Box 3 in 2027: heffingsvrij vermogen en wat je betaalt
Box 3 is de belasting op je spaargeld en beleggingen. Wat betaal je in 2027, en wordt je vrijstelling echt gehalveerd?

Nee, dat staat op 3 oktober 2026 in geen enkele wet. Bij het Belastingplan 2027 hoort de sleuteltabel, een lijst met bedragen van het ministerie van Financiën. Daarin staat voor box 3 een heffingsvrij vermogen van € 60.098 per persoon: het bedrag waarover je geen belasting betaalt. Het kabinet stelde op 29 september in een brief voor om die vrijstelling te verlagen naar € 30.846. Na kritiek van de Tweede Kamer kondigde de minister een nieuw voorstel aan. Reken dus eerst, en verplaats nog niets. Meer over geld en belasting staat in het kennisgebied Financieel.
Wat box 3 is en wie ermee te maken krijgt
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat over je vermogen gaat. De belasting op je inkomen is verdeeld over drie groepen, die boxen heten. Loon valt in box 1, spaargeld en beleggingen vallen in box 3. Hoe de drie boxen van de inkomstenbelasting samenhangen, lees je in een apart artikel.
In box 3 tellen je spaargeld, je beleggingen, een tweede woning en cryptomunten mee. De Belastingdienst kijkt naar één moment: 1 januari. Dat heet de peildatum. Wat je op 1 januari 2027 bezit, is het vermogen waarmee de Belastingdienst over 2027 rekent.
Een vast bedrag is vrijgesteld: het heffingsvrij vermogen. In 2026 is dat € 59.357 per persoon. Heb je een fiscale partner, dan is het samen € 118.714. Een fiscale partner is de persoon met wie je voor de belasting samen wordt geteld, bijvoorbeeld je echtgenoot.
Zo rekent de Belastingdienst in 2026
De Belastingdienst kijkt niet naar wat je echt verdiende, maar rekent met een vast percentage per soort vermogen. Dat heet het fictief rendement: de opbrengst waar de regels van uitgaan. In de tabel hieronder staan de percentages waarmee over 2026 wordt gerekend.
| Soort vermogen | Percentage in 2026 |
|---|---|
| Spaargeld en ander geld op de bank | 1,28% |
| Beleggingen, tweede woning en crypto | 6,00% |
| Schulden | 2,70% |
Eerst rekent de Belastingdienst je fictieve rendement uit. Daarna gaat het heffingsvrij vermogen van je vermogen af. Wat overblijft, is het deel van je vermogen waarover je betaalt. Hetzelfde deel van je fictieve rendement telt als inkomen in box 3. Daarover betaal je 36 procent.
Stel dat je € 100.000 spaargeld hebt en geen partner. Het fictieve rendement is 1,28 procent, dus € 1.280. Na aftrek van de vrijstelling blijft € 40.643 over. Dat is ruim 40 procent van je vermogen. Dus telt ook ruim 40 procent van die € 1.280 mee: € 520. De belasting is 36 procent daarvan: € 187 over 2026.
Wat er voor 2027 op tafel ligt
Voor 2027 liggen er op 3 oktober 2026 twee plannen, en geen van beide is wet. Het ene hoort bij een wetsvoorstel, het andere staat in een brief. Dat tweede plan past het kabinet alweer aan. Toch lees je op je telefoon dat je vrijstelling wordt gehalveerd, en denk je meteen aan de spaarrekening voor de verbouwing. Zo ver is het niet.
Het Belastingplan van Prinsjesdag
Het Belastingplan is het pakket belastingwetten dat het kabinet elk jaar op Prinsjesdag indient. Het bedrag voor box 3 staat niet in het wetsvoorstel zelf, maar in de sleuteltabel bij het plan. Die lijst geeft de tarieven en bedragen voor 2027. Er staat ook in wat een verandering de schatkist kost of oplevert. Volgens die lijst stijgt het heffingsvrij vermogen naar € 60.098 en blijft het tarief 36 procent. Wat er verder verandert, lees je in ons artikel over de plannen van Prinsjesdag.
De stijging is kleiner dan de inflatie. Normaal groeit de vrijstelling mee met de prijzen, en dat zou voor 2027 een stijging van 2,6 procent zijn. Het kabinet wil die correctie maar voor 48 procent toepassen, dus voor iets minder dan de helft. Dat staat wel in het wetsvoorstel. Zo komt de stijging uit op 1,25 procent. In euro’s is dat € 741 erbij. Met de volle correctie zou het volgens onze berekening ongeveer € 1.540 zijn geweest.
Een aparte maatregel voor box 3 zat er op Prinsjesdag niet in. Staatssecretaris Eerenberg van Financiën schreef op 15 september 2026 aan de Tweede Kamer waarom. Er was nog geen voorstel met genoeg steun in het parlement. Zijn woorden: “Daarom is nu geen maatregel in box 3 opgenomen in dit wetsvoorstel.”
De brief van 29 september
Twee weken later kwam het kabinet met een ander plan. In een brief van 29 september 2026 aan de Tweede Kamer staat dat het heffingsvrij vermogen in 2027 teruggaat naar het niveau van 2020. Dat is € 30.846 per persoon.
Dat is volgens onze berekening 49 procent minder dan de € 60.098 uit de sleuteltabel. Als rekensom klopt het woord halvering dus bijna. Als feit klopt het niet: het is een voorstel in een brief, geen wet.
In dezelfde brief staat een tweede maatregel. Het percentage voor beleggingen en andere bezittingen zou in 2027 met 1,5 procentpunt omhooggaan. Een procentpunt is het verschil tussen twee percentages: van 6 naar 7,5 procent is 1,5 procentpunt. Met de opbrengst wil het kabinet een deel van de kosten dekken van de overstap naar een nieuw stelsel in 2028.
Het debat van 1 oktober
De Tweede Kamer sprak twee dagen over de begroting, op 30 september en 1 oktober 2026. Het plan voor box 3 kreeg kritiek, vooral omdat kleine spaarders en beleggers meer zouden gaan betalen. Minister Heinen van Financiën zei daarop volgens het voorlopige verslag: “Er komt een nieuw voorstel. Dat zal voor het Belastingplan zijn.” Hij bedoelde: voordat de Kamer het Belastingplan behandelt. Hoe het nieuwe voorstel eruitziet, was op 3 oktober niet bekend.
In het debat dienden Kamerleden moties in. Een motie is een verzoek aan het kabinet waarover de Kamer eerst stemt. Een van die moties vraagt het kabinet af te zien van de lagere vrijstelling en het hogere percentage.
Box 3 in 2027 uitgerekend
In de tabel hieronder zie je wat een alleenstaande zonder schulden volgens onze berekening aan box 3 betaalt. Naast 2026 staan twee uitkomsten voor 2027: met de vrijstelling die bij het Belastingplan hoort, en met het voorstel uit de brief van 29 september.
| Vermogen op 1 januari | 2026 | 2027 Belastingplan | 2027 brief 29 september |
|---|---|---|---|
| € 50.000 spaargeld | € 0 | € 0 | € 88 |
| € 100.000 spaargeld | € 187 | € 183 | € 318 |
| € 50.000 beleggingen | € 0 | € 0 | € 516 |
| € 100.000 beleggingen | € 877 | € 861 | € 1.866 |
De percentages voor 2027 staan nog niet bij de Belastingdienst. We rekenen daarom met die van 2026. In de laatste kolom is het percentage voor beleggingen 7,5 procent: de 6 procent van 2026 plus de 1,5 procentpunt uit de brief. Valt dat percentage in 2027 hoger uit, dan stijgen die bedragen mee. Lees de kolommen voor 2027 dus als een schatting. Het kabinet past het voorstel uit de brief bovendien aan: de laatste kolom toont het zwaarste plan tot nu toe.
Met de vrijstelling uit de sleuteltabel betaal je in 2027 iets minder dan in 2026. Volgens de brief zou een belegger met € 100.000 ruim het dubbele betalen. Wie € 50.000 heeft, betaalt nu niets en zou dan wel gaan betalen.
Partners hebben samen twee keer de vrijstelling. Heb je samen € 150.000 spaargeld, dan betaal je over 2026 samen € 144. Volgens de brief zou dat in onze berekening € 406 worden.
Je werkelijke rendement doorgeven
Je mag de Belastingdienst laten rekenen met wat je vermogen echt opleverde. Dat heet de tegenbewijsregeling. De aanleiding is een reeks uitspraken van de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland. Was je werkelijke rendement lager dan het fictieve, dan moet de Belastingdienst van het werkelijke uitgaan. Sinds de aangifte over 2025 geef je het door in je gewone aangifte.
Bij je werkelijke rendement tellen rente en dividend mee. Dividend is het deel van de winst dat een bedrijf aan zijn aandeelhouders uitkeert. Ook wat je aandelen, crypto of tweede woning meer of minder waard werden, telt mee. Doorgeven is niet verplicht. Geef je het door, dan rekent de Belastingdienst op twee manieren en gebruikt hij de uitkomst die voor jou het voordeligst is.
Let op drie dingen. Bij het werkelijke rendement geldt geen heffingsvrij vermogen: de Belastingdienst kijkt naar je hele vermogen. Kosten mag je niet aftrekken, zoals de aankoopkosten van aandelen of het onderhoud van een tweede woning. Rente op een schuld in box 3 mag wel af. Kwam je over het jaar op verlies uit, dan wordt je rendement € 0. Dat verlies neem je niet mee naar een volgend jaar.
Wanneer doorgeven loont
Doorgeven loont als je vermogen minder opleverde dan de Belastingdienst uitrekent. Dat uitgerekende bedrag is je inkomen in box 3. Op je aanslag heet het je voordeel uit sparen en beleggen. In de tabel hieronder staat voor vier vermogens waar die grens in 2026 ligt, in euro’s en als percentage van je vermogen.
| Vermogen op 1 januari 2026 | Alleen spaargeld: loont onder | Alleen beleggingen: loont onder |
|---|---|---|
| € 80.000 | € 264 (0,33%) | € 1.238 (1,55%) |
| € 100.000 | € 520 (0,52%) | € 2.438 (2,44%) |
| € 150.000 | € 1.160 (0,77%) | € 5.437 (3,62%) |
| € 300.000 | € 3.080 (1,03%) | € 14.437 (4,81%) |
Voor spaarders loont het dus zelden. Met € 100.000 op de bank moet je volgens onze berekening minder dan € 520 rente hebben gekregen. Dat is een rente onder 0,52 procent. De Belastingdienst schrijft zelf dat die kans met alleen spaargeld klein is.
Voor beleggers ligt het anders. Stel dat je beleggingen van € 100.000 in een jaar 1 procent meer waard werden. Je werkelijke rendement is dan € 1.000. Daarover betaal je € 360, in plaats van € 877 volgens de vaste berekening. In een goed beursjaar verandert er niets: dan blijft de vaste berekening gelden.
Ons oordeel: wie belegt, vult zijn werkelijke rendement elk jaar in. Het kost je een avond met je jaaroverzichten. Meer belasting dan volgens de vaste berekening betaal je er nooit door.
Tweede woning en schulden in box 3
Een tweede woning in Nederland telt in box 3 mee voor de WOZ-waarde. Dat is de waarde die de gemeente voor een huis vaststelt. De Belastingdienst rekent ook hier met 6 procent over 2026. Stel dat je geen partner hebt en een vakantiehuis bezit met een WOZ-waarde van € 250.000, zonder ander vermogen. De belasting over 2026 is dan volgens onze berekening € 4.117. Volgens de brief van 29 september zou dat € 5.916 worden. Een lagere WOZ-waarde scheelt hier direct belasting. Hoe je bezwaar maakt tegen je WOZ-waarde, lees je in een apart artikel.
Kies je voor het werkelijke rendement, dan komt er sinds 2026 iets bij. Gebruik je de woning zelf, dan telt de Belastingdienst daarvoor een bedrag bij je rendement op. Je mag 5,06 procent van de WOZ-waarde nemen, voor het deel van het jaar dat je de woning kunt gebruiken. Bij een WOZ-waarde van € 250.000 komt dat neer op € 12.650 voor een heel jaar. De huur die je er normaal voor zou krijgen, mag ook.
Schulden verlagen je vermogen, maar niet helemaal. De eerste € 3.800 per persoon telt niet mee. Over de rest rekent de Belastingdienst 2,70 procent. Dat bedrag gaat van je fictieve rendement af.
Het nieuwe stelsel vanaf 2028
Vanaf 2028 moet box 3 anders gaan werken: je betaalt dan over je werkelijke rendement, zonder vaste percentages. Dat staat in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. De Tweede Kamer nam het op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer, die wetten als laatste goedkeurt of afwijst, besprak het op 30 juni 2026 en heeft nog niet gestemd.
De kritiek in beide Kamers gaat over het moment waarop je betaalt. In het wetsvoorstel betaal je elk jaar over de waardestijging van je aandelen, ook als je niets verkoopt. Dat heet vermogensaanwas. Bij vermogenswinst betaal je pas als je verkoopt. Voor huizen geldt die tweede vorm al in het voorstel: de waardestijging wordt belast bij verkoop, de huur elk jaar.
In de brief van 29 september kiest het kabinet voor vermogenswinst, ook voor aandelen en andere financiële beleggingen. Dat moet in 2028 ingaan. De overige bezittingen volgen in 2030. Daarvoor komt een novelle. Dat is een wetsvoorstel dat een ander voorstel aanpast dat al bij de Eerste Kamer ligt. De novelle moet volgens de brief voor 31 december door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Minister Heinen erkende in het debat dat het ook 2029 kan worden.
Van heffingsvrij vermogen naar heffingsvrij resultaat
In het nieuwe stelsel verdwijnt het heffingsvrij vermogen. Er komt een heffingsvrij resultaat voor terug: een bedrag aan opbrengst waarover je niets betaalt. In het wetsvoorstel is dat € 1.800 per jaar. De brief van 29 september verlaagt het naar € 1.000. Bij 2 procent rente is dat de opbrengst van € 50.000 spaargeld, rekent het kabinet voor. Ook die grens wordt aangepast, zei de minister op 1 oktober.
Wat je nu kunt doen
Verplaats geen geld op grond van een brief. Het enige wat wij op 3 oktober 2026 voor 2027 in een wetsvoorstel vonden, is de kleinere inflatiecorrectie uit het Belastingplan. Daarmee komt de vrijstelling volgens de sleuteltabel uit op € 60.098. Wie nu geld weggeeft of uitgeeft om onder € 30.846 te komen, loopt vooruit op een plan dat het kabinet zelf alweer aanpast.
Wat wel zin heeft, hangt samen met de peildatum. Wil je toch al geld aan een volwassen kind geven, doe dat dan voor 1 januari. Het telt dan in 2027 niet meer bij jou mee. Is je kind op 1 januari nog geen 18, dan telt de Belastingdienst zijn of haar vermogen bij dat van de ouders. Wat belastingvrij schenken in box 3 scheelt, hebben we apart uitgerekend.
Zet daarnaast deze momenten in je agenda:
- Op 6 oktober 2026 stemt de Tweede Kamer over de moties over box 3.
- Nog voordat de Tweede Kamer het Belastingplan behandelt, komt het kabinet volgens de minister met een nieuw voorstel voor box 3.
- In november en december 2026 stemmen beide Kamers over het Belastingplan 2027.
- In het voorjaar van 2027 doe je aangifte over 2026 en kun je je werkelijke rendement invullen.
Begin 2027 kun je een voorlopige aanslag krijgen. Dat is de schatting vooraf van wat je over dat jaar gaat betalen. Kijk dan met welke vrijstelling de Belastingdienst heeft gerekend.
Veelgestelde vragen over box 3 in 2027
Wordt het heffingsvrij vermogen in 2027 gehalveerd?
Dat staat op 3 oktober 2026 niet vast. Het kabinet stelde op 29 september in een brief voor om het heffingsvrij vermogen te verlagen naar € 30.846 per persoon. Dat is volgens onze berekening 49 procent minder dan de € 60.098 uit de sleuteltabel. Die lijst met bedragen hoort bij het Belastingplan 2027. Na kritiek van de Tweede Kamer kondigde minister Heinen van Financiën op 1 oktober een nieuw voorstel aan.
Is het nieuwe stelsel voor box 3 in 2028 al definitief?
Nee. De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 aan op 12 februari 2026. De Eerste Kamer heeft nog niet gestemd. Het kabinet wil het voorstel eerst aanpassen, zodat je over aandelen pas belasting betaalt als je ze verkoopt. Die aanpassing moet voor 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen om 2028 te halen.
Hoe wordt een tweede huis in 2027 belast?
Een tweede huis in Nederland valt in box 3 en telt mee voor de WOZ-waarde. Over 2026 rekent de Belastingdienst met een vast rendement van 6 procent en een tarief van 36 procent. Het kabinet wil dat rendement in 2027 verhogen met 1,5 procentpunt. Dat staat in een brief van 29 september 2026, en er is nog niet over beslist.
Hoeveel spaargeld mag je hebben zonder box 3 te betalen?
Over 2026 betaal je volgens de Belastingdienst geen belasting in box 3 als je vermogen op 1 januari niet hoger was dan € 59.357. Met een fiscale partner is dat samen € 118.714. Schulden gaan eerst van je vermogen af, op een drempel van € 3.800 per persoon na.
Loont het om je werkelijke rendement door te geven?
Voor beleggers in een slecht jaar wel, voor spaarders bijna nooit. Bij het werkelijke rendement geldt geen heffingsvrij vermogen, dus de Belastingdienst kijkt naar je hele vermogen. Heb je € 100.000 spaargeld? Dan loont het over 2026 volgens onze berekening alleen als je minder dan € 520 rente kreeg. De Belastingdienst gebruikt altijd de uitkomst die voor jou het voordeligst is.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Belastingdienst, Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend?, Wat is mijn werkelijk rendement?, Alleen spaargeld in box 3 en Bezittingen en schulden van uw minderjarige kinderen. De percentages, rekenstappen en vrijstelling van 2026, de regels voor het werkelijke rendement, en het vermogen van een kind onder de 18 dat bij de ouders telt.
- Rijksoverheid, Fiscale sleuteltabel 2027, Aanbiedingsbrief Belastingplan 2027, Wetsvoorstel Belastingplan 2027 en Plannen kabinet belastingen voor inkomen. De sleuteltabel met het heffingsvrij vermogen van € 60.098 en het tarief van 36 procent in 2027, het wetsvoorstel met de inflatiecorrectie van 48 procent, geen maatregel in box 3 op Prinsjesdag, en de stemmingen in november en december.
- Eerste Kamer, Brief van 30 september 2026 over de voorstellen op box 3, Wet werkelijk rendement box 3 en Gewijzigd voorstel van wet. De Kamerbrief van 29 september met € 30.846 als niveau van 2020, de 1,5 procentpunt en € 1.000, de stand van het wetsvoorstel en het heffingsvrij resultaat van € 1.800.
- Tweede Kamer, Algemene Financiële Beschouwingen afgerond, Voorlopig verslag van het debat van 1 oktober 2026 en Stemmingslijst week 41. De twee dagen van het debat, het nieuwe voorstel dat de minister aankondigde, het risico dat het 2029 wordt, en de moties waarover de Kamer stemt.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Financieel
Thuiswerkvergoeding 2027 wordt naar verwachting € 2,50De thuiswerkvergoeding is wat je werkgever per thuiswerkdag belastingvrij mag geven. Wat wordt de thuiswerkvergoeding 2027?
Voorlopige aanslag 2027 aanvragen, wijzigen en betalenEen voorlopige aanslag is een schatting vooraf van je inkomstenbelasting. Lees wat je voor de voorlopige aanslag 2027 nu al kunt doen.
Modaal inkomen 2027 bruto en netto per maand uitgerekendModaal is het loon waarmee de overheid rekent. Het modaal inkomen 2027 is naar verwachting € 50.000 bruto. Lees wat dat netto is.
Jaarruimte 2026 berekenen en tot wanneer je kunt stortenJaarruimte is het bedrag dat je in een jaar met belastingaftrek in een lijfrente mag storten. Zo reken je het uit voor 2026.