke kennisinstituut voor geestelijke gezondheid en verslaving, ondervroeg tussen 2019 en 2022 duizenden Nederlanders van 18 tot en met 75 jaar. In het jaar voor dat gesprek had 15 procent van hen een angststoornis: ongeveer een op de zeven volwassenen, dus in een gemiddelde straat een stuk of vier huishoudens. Ruim een kwart kreeg er ooit in het leven mee te maken. Een angststoornis is daarmee geen zeldzaamheid, en hij is in de meeste gevallen goed te behandelen.

Wat is een angststoornis?

Angst is niet altijd een slechte emotie. Je lichaam maakt adrenaline aan, een stof die je hart sneller laat kloppen en je spieren klaarzet om te reageren. In een gevaarlijke situatie is dat precies wat je nodig hebt.

Bij een angststoornis gebeurt datzelfde in situaties die niet gevaarlijk zijn. Je gaat plekken of mensen vermijden, of je maakt je over heel veel dingen grote zorgen. De angst gaat je leven bepalen. Heb je daar langer of vaker last van, dan is er misschien sprake van een angststoornis. Ga naar je huisarts en vraag om een verwijzing. Een psychiater of een gz-psycholoog mag de diagnose stellen. Een gz-psycholoog is een psycholoog met een erkende vervolgopleiding; de letters staan voor gezondheidszorg.

Wat voor symptomen heb je bij een angststoornis?

Angststoornis is een verzamelnaam. Eronder vallen verschillende aandoeningen die één ding gemeen hebben: angst belemmert je dagelijks functioneren. De klachten lijken vaak op elkaar. Denk aan:

  • Spanning en onrust
  • Een bang gevoel of een voorgevoel dat er iets misgaat
  • Veel piekeren
  • Rusteloosheid en prikkelbaarheid
  • Concentratieproblemen
  • Geen zin in eten
  • Hoofdpijn of buikpijn
  • Slecht slapen

Je hoeft die klachten niet allemaal te hebben. Het verschilt per persoon, en zelfs per periode.

Welke angststoornissen zijn er?

Het Trimbos-instituut telt vijf angststoornissen: paniekstoornis, agorafobie, sociale fobie, specifieke fobie en gegeneraliseerde angststoornis. Verlatingsangst hoort er in het handboek van de psychiaters ook bij, maar wordt in Nederland niet apart geteld. Hieronder staan ze één voor één.

Paniekstoornis

Bij een paniekstoornis krijg je steeds opnieuw paniekaanvallen. Vaak is de angst voor de volgende aanval zo groot dat je situaties gaat vermijden. Een aanval duurt meestal een paar minuten en zelden langer dan een halfuur, meldt Thuisarts.nl, de publiekssite van de Nederlandse huisartsen. Daarna kun je nog tot de volgende dag uitgeput zijn.

Symptomen van een paniekaanval

  • Een benauwd of drukkend gevoel op je borst
  • Hartkloppingen
  • Zweten en trillen
  • Duizeligheid
  • Een droge mond of misselijkheid
  • Tintelingen of een doof gevoel in handen en voeten
  • Het gevoel dat je de controle verliest of doodgaat
  • Het gevoel dat je omgeving er vreemd uitziet
  • Snel en oppervlakkig ademen

Een paniekaanval voelt levensbedreigend en is dat niet. Hij gaat altijd weer over. Herken je de klachten niet, of worden ze veel erger dan je gewend bent, bel dan wel je huisarts: dan is het verstandig om andere oorzaken uit te sluiten.

Agorafobie

Agorafobie, in het Nederlands pleinvrees, is de angst voor plekken waar je niet snel weg kunt of waar niemand je zou helpen. Denk aan de bus, een volle winkel of een drukke straat. Agorafobie is een eigen stoornis en geen ander woord voor een paniekstoornis; dat staat op veel Nederlandse sites door elkaar. Ze komen wel vaak samen voor, omdat iemand die paniekaanvallen krijgt juist die plekken gaat mijden.

Sociale fobie

Heb je een sociale fobie, dan ben je bang voor sociale situaties. Je maakt je zorgen over wat anderen van je vinden. Uiteindelijk ga je feestjes of drukke plekken vermijden. Ga je toch, dan kun je bang zijn dat mensen je klachten zien, zoals hartkloppingen of een rood hoofd. Die angst kan op zijn beurt een paniekaanval uitlokken.

Specifieke fobie

De naam zegt het al: je bent bang voor iets specifieks. Spinnen, naalden, hoogtes, vliegen. Kom je ermee in aanraking, dan raak je in paniek. Je weet meestal zelf dat de angst niet in verhouding staat, maar dat helpt op dat moment niet. Je gaat elke situatie vermijden waarin je het kunt tegenkomen.

Gegeneraliseerde angststoornis

Bij een gegeneraliseerde angststoornis pieker je over alledaagse dingen, bijna de hele dag door. Iedereen piekert wel eens; hier gaat het zo ver dat je er last van hebt op je werk of thuis. Je voelt je gejaagd of rusteloos. Je weet vaak dat er niets aan de hand is, maar je krijgt de zorgen er niet mee weg.

Separatieangst

Separatieangst heet in gewoon Nederlands verlatingsangst. Het komt vooral bij kinderen voor. Een kind is dan bang om van zijn vader of moeder gescheiden te worden, soms al zodra de ouder de kamer uit loopt. Ook volwassenen kunnen het hebben, met andere klachten.

Obsessieve compulsieve stoornis (OCS)

De obsessieve compulsieve stoornis, in het Nederlands dwangstoornis, stond vroeger bij de angststoornissen. Sinds 2013 staat hij in het internationale handboek waarin psychiaters alle psychische aandoeningen beschrijven in een eigen hoofdstuk. Veel Nederlandse pagina’s noemen hem nog steeds een angststoornis; dat klopt dus niet meer.

Bij een dwangstoornis heb je dwanggedachten. Je bent bijvoorbeeld bang dat je kind of je moeder iets overkomt. Om dat te voorkomen voer je steeds dezelfde handeling uit. Smetvrees, waarbij iemand zich blijft wassen, is de bekendste vorm.

Wanneer ga je naar de huisarts?

Thuisarts.nl noemt twee momenten waarop je contact opneemt. Het eerste: je laat dingen die je normaal doet, en je wilt daar behandeling voor. Het tweede: je bent al in behandeling en je klachten worden erger.

Wacht niet tot het zo ver is. Hoe langer je een situatie vermijdt, hoe kleiner je wereld wordt en hoe moeilijker het is om die weer open te breken. Dat is meteen het duidelijkste argument om er vroeg bij te zijn.

Hoe wordt een angststoornis behandeld?

De gebruikelijke behandeling is cognitieve gedragstherapie. Daarin oefen je met de situaties waar je bang voor bent en leer je andere gedachten aan. Een vast onderdeel is exposure: je stelt jezelf in kleine stapjes bloot aan waar je bang voor bent. Zo merk je dat de erge dingen die je verwacht, niet gebeuren. Medicijnen zijn ook mogelijk, meestal naast de therapie en niet in plaats daarvan.

Tips met wat je kunt doen bij een angststoornis

Naast een behandeling zijn er dingen die je zelf kunt doen. Ze vervangen de therapie niet, maar ze maken het verschil op een gewone dag.

  • Verzamel informatie over je angststoornis. Je kunt dan beter uitleggen aan anderen wat je angst inhoudt, en je weet zelf preciezer waar je last van hebt.
  • Doe wel wat je angstig maakt, in stapjes. Vermijden voelt op het moment zelf prettig en maakt de angst op termijn groter.
  • Onderzoek je angstige gedachte. Vraag jezelf af hoe groot de kans is dat hij uitkomt.
  • Probeer genoeg te slapen en elke dag minstens dertig minuten te bewegen.
  • Gebruik geen alcohol of drugs om de angst weg te drukken. Dat werkt kort en maakt de klachten daarna vaak erger.
  • Drink weinig dranken met cafeïne, zoals koffie, cola en energydrank. Cafeïne geeft dezelfde onrust en hartkloppingen als angst.
  • Zoek iets waar je rustig van wordt. Voor de één is dat yoga of meditatie, voor de ander helpt kleuren of even met iemand praten.
  • Wil je anoniem je verhaal kwijt? Bij de MIND Hulplijn, de landelijke hulplijn voor psychische vragen, zitten professionals klaar van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 21.00 uur. Je belt 0900-1450, of je chat of mailt. De Luisterlijn is er dag en nacht en werkt met getrainde vrijwilligers; die bereik je op 088-0767000.

Tips voor naasten

Als iemand in je omgeving een angststoornis heeft, is het soms lastig om goed te reageren. Je kunt je vaak niet voorstellen waar die ander nu zo bang voor is. Deze vier dingen helpen.

  • Neem de angst serieus, ook als je hem zelf niet voelt. Zeggen dat het wel meevalt, helpt niet.
  • Blijf de ander uitnodigen om dingen te ondernemen, zonder te dwingen. Spreek vooraf af wat jullie doen als het te veel wordt.
  • Help de ander inzien dat professionele hulp de moeite waard is, als die er nog niet is.
  • Let ook op jezelf. Wordt het je te veel, zoek dan zelf steun. Je bent geen behandelaar.

Veelgestelde vragen over angststoornissen

Hoeveel mensen hebben een angststoornis?

In het onderzoek van het Trimbos-instituut onder Nederlanders van 18 tot en met 75 jaar had 15 procent in het afgelopen jaar een angststoornis. Dat is ongeveer een op de zeven volwassenen. Ruim een kwart kreeg er ooit in het leven mee te maken.

Kun je doodgaan aan een paniekaanval?

Nee. Een paniekaanval voelt levensbedreigend, maar hij gaat altijd over: meestal binnen een paar minuten en zelden na meer dan een halfuur. Herken je de klachten niet of zijn ze veel heftiger dan anders, bel dan je huisarts om andere oorzaken uit te sluiten.

Is een dwangstoornis een angststoornis?

Niet meer. Sinds 2013 staat de dwangstoornis in het internationale handboek voor psychische aandoeningen in een eigen hoofdstuk, los van de angststoornissen. Angst speelt er wel een grote rol in, en dat is de reden dat veel sites hem er nog bij rekenen.

Wie mag de diagnose angststoornis stellen?

Een psychiater of een gz-psycholoog. Je huisarts is het eerste aanspreekpunt en verwijst je door. Een gz-psycholoog is een psycholoog met een erkende vervolgopleiding in de gezondheidszorg.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • Trimbos-instituut, Prevalentie van psychische aandoeningen uit het onderzoek NEMESIS-3 (veldwerk 2019 tot en met 2022) en Cijfers per aandoening: de 15 procent in het afgelopen jaar, het aandeel van ruim een kwart ooit in het leven en de indeling in vijf angststoornissen, namelijk paniekstoornis, agorafobie, sociale fobie, specifieke fobie en gegeneraliseerde angststoornis.
  • Thuisarts.nl, de publiekssite van de Nederlandse huisartsen, Angststoornis. Draagt de omschrijving van de klachten en de route via de huisarts.
  • Thuisarts.nl, Ik heb gegeneraliseerde angststoornis. Draagt de twee momenten om contact op te nemen, de cognitieve gedragstherapie met exposure en de zelfhulpadviezen.
  • Thuisarts.nl, Ik heb paniekstoornis. Draagt de duur van een paniekaanval en het verschil met agorafobie.
  • MIND Hulplijn en De Luisterlijn. Dragen de telefoonnummers en de bereikbaarheid.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk