Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

De gulden omrekenen naar euro en inwisselen tot 2032

De gulden was tot 2002 het geld van Nederland. Eén gulden is € 0,45 waard, en de meeste biljetten wissel je nog in tot 1 januari 2032.

Gepubliceerd op 13 minuten lezen
Handen van een vrouw sorteren oude munten uit een blikken koektrommel op een houten zoldervloer

De koers staat vast: 2,20371 gulden is één euro. Zo rekent de Europese Centrale Bank, de bank die de euro beheert voor de eurolanden. Een briefje van 100 gulden is daarmee € 45,38 waard. Toch kocht je er in 1960 evenveel voor als nu voor ruim € 400, zo rekenden wij uit. Begin 2027 is het 25 jaar geleden dat de euro in de portemonnee kwam. Vind je bij het leegruimen van een ouderlijk huis nog een envelop met guldens? Dan lees je hier wat je ermee kunt. Meer over geld en prijzen staat in het kennisgebied Financieel.

Hoeveel euro is een gulden?

Eén gulden is € 0,45. Je rekent guldens om door het bedrag te delen door 2,20371. De Europese Centrale Bank, kortweg de ECB, noemt dat een vaste omrekeningskoers. Hij verandert nooit meer. Voor een snelle som uit je hoofd deel je door 2,2.

In de tabel hieronder staan bedragen die je vroeger vaak in handen had.

In guldensIn euro
1 gulden€ 0,45
2,50 gulden, de rijksdaalder€ 1,13
10 gulden€ 4,54
25 gulden€ 11,34
100 gulden€ 45,38
1.000 gulden€ 453,78
Bron: Europese Centrale Bank, vaste omrekeningskoers van de gulden. De bedragen in euro zijn onze eigen berekening.

Dit is de waarde op papier. Wat je er vroeger voor kon kopen, is een tweede som.

Wat is een gulden van toen nu waard?

Honderd gulden uit 1960 is nu ongeveer € 411 waard, volgens onze berekening. Voor 100 gulden uit 2001 is dat ongeveer € 78. Prijzen stijgen namelijk bijna elk jaar. Wil je weten wat een oud bedrag nu voorstelt, dan reken je in twee stappen. Eerst zet je de guldens om in euro. Daarna tel je de prijsstijging sinds dat jaar erbij op.

Voor de tweede stap gebruik je de prijsindex van het CBS. Het CBS is het Centraal Bureau voor de Statistiek, het statistiekbureau van de overheid. De prijsindex is een getal dat laat zien hoe duur het dagelijks leven is, vergeleken met een eerder jaar. Het CBS heeft een reeks die loopt van 1900 tot en met 2025.

In de tabel hieronder zie je wat 100 gulden uit zes verschillende jaren nu voorstelt. De middelste kolom rekent alleen om naar euro. In de rechterkolom staat hoeveel euro je in 2025 nodig had om hetzelfde te kopen.

Jaar100 gulden omgerekendNodig in 2025 voor hetzelfde
1950€ 45,38ongeveer € 545
1960€ 45,38ongeveer € 411
1970€ 45,38ongeveer € 271
1980€ 45,38ongeveer € 134
1990€ 45,38ongeveer € 105
2001€ 45,38ongeveer € 78
Bron: CBS, consumentenprijsindex met 1900 als beginjaar, cijfers tot en met 2025. De bedragen zijn onze eigen berekening.

Een weekloon uit 1960

Stel dat je oma in 1960 een weekloon van 100 gulden kreeg. Omgerekend lijkt dat € 45, een fooi. Maar volgens onze berekening kocht ze er evenveel voor als jij in 2025 voor ruim € 400. Het verschil komt door 65 jaar prijsstijging.

Verder terug dan 1900 werkt de som niet

Over de jaren voor 1900 heeft het CBS geen reeks. Een bedrag uit de zeventiende eeuw kun je dus niet op deze manier omrekenen. Hoe je zulke oude bedragen dan wel kunt wegen, staat in ons artikel over Rembrandt en zijn faillissement.

Ook na 1900 zijn de bedragen een benadering. Dat zegt het CBS er zelf bij, want de lange reeks is gemaakt door oudere reeksen aan elkaar te koppelen. Reken dus niet op de euro nauwkeurig.

Werd alles twee keer zo duur door de euro?

Nee. Vanaf januari 2002 nam de prijsstijging juist af, zo mat het CBS. In 2007 schreef het daarover: “Terwijl veel consumenten beweerden dat de prijzen schrikbarend waren gestegen concludeerde het CBS dat vanaf januari 2002 de inflatie juist begon te dalen.” Inflatie is het duurder worden van het dagelijks leven.

Waarom voelde alles dan toch duurder? Het CBS noemt een paar oorzaken. De eerste is verwachting. De Europese Commissie liet dat in november 2001 onderzoeken. Zij is het dagelijks bestuur van de Europese Unie. Zeven op de tien inwoners van de eurolanden dachten toen al dat de prijzen zouden stijgen. Wie een prijsstijging verwacht, ziet hem daarna ook sneller, zelfs als hij er niet is. De tweede oorzaak is dat veel mensen in guldens bleven denken. Zij vergeleken de prijs van vandaag met een prijs van jaren terug. Dat geeft vanzelf een te hoge schatting, schrijft het CBS.

Helemaal uit de lucht gegrepen was het gevoel niet. Het CBS haalt Zalm aan, toen minister van Financiën. In 2005 zei hij dat de prijzen in sommige sectoren wel waren verhoogd, zoals in de horeca. Maar in het algemeen was de inflatie volgens hem alleen gedaald.

Waarom keer twee niet meer klopt

Wie een prijs van nu keer 2,2 doet, vergeet 24 jaar prijsstijging. Wij legden twee periodes van 24 jaar naast elkaar. De eerste loopt van 1977 tot 2001. De tweede begint in 2001 en eindigt in 2025. In de guldenjaren stegen de prijzen volgens onze berekening met 97 procent. Voor de eurojaren komen we op 72 procent. De prijzen liepen dus harder op toen we nog met guldens betaalden.

Wat betekent dat aan de kassa? Neem iets wat in 2025 één euro kostte. In 2001 kostte dat ongeveer 1,28 gulden, zo rekenden wij uit. Dat is een gemiddelde: een brood of een biertje kan anders uitpakken. Wil je een prijs van nu vergelijken met de guldentijd, vermenigvuldig dan met ongeveer 1,3. Met 2,2 kom je veel te hoog uit.

Ons oordeel: omrekenen naar guldens is na bijna 25 jaar vooral een manier om jezelf te laten schrikken. Neem een kop koffie van € 3,50. Met 2,2 lijkt dat 7,70 gulden. In prijzen van 2001 is het ongeveer 4,50 gulden. Waarom prijzen blijven stijgen, lees je in ons artikel over waarom alles steeds duurder wordt.

Guldens inwisselen kan nog tot 2032

De meeste guldenbiljetten kun je inwisselen tot 1 januari 2032. Dat is de laatste inleverdatum die De Nederlandsche Bank noemt. Je hebt dus nog ruim vijf jaar. Inwisselen doe je bij die bank zelf. Het is de centrale bank van Nederland, afgekort DNB. Je eigen bank doet het niet, en de ECB ook niet.

Negen biljetten doen nog mee, zoals het tientje met de ijsvogel en het briefje van 250 met de vuurtoren. Voor drie oude biljetten ben je te laat. De twee briefjes van 5 gulden met Vondel erop kon je inleveren tot en met 30 april 2025. Dat gold ook voor het briefje van 25 gulden met Sweelinck. Of jouw biljet meedoet, zie je in het overzicht op de site van DNB.

Zo lever je een guldenbiljet in

Je doet eerst een aanvraag bij DNB. Pas daarna stuur je de biljetten op, of je levert ze op afspraak in. DNB rekent geen kosten. Opsturen met de post is wel op eigen risico.

Niet voor elk biljet krijg je geld. Heb je een guldenbiljet na 27 januari 2002 gekocht? Dan betaalt DNB er niets voor. Dat geldt ook voor biljetten die je na die datum als betaling hebt aangenomen of via je beroep of bedrijf hebt gekregen. Een biljet dat al die jaren in een la lag, valt daar niet onder.

Eind 2024 waren er nog 34 miljoen guldenbiljetten niet ingeleverd, meldde DNB in januari 2025. De drie biljetten die nu zijn vervallen, telden toen nog mee.

Munten kun je nergens meer inwisselen

Munten van de gulden kun je sinds 1 januari 2007 niet meer inwisselen. Het ministerie van Financiën regelde het inwisselen in drie stappen. Eerst kon je munten gratis inleveren bij je eigen bank, tot 1 april 2002. Daarna mocht de bank kosten rekenen, tot 1 januari 2003. Vanaf dat moment kon je alleen nog bij DNB terecht, tot 1 januari 2007.

Een pot met kwartjes en dubbeltjes is dus geen geld meer.

Bij biljetten is Nederland strenger dan Duitsland en België

In Duitsland en België kun je oude biljetten onbeperkt inwisselen. Nederland heeft een einddatum. In de tabel hieronder staat tot wanneer je in vier landen oud geld kunt of kon inwisselen.

Land en oude muntBiljetten totMunten tot
Nederland, gulden1 januari 20321 januari 2007
Duitsland, markonbeperktonbeperkt
België, frankonbeperkt31 december 2004
Frankrijk, frank17 februari 201217 februari 2005
Bron: Europese Centrale Bank, omwisselen van nationale bankbiljetten en munten

Met guldens wacht je dus beter niet tot 2031. Daarna is een guldenbiljet alleen nog iets voor verzamelaars.

Wat zijn oude guldens waard voor verzamelaars?

Een vaste prijs voor verzamelaars kunnen wij niet geven. Een officiële prijslijst vonden wij niet. Prijzen van handelaren noemen wij hier niet. Wel kun je zelf nagaan waar de waarde van afhangt.

Het eerste is het metaal. De gulden was eeuwenlang van zilver. Vanaf 1967 werd hij van nikkel gemaakt. Dat schrijft het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, een woordenboek over de herkomst van woorden. Een zilveren gulden is dus altijd het zilver waard dat erin zit. Een nikkelen gulden heeft die bodem niet. DNB zegt dat je zilveren munten bij een handelaar kunt proberen te verkopen. Verder telt hoeveel er van een munt of biljet zijn gemaakt. Ook de staat doet ertoe.

Voor biljetten is er een ondergrens. Zolang DNB een biljet inwisselt, krijg je er daar in elk geval de waarde in euro voor. Verkoop een briefje van 100 gulden dus niet voor minder dan € 45. Die bodem geldt alleen voor wie het biljet al had. Wie het van je koopt, krijgt er bij DNB niets voor.

De gulden van florijn tot euro

De gulden heeft bijna zeven eeuwen bestaan, als je telt vanaf rond 1325. De naam betekent letterlijk gouden. De eerste guldens waren namelijk gouden munten. Het waren kopieën van de florijn uit de Italiaanse stad Florence. Dat staat in de Etymologiebank. Die website bundelt woordenboeken, zoals het Etymologisch Woordenboek. De site draait bij het Instituut voor de Nederlandse Taal. Dat wetenschappelijke instituut bestudeert het Nederlands.

In de tabel hieronder staan de jaren waarin de gulden veranderde, van de eerste gouden munt tot het einde van het inwisselen.

JaarWat er gebeurde
1252Florence slaat gouden munten, de florijnen
rond 1325de florijn wordt in de Nederlanden nagemaakt
1542er komen zilveren munten van vrijwel dezelfde waarde
1694de zilveren gulden wordt het betaalmiddel voor het hele land
1816de cent komt erbij, als honderdste deel van een gulden
1967de gulden is voortaan van nikkel
1 januari 1999de euro wordt ingevoerd, eerst alleen als rekenmunt
1 januari 2002eurobiljetten en euromunten komen in omloop
28 januari 2002met guldens kun je niet meer betalen
1 januari 2032uiterste datum voor het inwisselen van biljetten
Bron: Etymologiebank, Europese Centrale Bank en De Nederlandsche Bank

Van 20 stuivers naar 100 cent

Een gulden was vroeger 20 stuivers. De verdeling in 100 cent kwam in 1816, onder koning Willem I. De zilveren gulden van 1694 is ouder. Hij komt uit de zeventiende eeuw, de tijd van de Gouden Eeuw.

In 2002 kreeg de euro biljetten en munten, in 12 landen tegelijk. De ECB noemt dat de grootste overgang naar ander geld ooit. Misschien volgt er nog een stap: Europa werkt aan de digitale euro, een digitale vorm van contant geld.

Waar het teken voor de gulden vandaan komt

Het teken voor de gulden komt van het woord florijn. Het is een f, of de letters fl. Dat lijkt vreemd, want gulden begint met een g. Het gewone woord voor de munt werd in het Nederlands gulden, maar de afkorting bleef bij florijn. Op een prijskaartje stond dus f 2,50.

Het Etymologisch Woordenboek noemt de Hongaarse forint als enige moderne munt die nog naar de florijn heet. Toch is er nog een: Aruba betaalt met de florin.

Waar dubbeltje en knaak vandaan komen

Een dubbeltje is een dubbele stuiver. Van knaak is de herkomst onbekend. We zeggen nog steeds dat iets een dubbeltje op zijn kant is. In de tabel hieronder staat per naam wat de munt of het biljet waard was en waar het woord vandaan komt.

NaamWaardeHerkomst van het woord
stuiver5 cental rond 1380 de naam van een kleine munt
dubbeltje10 centeen dubbele stuiver, dus twee stuivers
kwartje25 centeen kwart van een gulden
heitje25 centvan het Jiddische hei, vijf: vijf stuivers
piek1 guldenvan het Franse pique
rijksdaalder2,50 guldenvan de Duitse Reichstaler, 50 stuivers
knaak2,50 guldenuit de dieventaal, verdere herkomst onbekend
joetje10 guldenvan de Hebreeuwse letter met de waarde tien
geeltje25 guldenhet biljet was oorspronkelijk geel
Bron: Etymologiebank

Het heitje komt uit het Jiddisch. Dat is een taal van Joden in Europa. Ook het joetje komt uit die taal. Het heitje werd bekend door de padvinderij. Die stuurde kinderen in de jaren 1950 de straat op met de leus ‘een heitje voor een karweitje’.

Bij piek geeft de Etymologiebank één aanwijzing: het woord komt van het Franse pique. Piek betekent lans en ook gulden. Hoe een lans een gulden werd, staat er niet bij.

Over het geeltje zijn de woordenboeken het niet eens. Het ene schrijft dat het gele biljet van 1861 tot 1921 in omloop was. Het andere houdt het op 1862 tot 1927. De bijnaam bleef, ook toen het biljet een andere kleur kreeg. DNB noemt ook het latere briefje met Sweelinck het geeltje.

Welke landen betalen nog met guldens?

Curaçao en Sint Maarten betalen nog met een gulden. Sinds 31 maart 2025 is dat de Caribische gulden. Dat meldt de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, de bank van beide landen samen. De nieuwe munt verving de Antilliaanse gulden. Hij volgt de Amerikaanse dollar en niet de euro: één dollar is 1,79 Caribische gulden. Met de vaste koers van de Nederlandse gulden heeft hij dus niets te maken.

Aruba heeft sinds 1 januari 1986 een eigen munt, de florin. Ook die staat op 1,79 per dollar, schrijft de Centrale Bank van Aruba.

Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba betaal je met de Amerikaanse dollar. Zo staat het in de wet over het geld op die eilanden.

Suriname had vroeger de Surinaamse gulden. Sinds 1 januari 2004 is de Surinaamse dollar daar het officiële betaalmiddel, meldt de Centrale Bank van Suriname.

Veelgestelde vragen over de gulden

Wat is 1 gulden waard?

Eén Nederlandse gulden is € 0,45. Eén euro is 2,20371 gulden. Die vaste koers staat bij de Europese Centrale Bank, de bank van de eurolanden. Wat je ervoor kon kopen, is een andere som. Wij rekenden dat na met de prijsindex van het CBS, het statistiekbureau van de overheid. Voor één gulden kocht je in 2001 wat in 2025 ongeveer € 0,78 kostte.

Wanneer kon je voor het laatst met guldens betalen?

Met guldens kon je betalen tot en met 27 januari 2002. Daarna was de gulden geen wettig betaalmiddel meer, schrijft De Nederlandsche Bank, de centrale bank van Nederland. Eurobiljetten en euromunten waren er toen al sinds 1 januari 2002.

Welke gulden is zeldzaam?

Een officiële lijst van zeldzame guldens vonden wij niet. Let zelf op het jaartal, het metaal en de staat van de munt. Een munt van zilver is in elk geval het zilver waard.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel