Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

Hoeveel mag je belastingvrij schenken en wat scheelt het?

Belastingvrij schenken betekent dat de ontvanger geen schenkbelasting betaalt. Hoeveel dat mag, hangt af van wie je iets geeft.

Team Kennisdomein Door 16 minuten lezen
Moeder schrijft op een herfstavond aan de keukentafel op een formulier terwijl haar volwassen dochter meekijkt

Ouders mogen hun kind in 2026 € 6.908 per jaar belastingvrij schenken, en iedereen anders mag € 2.769 geven. Dat staat op de site van de Belastingdienst, die de schenkbelasting int. Is je kind tussen de 18 en 40 jaar, dan mag het één keer € 33.129 zijn. Die bedragen gelden per gever en per kalenderjaar, en vader en moeder samen tellen als één gever. Geef je meer, dan valt de rekening mee: een kind betaalt 10 procent over het deel boven de vrijstelling. Meer over geld en belasting staat in het kennisgebied Financieel.

De vrijstellingen van 2026 op een rij

In 2026 mag een kind van zijn ouders € 6.908 per jaar belastingvrij krijgen, en van ieder ander € 2.769 per gever. Zo’n bedrag heet een vrijstelling: de ontvanger betaalt er geen schenkbelasting over. Alleen over wat erboven komt, betaalt hij of zij belasting. De bedragen staan in de Successiewet 1956, de wet die de schenkbelasting en de erfbelasting regelt. Ze stijgen elk jaar mee met de inflatie.

In de tabel hieronder zie je hoeveel belastingvrij schenken in 2026 per ontvanger mag, en wat daarvoor nodig is.

Wie krijgt hetVrijstelling 2026Voorwaarde
Kind, elk jaar€ 6.908Geen, en geen aangifte nodig
Kind van 18 tot 40 jaar, één keer€ 33.129Beroep erop doen in de aangifte
Kind van 18 tot 40 met een dure studie, één keer€ 69.009Studie van minstens € 20.000 per jaar zonder levensonderhoud, notariële akte, geld besteed vóór 2029
Partner, kleinkind, vriend of ieder ander€ 2.769Geen, en geen aangifte nodig
Bron: Belastingdienst, vrijstellingen schenkbelasting 2026.

Wie telt als kind

Onder kind valt ook een stiefkind, zolang je relatie met zijn ouder niet door een scheiding is geëindigd. Ook een pleegkind telt mee, als je het vóór zijn 21e minstens vijf jaar als eigen kind hebt opgevoed. De hoge vrijstelling geldt ook als niet je kind zelf, maar zijn of haar partner tussen de 18 en 40 jaar is. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee. Voor de vrijstelling valt een kleinkind in dezelfde groep als een vriend of de buurman. Een hoge vrijstelling bestaat voor kleinkinderen niet, ook niet voor een studie.

De eenmalige vrijstelling vervangt die van dat jaar

Op sommige sites lees je dat je de € 33.129 bovenop de gewone € 6.908 mag geven. Dat klopt niet. De Successiewet zegt dat de vrijstelling voor een kind voor één kalenderjaar wordt verhoogd tot € 33.129. In dat jaar is de grens dus € 33.129, en niet € 40.037. Het jaar erna geldt de gewone vrijstelling weer.

De hoge vrijstelling gebruik je ook in dat ene jaar. Geef je dat jaar € 20.000 met een beroep erop, dan kun je de rest later niet meer onder die vrijstelling geven. Een kind krijgt van zijn ouders maar één keer een hoge vrijstelling: de vrije variant, de studievariant of vroeger de vrijstelling voor een huis.

De aparte vrijstelling voor een eigen huis, in de volksmond de jubelton, bestaat sinds 1 januari 2024 niet meer. Wie zijn kind bij een huis wil helpen, gebruikt nu de vrije vrijstelling van € 33.129. Die mag het kind ook aan een huis besteden. Kreeg je kind vóór 2024 al de jubelton, dan is zijn beurt op en blijft alleen de jaarlijkse vrijstelling over.

Ouders tellen samen als één gever

De vrijstelling geldt per gever, maar partners tellen als één gever. Vader en moeder kunnen hun dochter dus niet elk € 6.908 geven: samen mag het € 6.908 zijn. Dat geldt ook voor gescheiden ouders, schrijft de Belastingdienst. Opa en oma zijn samen ook één gever, zolang ze elkaars partner zijn. Dan mogen ze een kleinkind samen € 2.769 per jaar geven. Gescheiden grootouders zijn twee gevers.

Aan de kant van de ontvanger werkt het net zo. Geef je je zoon € 6.908 en zijn vrouw ook € 6.908, dan moeten die twee de bedragen meestal bij elkaar optellen. Zij zitten dan samen boven de vrijstelling.

Wat je betaalt boven de vrijstelling

Geef je meer dan de vrijstelling, dan betaalt de ontvanger belasting over het deel erboven, niet over alles. Het tarief hangt af van de band met de gever. Een kind betaalt 10 procent over de eerste € 158.669 boven de vrijstelling, en 20 procent over wat daarboven komt. Je partner valt in dezelfde tariefgroep als een kind, maar heeft als ontvanger maar € 2.769 vrijstelling. Voor een kleinkind of achterkleinkind komt er volgens de Successiewet 80 procent bij, dus 18 en 36 procent. Iedereen anders betaalt 30 en 40 procent.

In de tabel hieronder zie je wat een schenking van € 50.000 in 2026 kost, voor vier soorten ontvangers.

Ontvanger van € 50.000VrijstellingBelast deelSchenkbelasting
Kind, gewone vrijstelling€ 6.908€ 43.092€ 4.309
Kind van 18 tot 40, hoge vrijstelling€ 33.129€ 16.871€ 1.687
Kleinkind€ 2.769€ 47.231€ 8.502
Vriend, broer of zus€ 2.769€ 47.231€ 14.169
Bron: eigen berekening met de vrijstellingen en tarieven van 2026 uit de Successiewet 1956.

Een kleinkind betaalt bij hetzelfde bedrag bijna twee keer zoveel als een kind dat de gewone vrijstelling gebruikt. Wie een kleinkind veel wil geven, doet dat dus goedkoper in kleine stappen, jaar na jaar.

Bij een erfenis is de vrijstelling veel hoger

Voor een erfenis gelden hogere vrijstellingen. Een kleinkind erft in 2026 € 26.230 belastingvrij, bijna tien keer zoveel als het per jaar als schenking mag krijgen. Een kleinkind erft wel alleen als het in het testament staat. Zonder testament erft het pas als zijn eigen ouder de erfenis niet krijgt, bijvoorbeeld omdat die al is overleden. Hoe de verdeling werkt, lees je in ons artikel over het Nederlands erfrecht.

Voor een kind liggen de twee dichter bij elkaar: € 26.230 bij een erfenis, € 6.908 per jaar bij een schenking. Wie tien jaar lang elk jaar de vrijstelling geeft, heeft tegen de bedragen van 2026 ruim € 69.000 belastingvrij doorgegeven.

Wanneer je aangifte doet

Aangifte doe je alleen als een schenking boven de jaarlijkse vrijstelling komt, of als je de hoge vrijstelling gebruikt. Blijft het bij belastingvrij schenken binnen de jaarlijkse vrijstelling, dan hoeft de ontvanger niets te doen. Ook bij de hoge vrijstelling van € 33.129 of € 69.009 moet de ontvanger aangifte doen, ook al is er geen belasting verschuldigd. Die vrijstelling krijg je alleen als je er in de aangifte om vraagt.

De ontvanger doet de aangifte, niet de gever. Dat gaat via Mijn Belastingdienst, de persoonlijke omgeving op de site van de Belastingdienst. De aangifte moet vóór 1 maart van het jaar na de schenking binnen zijn. Voor een schenking in december 2026 is dat dus uiterlijk 28 februari 2027. Wacht niet op een brief: je moet ook aangifte doen als de Belastingdienst je niets stuurt.

Meerdere schenkingen van dezelfde gever in één jaar tel je op. Maak je in maart € 3.000 over en in november nog eens € 4.000, dan tel je die op. Samen zit je boven de vrijstelling voor een kind, dus het kind doet aangifte.

Contant geld geven

Voor belastingvrij schenken met contant geld gelden dezelfde vrijstellingen en dezelfde aangifteplicht. Het verschil zit in het bewijs. Voor de studievrijstelling eist de Belastingdienst dat je kunt aantonen dat het geld echt is betaald en aan de studie is besteed. Met een overschrijving lukt dat makkelijker dan met een envelop. De Belastingdienst kan ook een gever die volgens hem iets heeft geschonken zelf uitnodigen om aangifte te doen, zo staat in de Successiewet.

Schenken op papier en de rente

Bij een schenking op papier leg je vast dat je iemand een bedrag geeft, maar je betaalt het later. Bijvoorbeeld omdat je geld in je huis zit, of omdat je het nu nog niet kunt missen. De schuld mag later van je erfenis af, maar alleen onder twee voorwaarden van de Belastingdienst. Een notaris moet de schenking vastleggen in een akte, een officieel stuk dat hij opstelt. En je moet elk jaar echt minstens 6 procent rente betalen over het bedrag. Wil je het bedrag nog tijdens je leven uitbetalen, bijvoorbeeld na de verkoop van je huis, dan is de notaris niet nodig.

Die rente is geen formaliteit. Wie € 30.000 op papier geeft, betaalt zijn kind elk jaar minstens € 1.800. Betaal je die rente niet echt, dan mag de schuld niet van de erfenis af. De schenking zelf valt gewoon onder de schenkbelasting: komt ze boven de vrijstelling, dan doet het kind aangifte.

Een schenking op papier in box 3

Ook in box 3 telt een schenking op papier mee. De gever geeft de schuld op, de ontvanger het bedrag dat hij tegoed heeft. Voor de ontvanger telt dat bedrag als overige bezitting, met een vast rendement van 6 procent. De gever mag de schuld aftrekken tegen 2,70 procent, en pas boven een drempel van € 3.800 per persoon. Een schenking op papier verlaagt box 3 voor de familie dus niet zoals een echte schenking. Tussen ouders en een minderjarig kind hoeft de opgave niet. Voor de studievrijstelling mag je geen schenking op papier gebruiken.

Wat belastingvrij schenken in box 3 scheelt

Een schenking van € 6.908 scheelt de gever in box 3 zo’n € 32 per jaar als het geld op de bank stond. Was het belegd, dan is het € 149. Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting over spaargeld en beleggingen. De Belastingdienst rekent in 2026 niet met wat je echt verdient, maar met een vast rendement. Dat is 1,28 procent op spaargeld en 6 procent op beleggingen. Over dat rendement betaal je 36 procent belasting. Eerst gaat het heffingsvrij vermogen eraf, het deel waarover je geen box 3-belasting betaalt: € 59.357 per persoon. Met een fiscale partner, meestal je echtgenoot of samenwonende partner, is dat samen € 118.714.

Box 3 kijkt naar wat je bezit op 1 januari. Geef je vóór die datum, dan telt het bedrag dat jaar niet meer bij jou mee, maar bij de ontvanger. Hoe box 3 verder werkt, lees je in ons artikel over de inkomstenbelasting en box 3.

Wat een schenking per jaar scheelt

In de tabel hieronder zie je wat een schenking per jaar in box 3 scheelt. We gaan uit van ouders of grootouders met samen € 200.000 aan spaargeld of aan beleggingen. De ontvanger blijft zelf onder zijn heffingsvrij vermogen.

SchenkingMinder box 3 bij spaargeldMinder box 3 bij beleggingen
€ 2.769 aan een kleinkind€ 13 per jaar€ 60 per jaar
€ 6.908 aan een kind€ 32 per jaar€ 149 per jaar
€ 33.129 aan een kind, één keer€ 153 per jaar€ 715 per jaar
Bron: eigen berekening met de box 3-regels van 2026 van de Belastingdienst, afgerond op hele euro’s.

Rekenvoorbeeld met de regels van 2026

Els en Marco hebben samen € 200.000 spaargeld. Hun zoon van 25 heeft zelf € 10.000 op de bank. Ze geven hem de hoge vrijstelling van € 33.129. We rekenen met de regels van 2026, alsof de schenking op 31 december 2025 was gedaan.

Zonder schenking betalen Els en Marco samen € 374 box 3-belasting. Met de schenking is dat € 221. Ze betalen dus € 153 per jaar minder. Hun zoon zit met € 43.129 onder zijn heffingsvrij vermogen en betaalt niets. Stel dat Els en Marco hun geld hadden belegd. Dan daalt hun box 3-belasting van € 1.755 naar € 1.040. Dat is € 715 per jaar minder.

Het voordeel verdwijnt als de ontvanger zelf boven zijn heffingsvrij vermogen uitkomt. Het wordt ook kleiner als je werkelijke rendement lager was dan het vaste rendement. Dan rekent de Belastingdienst met dat lagere bedrag. Het percentage voor spaargeld over 2026 is bovendien nog voorlopig: de Belastingdienst stelt het begin 2027 vast.

Bij een minderjarig kind verandert er niets

Een kind dat op 1 januari jonger is dan 18 jaar, heeft in box 3 geen eigen vermogen. De ouder met het gezag telt het spaargeld en de beleggingen van dat kind bij zijn eigen vermogen op, schrijft de Belastingdienst. Geef je als ouders samen € 6.908 aan je dochter van 12, dan verandert er in jullie box 3 dus niets. Het geld staat op haar naam, maar telt bij jullie mee. Zijn jullie gescheiden en hebben jullie allebei het gezag, dan geeft ieder de helft op. Pas in het jaar waarin ze op 1 januari 18 is, krijgt ze haar eigen heffingsvrij vermogen.

Voor opa en oma ligt het anders. Hun schenking aan een kleinkind van 12 telt bij hen niet meer mee in box 3. Het bedrag komt wel bij het vermogen van de ouders van het kind.

Schenken kort voor een overlijden

Overlijdt de gever binnen 180 dagen na de schenking, en woonde hij of zij in Nederland, dan telt de schenking volgens de Successiewet als erfenis. De ontvanger betaalt dan erfbelasting in plaats van schenkbelasting. Betaalde schenkbelasting gaat daar weer vanaf.

Sommige sites schrijven dat de vrijstelling van de schenking dan blijft gelden. De wet zegt iets anders. Van de vrijstellingen voor schenkingen in de familie is alleen de hoge vrijstelling van € 33.129 of € 69.009 uitgezonderd. Een gewone schenking van € 6.908 gaat dus op in de erfenis en telt mee voor de vrijstelling van de erfbelasting. Voor een kind is dat vaak geen probleem, want het erft € 26.230 belastingvrij. Maar komt de erfenis boven die grens, dan kost zo’n late schenking alsnog 10 procent.

Wat er in 2027 verandert

Aan de schenkbelasting verandert in 2027 niets, alleen de bedragen gaan 2,6 procent omhoog. Dat blijkt uit het Belastingplan 2027, het pakket wetsvoorstellen dat het kabinet op Prinsjesdag, 15 september 2026, presenteerde. Er komt geen nieuwe vrijstelling en geen ander tarief. Wat de rest van de plannen voor je betekent, lees je in ons artikel over Prinsjesdag.

Die stijging is de volledige inflatiecorrectie. Dat volgt uit de toelichting van het ministerie van Financiën, dat de belastingwetten voorbereidt. Het kabinet wil die correctie in de inkomstenbelasting in 2027 maar voor 48 procent toepassen, en noemt dat de vrijheidsbijdrage. Volgens de toelichting geldt die beperking niet voor andere wetten die naar de correctie verwijzen, tenzij dat apart is geregeld. Voor de schenkbelasting is dat niet geregeld. In de rekentabel bij het Belastingplan staat daarom een grens van € 162.795 tussen de twee tarieven, 2,6 procent meer dan nu.

De precieze vrijstellingen voor 2027 zijn nog niet gepubliceerd. Het ministerie legt ze bij het begin van het jaar vast in een regeling, en daarna zet de Belastingdienst ze op zijn site. Tot die tijd gelden voor belastingvrij schenken de bedragen van 2026.

In box 3 gaat het andersom. Het heffingsvrij vermogen valt wel onder de beperkte correctie: het kabinet stelt € 60.098 voor, 1,25 procent meer dan nu. Een nieuwe maatregel voor box 3 staat niet in het Belastingplan. Het kabinet schrijft dat er nog geen voorstel is met genoeg steun in het parlement.

Rond de jaarwisseling twee keer belastingvrij schenken

De vrijstelling geldt per kalenderjaar, dus je kunt binnen een paar dagen twee keer geven. Het is 30 december en je wilt je dochter van 24 helpen met de borg voor een huurhuis of met een auto. Maak je vandaag € 6.908 over en in januari het nieuwe bedrag, dan gebruik je twee vrijstellingen. Zorg wel dat het geld vóór 1 januari op haar rekening staat. Dan telt het op die dag ook niet meer mee in jouw box 3.

Waar het voordeel echt zit

Het echte voordeel zit in de schenk- en erfbelasting, niet in box 3. Eén jaarlijkse schenking aan een volwassen kind scheelt bij spaargeld zo’n € 32 per jaar, en bij een minderjarig kind niets. Geef je tien jaar lang, dan loopt dat tegen de regels van 2026 op tot ruim € 300 per jaar. Bij beleggingen wordt het bijna € 1.500. Bij spaargeld is dat nog geen half procent van wat je dan hebt weggegeven. Wie vooral schenkt om box 3 te verlagen, geeft dus veel weg voor weinig.

Wat je elk jaar belastingvrij aan je kind geeft, telt later niet mee in de erfenis, tenzij je binnen 180 dagen na de schenking overlijdt. Dat levert alleen iets op als je nalatenschap boven de erfvrijstelling van je kinderen uitkomt. Geef dus wat je kunt missen, begin op tijd, en geef in het jaar van de hoge vrijstelling niets anders. Gaat het om een schenking op papier of een groot bedrag, vraag dan een notaris om het vast te leggen.

Veelgestelde vragen over belastingvrij schenken

Hoeveel mag ik mijn kleinkind belastingvrij schenken?

Opa en oma mogen een kleinkind in 2026 samen € 2.769 per jaar belastingvrij schenken, zegt de Belastingdienst, de dienst die de schenkbelasting int. Grootouders tellen als één gever zolang ze elkaars partner zijn; gescheiden grootouders mogen elk € 2.769 geven. Een hoge eenmalige vrijstelling bestaat voor kleinkinderen niet. Over het deel boven de vrijstelling betaalt een kleinkind 18 procent, bijna twee keer zoveel als een kind.

Mogen vader en moeder allebei € 6.908 geven?

Nee. Ouders tellen voor de schenkbelasting als één gever, ook als ze gescheiden zijn. Samen mogen ze hun kind in 2026 € 6.908 per jaar belastingvrij schenken. Geven ze meer, dan doet het kind aangifte bij de Belastingdienst en betaalt het 10 procent over het deel erboven.

Moet ik aangifte doen als ik onder de vrijstelling blijf?

Nee. Bij een schenking binnen de jaarlijkse vrijstelling van € 6.908 voor een kind of € 2.769 voor ieder ander hoeft niemand aangifte te doen. Gebruik je de hoge vrijstelling van € 33.129 of € 69.009, dan moet de ontvanger wel aangifte doen, anders krijgt hij of zij die vrijstelling niet. Die aangifte moet vóór 1 maart van het jaar na de schenking binnen zijn.

Kan ik mijn kind nog belastingvrij schenken voor een huis?

Ja, via de hoge vrije vrijstelling van € 33.129 in 2026. Die geldt voor een kind van 18 tot 40 jaar, of voor een kind met een partner van die leeftijd. De aparte vrijstelling voor een eigen huis, de jubelton, is sinds 1 januari 2024 afgeschaft, meldt de Belastingdienst. Kreeg je kind vóór 2024 al de jubelton of een andere hoge vrijstelling, dan kan het niet opnieuw. Dan blijft de jaarlijkse € 6.908 over, en die mag ook naar een huis.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

  • Belastingdienst, Tot welk bedrag is een schenking belastingvrij in 2026? De vrijstellingen van € 6.908, € 2.769, € 33.129 en € 69.009, de leeftijd van 18 tot 40 jaar, de voorwaarden voor een dure studie, één hoge vrijstelling per kind, ook na een eerdere schenking voor een woning, en het einde van de vrijstelling voor een eigen woning op 1 januari 2024.
  • Belastingdienst, Ik krijg een schenking, moet ik aangifte doen? Aangifte vóór 1 maart, ouders ook na een scheiding als één gever, schenkingen van partners en aan partners optellen.
  • Belastingdienst, Wat is schenken op papier? De notariële akte, de rente van minstens 6 procent en de opgave in de aangifte inkomstenbelasting.
  • Successiewet 1956, wettekst op wetten.overheid.nl. De vrijstellingen voor schenken en erven, de verhoging voor één kalenderjaar, de tarieven met partners in de groep van kinderen en 80 procent extra voor kleinkinderen, partners en ouders als één schenker, stief- en pleegkinderen, de regel van 180 dagen en de inflatiecorrectie.
  • Belastingdienst, Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend? Het rendement van 1,28 en 6 procent, het tarief van 36 procent, het heffingsvrij vermogen van € 59.357 en de schuld tegen 2,70 procent boven de drempel van € 3.800 en de vordering bij een schenking op papier.
  • Belastingdienst, Bezittingen en schulden van uw minderjarige kinderen. Het vermogen van een kind onder de 18 telt in box 3 bij de ouder met het gezag, na een scheiding bij allebei voor de helft.
  • Ministerie van Financiën, pakket Belastingplan 2027, 15 september 2026. De inflatiecorrectie van 2,6 procent, de beperking tot 48 procent en waar die niet voor geldt, de grens van € 162.795 en het heffingsvrij vermogen van € 60.098 in de sleuteltabel, en geen maatregel voor box 3.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel