Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

Belastingschijven 2027 en heffingskortingen doorgerekend

Bij de belastingschijven 2027 stijgen twee tarieven en de korting voor werkenden. Lees het voorstel en wat je per inkomen betaalt.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Vrouw haalt enveloppen uit de brievenbus bij de voordeur van een rijtjeshuis op een grijze herfstochtend

In 2027 betaal je 36,23 procent belasting over de eerste € 39.247 van je inkomen. Over het deel daarboven is het 38,16 procent, en over een hoog inkomen 49,50 procent. Zo staat het in het wetsvoorstel Belastingplan 2027 van 15 september 2026. De eerste twee tarieven zijn hoger dan in 2026. Toch betaal je bij hetzelfde loon meestal minder, want de korting voor mensen die werken stijgt. Ben je met pensioen, dan betaal je juist meer. Het kabinet kwam op 29 september al met een wijziging. Op 3 oktober 2026 is er nog niets aangenomen. Leg in januari dus niet alleen je loonstrook naast die van december. Kijk ook welke versie van het plan het is geworden. Meer over belasting en inkomen staat in het kennisgebied Financieel.

De belastingschijven van 2026 en 2027 naast elkaar

Een belastingschijf is een deel van je inkomen met een eigen tarief. Voor loon, uitkering en pensioen zijn er drie schijven. Dat inkomen heet box 1. Hoe de drie boxen van de inkomstenbelasting samenhangen, lees je in een apart artikel.

Hieronder staan de schijven van 2026 naast twee versies van 2027. De eerste is het Belastingplan 2027 zelf. Dat is het pakket belastingwetten dat het kabinet elk jaar op Prinsjesdag indient. De tweede versie is hetzelfde plan met een wijziging. Die kondigde het kabinet op 29 september 2026 aan in een brief. De laatste kolom is nu de uitkomst die wij verwachten. De cijfers gelden voor wie nog geen AOW krijgt. Dat is het pensioen dat je van de overheid krijgt.

Onderdeel20262027 wetsvoorstel2027 na de brief
Eerste schijf loopt tot€ 38.883€ 39.247€ 39.247
Tarief eerste schijf35,75%36,23%36,23%
Tarief tweede schijf37,56%38,16%38,16%
Hoogste tarief begint bij€ 78.426€ 78.426€ 80.578
Hoogste tarief49,50%49,50%49,50%
Bron: Belastingdienst voor 2026, wetsvoorstel Belastingplan 2027 van 15 september 2026 en Kamerbrief van 29 september 2026 voor 2027. Stand 3 oktober 2026: een voorstel, nog niet aangenomen.

Waarom twee tarieven omhooggaan

De tarieven gaan vooral omhoog omdat de zorgpremie omlaag gaat, schrijft het ministerie van Financiën. Het eigen risico is het bedrag dat je eerst zelf betaalt als je zorg nodig hebt. Dat zou omlaag gaan, maar dat gaat niet door. Daardoor wordt de zorgpremie lager. Daar zet het kabinet een hogere belasting op je inkomen tegenover.

In de eerste schijf gaat het tarief 0,48 procentpunt omhoog. In de tweede schijf is dat 0,60 procentpunt. Een procentpunt is het verschil tussen twee percentages. Van 35,75 naar 36,23 procent is dus 0,48 procentpunt erbij.

Ondernemersplein is de site van de overheid voor ondernemers. Daar staat op 3 oktober 2026 dat beide tarieven met 0,06 procent omhooggaan. De korte samenvattingen van het ministerie bij het Belastingplan zeggen het anders. Daarin staat dat het kabinet in augustus besloot de tarieven juist 0,06 procentpunt te verlagen. De stijging hierboven is de optelsom van alle besluiten.

Verdien je € 39.247 of meer, dan kost het hogere tarief in de eerste schijf je volgens onze berekening € 188 per jaar. Daar staan de kortingen tegenover. Die bepalen wat je echt betaalt.

De brief van 29 september schuift het hoogste tarief op

In het wetsvoorstel begint het hoogste tarief bij hetzelfde bedrag als in 2026. Het kabinet schreef op 29 september 2026 een brief aan de Tweede Kamer. Daarin staat een hogere grens: € 80.578. Verdien je meer dan dat, dan scheelt die grens je volgens onze berekening € 244 per jaar. Over een stuk van je loon betaal je dan 38,16 procent in plaats van 49,50 procent. Werk je, dan gaat daar meestal € 40 af. De korting voor werkenden stijgt in dezelfde brief namelijk minder.

In de wetstekst staat die wijziging op 3 oktober 2026 nog niet. De staatssecretaris van Financiën diende op 2 oktober wel een wijziging in, maar die herstelt alleen schrijffouten. Het kabinet moet de nieuwe grens dus nog in het wetsvoorstel zetten. Naar verwachting gebeurt dat vóór 12 oktober.

De grenzen groeien minder hard dan de prijzen

De grenzen en kortingen gaan in 2027 minder omhoog dan de prijzen. Het kabinet wil de prijsstijging maar voor 48 procent meetellen. Normaal schuiven de bedragen elk jaar helemaal mee met de prijzen. Dat heet de inflatiecorrectie. Zonder die correctie betaal je elk jaar meer belasting, terwijl je met je loon niet meer kunt kopen. Voor 2027 zou de correctie 2,6 procent zijn, schrijft het ministerie. Met 48 procent daarvan gaan de meeste bedragen 1,248 procent omhoog. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kortingen. Het kabinet noemt dit de vrijheidsbijdrage. Die levert de staat in 2027 volgens het ministerie € 1,5 miljard op.

De grens van de eerste schijf stijgt nog minder. Die volgt de prijzen volgens de wet maar voor driekwart. Van die driekwart telt het kabinet nu 48 procent mee. Zo gaat deze grens maar 0,94 procent omhoog. Zonder de ingreep kwam die grens volgens onze berekening uit op € 39.641. Verdien je rond dat bedrag en volgt je loon in 2027 precies de prijzen? Dan valt een groter stuk van je loon in de tweede schijf.

De heffingskortingen van 2027

Een heffingskorting is een korting op de belasting die je moet betalen. De algemene heffingskorting krijgt iedereen. De arbeidskorting krijg je als je werkt. De ouderenkorting krijg je vanaf het jaar waarin je AOW gaat krijgen. Hoe je de kortingen terugziet op je loon, leggen we uit in ons artikel over je loonstrook lezen.

Hieronder staan de kortingen met hun hoogste bedrag. Je ziet ook boven welk inkomen ze kleiner worden.

Korting20262027 wetsvoorstel2027 na de brief
Algemene heffingskorting, hoogstens€ 3.115€ 3.154€ 3.154
Algemene heffingskorting krimpt boven€ 29.736€ 30.910€ 30.910
Algemene heffingskorting krimpt per extra euro met6,398%6,638%circa 6,35%
Arbeidskorting, hoogstens€ 5.685€ 5.929€ 5.889
Arbeidskorting krimpt boven€ 45.592€ 47.834€ 47.834
Ouderenkorting, hoogstens€ 2.067€ 1.993€ 1.993
Ouderenkorting krimpt boven€ 46.002€ 46.577€ 46.577
Alleenstaande ouderenkorting€ 540€ 547€ 547
Bron: Belastingdienst voor 2026, wetsvoorstel Belastingplan 2027 en Kamerbrief van 29 september 2026 voor 2027. De € 5.889 en de circa 6,35 procent staan niet in de brief: dat zijn eigen berekeningen. Stand 3 oktober 2026, voorstel.

Hoe een korting groeit en weer krimpt

De algemene heffingskorting is het hoogst bij een laag inkomen. Verdien je meer, dan wordt zij kleiner. Waar het hoogste tarief begint, is zij op. In 2026 gaat er per € 1.000 extra inkomen € 64 af. In het wetsvoorstel is dat € 66. Na de brief van 29 september ligt het eindpunt verder weg. Dan gaat er nog ongeveer € 63,50 af. Dat getal noemt het kabinet niet: wij hebben het zelf uitgerekend.

De arbeidskorting groeit eerst. Zij stijgt mee met je loon tot het hoogste bedrag. Dat bereik je in het voorstel voor 2027 bij een loon van € 47.834. Daarboven gaat er van elke extra euro 6,51 cent af. De korting is opgebouwd in stappen. In het wetsvoorstel komt er bij elke stap € 173 bij. De brief van 29 september maakt daar € 133 van. Het nieuwe hoogste bedrag noemt het kabinet niet. Wij rekenden uit dat het € 5.889 wordt. Daarbij gaan wij ervan uit dat de € 133 ook bij elke stap geldt.

Twee grenzen die pas in november vaststaan

Twee bedragen uit de tabel zijn voorlopig, ook als de Kamer niets verandert. Het zijn de grenzen waarboven de algemene heffingskorting en de arbeidskorting krimpen. Beide volgen het wettelijk minimumloon, afgekort WML. Het ministerie noemt de grenzen “pas definitief na vaststelling van het WML in november 2026”.

Schijven en kortingen als je AOW krijgt

Krijg je AOW, dan betaal je in de eerste schijf een lager tarief. Je betaalt dan geen premie meer voor de AOW zelf. In 2026 is dat tarief 17,85 procent. In het wetsvoorstel voor 2027 is het 18,33 procent. De tweede en derde schijf zijn gelijk aan die van jongere mensen. Ben je geboren vóór 1946, dan loopt je eerste schijf in 2027 door tot € 41.637. Hoe de AOW en de AOW-leeftijd werken, staat in een apart artikel.

Ook je kortingen zijn anders. De algemene heffingskorting is voor jou in het wetsvoorstel hoogstens € 1.596. Daarnaast krijg je de ouderenkorting. Het kabinet wil die met € 100 verlagen, na de aanpassing aan de prijzen. Het hoogste bedrag daalt daardoor naar € 1.993. Krijg je de AOW voor alleenstaanden? Dan krijg je ook de alleenstaande ouderenkorting van € 547.

Nederland heeft geen belastingvrije som

De Belastingdienst rekent niet met een belastingvrije som. Dat is een vast bedrag waarover je geen belasting betaalt. De eerste schijf begint bij de eerste euro. Toch betaal je over een laag inkomen niets, want je kortingen zijn dan groter dan je belasting.

Tot welk inkomen je niets betaalt, kun je uitrekenen. Deel je kortingen door het tarief van de eerste schijf. Hieronder staat de uitkomst voor drie situaties.

SituatieGeen belasting tot (2026)Geen belasting tot (2027, voorstel)
Jonger dan de AOW-leeftijd, geen werk€ 8.713€ 8.705
AOW, alleenstaand€ 23.322€ 22.564
AOW, met partner€ 20.297€ 19.580
Bron: eigen berekening met de tarieven en kortingen van de Belastingdienst voor 2026 en uit het wetsvoorstel Belastingplan 2027. Afgerond op hele euro’s. Stand 3 oktober 2026, voorstel.

Woon je alleen en krijg je AOW? Dan zakt dat bedrag in onze som met € 758. Dat komt door het hogere tarief en de lagere ouderenkorting samen. Wie werkt, heeft ook de arbeidskorting. In 2026 betaal je met een baan daardoor niets tot een loon van ongeveer € 11.358, rekenden wij uit. Voor 2027 is dat nog niet uit te rekenen. Het wetsvoorstel noemt de lonen niet waarbij de eerste stappen van de arbeidskorting liggen.

Vier inkomens doorgerekend

Hieronder staat wat je in een heel jaar aan belasting betaalt bij vier inkomens. We rekenen met een belastbaar inkomen zonder aftrekposten. Dat is het loon of pensioen waarover je belasting betaalt. Aftrekposten zijn kosten die je van je inkomen mag aftrekken, zoals de rente op je hypotheek. De mensen met werk krijgen nog geen AOW. Zij hebben alleen de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. De vierde persoon is met pensioen en woont alleen.

Het eerste inkomen is € 50.000. Zo hoog is een modaal loon in 2027, verwacht het Centraal Planbureau (CPB). Dat is het rekeninstituut van de overheid. Modaal is het loon waarmee de overheid rekent. Let op: van zo’n loon is meestal iets minder belastbaar. Het ministerie rekent dan zelf met € 48.018.

Belastbaar inkomen20262027 wetsvoorstel2027 na de brief
€ 50.000 uit werk€ 10.860€ 10.648€ 10.633
€ 75.000 uit werk€ 23.477€ 23.475€ 23.388
€ 100.000 uit werk€ 37.289€ 37.316€ 37.112
€ 28.000 AOW en pensioen€ 835€ 996€ 996
Bron: eigen berekening met de tarieven en kortingen uit de tabellen hierboven. Belasting per jaar, afgerond op hele euro’s. Stand 3 oktober 2026, voorstel.

Modaal stap voor stap

Neem het inkomen van € 50.000 in het plan na de brief. Eerst komt de belasting per schijf. Daarna gaan de twee kortingen eraf.

StapBedrag
36,23 procent over de eerste € 39.247€ 14.219
38,16 procent over de overige € 10.753€ 4.103
Belasting zonder kortingen, afgerond€ 18.323
Eraf: algemene heffingskorting€ 1.942
Eraf: arbeidskorting€ 5.748
Je betaalt in 2027€ 10.633
Bron: eigen berekening voor het plan na de brief. Stand 3 oktober 2026, voorstel.

Dat is ruim 21 procent van je inkomen. In 2026 betaal je bij hetzelfde inkomen € 10.860. Je houdt dus € 227 per jaar meer over, bijna € 19 per maand.

Wat de uitkomsten laten zien

Wie werkt, betaalt bij een gelijk inkomen in 2027 meestal minder belasting dan in 2026. De hogere arbeidskorting maakt dan meer goed dan het tarief kost. Bij € 100.000 is dat in het wetsvoorstel nog niet zo, want daar komt er € 27 bij. Door de hogere grens uit de brief gaat er juist € 177 af. Alleen met een heel hoog loon betaal je meer. Verdien je meer dan ongeveer € 135.650? Dan is je arbeidskorting bijna of helemaal op, rekenden wij uit. Wat overblijft, is het hogere tarief.

Voor een lager loon rekenden we met cijfers van het ministerie. Heb je een brutoloon van € 30.000 en geen kinderen? Dan blijft er in 2026 volgens onze berekening € 1.973 belasting over. In het wetsvoorstel voor 2027 is dat € 1.855. Na de brief komt daar ongeveer € 40 bij, omdat de arbeidskorting minder stijgt.

Wie met pensioen is en € 28.000 krijgt, betaalt € 161 meer. Hij of zij heeft geen arbeidskorting. Het tarief stijgt en de ouderenkorting daalt.

Wat een extra euro je kost

Verdien je meer dan € 47.834, dan houd je van een loonsverhoging meestal minder dan de helft over. Dat komt door het tarief van je schijf. Daarnaast maakt elke extra euro je kortingen kleiner. Het deel dat je van een extra euro kwijt bent, heet het marginale tarief.

Reken mee voor een loon tussen € 47.834 en € 80.578, in het plan na de brief. Het tarief van de tweede schijf is 38,16 procent. De algemene heffingskorting krimpt volgens onze berekening met ongeveer 6,35 procent. De arbeidskorting krimpt met 6,51 procent. Samen is dat ongeveer 51 procent. Geeft je baas je er € 100 bruto per maand bij? Dan zie je daar ongeveer € 49 van terug.

Boven € 80.578 is het tarief 49,50 procent, maar je arbeidskorting krimpt daar nog door. Je bent dan 56,01 procent kwijt van elke extra euro, tot je arbeidskorting op is. Volgens onze berekening is dat bij een loon van ongeveer € 138.300.

Krijg je een toeslag, zoals huurtoeslag, dan loopt het verder op. Die wordt lager als je meer verdient. Volgens het ministerie is 83 procent van de mensen met werk in 2027 hoogstens 60 procent van een extra euro kwijt. In dat cijfer zitten belasting en toeslagen samen.

Wat de Kamer nog kan veranderen

Op 3 oktober 2026 staat geen van de bedragen voor 2027 vast, want de Tweede en Eerste Kamer moeten nog stemmen. Op 12 oktober praat de Tweede Kamer voor het eerst over de wetstekst.

Twee voorstellen uit de Kamer

Kamerleden kunnen de wetstekst wijzigen. Zo’n voorstel heet een amendement. Op 17 september dienden zij er twee in die de schijven raken.

Het eerste wil de inflatiecorrectie volledig toepassen. Om dat te betalen gaat de arbeidskorting minder omhoog, tot hoogstens € 5.816. Het tweede wil het tarief van de tweede schijf op 37,56 procent houden. Het hoogste tarief begint in dat voorstel bij € 79.537. Dat betalen mensen met een koophuis. Zij moeten een hoger bedrag voor hun huis bij hun inkomen tellen.

Ook het kabinet verwacht nog wijzigingen. Minister Heinen van Financiën zei op 1 oktober in de Tweede Kamer te denken dat er “waarschijnlijk een amendement komt om die arbeidskorting anders vorm te geven”.

Minder belasting is nog geen koopkracht

Ons oordeel: de belastingschijven zelf zeggen weinig over wat je betaalt. Het tarief stijgt voor iedereen. De kortingen bepalen wie meer of minder betaalt. In deze plannen betalen de meeste mensen met werk bij een gelijk loon minder belasting. Mensen met pensioen betalen meer.

Koopkracht is iets anders: wat je met je inkomen kunt kopen. Daarin tellen ook je loon en de prijzen mee. Het kabinet verwacht in de brief dat mensen met werk er in 2027 in doorsnee 0,1 procent op achteruitgaan. Mensen met pensioen gaan er 0,3 procent op vooruit. En elk overzicht dat je nu leest, ook dit, is een tussenstand. Reken pas met de bedragen als de Eerste Kamer in december heeft gestemd. Wat het kabinet verder voor 2027 wil, van zorgpremie tot kinderbijslag, staat in ons overzicht van de plannen van Prinsjesdag.

Veelgestelde vragen over de belastingschijven van 2027

Wanneer staan de belastingschijven van 2027 vast?

De belastingschijven van 2027 staan vast als de Eerste Kamer heeft gestemd. Dat gebeurt half december 2026. Volgens de Rijksoverheid stemmen de Tweede en Eerste Kamer in november en december over het Belastingplan 2027. Eind december staat de wet in het Staatsblad. Dat is het blad waarin de overheid nieuwe wetten bekendmaakt. Tot de Tweede Kamer stemt, kan zij de tarieven en de kortingen nog veranderen.

Wat is het verschil tussen een heffingskorting en een aftrekpost?

Een heffingskorting gaat van je belasting af, een aftrekpost van je inkomen. Een korting van € 100 scheelt je dus € 100 belasting. Een aftrekpost van € 100 scheelt je alleen de belasting over dat bedrag. Betaal je 38,16 procent, dan is dat € 38. Vaak komt daar een paar euro bij, omdat je algemene heffingskorting dan minder krimpt.

Wat zijn de tarieven van box 2 en box 3 in 2027?

Box 2 is voor wie een groot aandeel in een bedrijf heeft, zoals de eigenaar van een bv. In het Belastingplan 2027 is het tarief 24,5 procent tot € 69.703. Daarboven is het 31 procent. In een brief van 29 september 2026 stelt het kabinet een verlaging voor. Dat tweede tarief wordt dan vier jaar lang 29,2 procent. Box 3 gaat over spaargeld en beleggingen. Daar blijft het tarief in het voorstel 36 procent. Wat er met je vrijstelling gebeurt, lees je in ons artikel over box 3 in 2027.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel