Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

NAVO: de 32 landen, artikel 5 en wat Nederland betaalt

De NAVO is een bondgenootschap van 32 landen die elkaar helpen bij een aanval. Wie lid is, wat artikel 5 zegt en wat Nederland betaalt.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Grijs marineschip ligt in herfstlicht aan de kade van een Nederlandse haven terwijl een fietser voorbijrijdt

De NAVO telt 32 leden sinds Zweden op 7 maart 2024 toetrad, zo staat in de ledenlijst van de NAVO zelf. De kern is artikel 5 van het verdrag: een aanval op één lid geldt als een aanval op alle leden. Dat klinkt al snel als een automatische oorlog. En wat Nederland betaalt, klinkt als miljarden die naar Brussel gaan. Geen van beide klopt. Elk land bepaalt zelf welke hulp het geeft, en aan de NAVO zelf betaalt Nederland ongeveer een tientje per inwoner per jaar. Meer uitleg over politiek en samenleving staat in het kennisgebied Maatschappelijk.

Waar de afkorting NAVO voor staat

NAVO staat voor Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. In het Engels heet dezelfde organisatie NATO, de North Atlantic Treaty Organization. NAVO en NATO zijn dus hetzelfde.

Het is een bondgenootschap: een groep landen die afspreken elkaar te verdedigen. De leden heten daarom bondgenoten. Twaalf landen tekenden het Noord-Atlantisch Verdrag op 4 april 1949 in Washington, en Nederland was er één van. Waarom die landen zich toen bedreigd voelden, lees je in ons artikel over de Koude Oorlog.

Een eigen leger heeft de NAVO niet. Wel heeft ze een paar gezamenlijke middelen, zoals radarvliegtuigen. Verder leveren de landen zelf hun militairen en wapens, en ze betalen die ook zelf. Het hoofdkwartier staat in Brussel.

Welke landen lid zijn van de NAVO

De NAVO begon met 12 landen en groeide in tien rondes naar 32. In de tabel hieronder staat per jaar welke landen erbij kwamen, en hoeveel leden de NAVO daarna telde.

JaarNieuwe ledenLeden daarna
1949België, Canada, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten12
1952Griekenland, Turkije14
1955Duitsland15
1982Spanje16
1999Hongarije, Polen, Tsjechië19
2004Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Slovenië, Slowakije26
2009Albanië, Kroatië28
2017Montenegro29
2020Noord-Macedonië30
2023Finland31
2024Zweden32
Bron: NAVO, ledenlijst, stand 2 oktober 2026.

Twee leden met een eigen verhaal

Frankrijk en IJsland zijn elk op hun eigen manier lid.

President De Gaulle haalde Frankrijk in 1966 uit de militaire commandostructuur. Dat is het deel van de NAVO waarin de legers samen worden aangestuurd. Uit de NAVO stapte Frankrijk niet: het bleef lid en praatte mee over de politiek. In april 2009 maakte het bekend dat het weer meedoet in de commandostructuur.

IJsland is al vanaf 1949 lid zonder leger. Het land heeft wel een kustwacht, schrijft de NAVO.

Wie erbij wil en hoe een land vertrekt

Een nieuw lid komt er alleen bij als alle leden het daarover eens zijn. Zo staat het in het verdrag. Daar staat ook dat het om een Europees land moet gaan. Drie landen hebben gezegd dat ze lid willen worden: Bosnië en Herzegovina, Georgië en Oekraïne. Dat schreef de NAVO op 3 oktober 2024. Oekraïne is dus geen lid, en artikel 5 geldt daar niet.

Weggaan kan ook. Een land zegt het verdrag op en is een jaar later geen lid meer. Geen land deed dat ooit. Dat kun je natellen: 12 oprichters en 20 nieuwe leden maken samen 32.

NAVO en EU zijn niet hetzelfde

De NAVO gaat over verdediging. De Europese Unie is een andere club, met 27 landen en eigen taken. Wie de twee ledenlijsten naast elkaar legt, ziet drie groepen. In de tabel hieronder staat welke landen bij beide horen en welke bij maar één van de twee.

GroepAantalLanden
Lid van NAVO en EU23België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden
Alleen EU4Cyprus, Ierland, Malta, Oostenrijk
Alleen NAVO9Albanië, Canada, IJsland, Montenegro, Noord-Macedonië, Noorwegen, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten
Bron: ledenlijsten van de NAVO en de Europese Unie, eigen vergelijking op 2 oktober 2026.

Voor een Ier of een Oostenrijker telt dat verschil: hun land valt niet onder artikel 5 van de NAVO.

Wat artikel 5 zegt en wat niet

Artikel 5 zegt dat een gewapende aanval op één lid in Europa of Noord-Amerika geldt als een aanval op alle leden. Daarna komt een stuk dat vaak wegvalt. Elk land helpt het aangevallen land met de actie die het zelf nodig vindt. In de Engelse tekst staat: such action as it deems necessary. Dat kan militair geweld zijn, maar het hoeft niet.

Artikel 5 verplicht dus tot hulp, niet tot meevechten. Een land kan soldaten sturen, maar ook wapens, geld of vliegtuigen voor bewaking. Het aangevallen land moet bovendien zelf om die hulp vragen of ermee instemmen.

Dat de tekst zo ruim is, is geen toeval. Toen het artikel eind jaren veertig werd geschreven, wilden de Europese landen een harde belofte. Bij een aanval zouden de Verenigde Staten dan automatisch hun leger sturen. De Amerikanen wilden die belofte niet doen, schrijft de NAVO. Wie zegt dat Nederland na een aanval op een bondgenoot vanzelf in oorlog is, zegt dus meer dan het verdrag.

Eén keer ingeroepen na 11 september 2001

Artikel 5 is in ruim 75 jaar één keer gebruikt. Op 12 september 2001, de dag na de aanslagen in de Verenigde Staten, kwam de raad van de NAVO bijeen. In die raad zitten alle leden. De raad besloot: als blijkt dat de aanval vanuit het buitenland is gestuurd, geldt artikel 5. Op 2 oktober 2001 stelde de raad vast dat het zo was.

De eerste hulp was bescheiden. Zeven radarvliegtuigen van de NAVO hielpen van oktober 2001 tot half mei 2002 het Amerikaanse luchtruim te bewaken. Ook Nederland hielp: het stelde in 2001 schepen en vliegtuigen beschikbaar voor de operatie in Afghanistan, schrijft de Rijksoverheid.

Wie in Nederland over meedoen beslist

Ook als artikel 5 geldt, beslist Nederland zelf wat het doet. Over de inzet van militairen beslist de regering. Zij heeft volgens de Grondwet het hoogste gezag over de krijgsmacht. De krijgsmacht is de landmacht, de marine, de luchtmacht en de marechaussee samen.

Toestemming vooraf van het parlement is alleen nodig voor een formele oorlogsverklaring. Die toestemming geven de Staten-Generaal. Dat zijn de Eerste en de Tweede Kamer samen. De toestemming hoeft niet als overleg door de oorlog zelf onmogelijk is.

Waar artikel 5 niet geldt

Het verdrag trekt ook een grens op de kaart. De hulpplicht geldt bij een aanval in Europa, Noord-Amerika of Turkije. Ze geldt ook voor de eilanden van de leden in het noorden van de Atlantische Oceaan. Hun schepen en vliegtuigen in dat gebied en op de Middellandse Zee tellen eveneens mee. Voor de eilanden en de oceaan ligt de grens bij de Kreeftskeerkring. Dat is een denkbeeldige lijn rond de aarde, ten noorden van de Caribische Zee.

Aruba, Curaçao, Bonaire en de andere Caribische eilanden van het Koninkrijk liggen ten zuiden van die lijn. Daardoor vallen ze buiten de bescherming van de NAVO. Dat schreef de Adviesraad Internationale Vraagstukken in 2020. Deze raad adviseert regering en parlement over buitenlands beleid. Voor de verdediging van de eilanden is het Koninkrijk volgens de raad aangewezen op bondgenoten als de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 4 komt vaker voor

Veel vaker dan artikel 5 gebruiken landen artikel 4. Daarmee vraagt een land om overleg, omdat het zich bedreigd voelt. Tot en met 23 september 2025 is dat negen keer gebeurd, telt de NAVO. De achtste en negende keer waren in september 2025. Polen vroeg overleg nadat Russische drones zijn luchtruim binnenkwamen. Estland deed dat nadat drie Russische straaljagers door zijn luchtruim vlogen. Overleg onder artikel 4 betekent niet dat artikel 5 volgt.

Wie de baas is bij de NAVO

Niemand is de baas over de leden. Het hoogste orgaan is de Noord-Atlantische Raad, waarin elk land een vertegenwoordiger heeft. In die raad wordt niet gestemd. Een besluit is er pas als geen enkel land bezwaar heeft. Dat heet consensus. Het kleinste lid kan een besluit dus net zo goed tegenhouden als het grootste.

De secretaris-generaal zit de raad voor. Sinds 1 oktober 2024 is dat Mark Rutte, de oud-premier van Nederland. De leden benoemen een secretaris-generaal eerst voor vier jaar, en dat kan worden verlengd. Regeringsleiders komen bijeen op een top, zoals in Den Haag in juni 2025 en in Ankara in juli 2026.

Wat Nederland betaalt

Aan de NAVO zelf betaalt Nederland ongeveer € 10 per inwoner per jaar, aan zijn eigen krijgsmacht ruim € 1.500. Bij de vraag wat Nederland betaalt, lopen drie bedragen door elkaar. Het eerste gaat naar de NAVO zelf. Het tweede is wat Nederland aan zijn eigen krijgsmacht uitgeeft, zoals de NAVO dat telt. Het derde is de defensiebegroting van het kabinet. In de tabel hieronder staan ze naast elkaar, ook omgerekend per inwoner.

BedragPer jaarPer inwoner
Bijdrage aan de NAVO zelf in 2026hoogstens € 186 miljoenongeveer € 10
Eigen krijgsmacht in 2026, schatting van de NAVO€ 27,9 miljardongeveer € 1.540
Defensiebegroting 2027 van het kabinet€ 28,9 miljardongeveer € 1.590
Bron: NAVO, Funding NATO en Defence Investment of NATO Countries 2014-2026; Rijksoverheid, Prinsjesdag 2026. De bijdrage aan de NAVO en de bedragen per inwoner zijn eigen berekeningen, met de 18,15 miljoen inwoners die het Centraal Bureau voor de Statistiek telde op 1 augustus 2026.

Een tientje per inwoner voor de NAVO zelf

De NAVO heeft eigen kosten. Denk aan het hoofdkwartier, de commandocentra en gezamenlijke bouwwerken zoals vliegvelden en brandstofleidingen. In 2026 is daar hoogstens € 5,3 miljard voor. De landen delen die kosten volgens een afgesproken verdeling, de verdeelsleutel. Die is gebaseerd op de omvang van hun economie. De sleutel van nu geldt voor 2026 en 2027. Nederland betaalt 3,5014 procent, en dat is hoogstens € 186 miljoen.

De Verenigde Staten en Duitsland betalen het meest: elk 14,9039 procent. Dat gelijke aandeel verrast, want de Amerikaanse economie is in de cijfers van de NAVO bijna zes keer zo groot als de Duitse. De sleutel is dus een afspraak, geen zuivere rekensom. Aan hun eigen leger geven de Verenigde Staten wel veel meer uit. In de schatting voor 2026 is dat 57 procent van al het defensiegeld van de NAVO-landen. Dat geld gaat niet naar de NAVO. De gezamenlijke pot was in 2025 maar 0,3 procent van wat de leden samen aan defensie uitgaven, schrijft de NAVO.

De eigen krijgsmacht is de echte rekening

Het grote geld gaat naar de eigen krijgsmacht. Volgens de NAVO gaf Nederland in 2014 € 7,8 miljard uit aan defensie. Dat was 1,12 procent van alles wat het land in een jaar verdient. Dat heet het bruto binnenlands product, afgekort bbp. Voor 2026 schat de NAVO de uitgaven op € 27,9 miljard, of 2,58 procent. Per inwoner is dat ongeveer € 128 per maand.

Bij het kabinet staan andere cijfers. In de begroting voor 2027 staat € 28,9 miljard, en dat is volgens de Rijksoverheid 2,13 procent van het bbp. Het parlement moet die begroting nog goedkeuren.

Het verschil zit onder meer in de manier van tellen. De NAVO gebruikt een eigen definitie, waarin ook de pensioenen van oud-militairen meetellen. Haar percentage rekent ze bovendien uit in prijzen van 2021, dus zonder de prijsstijgingen van daarna. Ze waarschuwt zelf: haar cijfers kunnen flink afwijken van de begroting van een land.

Daarnaast gaan de twee cijfers over verschillende jaren. En de uitgaven zijn in 2026 eenmalig hoger, schrijft het kabinet in de Miljoenennota. Dat is het stuk waarin het kabinet op Prinsjesdag zijn plannen en de kosten uitlegt. Het gaat onder meer om ongeveer € 9 miljard voor militaire pensioenen. De tabellen van de NAVO laten niet zien of die post is meegeteld.

Van 2 naar 5 procent

Op de top in Den Haag van 25 juni 2025 spraken de leden een nieuwe norm af. Uiterlijk in 2035 geven ze 5 procent van hun bbp uit aan defensie en veiligheid. Die 5 procent heeft twee delen. Minstens 3,5 procent is voor de krijgsmacht zelf. Hoogstens 1,5 procent mag naar zaken eromheen, zoals het beschermen van kabels en netwerken en de voorbereiding van burgers op een crisis. Wat Nederland op dat laatste punt regelt, lees je in ons artikel over schuilkelders in Nederland en Europa.

De oude norm was 2 procent. De ministers van Defensie spraken hem af in 2006, en de regeringsleiders herhaalden hem in 2014. In dat jaar haalden maar drie landen de 2 procent: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland.

Om de nieuwe norm te halen levert elk land elk jaar een plan in, en in 2029 kijken de leden opnieuw naar het tempo. De top in Ankara van 8 juli 2026 veranderde niets aan de norm. De landen zeiden daar dat ze de afspraak van Den Haag uitvoeren.

Wie de nieuwe norm al haalt

Vijf landen zitten in de schatting voor 2026 al boven de 3,5 procent voor de krijgsmacht: Litouwen, Estland, Letland, Polen en Griekenland. De tabel hieronder laat voor 11 landen zien welk deel van het bbp naar defensie gaat. Eerst staat het jaar 2014, daarna de schatting voor 2026. Naast die vijf staan er vier grote leden in, en Nederland en België.

Land20142026
Litouwen0,88%5,33%
Estland1,90%5,10%
Letland0,97%4,92%
Polen1,86%4,68%
Griekenland2,24%3,65%
Verenigde Staten3,71%3,17%
Duitsland1,16%2,69%
Nederland1,12%2,58%
Verenigd Koninkrijk2,13%2,56%
Frankrijk1,82%2,22%
België0,97%2,00%
Bron: NAVO, Defence Investment of NATO Countries 2014-2026, cijfers tot 3 juli 2026. De kolom 2026 is een schatting.

De Verenigde Staten zitten met 3,17 procent onder de 3,5 procent. Nederland staat met 2,58 procent op plaats 13 van de 31 landen in de cijfers. IJsland ontbreekt daarin. Alleen Slovenië blijft in de schatting onder de 2 procent. De nieuwe regering daar herziet haar plannen nog, meldt de NAVO.

Wat de nieuwe norm Nederland kost

Om de 3,5 procent te halen moet er in Nederland € 10 tot € 15 miljard per jaar bij, afhankelijk van hoe je meet. Volgens de NAVO zit Nederland op 2,58 procent. Naar 3,5 procent is dat ruim een derde meer. Bij de € 27,9 miljard van 2026 hoort dan bijna € 38 miljard per jaar. Dat is ongeveer € 10 miljard erbij.

Die 2,58 procent meet de NAVO in prijzen van 2021. Leg je de € 27,9 miljard naast wat Nederland in 2026 verdient, dan kom je met de cijfers van de NAVO zelf op 2,3 procent. Bij 3,5 procent hoort dan ruim € 42 miljard, en het gat is bijna € 15 miljard. Per inwoner komt het gat zo op € 550 tot ruim € 800 per jaar. Het echte bedrag valt hoger uit als de economie groeit en de prijzen stijgen.

Volgens de Miljoenennota van 15 september 2026 gaan de uitgaven naar 3,5 procent in 2035. In 2027 komt er ruim € 2 miljard bij, en dat loopt op tot ongeveer € 12 miljard in 2031. In dezelfde plannen staat een verhoging van belastingen en premies die het kabinet de vrijheidsbijdrage noemt. Wat die met je loon doet, lees je in ons artikel over Prinsjesdag.

Ons oordeel: wie vraagt wat Nederland aan de NAVO betaalt, kijkt naar het verkeerde bedrag. Het debat over de 5 procent gaat over de eigen begroting, en niet over een rekening uit Brussel.

Veelgestelde vragen over de NAVO

Welke vier EU-landen zijn geen lid van de NAVO?

Oostenrijk, Cyprus, Ierland en Malta zijn lid van de Europese Unie, maar niet van de NAVO. De andere 23 EU-landen zijn wel lid. Dat blijkt als je de ledenlijsten van de NAVO en de EU naast elkaar legt. Tot voor kort was het rijtje langer: Finland werd in 2023 lid van de NAVO en Zweden in 2024.

Is Oekraïne lid van de NAVO?

Nee. Oekraïne is een van de drie landen die lid willen worden, naast Bosnië en Herzegovina en Georgië, schrijft de NAVO. Artikel 5, de afspraak om elkaar te helpen bij een aanval, geldt alleen voor leden. Een nieuw lid komt er pas bij als alle 32 leden het eens zijn.

Moet Nederland meevechten als een NAVO-land wordt aangevallen?

Niet automatisch. Artikel 5 van het NAVO-verdrag zegt dat elk land helpt met de actie die het zelf nodig vindt. Dat kan militair geweld zijn, maar ook andere hulp. In Nederland beslist de regering over de inzet van militairen, want zij heeft volgens de Grondwet het hoogste gezag over de krijgsmacht. Alleen voor een formele oorlogsverklaring is vooraf toestemming van de Eerste en Tweede Kamer nodig.

Hoeveel betaalt Nederland aan de NAVO?

Aan de NAVO zelf betaalt Nederland 3,5014 procent van de gezamenlijke kosten. In 2026 is dat hoogstens € 186 miljoen, ongeveer € 10 per inwoner. Veel groter is wat Nederland aan zijn eigen krijgsmacht uitgeeft. De NAVO schat dat voor 2026 op € 27,9 miljard, 2,58 procent van het bruto binnenlands product. Die cijfers van de NAVO lopen tot 3 juli 2026.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk