Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Soorten allergieën en welke test echt iets zegt

Soorten allergieën verschillen in wat de reactie uitlokt: lucht, eten, een steek, een medicijn of je huid. Welke zijn gevaarlijk?

Team Kennisdomein Door 14 minuten lezen
Man noteert aan de keukentafel zijn klachten op een notitieblok naast zakdoekjes en een slapende kat op de vensterbank

Welke allergie je hebt, hangt af van de stof die je klachten geeft, en daarmee ook de test en het gevaar. Daarnaast telt hoe snel de klachten komen. Artsen die een allergie voor antibiotica beoordelen, kijken daar vooral naar. Een snelle reactie begint meestal binnen een uur, een trage meestal pas na een dag of later. Zo staat het in de richtlijn van de SWAB, de werkgroep van artsen en apothekers die in Nederland de adviezen over antibiotica schrijft. De reactie waarbij je binnen minuten benauwd wordt of flauwvalt, hoort bij de snelle soort. Meer over gezondheid en zorg vind je in het kennisgebied Maatschappelijk.

Vijf groepen allergieën naast elkaar

Allergieën zijn in vijf groepen te verdelen: voor iets in de lucht, voor eten, voor een insectensteek, voor medicijnen en voor iets op je huid. Een allergie is een afweerreactie op iets wat op zich onschuldig is, zoals stuifmeel of een pinda. De stof die de reactie uitlokt, heet een allergeen. In de tabel zie je per groep voorbeelden, het moment waarop de klachten komen en de manier waarop een arts het onderzoekt.

GroepVoorbeeldenWanneer de klachten komenHoe een arts het onderzoekt
Iets in de luchtstuifmeel, huisstofmijt, huidschilfers van dierenvaak binnen minuten, soms pas na urenbloedtest of huidpriktest, naast je klachten
Etenpinda, sesam, noten, koemelkvaak binnen minuteneen paar weken weglaten in overleg met huisarts of diëtist; zekerheid alleen met een eettest in het ziekenhuis
Steek van een wesp of bijhet gif van de steekmeestal direct na de steekonderzoek door een allergoloog na een reactie over je hele lichaam
Medicijnenvooral antibiotica uit de penicillinegroepmeestal binnen een uur, of pas na een dag of laterhuidtest of een proefdosis onder toezicht
Iets op je huidmetaal in sieraden, parfum, haarverf, rubberna uren tot dagenplakproef bij de huidarts
Bron: Thuisarts, NHG, LUMC, Longfonds, Voedingscentrum, SWAB en NVvAKI; samengesteld door de redactie.

Allergieën die samen voorkomen

Hooikoorts, astma, constitutioneel eczeem en voedselallergie komen vaak bij dezelfde mensen voor. Constitutioneel eczeem is het eczeem dat vaak al bij baby’s begint en in families voorkomt. Artsen noemen die combinatie het atopisch syndroom, schrijft de NVvAKI, de Nederlandse vereniging van artsen en onderzoekers op het gebied van allergie. Een internist-allergoloog kan dan de behandeling bij verschillende specialisten op elkaar afstemmen. Dat is een internist, een specialist in ziekten van de inwendige organen, die zich heeft toegelegd op allergie.

Allergie voor iets in de lucht

De bekendste soort gaat via je neus en ogen. Stuifmeel van bomen, grassen en kruiden geeft hooikoorts door stuifmeel. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) telt al jaren het stuifmeel in de lucht. Volgens het LUMC heeft ongeveer 20 procent van de Nederlanders een aantal jaren lichte tot ernstige hooikoortsklachten. Op een verjaardag met 20 gasten hebben er dus ongeveer vier ooit een paar jaar last van gehad.

Heb je het hele jaar een verstopte neus, dan kan het een allergie zijn voor iets wat altijd in huis is. De allergie voor huisstofmijt is daarvan het bekendste voorbeeld.

Huisdieren en hun huidschilfers

Bij een allergie voor een kat of hond denken veel mensen aan de haren. Het Longfonds, de organisatie die opkomt voor mensen met een longziekte, schrijft iets anders. Je reageert op de huidschilfers van het dier, niet op de haren. Een hond die weinig haar verliest, heeft dus ook huidschilfers.

Bovendien blijven die schilfers op muren, boeken en plafonds zitten. Daarom kun je nog klachten hebben als het dier al weg is. Het Longfonds raadt aan om dan het hele huis met een natte doek af te nemen. Niet alleen honden en katten geven klachten: ook konijnen en vogels kunnen dat.

Sommige mensen krijgen binnen een paar minuten jeukende ogen of moeten niezen. Anderen merken het pas uren nadat ze bij een dier zijn geweest. Veel mensen met astma reageren volgens het Longfonds allergisch op huisdieren. Voor hen raadt het Longfonds af om zelf een huisdier te nemen.

Allergie voor eten

Bij een voedselallergie maakt je afweer antistoffen tegen een eiwit in je eten. Antistoffen zijn eiwitten waarmee je afweer een stof herkent en aanvalt. Bekende voorbeelden zijn de eiwitten in pinda, noten en koemelk. Het Voedingscentrum, dat met geld van de overheid voorlichting geeft over eten, schat dat 1 tot 4 procent van de bevolking een voedselallergie of voedselintolerantie heeft. Bij kinderen is dat 4 tot 6 procent. Een baby met een koemelkallergie groeit daar meestal overheen.

Een intolerantie is iets anders dan een allergie, want daarbij doet je afweer niet mee. Hoe je ze uit elkaar houdt en welke 14 stoffen op het etiket moeten staan, lees je in ons artikel over voedselallergie of intolerantie.

Laat eten niet op eigen houtje weg en probeer het ook niet zelf opnieuw. Het Voedingscentrum raadt dat experimenteren af en verwijst naar de huisarts. Veel meer mensen denken dat ze niet tegen iets kunnen dan er bij onderzoek echt op reageren. Hoe groot dat verschil is, lees je verderop bij de allergietests.

Allergie voor een wespensteek of bijensteek

Een allergie voor een steek herken je aan klachten op andere plaatsen van je lichaam dan de steek zelf. Denk aan rode of donkere plekken en jeuk, overal op je lichaam. Bij een ernstige allergie komen daar moeilijk ademen, dikke lippen of een dikke tong bij. Ook buikpijn, diarree en flauwvallen horen erbij. Dat gebeurt meestal direct na de steek.

Een dikke bult op de plek van de steek is nog geen allergie. Thuisarts, de site waarop huisartsen uitleggen wat hun richtlijnen betekenen, schrijft dat de plek rond de steek groter kan worden dan 10 centimeter. Ook zo’n grote plek gaat vanzelf over.

Wie weet dat hij zo’n ernstige allergie heeft, krijgt meestal van zijn arts een allergiepen met adrenaline. Thuisarts zegt: gebruik de pen direct na de steek en bel daarna meteen 112, de huisarts of de huisartsenpost. Draag altijd twee pennen bij je. Heb je na vijf minuten nog veel klachten, dan gebruik je de tweede.

Na een reactie over je hele lichaam kan een internist-allergoloog onderzoeken hoe het zit. Daarnaast kan die volgens de NVvAKI een behandeling met insectengif starten. Je krijgt dan steeds een kleine hoeveelheid gif, zodat je afweer er minder heftig op gaat reageren.

Allergie voor medicijnen

Een medicijnallergie in je dossier klopt vaak niet. Een herkenbaar voorbeeld: bij een nieuwe tandarts vul je een formulier in. Bij allergieën schrijf je penicilline, omdat je moeder vertelde dat je als peuter uitslag kreeg van een antibioticum. Vanaf dat moment staat het in je dossier, en niemand vraagt er nog naar.

Hoe vaak zo’n vermelding niet klopt, staat in de richtlijn over antibiotica-allergie van de SWAB. Bij 10 tot 20 procent van de mensen die in het ziekenhuis liggen, staat een allergie voor een medicijn in het dossier. Bij onderzoek met echte allergietests blijkt minder dan 10 procent van die mensen werkelijk allergisch. Antibiotica uit de penicillinegroep staan het vaakst op die lijst.

Waarom een verkeerde vermelding telt

Een onterechte vermelding is geen onschuldige vergissing. Wie te boek staat als allergisch, krijgt vaak een ander antibioticum dan het beste. Zo’n middel pakt meer soorten bacteriën aan en geeft vaker bijwerkingen. Het zorgt er ook voor dat bacteriën sneller ongevoelig worden voor antibiotica, schrijft de SWAB.

Een internist-allergoloog kan zo’n vermelding onderzoeken met een huidtest of een proefdosis onder toezicht. Blijkt de allergie er niet te zijn, dan haalt hij de vermelding weg, schrijft de NVvAKI. Twijfel je of jouw vermelding klopt, vraag dan je huisarts of onderzoek zinvol is. Probeer het nooit zelf uit met een oud doosje pillen. Had je destijds een zware reactie, bijvoorbeeld met blaren of loslatende huid, dan beslist altijd een specialist.

Allergie voor iets op je huid

Contacteczeem is eczeem op de plek waar je huid iets heeft aangeraakt. Bekende oorzaken zijn het metaal in sieraden, stoffen in make-up, parfum en haarverf, latex in rubberen handschoenen, en zeep of afwasmiddel. Zo noemt Thuisarts ze. Het eczeem zit dan vaak precies waar je huid de stof raakt, bijvoorbeeld onder een sieraad.

Een allergie voor zo’n stof werkt traag, en daarom hoort er een andere test bij. Bij een huidpriktest voor stuifmeel of huisstofmijt prikt de arts druppeltjes in je onderarm en kijkt hij na ongeveer een kwartier. Voor contactallergie plakt de huidarts pleisters met stoffen op je rug. Na één of twee dagen gaan ze eraf, en een paar dagen later kijkt de arts of er eczeem is ontstaan. Dat heet een plakproef.

Blijkt waar je huid niet tegen kan, dan is de behandeling eenvoudig: die stof niet meer aanraken. Volgens Thuisarts gaat het eczeem daarna meestal weg. Een crème die de ontsteking remt, helpt tegen de jeuk, maar houdt het eczeem niet weg als je de stof blijft aanraken.

Waar type 1 tot en met 4 vandaan komen

De types 1 tot en met 4 komen uit een oude indeling van hoe je afweer reageert, niet uit een lijst van stoffen. Zoek je naar soorten allergieën, dan kom je dat rijtje van vier vaak tegen. De indeling is bedacht door de onderzoekers Gell en Coombs.

Bij allergie voor antibiotica werken artsen liever met een eenvoudiger indeling: snel of traag, schrijft de SWAB. Type 1 is de snelle reactie met antistoffen. Type 4 is een trage reactie, zoals bij contacteczeem. De types 2 en 3 zijn bij antibiotica zeldzaam.

Voor jou telt vooral het verschil tussen snel en traag. Het bepaalt welke test past en hoe snel je moet handelen.

Welke allergietest iets zegt

Een positieve allergietest is nog geen allergie. Een bloedtest of huidpriktest laat zien dat je afweer antistoffen tegen een stof heeft gemaakt. Artsen noemen dat sensibilisatie. Het komt regelmatig voor dat iemand gesensibiliseerd is zonder er klachten van te krijgen. Van een allergie spreek je pas als de test past bij klachten die je echt hebt.

Hoe groot het verschil is tussen denken en hebben, laat een Brits onderzoek zien. De richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de vereniging die de richtlijnen voor huisartsen schrijft, noemt het. Van alle deelnemers zei 20 procent slecht te reageren op eten. Bij een blinde eettest reageerde minder dan 2 procent van alle deelnemers echt op dat voedsel. Blind betekent dat arts en deelnemer niet weten of er echt iets van het voedsel in zit. In dat Britse onderzoek bleek het dus bij hoogstens één op de tien mensen die dachten niet tegen eten te kunnen, echt zo.

Het NHG raadt huisartsen af om bij een vermoeden van voedselallergie zelf een bloedtest of huidpriktest te doen. Een uitslag die ten onrechte positief is, heeft gevolgen: je laat eten staan dat je gewoon verdraagt.

Thuistests en online tests

In advertenties zie je allergietests die je thuis doet, met een druppel bloed uit je vinger en een uitslag voor tientallen stoffen tegelijk. Zo’n uitslag zegt in het beste geval dat je afweer een stof kent. Of die stof jouw klachten geeft, zegt hij niet. De huisartsenrichtlijn raadt zelfs de huisarts af om zo’n test bij een vermoeden van voedselallergie te doen. Zonder arts die naar je klachten kijkt, zegt een thuistest nog minder.

Wanneer een test wel zin heeft

Een test heeft zin als er een beslissing van afhangt. Bijvoorbeeld na een reactie over je hele lichaam, of als je een behandeling wilt die je afweer aan de stof laat wennen. Ook als een vermelde medicijnallergie je behandeling in de weg zit, of als je zeker wilt weten of je een voedingsmiddel mag eten. Bij een vermoeden van voedselallergie verwijst de huisarts je door als een zekere diagnose nodig is, schrijft het NHG. Dat kan naar een kinderarts of huidarts die zich op allergie heeft toegelegd, of naar een internist-allergoloog. Na een reactie op een steek of een medicijn kan dat ook een internist-allergoloog zijn, schrijft de NVvAKI.

Wanneer een allergische reactie gevaarlijk is

Een anafylactische reactie is een allergische reactie die levensgevaarlijk kan worden. Het Voedingscentrum noemt als bekende oorzaken pinda, sesam, medicijnen en een wespensteek. De klachten beginnen vaak binnen enkele minuten, met een prikkelend gevoel, jeuk of een metaalsmaak in je mond. Daarna kunnen bulten, zwellingen in mond en keel en benauwdheid volgen. Je bloeddruk kan zo sterk dalen dat je bewusteloos raakt.

Het Voedingscentrum schrijft dat een prik met adrenaline nodig is om de reactie te stoppen. Wat je doet, is daarom bij elke oorzaak hetzelfde. Heb je een allergiepen, gebruik hem direct en bel daarna meteen 112. Heb je geen pen, bel dan direct 112.

Waar je het beste begint

Begin bij je huisarts, met een briefje in je zak. Schrijf op wat je had, hoe snel het kwam, waar je was en wat je net had gegeten, aangeraakt of ingenomen. Dat zegt een arts meer dan een test die je online bestelt.

Ons oordeel: neem een snelle reactie over je hele lichaam altijd serieus. Laat een vermoeden van een allergie voor eten of een medicijn eerst bevestigen voordat je er iets voor laat staan. In het Britse onderzoek reageerde hoogstens één op de tien mensen die dachten niet tegen eten te kunnen, echt op dat voedsel. Van de medicijnallergieën in ziekenhuisdossiers klopt minder dan één op de tien. Wie op zo’n vermoeden eten schrapt of een antibioticum laat staan, betaalt een prijs die niemand ziet.

Veelgestelde vragen over allergieën

Wat zijn de meest voorkomende allergieën?

Hooikoorts is de bekendste allergie. Volgens het LUMC heeft ongeveer 20 procent van de Nederlanders een aantal jaren last van hooikoortsklachten. Ook huisstofmijt en huisdieren zijn bekende oorzaken. Een voedselallergie of voedselintolerantie heeft volgens het Voedingscentrum 1 tot 4 procent van de bevolking en 4 tot 6 procent van de kinderen. Een betrouwbaar Nederlands cijfer voor alle allergieën samen hebben we bij geen enkele instantie gevonden.

Kan een allergie vanzelf overgaan?

Soms wel. Een baby met een koemelkallergie groeit daar volgens het Voedingscentrum meestal overheen. Ook bij een allergie voor antibiotica wordt de kans op een nieuwe reactie kleiner naarmate de eerste reactie langer geleden is. Dat schrijft de SWAB, de werkgroep die de Nederlandse antibiotica-adviezen schrijft. Daarnaast blijkt een medicijnallergie in je dossier vaak nooit te hebben bestaan: minder dan 10 procent van de mensen met zo’n vermelding is echt allergisch. Of een allergie over is, stel je niet zelf vast door het opnieuw te proberen. Dat doet een arts.

Hoe weet ik of ik allergisch ben?

Begin bij je huisarts en vertel wat je klachten zijn, hoe snel ze kwamen en na welk contact. Een bloedtest of huidtest bewijst op zichzelf geen allergie, want het komt regelmatig voor dat iemand antistoffen heeft zonder klachten. Het Nederlands Huisartsen Genootschap, dat de richtlijnen voor huisartsen schrijft, raadt huisartsen daarom af om bij een vermoeden van voedselallergie zelf zo’n test te doen. Is een zekere diagnose nodig, dan verwijst de huisarts je naar een allergoloog.

Wanneer verwijst de huisarts je naar een allergoloog?

Bij een vermoeden van voedselallergie verwijst de huisarts je als een zekere diagnose nodig is, schrijft het Nederlands Huisartsen Genootschap. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je klachten houdt ondanks een goed dieet. Afhankelijk van je leeftijd en je klachten ga je dan naar een kinderarts-allergoloog, een internist-allergoloog of een dermatoloog-allergoloog, een huidarts die zich op allergie heeft toegelegd. Na een reactie over je hele lichaam op een steek of een medicijn kan een internist-allergoloog onderzoek doen, schrijft de NVvAKI. Neem je briefje met klachten mee.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk