Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Juridisch

Transitievergoeding berekenen en wat je netto overhoudt

De transitievergoeding is het geld dat je werkgever je volgens de wet meegeeft bij ontslag. Zo reken je hem uit, van bruto tot netto.

Team Kennisdomein Door 15 minuten lezen
Man van begin vijftig loopt aan het eind van de werkdag met een map onder de arm een kantoorgebouw uit

Per heel jaar dat je in dienst was, krijg je een derde van je bruto maandsalaris. Voor een deel van een jaar krijg je per maand een twaalfde daarvan, zo staat het in het Burgerlijk Wetboek. Verdien je € 3.000 bruto per maand plus 8 procent vakantiegeld, dan is je maandsalaris voor deze berekening € 3.240. Na tien jaar is je transitievergoeding dan € 10.800 bruto. Netto houd je daar bij een gewoon inkomen ongeveer de helft tot 60 procent van over. Hoeveel precies, hangt af van wat je vorig jaar verdiende. Meer over je rechten bij werk en ontslag vind je in het kennisgebied Juridisch.

Wanneer je recht hebt op een transitievergoeding

Je krijgt de vergoeding als je werkgever het initiatief neemt om je contract te beëindigen. Dat kan op drie manieren. Hij zegt je contract op. Of de kantonrechter ontbindt je contract op zijn verzoek. De kantonrechter is de rechter die over zaken tussen werkgever en werknemer beslist. De derde manier: je tijdelijke contract loopt af en je werkgever verlengt het niet.

Sinds 1 januari 2020 heb je recht op de vergoeding vanaf je eerste werkdag, schrijft de Rijksoverheid. Ook als je in je proeftijd wordt ontslagen. Ben je ziek geweest, dan telt dat niet tegen je. De vergoeding wordt berekend op het loon dat je had verdiend als je niet ziek was.

Word je niet helemaal ontslagen maar ga je minder uren werken, dan kan er ook recht zijn. UWV is de organisatie die de werknemersverzekeringen uitvoert, zoals de WW. Volgens UWV geldt dat als je minstens 20 procent minder uren gaat werken, dat naar verwachting blijvend is en het in een contract staat. De vergoeding gaat dan over de uren die je kwijtraakt.

Wanneer je niets krijgt

Neem je zelf ontslag, of zeg je nee tegen een redelijk aanbod om door te gaan, dan heb je geen recht. De uitzondering is als je werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dan heb je volgens het Burgerlijk Wetboek toch recht op de transitievergoeding. De kantonrechter kan er dan ook een extra vergoeding bovenop zetten.

Omgekeerd vervalt de vergoeding als jij ernstig verwijtbaar hebt gehandeld, zoals bij diefstal. Dat kan spelen bij een ontslag op staande voet. Ook dan kan de kantonrechter je de vergoeding geheel of deels toekennen, als niets geven onaanvaardbaar zou zijn.

Verder krijg je niets in deze gevallen, zo staat in het Burgerlijk Wetboek:

  • je bent jonger dan 18 en werkte gemiddeld hoogstens 12 uur per week;
  • je contract eindigt bij of na het bereiken van de AOW-leeftijd of een afgesproken pensioenleeftijd;
  • je werkgever is failliet, heeft uitstel van betaling of zit in de schuldsanering;
  • je cao regelt bij ontslag om bedrijfseconomische redenen iets anders, zoals begeleiding naar nieuw werk of een eigen vergoeding.

Dat laatste gaat over de cao, de afspraken over loon en werk die vakbonden en werkgevers voor een hele sector maken. Zo’n eigen regeling hoeft volgens de Rijksoverheid niet meer gelijkwaardig te zijn aan de wettelijke vergoeding.

Bij een vaststellingsovereenkomst

Je wordt uitgenodigd voor een gesprek met je leidinggevende en iemand van personeelszaken. Aan het eind ligt er een vaststellingsovereenkomst op tafel. Dat is een contract waarin jij en je werkgever afspreken dat je vertrekt en onder welke voorwaarden. De wet noemt die manier van beëindigen niet bij de transitievergoeding. Je hebt er dan dus geen wettelijk recht op: je krijgt wat jullie afspreken.

Ons oordeel is duidelijk. Teken geen vaststellingsovereenkomst voor minder dan de transitievergoeding die je bij een gewoon ontslag had gekregen. Doe dat alleen als je er iets tegenover krijgt dat je meer waard is, zoals een langere periode met loon. Reken het wettelijke bedrag daarom eerst zelf uit, met de stappen hieronder. En weet dat je handtekening niet meteen definitief is. Volgens het Burgerlijk Wetboek mag je de overeenkomst binnen 14 dagen zonder reden schriftelijk ontbinden. Staat dat recht er niet in, dan heb je drie weken.

Wat telt als maandsalaris

Als maandsalaris telt je bruto loon, plus een twaalfde van je vakantiegeld en van een vaste dertiende maand. Daarbij komt het gemiddelde van overwerk, ploegentoeslag en bonussen. Dat is dus meer dan het bedrag op je loonstrook. Het Besluit loonbegrip, een regeling van de overheid die de wet uitwerkt, legt uit hoe je die onderdelen optelt. Welke onderdelen meetellen, staat in een lijst van de minister van Sociale Zaken.

De basis is je bruto uurloon maal de uren die je volgens je contract werkt. Heb je geen vaste uren, zoals bij een oproepcontract, dan telt het gemiddelde aantal uren van de laatste 12 maanden. Krijg je provisie of stukloon, dan telt het gemiddelde daarvan over de laatste 12 maanden mee. Daarbij komt een twaalfde deel van je vakantiegeld. Krijg je een vaste dertiende maand, dan telt ook daarvan een twaalfde mee.

De onderdelen op een rij

In de tabel hieronder zie je welke onderdelen meetellen en over welke periode.

OnderdeelHoe het meetelt
Uurloon maal je contracturenVolledig, ook als je loon lager was door ziekte of verlof
VakantiegeldHet bedrag voor een jaar, gedeeld door 12
Vaste eindejaarsuitkering of dertiende maandHet bedrag voor een jaar, gedeeld door 12
Overwerk en ploegentoeslagWat je de laatste 12 maanden kreeg, gedeeld door 12
Bonus, winstuitkering en wisselende eindejaarsuitkeringWat je kreeg in de drie volle kalenderjaren vóór het jaar waarin je contract eindigt, gedeeld door 36
Bron: Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding en Rijksoverheid, 2026.

Door die laatste regel telt een bonus mee als gemiddelde. Wie in die drie jaar samen € 18.000 aan bonussen kreeg, telt € 500 per maand extra mee. Werkte je korter, dan wordt door minder maanden gedeeld. Andere onderdelen staan niet in de lijst van de minister, zoals een leaseauto of de pensioenpremie die je werkgever voor je betaalt. Die tellen dus niet mee.

Zo reken je de transitievergoeding uit

Je krijgt een derde maandsalaris per heel jaar dat je in dienst was, en voor de rest een evenredig deel. Eerst tel je dus de hele jaren, vanaf je eerste werkdag. Werkte je nog vier maanden, dan is dat vier twaalfde van een derde maandsalaris.

De Rijksoverheid rekent dat deel uit met het loon dat je in die resterende periode verdiende. In haar eigen voorbeeld werkte iemand 9 jaar en 5 dagen voor € 3.000 per maand. De 9 jaar leveren € 9.000 op en de 5 dagen € 22,22.

Had je eerder al een contract bij dezelfde werkgever, dan tellen die jaren mee als er hoogstens zes maanden tussen de contracten zat. Dat geldt ook bij een andere werkgever die redelijkerwijs als opvolger van de vorige geldt. Denk aan iemand die eerst via een uitzendbureau hetzelfde werk deed. Voor een jongere tot 18 tellen maanden met gemiddeld hoogstens 12 uur werk per week niet mee.

Drie rekenvoorbeelden van bruto naar netto

Hieronder zie je wat drie werknemers krijgen, van maandsalaris tot het bedrag op hun rekening. Lisa heeft een tijdelijk contract van een jaar en vier maanden dat niet wordt verlengd. Mark werkt 12 jaar bij dezelfde werkgever en krijgt een vaste dertiende maand. Els werkt er 38 jaar en kreeg de afgelopen drie jaar samen € 18.000 aan bonussen. Iedereen krijgt 8 procent vakantiegeld. We nemen aan dat het jaarloon van vorig jaar gelijk was aan twaalf keer het maandsalaris voor de vergoeding, zonder bonus. Vakantiegeld en een dertiende maand tellen daarin dus mee. Niemand betaalt eigen pensioenpremie.

WerknemerLisaMarkEls
Bruto loon per maand€ 2.600€ 3.800€ 8.000
Maandsalaris voor de vergoeding€ 2.808€ 4.420,67€ 9.140
Dienstjaren1 jaar en 4 maanden12 jaar38 jaar
Bruto transitievergoeding€ 1.248€ 17.682,67€ 109.680
Ingehouden loonheffing40,20%50,47%56,01%
Netto uitbetaald€ 746,31€ 8.758,23€ 48.248,24
Bron: eigen berekening met het Burgerlijk Wetboek, het Besluit loonbegrip en de witte tabel bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst.

Bij Els gebeurt iets bijzonders. Een derde maandsalaris maal 38 jaar is € 115.773. Dat is meer dan het maximum, dus ze krijgt het maximum. Maar dat maximum is voor haar niet € 102.000. Het is één jaarsalaris, € 109.680, omdat ze meer verdient dan € 102.000 per jaar. De volgende sectie legt uit hoe dat zit.

Het percentage hangt af van je jaarloon van vorig jaar, met vakantiegeld en een dertiende maand erbij en je eigen pensioenpremie eraf. Zit je vlak boven € 45.593, dan kan die premie je in de lagere band van 42,01 procent brengen. Voor Mark, met een jaarloon van ruim € 53.000, is dat niet zo.

Het maximum in 2026 en 2027

De transitievergoeding is in 2026 maximaal € 102.000 bruto. Verdien je per jaar meer dan dat, dan is je maximum één bruto jaarsalaris. Beide regels staan in het Burgerlijk Wetboek. Wie meer verdient, kan dus meer dan € 102.000 krijgen.

Rekenkundig heb je pas na 36 jaar in dienst met het maximum te maken. Een derde maandsalaris per jaar is na 36 jaar precies 12 maandsalarissen, dus één jaarsalaris. Wie minder dan € 102.000 per jaar verdient, zit na 36 jaar nog onder de € 102.000 en raakt het maximum nog later. Voor bijna iedereen speelt het maximum dus geen rol.

Het bedrag voor 2027

Het maximum gaat elk jaar op 1 januari omhoog met de groei van de cao-lonen, zoals het Centraal Planbureau die een jaar eerder voorspelt. Het Centraal Planbureau is het onafhankelijke instituut dat voor de overheid de economie doorrekent. In zijn Macro Economische Verkenning van september 2026 raamt het de stijging van de cao-lonen voor 2027 op 3,8 procent. Tel je dat op bij € 102.000, dan kom je op € 105.876. De wet rondt af op duizend euro, dus het maximum voor 2027 wordt naar verwachting € 106.000. Dat is onze berekening. De minister van Sociale Zaken stelt het bedrag vast, en in de wettenbank staat op 26 september 2026 nog € 102.000.

Het nieuwe maximum geldt alleen als je contract op of na 1 januari eindigt. Eindigt het op 31 december, dan geldt nog het oude bedrag.

Wat je netto overhoudt

Van elke € 10.000 bruto krijg je bij een gewoon inkomen ongeveer € 5.000 tot € 6.000 uitbetaald. De rest houdt je werkgever in als voorschot op je belasting. Over je transitievergoeding betaal je namelijk belasting, schrijft de Belastingdienst. Je werkgever houdt loonheffing in volgens het bijzonder tarief. Dat is een percentage uit de tabel voor bijzondere beloningen, dezelfde tabel als bij een eindejaarsuitkering.

Hoeveel hij inhoudt, hangt af van je jaarloon van vorig jaar. In de tabel hieronder zie je het percentage van 2026 en wat je overhoudt van elke € 10.000 bruto. Het geldt als je jonger bent dan de AOW-leeftijd en je werkgever de loonheffingskorting toepast. Dat is de korting op je belasting die je werkgever elke maand verrekent.

Jaarloon vorig jaarIngehoudenNetto van € 10.000
€ 23.931 tot € 29.73633,80%€ 6.620
€ 29.737 tot € 38.88340,20%€ 5.980
€ 38.884 tot € 45.59242,01%€ 5.799
€ 45.593 tot € 78.42650,47%€ 4.953
€ 78.427 tot € 143.55456,01%€ 4.399
Vanaf € 143.55549,50%€ 5.050
Bron: Belastingdienst, witte tabel bijzondere beloning 2026, met loonheffingskorting.

Verdiende je vorig jaar minder dan € 23.931, dan houdt je werkgever minder in. Past je werkgever die korting niet toe, bijvoorbeeld omdat je nieuwe werkgever dat al doet, dan geldt een andere kolom. Dit percentage klopt dan niet.

De aangifte bepaalt wat je echt betaalt

Het bijzonder tarief is een voorschot. Wat je werkelijk betaalt, rekent de Belastingdienst uit bij je aangifte inkomstenbelasting. De vergoeding staat daar meestal al ingevuld. Verdien je in het jaar van je ontslag minder dan vorig jaar, dan kan het zijn dat je iets terugkrijgt. Denk aan een jaar waarin je een tijd van een WW-uitkering leeft. Ook bij een grote vergoeding, zoals die van Els, kan het voorschot hoger uitvallen dan wat je bij de aangifte echt betaalt.

Je belasting over een paar jaar spreiden kan niet meer. Die regeling heet middelen en is afgelopen: volgens de Belastingdienst was 2022 tot en met 2024 de laatste periode waarover dat kon.

Toeslagen en WW

De vergoeding telt mee in je toetsingsinkomen. Dat is het inkomen waarop Dienst Toeslagen je zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget berekent. Geef je hogere inkomen daarom meteen door, anders moet je later terugbetalen. Staat er op 1 januari nog geld van de vergoeding op je rekening, dan telt dat mee voor je vermogen. Belasting betaal je daar alleen over als je totale vermogen hoger is dan het heffingsvrij vermogen, het deel waarover je niets betaalt. Krijg je een toeslag, let dan ook op de vermogensgrens. Die verschilt per toeslag, en komt je vermogen op 1 januari erboven, dan heb je dat jaar geen recht op die toeslag.

Op je WW-uitkering heeft de vergoeding geen invloed. UWV zegt dat je hem niet hoeft door te geven als inkomsten bij een WW-, WIA- of Ziektewet-uitkering.

Als je werkgever niet of te weinig betaalt

Dan kun je naar de kantonrechter, en dat moet binnen drie maanden na het einde van je contract. Die termijn staat in het Burgerlijk Wetboek. Hij is kort, dus wacht niet tot je volgende baan geregeld is.

Betaalt je werkgever niet binnen een maand na het einde van je contract, dan moet hij over het openstaande bedrag ook de wettelijke rente betalen. Dat is een rente die in de wet is geregeld en die bovenop het bedrag komt. Leidt betalen in één keer tot onaanvaardbare gevolgen voor zijn bedrijf, dan mag hij onder voorwaarden in termijnen betalen.

Je werkgever mag sommige kosten van de vergoeding aftrekken, maar alleen als jij daar vooraf schriftelijk mee instemt. Volgens de Rijksoverheid gaat het om begeleiding naar ander werk (outplacement) en scholing voor ander werk. Ook een langere opzegtermijn waarin je niet hoeft te werken, telt mee. Kosten om je te laten functioneren in je eigen functie mag hij er niet afhalen. Kosten om je na ziekte weer aan het werk te helpen ook niet.

Na twee jaar ziekte

Word je ontslagen nadat je twee jaar ziek bent geweest, dan heb je gewoon recht op de transitievergoeding. Je werkgever kan die sinds 1 april 2020 terugkrijgen van UWV. Sinds 1 januari 2021 geldt dat ook voor een klein bedrijf dat stopt omdat de eigenaar met pensioen gaat of overlijdt.

Het kabinet wil die compensatie voor werkgevers afschaffen. In de begroting van Sociale Zaken voor 2027 staat dat dit met een jaar is uitgesteld, naar 1 januari 2028. Dat is een plan en geen besluit: het staat in een wetsvoorstel waarover de Tweede Kamer nog moet beslissen, stand 26 september 2026. Aan jouw recht op de vergoeding verandert dit plan niets. Wel noemt het kabinet in dezelfde begroting een hervorming van de transitievergoeding zelf, zonder dat daar al een uitgewerkt voorstel voor ligt.

Veelgestelde vragen over de transitievergoeding

Is een transitievergoeding hetzelfde als een ontslagvergoeding?

De transitievergoeding is de ontslagvergoeding die in de wet staat: een derde bruto maandsalaris per jaar dat je in dienst was. Stop je met een vaststellingsovereenkomst, dan onderhandel je zelf over een vergoeding en geldt de wettelijke regel niet. Heeft je werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld, dan kan de kantonrechter een extra vergoeding bovenop de transitievergoeding toekennen.

Krijg je een transitievergoeding als je tijdelijke contract niet wordt verlengd?

Ja, als je werkgever besluit het contract niet te verlengen. Dat staat in het Burgerlijk Wetboek. Bood je werkgever je een nieuw contract aan en zei jij nee, dan krijg je niets, tenzij je werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Ook bij een contract van een paar maanden heb je recht, want de vergoeding geldt vanaf je eerste werkdag.

Wordt je WW-uitkering lager door een transitievergoeding?

Nee. UWV, de organisatie die de WW-uitkering betaalt, schrijft dat je de transitievergoeding niet hoeft door te geven als inkomsten bij een WW-uitkering. De vergoeding telt wel mee voor je belasting en voor je toeslagen.

Hoeveel transitievergoeding krijg je na tien jaar?

Na tien jaar krijg je ruim drie maandsalarissen bruto, want een derde maandsalaris maal tien is tien derde. Bij € 3.000 bruto per maand plus 8 procent vakantiegeld is dat € 10.800 bruto. Hoeveel je netto overhoudt, hangt af van je jaarloon van vorig jaar. Was dat ongeveer € 35.000, dan houdt je werkgever in 2026 40,20 procent in. Dat staat in de tabel voor bijzondere beloningen van de Belastingdienst.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

  • Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 673 en verder, geldend vanaf 1 juli 2026. Wanneer je recht hebt en wanneer niet, een derde maandsalaris per jaar, het maximum van € 102.000 of één jaarsalaris, de indexering, het samentellen van contracten, faillissement, de compensatie via UWV, de wettelijke rente, de termijn van drie maanden en de bedenktijd van 14 dagen bij een vaststellingsovereenkomst.
  • Wettenbank, Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. Wat meetelt als maandsalaris: vakantiegeld en vaste eindejaarsuitkering gedeeld door 12, vaste onderdelen over 12 maanden en bonussen over de drie kalenderjaren vóór het jaar van ontslag gedeeld door 36, provisie over 12 maanden. De lijst van onderdelen zelf staat in de Regeling looncomponenten en arbeidsduur van de minister.
  • Rijksoverheid, Hoe hoog is de transitievergoeding als ik word ontslagen? Recht vanaf de eerste werkdag, de formule voor een deel van een jaar met het voorbeeld van 9 jaar en 5 dagen, loon bij ziekte, de cao-regeling en de kosten die van de vergoeding af mogen.
  • UWV, Transitievergoeding na ontslag of einde contract. Deels ontslag bij minstens 20 procent minder uren, de compensatie voor werkgevers en geen gevolgen voor de WW.
  • Belastingdienst, Moet ik belasting betalen over een ontslagvergoeding? Het bijzonder tarief, de vooraf ingevulde aangifte, toeslagen en de vermogensgrens per toeslag, vermogen op 1 januari en het einde van de middeling.
  • Belastingdienst, Witte tabel bijzondere beloning 2026. De percentages per jaarloon, van 33,80 tot 56,01 procent.
  • Centraal Planbureau, Kerngegevens Macro Economische Verkenning 2027. De geraamde stijging van de cao-lonen met 3,8 procent in 2027.
  • Rijksfinanciën, Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2027. Compensatie voor werkgevers bij ziekte sinds 1 april 2020 en bij bedrijfsbeëindiging sinds 1 januari 2021, het plan om die per 1 januari 2028 af te schaffen, en de aangekondigde hervorming van de transitievergoeding.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Juridisch

Alle artikelen in Juridisch