fbpx

De basis van opvoeden

Opvoeden is een onderwerp waar veel over wordt gesproken en geschreven. Er zijn talrijke mooie verhalen te lezen over ouders en hun kinderen en er kunnen lange discussies over worden gevoerd. Deze gaan vaak in op de details van opvoeden, maar in the end begint het bij de basis. Wat je als ouder doet om je kind op te voeden, kan worden opgesplitst in vier basisdimensies. Wat zijn die precies? In dit artikel nemen we je, vanuit de pedagogiek, daarin mee. 

Lees verder na de afbeelding.

De basis van opvoeden

De definitie van opvoeden

Om de basisdimensies van opvoeden te kunnen behandelen, is het goed om te beginnen bij de definitie van opvoeden. Waar hebben we het precies over? 

Van Dale hanteert de definitie ‘lichamelijk en geestelijk vormen’ en het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) zegt dat ‘opvoeden inhoudt dat ouders hun kind begeleiden bij zijn of haar ontwikkeling tot iemand die zelfstandig kan meedoen aan de samenleving’. Opvoeden heeft dus betrekking op alle omgang tussen een ouder en een kind, met het uiteindelijke doel om het kind tot zelfontplooiing te laten komen en voldoende zelfvertrouwen, zelfstandigheid en zelfredzaamheid te laten ontwikkelen. Daardoor kan het uiteindelijk zijn eigen leven leiden.

De vier basisdimensies van opvoeden zijn ondersteuning bieden, instructie geven, controle uitoefenen en grenzen stellen. Als ouder pas je deze altijd in samenhang toe. Met die combinatie help je jouw kind allerlei ontwikkelingsfasen door, om zich uiteindelijk te ontwikkelen tot een zelfstandig, volwassen persoon. 

Ondersteuning bieden

Met het bieden van ondersteuning wordt bedoeld dat je liefde en zorg uit voor je kind. Je richt je daarbij zowel op het fysieke als het emotionele welzijn. Help je kind, toon interesse in en aandacht voor waar het mee bezig is, bemoedig en toon warmte en affectie. Hiermee bevorder je de ontwikkeling van je kind. 

Door warmte en affectie te bieden, laat je als ouder zien dat je emotioneel beschikbaar bent. Dat is een belangrijk element voor een positieve ontwikkeling van een kind. Sensitieve responsiviteit is daar nauw mee verbonden. Dat betekent dat je als ouder open staat voor de signalen van je kind, deze herkent en er op een passende manier op reageert. Je baby kijkt en wijst ergens naar, jij pakt het op, benoemt wat het is en geeft het eventueel aan. Dit stimuleert een positieve ontwikkeling, doordat jouw baby leert dat het met het geven van signalen invloed kan uitoefenen op de buitenwereld. 

Ook belonen en straffen is een vorm van ondersteuning bieden. Met een knuffel, opgestoken duim of sticker bekrachtig je jouw kind. Met een straf geef je aan dat bepaald gedrag juist niet gewenst is en ondersteun je het gewenste gedrag. Je maakt hierdoor duidelijk dat je blij wordt van het gewenste gedrag. Jouw zoon of dochter krijgt een goed gevoel als het jou blij maakt en is bovendien blij met de aandacht die jij geeft. 

De voorgaande voorbeelden gingen met name in op emotionele ondersteuning. Daarnaast kan je jouw kind ook materieel ondersteunen. Beide vormen hebben hetzelfde effect: een emotioneel goed gevoel bij jouw kind.

Instructie geven

In de ontwikkeling naar een zelfstandig en zelfredzaam persoon is het geven van instructies ook belangrijk. Je leert je kind daarmee wat ergens de bedoeling van is en welk gedrag in bepaalde situaties wordt verwacht. Zo leert het bepaalde kennis en ontwikkelt het vaardigheden. 

Je helpt jouw kind, door middel van het geven van instructies, van jongs af aan bij het ontwikkelen van die kennis en vaardigheden. Door na het spelen samen met je kind het speelgoed op te ruimen, leert het opruimen en zorgvuldig met spullen om te gaan. Een ander voorbeeld is een gezin met twee kinderen dat bij het avondeten elkaar steeds vertelt hoe hun dag was. Kinderen leren daardoor sociale vaardigheden. Is het ene kind aan het vertellen en praat het andere kind er doorheen, dan is het belangrijk dat je als ouder aangeeft dat de ander straks aan de beurt is. Het leert daardoor op zijn of haar beurt te wachten.

Instructies geef je als ouder zowel gevraagd als ongevraagd. Jonge kinderen moeten natuurlijk nog veel leren en hebben nog een hele ontwikkeling te doorlopen. Daarom zal je dit bij hen vaak ongevraagd doen. Ervaart jouw kind dat als positief, dan zal het ook vaker zelf aan jou vragen hoe het bijvoorbeeld een bepaalde situatie kan aanpakken. Hoe verder kinderen in hun ontwikkeling zijn, hoe meer ze zelf willen uitproberen. Dat zorgt er wel voor dat zij steeds vaker in situaties terechtkomen waarin ouders hen vanuit liefde en zorg willen beschermen en voor fouten willen behoeden. Het is belangrijk dat je als ouder je kind dan toch zoveel mogelijk zelf laat ontdekken.

Controle uitoefenen

Controle uitoefenen wordt vaak negatief opgevat en gezien als het stellen van strikte regels waar streng op wordt toegezien. Hierdoor wordt de bewegingsvrijheid en autonomie van een kind beperkt, wat een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van een kind. Het zorgt er vaak voor dat een kind onzeker wordt en steeds vaker in conflictsituaties terechtkomt.

Het uitoefenen van controle kan je alleen ook positief belichten. Deze opvoeddimensie houdt namelijk in je jouw kind uitlegt wat gewenst gedrag is en waarom dat gewenst is, aanwijzingen en suggesties geeft en een beroep te doen op de zelfstandigheid van je kind. Je stelt daarmee duidelijke regels. Bij overtreding straf je jouw kind en leg je uit waarom je dat doet. Gewenst gedrag beloon je. Zo krijg je, in openheid en zonder de autonomie in te perken, jouw kind mee in het gewenste gedrag. Je laat hierbij de verantwoordelijkheid voor het gedrag dat het daadwerkelijk laat zien, bij jouw kind. Door zo te handelen, stel jij je gelijkwaardig op aan en houd je rekening met jouw kind.

Deze positieve manier van controle uitoefenen stimuleert een positieve ontwikkeling. Je biedt jouw kind de ruimte om te experimenteren met gedrag. Het kan zelf sturen en zal daardoor uiteindelijk zelfstandiger worden.

Grenzen stellen

De vierde en laatste basisdimensie van opvoeden gaat in op iets wat in de voorgaande dimensies ook regelmatig aan bod kwam: het stellen van grenzen door middel van straffen en belonen. Het heeft betrekking op de manier waarop je dit als ouder doet. 

Een voorwaarde voor het stellen van grenzen is dat je dit consequent doet. Geef je aan dat bepaald ongewenst gedrag, bepaalde gevolgen heeft, dan moet je daar ook standvastig in zijn. Over het algemeen wordt dat gezien als het lastigste onderdeel van opvoeden. Ouders zijn namelijk vaak bang dat een kind hem of haar niet meer aardig zal vinden als het hem of haar straft. Een kind kan inderdaad boos worden, maar heeft juist enorm baat bij het stellen van grenzen en daar consequent naar handelen. Het weet daardoor waar het aan toe is en voelt hierdoor liefde, betrokkenheid en zich serieus genomen. 

Grenzen stellen en hier consequent naar handelen, leert je kind dat gedrag gevolgen heeft. Het leert omgaan met eisen die door de maatschappij worden gesteld, gedrag afstemmen op een situatie en rekening houden met anderen. Andersom leert het ook zelf grenzen te stellen. 

Een andere voorwaarde voor het goed stellen van grenzen, is dat een straf niet wordt gegeven vanuit frustratie. De straf is dan namelijk vaak niet in overeenstemming met het ongewenste gedrag. Het kan daardoor zijn doel misschieten.

Tot slot is het van belang om je zowel te richten op het gewenste als op het ongewenste gedrag. Het komt vaak voor dat ouders vooral ongewenst gedrag bestraffen, maar het gewenste gedrag minder belonen. Ongewenst gedrag valt ongemerkt toch meer op, waardoor daar meer aandacht naar uit gaat. Hierdoor kan je in een negatieve spiraal terechtkomen. Merk je dat dit aan de hand is? Probeer ongewenst gedrag dan te negeren in plaats van het te bestraffen én beloon gewenst gedrag meer. Naast dat je kind jou graag blij wil maken, vind het jouw aandacht ook fijn. Krijgt het dat niet met ongewenst gedrag en wel veel met gewenst gedrag, dan zal het dat meer laten zien.

Meer dan alleen bij opvoeden

Deze vier dimensies hebben betrekking op opvoedsituaties, maar kunnen ook breder gezien worden. Ook in school- en werksituaties komen de dimensies namelijk veel voor. Merkt een teamleider bijvoorbeeld dat medewerkers vaak te laat zijn bij een teamvergadering, dan is het belangrijk dat deze dit aangeeft en uitlegt dat dit niet de bedoeling is. Praat een student continu door een college heen, dan kan een docent ervoor kiezen om de student eruit te sturen. Het verstoort namelijk de les. 

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.