Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

AOW-leeftijd en bedrag: wanneer krijg je hoeveel AOW?

De AOW is het basispensioen van de overheid. Je AOW-leeftijd bepaalt wanneer je hem krijgt, en hoe je woont bepaalt hoeveel.

Team Kennisdomein Door 16 minuten lezen
Man van begin zestig leest aan de keukentafel een brief terwijl zijn partner over zijn schouder meekijkt

Ben je geboren tussen 1 januari 1961 en 30 september 1964, dan krijg je AOW vanaf 67 jaar en 3 maanden. Dat staat vast, meldt de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de instantie die de AOW uitbetaalt. Woon je alleen, dan is de volle AOW sinds 1 juli 2026 € 1.662,16 bruto per maand. Woon je samen, dan krijg je € 1.139,39 per persoon. Ben je later geboren, dan ligt je AOW-leeftijd nog niet vast. Een AOW-leeftijd van 68 jaar is voor niemand besloten. Meer over geld, belasting en uitkeringen staat in het kennisgebied Financieel.

Je AOW-leeftijd hangt af van je geboortedatum

Een collega van 59 vertelt bij de koffieautomaat dat ze tot haar 68e moet doorwerken. Ze is geboren in het voorjaar van 1967. Volgens de SVB wordt haar AOW-leeftijd waarschijnlijk 67 jaar en 6 maanden. En ook dat is nog een verwachting, geen besluit.

Voor iedereen die vóór 1 oktober 1964 is geboren, staat de AOW-leeftijd vast. Voor wie later is geboren, geeft de SVB een verwachting. Die rust op een prognose: hoe lang 65-jarigen in de toekomst gemiddeld nog leven. Elke nieuwe prognose kan de verwachting verschuiven. Je AOW gaat in op de dag dat je de AOW-leeftijd bereikt, zo staat het in de Algemene Ouderdomswet. Eerder laten ingaan kan niet.

Vastgesteld en verwacht per geboortedatum

In de tabel hieronder zie je per geboortedatum welke AOW-leeftijd vaststaat of wordt verwacht. De laatste kolom zegt in welke jaren die groep de AOW-leeftijd bereikt.

GeborenAOW-leeftijdVast of verwachtAOW vanaf
01-03-1957 tot en met 31-12-196067 jaarvast2024 tot en met 2027
01-01-1961 tot en met 30-09-196467 jaar en 3 maandenvastapril 2028 tot en met december 2031
01-10-1964 tot en met 30-09-196667 jaar en 3 maandenverwacht2032 en 2033
01-10-1966 tot en met 30-06-197067 jaar en 6 maandenverwacht2034 tot en met 2037
01-07-1970 tot en met 31-03-197367 jaar en 9 maandenverwacht2038 tot en met 2040
01-04-1973 tot en met 31-12-197568 jaarverwacht2041 tot en met 2043
01-01-1976 tot en met 30-09-197868 jaar en 3 maandenverwacht2044 tot en met 2046
01-10-1978 tot en met 30-06-198268 jaar en 6 maandenverwacht2047 tot en met 2050
01-07-1982 tot en met 31-03-198568 jaar en 9 maandenverwacht2051 tot en met 2053
01-04-1985 tot en met 31-12-198869 jaarverwacht2054 tot en met 2057
Bron: Sociale Verzekeringsbank, AOW-leeftijden per geboortedatum, laatste controle 1 mei 2026. De laatste kolom is onze eigen berekening.

De tabel van de SVB loopt door tot 70 jaar, voor wie tussen 1 april 1999 en 31 december 2000 is geboren. Hoe verder weg, hoe onzekerder die getallen zijn.

Zo rekent de wet je AOW-leeftijd uit

Tot en met 2025 staan de AOW-leeftijden als vaste treden in de Algemene Ouderdomswet. In 2013 was dat 65 jaar en 1 maand, in 2024 en 2025 67 jaar. Vanaf 2026 rekent de wet de leeftijd elk jaar uit met een formule. Je leest vaak dat de AOW-leeftijd al sinds 2013 aan de levensverwachting hangt. Dat klopt maar half. De stijging begon in 2013, maar de automatische koppeling telt pas vanaf 2026.

De formule gebruikt de resterende levensverwachting op 65 jaar. Dat is het aantal jaren dat 65-jarigen gemiddeld nog leven. Die prognose maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het statistiekbureau van de overheid. De wet vergelijkt de prognose met 20,64 jaar. Van elk jaar dat mensen langer leven, telt twee derde mee. Een jaar langer leven betekent dus acht maanden later AOW. Daar gaat af wat de AOW-leeftijd al boven de 67 ligt, want die stijging is al gebeurd.

Er zit een drempel in. Komt de uitkomst op minder dan drie maanden, dan blijft de leeftijd gelijk. Is het drie maanden of meer, dan gaat de leeftijd precies drie maanden omhoog. Meer dan drie maanden in één jaar kan dus niet. De leeftijd wordt telkens vijf jaar vooruit vastgesteld. Staat hij eenmaal vast, dan kan hij niet meer stijgen of dalen. Dat schreef de minister van Sociale Zaken in november 2025 aan de Tweede Kamer.

De rekensom voor 2031

Voor 2031 verwachtte het CBS een resterende levensverwachting van 21,02 jaar. Dat is 0,38 jaar meer dan 20,64. Twee derde daarvan is 0,253 jaar. De AOW-leeftijd stond in 2030 al 0,25 jaar boven de 67, dus die drie maanden gaan eraf. Wat overblijft is 0,003 jaar, ongeveer een dag. Voor een verhoging moest het drie maanden zijn. De AOW-leeftijd in 2031 bleef daarom 67 jaar en 3 maanden. De minister maakte dat op 7 november 2025 bekend.

Wanneer de leeftijd voor 2032 vaststaat

De AOW-leeftijd voor 2032 moet volgens de wet uiterlijk 1 januari 2027 vaststaan. Vorig jaar kwam de brief van de minister begin november, en dat is ook nu het moment om op te letten. Wij hebben de formule voor 2032 alvast doorgerekend. Om naar 67 jaar en 6 maanden te gaan, moet het CBS voor 2032 minstens 21,39 jaar voorspellen. Dat is 0,37 jaar meer dan de prognose voor 2031: ruim vier maanden erbij in één jaar. De SVB gaat in zijn verwachting uit van 67 jaar en 3 maanden voor 2032. Daar kun je op rekenen, maar zeker is het pas als de minister het bekendmaakt.

Waarom je steeds 68 hoort

Het getal 68 komt op drie plekken terug. Op geen ervan is het de AOW-leeftijd van nu.

De eerste plek is de verwachting van de SVB. Ben je op of na 1 april 1973 geboren, dan verwacht de SVB een AOW-leeftijd van 68 jaar of hoger. Die groep bereikt dat vanaf 2041. Het is een verwachting op basis van de huidige prognose. Ook voorbeeldsommen houden het getal in leven. Wijzer in geldzaken, een initiatief van het ministerie van Financiën, rekent in zijn uitleg over het AOW-gat met een AOW-leeftijd van 68.

De tweede plek is de pensioenrichtleeftijd. Dat is een leeftijd uit de belastingregels voor het pensioen dat je via je werk opbouwt. Hij blijft in 2027 op 68 jaar, schreef de minister in dezelfde brief. Sinds de nieuwe pensioenwet van 1 juli 2023 telt hij alleen nog in overgangsregels. Met je AOW heeft hij niets te maken.

Het plan voor een snellere stijging is van tafel

De derde plek is een plan uit het coalitieakkoord, de afspraken waarmee de regeringspartijen aan de slag gingen. Het kabinet wilde de AOW-leeftijd een-op-een laten meestijgen met de levensverwachting. Een jaar langer leven zou dan een jaar later AOW betekenen, in plaats van acht maanden. In mei stopte het kabinet met het geplande wetsvoorstel. Het wilde zo ruimte maken voor overleg met vakbonden en werkgevers. Op Prinsjesdag, 15 september 2026, heeft het kabinet de maatregel ook uit de begroting gehaald, meldt de Rijksoverheid.

Een nieuwe wet over de koppeling is er dus niet gekomen. De formule in de Algemene Ouderdomswet is nog dezelfde als hierboven. Wel praat het kabinet met vakbonden en werkgevers over de toekomst van de sociale zekerheid, volgens de minister zonder voorwaarden vooraf. Of daar een ander voorstel voor de AOW uit komt, is nog open.

Ons oordeel: wie vóór 1 oktober 1964 is geboren, weet het zeker: uiterlijk 67 jaar en 3 maanden. Ben je tussen 1 oktober 1964 en 30 september 1966 geboren, dan kun je daar volgens de SVB op rekenen. Vast staat het pas na de brief van de minister. Wie jonger is, plant beter met een marge dan met één getal, want de verwachting schuift met elke prognose een beetje mee.

Hoeveel AOW je krijgt

De AOW is niet voor iedereen even hoog. Het bedrag hangt af van je woonsituatie en van het aantal jaren dat je verzekerd was. De wet koppelt de AOW aan het minimumloon. Netto krijgt een alleenstaande 70 procent van het netto minimumloon, iemand die samenwoont 50 procent. De bedragen veranderen daarom elk half jaar, op 1 januari en 1 juli.

Wat je netto krijgt, hangt ook af van de loonheffingskorting. Dat is een korting op de belasting die een werkgever of uitkeringsinstantie elke maand verrekent. In de tabel hieronder zie je de volle AOW per maand sinds 1 juli 2026, bruto en netto, met en zonder die korting.

SituatieBruto per maandNetto met loonheffingskortingNetto zonder loonheffingskorting
Alleenstaand€ 1.662,16€ 1.581,55€ 1.285,22
Samenwonend of getrouwd, per persoon€ 1.139,39€ 1.084,13€ 880,96
Samenwonend of getrouwd, samen€ 2.278,78€ 2.168,26€ 1.761,92
Bron: Sociale Verzekeringsbank, bedragen AOW vanaf 1 juli 2026 voor wie in Nederland woont. Samen: twee keer het bedrag per persoon.

Met loonheffingskorting houdt de SVB op de AOW geen loonheffing in. Er gaat dan alleen 4,85 procent af voor de zorgverzekering. Die bijdrage betaal je naast de premie aan je zorgverzekeraar. Daarnaast bouw je vakantiegeld op: € 104,78 bruto per maand als je alleen woont en € 74,85 als je samenwoont. De SVB betaalt dat in mei uit.

Netto met of zonder korting

De hoogste nettobedragen gelden alleen als de SVB de loonheffingskorting toepast. Die korting mag je maar bij één inkomen laten verrekenen, schrijft de SVB. Heb je naast je AOW een pensioen van je werkgever, dan kies je zelf waar. Laat je de korting bij de SVB, dan houdt je pensioenfonds meer belasting in. Laat je hem bij je fonds, dan krijg je van de SVB € 1.285,22 als je alleen woont. Wat je in totaal overhoudt, hangt dus af van al je inkomen samen. De SVB kent dat totaal niet; de Belastingdienst kan je helpen kiezen.

Hoe je aanvullende pensioen de komende jaren verandert, staat in ons artikel over het nieuwe pensioenstelsel.

Wat er in 2027 verandert

De bedragen voor 2027 zijn er nog niet. Ze gaan op 1 januari mee met het minimumloon, en de SVB zet ze eind december op zijn site. Wel wil het kabinet de ouderenkorting in 2027 met € 100 verlagen. Dat is een belastingkorting voor wie de AOW-leeftijd heeft. Het is een voorstel uit de begroting, en de Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over stemmen. Wat Prinsjesdag voor 2027 betekent, zetten we in een apart artikel op een rij.

Alleen wonen of samenwonen

Ben je getrouwd of geregistreerd partner, dan krijg je de AOW voor samenwonenden, ook als jullie om een andere reden apart wonen. Een uitzondering is duurzaam gescheiden leven. Woont een van jullie in een verpleeghuis, vraag dan bij de SVB na wat voor jou geldt.

Ben je niet getrouwd, dan telt met wie je in huis woont. De wet spreekt van een gezamenlijke huishouding. Die is er als jullie allebei vooral in dezelfde woning wonen en voor elkaar zorgen. Samen de kosten van het huishouden betalen is daar een voorbeeld van. In vier gevallen neemt de wet dat altijd aan. Jullie waren eerder getrouwd of samenwonend, of jullie hebben samen een kind. Of jullie hebben een samenlevingscontract, of staan ergens anders als huishouden ingeschreven. Woon je alleen met je eigen kinderen of met je vader of moeder, dan krijg je de AOW voor alleenstaanden. Dat geldt ook als je met een broer, zus of vriend in één huis woont, zolang jullie de kosten van het huishouden niet delen.

Samenwonen kost geld. Twee alleenstaanden met een volle AOW krijgen samen € 3.324,32 bruto per maand. Gaan ze samenwonen, dan wordt dat € 2.278,78. Dat is € 1.045,54 bruto per maand minder. Geef een verhuizing of een nieuwe huisgenoot daarom op tijd door aan de SVB, dan krijg je het juiste bedrag.

Als je partner jonger is

Heeft je partner de AOW-leeftijd nog niet, dan krijg jij toch het bedrag voor samenwonenden: € 1.139,39 bruto. Vroeger kon je daar een toeslag voor je partner bij krijgen. Die toeslag houden volgens de wet alleen mensen die vóór 1 januari 2015 al AOW kregen en toen een jongere partner hadden. Heeft je partner geen of weinig inkomen, dan kan het huishouden tijdelijk krap zitten. Kijk dan welke toeslagen er zijn en wat de voorwaarden zijn. Daar staat ook de aanvulling die de SVB geeft als je AOW te laag is.

Jaren in het buitenland en het AOW-gat

Je bouwt AOW op door in Nederland te wonen, niet door te werken. Elk jaar dat je verzekerd bent, levert 2 procent van de volle AOW op. De opbouw loopt over 50 jaar. Hij begint bij de aanvangsleeftijd: je AOW-leeftijd min 50 jaar, in 2031 dus 17 jaar en 3 maanden. Voor elk jaar dat je in die periode niet verzekerd was, gaat er 2 procent van je AOW af. Dat heet het AOW-gat. Ben je minder dan één kalenderjaar verzekerd geweest, dan krijg je geen AOW.

Twee regels uit de wet schelen veel. Woon je over de grens maar werk je in Nederland in loondienst, dan ben je ook verzekerd. Andersom kan het ook. Woon je in Nederland maar werk je in een ander EU-land, dan val je vaak onder de regels van dat land. In die jaren bouw je dan geen AOW op. En kom je binnen een jaar terug in Nederland, zonder intussen ergens anders te hebben gewoond, dan telt die periode alsof je hier woonde. Een wereldreis van tien maanden kost je dus geen AOW.

Rekenvoorbeeld met zes jaar Spanje

Lotte woonde van haar 25e tot haar 31e in Spanje en werkte daar. Dat zijn zes jaar zonder Nederlandse verzekering, dus 12 procent minder AOW. Woont ze later alleen, dan krijgt ze € 1.462,70 bruto per maand in plaats van € 1.662,16. Dat is € 199,46 per maand minder. Over twintig jaar AOW is dat bijna € 48.000 bruto. Of ze in Spanje zelf pensioen heeft opgebouwd, is een aparte vraag voor het Spaanse stelsel.

Vrijwillig verzekeren als je vertrekt

Wie Nederland verlaat, kan zich vrijwillig verzekeren voor de AOW. De aanvraag moet uiterlijk een jaar na het einde van je verplichte verzekering bij de SVB liggen. Meestal is dat de dag van je vertrek. Je moet vlak daarvoor minstens een jaar verplicht verzekerd zijn geweest. En voor de meeste mensen loopt de vrijwillige verzekering hoogstens tien jaar. Wie twintig jaar in het buitenland woont, houdt dus toch een gat van minstens tien jaar.

De premie is in 2026 17,9 procent van je inkomen, ook van inkomen uit het buitenland. Je betaalt minstens € 569 en hoogstens € 5.693 per jaar, meldt de SVB. De hoogste premie betaal je vanaf een inkomen van € 38.883. Reken je zelf 17,9 procent van dat bedrag uit, dan kom je hoger uit. De SVB legt dat verschil op die pagina niet uit, maar heeft er wel een rekenhulp voor.

Loont de premie

Eén verzekerd jaar levert je 2 procent van de AOW op, levenslang. Voor een alleenstaande is dat met vakantiegeld € 424,07 bruto per jaar. Voor iemand die samenwoont is het € 291,42. Met de laagste premie van € 569 heb je dat geld als alleenstaande in ruim een jaar AOW terug. Met de hoogste premie van € 5.693 duurt het ruim dertien jaar, en als je samenwoont ruim negentien jaar. We rekenen hier bruto met bruto, en zonder rente of belasting. Daar zet je de levensverwachting op de AOW-leeftijd tegenover. Een 67-jarige leeft volgens de overlevingstafel van het CBS over 2025 gemiddeld nog 18,8 jaar. Dertien jaar past daar ruim in, negentien jaar net niet.

Ons oordeel: bij een laag inkomen is vrijwillig verzekeren bijna altijd een goede ruil. Verdien je € 38.883 of meer, dan betaal je de hoogste premie. Woon je later alleen, dan verdien je die gemiddeld nog terug. Woon je samen, dan is het een gok op een lang leven. Wie dat niet wil, zet het geld beter zelf opzij. Maar beslis binnen het jaar, want daarna kan het niet meer.

Later naar Nederland gekomen

Kwam je pas op latere leeftijd voor het eerst in Nederland wonen, dan kun je de gemiste jaren soms bijverzekeren. De wet eist dan dat je minstens vijf jaar in Nederland verzekerd bent. Je aanvraag moet binnen tien jaar na je komst bij de SVB liggen. Dat kan alleen voor jaren waarin je in een ander land niet verplicht verzekerd was voor een staatspensioen.

Wat je nu doet

Wil je weten hoeveel AOW je tot nu toe hebt opgebouwd, kijk dan in Mijn SVB. Daar zie je ook of er jaren ontbreken. Woon je nu in het buitenland of ga je binnenkort, regel dan de vrijwillige verzekering binnen het jaar. Plan je pensioen niet op 68, maar ook niet op een vaste leeftijd als je op of na 1 oktober 1964 bent geboren. De eerstvolgende stap komt waarschijnlijk in november, en uiterlijk op 1 januari 2027, als de minister de AOW-leeftijd voor 2032 bekendmaakt.

Veelgestelde vragen over de AOW

Hoeveel AOW krijg ik als ik 67 ben?

Dat hangt af van je woonsituatie en van je opbouw. Met een volle AOW krijg je sinds 1 juli 2026 als alleenstaande € 1.662,16 bruto per maand, en als samenwonende € 1.139,39 per persoon. Dat meldt de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die de AOW uitbetaalt. Netto is dat € 1.581,55 en € 1.084,13 als de SVB de loonheffingskorting toepast. Een AOW-leeftijd van precies 67 jaar geldt voor wie tussen 1 maart 1957 en 31 december 1960 is geboren.

Kun je AOW krijgen als je nooit hebt gewerkt?

Ja. Voor de AOW telt dat je in Nederland woont, niet dat je werkt. Volgens de Algemene Ouderdomswet ben je verzekerd zolang je hier woont en de AOW-leeftijd nog niet hebt. Wie in de 50 jaar voor zijn AOW-leeftijd steeds in Nederland woonde, krijgt de volle AOW, ook zonder ooit te hebben gewerkt. Werkte je in die jaren in een ander land, dan kan dat anders zijn.

Kan ik eerder met AOW dan op mijn AOW-leeftijd?

Nee. De AOW gaat volgens de Algemene Ouderdomswet in op de dag dat je de AOW-leeftijd bereikt, en eerder laten ingaan kan niet. Wil je eerder stoppen met werken, dan moet je die jaren zelf overbruggen, bijvoorbeeld met je pensioen van je werkgever of met spaargeld.

Wanneer wordt de AOW-leeftijd 68?

Dat is nog nergens besloten. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verwacht een AOW-leeftijd van 68 voor wie op of na 1 april 1973 is geboren. Die groep krijgt daar vanaf 2041 mee te maken, als de prognose niet verandert. Het plan voor een snellere stijging heeft het kabinet in 2026 laten vallen. Wat het overleg met vakbonden en werkgevers oplevert, is nog open.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel