De kerstman komt uit New York, niet van Coca-Cola
De kerstman stamt af van Sinterklaas en kreeg in New York zijn rendieren en zijn rode pak. Wat klopt er van de verhalen over hem?

De kerstman zoals wij hem kennen ontstond in New York, tussen 1809 en 1823. Zijn naam komt van Sint-Nicolaas. Zijn rode pak is ouder dan veel mensen denken: in 1821 stond hij al in het rood in een Amerikaans kinderboekje. Dat boekje ligt bij de American Antiquarian Society, een Amerikaanse bibliotheek voor oud drukwerk. Het verscheen 110 jaar voor de bekende kerstreclame van frisdrankmaker Coca-Cola uit 1931. Wie eind november in één winkelstraat een Sint en een kerstman tegenkomt, ziet dus twee familieleden. Meer over feesten en tradities staat in het kennisgebied Maatschappelijk.
Hoe Sint-Nicolaas in New York Santa Claus werd
De naam Santa Claus komt van Sint-Nicolaas, zoals die naam in New York werd uitgesproken. Een vroeg verslag waarin dat staat, is uit 1810. Het ligt bij de Library of Congress, de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten.
Op 6 december 1810 hield de New-York Historical Society een feestmaal op de feestdag van Sint-Nicolaas. Die vereniging bewaart de geschiedenis van de stad New York. De leden kozen die dag als eerbetoon aan de eerste kolonisten van de staat New York, de Nederlanders. Kolonisten zijn mensen die zich in een nieuw gebied vestigen. Volgens het verslag werd de naam van de heilige meestal uitgesproken als Sancte Claus. Na het eten volgde een rij toosten. Een toost is een korte wens waarbij iedereen het glas heft. De eerste was in het Nederlands: ‘Sancte Claus, goed heylig man!’
Een jaar eerder, op 6 december 1809, was er een boek van schrijver Washington Irving verschenen. Daarin drijft hij de spot met de Nederlandse gewoonten in New York. In dat boek is Sint-Nicolaas een goedmoedige figuur, schrijft de Library of Congress.
De prent met het versje over Spanje
Bij die eerste toost kreeg elke gast een prent van de heilige. Hij heeft een beurs geld in de ene hand en een roe in de andere. Een roe is een bosje takken, bedoeld als straf voor stoute kinderen. John Pintard, de bibliothecaris van de vereniging, had de prent laten maken. Naast de heilige staat een ouderwetse Hollandse haard. Aan weerskanten daarvan hangt een blauwe kous. In de ene zitten speelgoed, sinaasappels en ‘Oley cooks’, waarin je het Nederlandse woord oliekoeken herkent. Die kous is voor het brave kind. In de andere zit alleen een roe.
Op het blad staat ook een Nederlands versje. Daarin reist de heilige naar Amsterdam, en van Amsterdam naar Spanje. Dat is opvallend. Het prentenboek van Jan Schenkman met de stoomboot uit Spanje is namelijk pas van 1850. Het versje uit New York is dus 40 jaar ouder. Hoe Spanje in het Nederlandse feest kwam, lees je in ons artikel over waar Sinterklaas vandaan komt.
Eén ding weten we niet: of de eerste Nederlanders in Amerika het feest in de zeventiende eeuw al vierden. De Library of Congress schrijft alleen dat sommige Nederlandse immigranten in New York elk jaar de feestdag van ‘Sinter Klaas’ vierden. Vanaf wanneer, zegt de bibliotheek niet. Een bron uit die eeuw zelf hebben wij niet gevonden. Het verslag van 1810 kennen we bovendien uit een herdruk van 1864.
Twee versjes gaven hem rendieren en een schoorsteen
De rendieren, de kerstavond en de schoorsteen komen uit twee Amerikaanse versjes, uit 1821 en 1823. Daarvoor was de heilige een slanke man die cadeaus uitdeelde, en niet altijd op kerstavond. Zo beschrijft de American Antiquarian Society hem.
In 1821 gaf uitgever William Gilley in New York een kinderboekje van 16 pagina’s uit. Het was bedoeld voor kinderen van 5 tot 12 jaar. In het versje dat erin staat, rijdt ‘Old Santeclaus’ met zijn rendier over de schoorstenen om cadeaus te brengen. Volgens de American Antiquarian Society komt hij hier waarschijnlijk voor het eerst op kerstavond. Brave kinderen krijgen speelgoed en boeken, stoute kinderen een roe. Wie het versje schreef, is niet bekend. De eerste regels staan op de site van de FDA. Dat is de Amerikaanse toezichthouder op voedsel en medicijnen.
Twee jaar later, op 23 december 1823, drukte de krant Troy Sentinel een gedicht af over een bezoek van Sint-Nicolaas. Troy is een stad in de staat New York. In het gedicht trekken acht rendieren zijn slee, en elk dier heeft een naam. Sint-Nicolaas komt door de schoorsteen en vult daarna de kousen. Hij is een kleine, dikke elf met een witte baard, in een bontpak vol as en roet. Over rood staat er echter niets in, schrijft de Library of Congress.
Wie het gedicht schreef is niet zeker
Het gedicht verscheen zonder naam. Pas jaren later zei Clement Clarke Moore, een geleerde uit Manhattan, dat hij de dichter was. In 1844 nam hij het gedicht op in een bundel met eigen werk. De familie van Henry Livingston zegt dat Livingston het schreef, en sommige onderzoekers van nu geven haar gelijk. De Library of Congress houdt het op Moore, maar noemt ook die tweede naam.
De kerstman in jaartallen
In de tabel hieronder staan de stappen op een rij: het jaar, wat er gebeurde en wat er voor de kerstman bij kwam.
| Jaar | Wat er gebeurde | Wat erbij kwam |
|---|---|---|
| 1809 | Boek van Washington Irving dat spot met het Nederlandse New York | Sint-Nicolaas als goedmoedige figuur |
| 1810 | Feestmaal van de New-York Historical Society | De toost op Sancte Claus en de kous bij de haard |
| 1821 | Kinderboekje van uitgever William Gilley | Kerstavond, een rendier en rode kleren |
| 1823 | Gedicht in de krant Troy Sentinel | Acht rendieren met een naam en de schoorsteen |
| 1881 | Prent van Thomas Nast in het weekblad Harper’s Weekly | Een soort officieel portret |
| 1931 | Reclame van Coca-Cola, geschilderd door Haddon Sundblom | De warme, mollige man uit de advertenties |
| 1939 | Kleurboek van warenhuis Montgomery Ward | Rudolph, het negende rendier |
Het rode pak is ouder dan de reclame van Coca-Cola
Coca-Cola heeft de rode kerstman niet bedacht, en het bedrijf zegt dat zelf ook. Op zijn eigen site staat dat de kerstman al een rode jas droeg voordat tekenaar Haddon Sundblom hem voor het bedrijf schilderde.
De eerste kerstman van Sundblom stond in 1931 in Amerikaanse tijdschriften. Het kinderboekje waarin hij al rood is, verscheen in 1821.
In de tussentijd legde tekenaar Thomas Nast het beeld vast. Nast werkte voor Harper’s Weekly, een Amerikaans weekblad. Zijn bekendste kerstman verscheen daar op 1 januari 1881 en werd al snel een soort officieel portret. Volgens de Library of Congress komen de werkplaats en de Noordpool uit zijn prenten. De bibliotheek schrijft dat ook de rode jas en de pijp daar voor het eerst in staan. Die twee zijn ouder: de pijp staat al in het gedicht van 1823, en rood droeg hij al in het boekje van 1821.
De Amerikaanse universiteit Yale bewaart in haar bibliotheek een latere uitgave van het gedicht, van rond 1869. Nast maakte de tekeningen. Daarin draagt de kerstman al een rode muts en een rode mantel.
Wat Coca-Cola dan wel deed
Het bedrijf maakte wel één versie van de kerstman overal bekend. Van 1931 tot 1964 stond de kerstman van Sundblom in de reclames van Coca-Cola: warm, mollig en menselijk. Die reclames stonden in veel tijdschriften. Ze kwamen ook op posters en kalenders. Het bedrijf schrijft zelf dat het zo hielp om het beeld van de kerstman te vormen.
Ons oordeel: wie zegt dat de kerstman rood is door Coca-Cola, zit er 110 jaar naast. Maar bij het woord kerstman zie je meteen die ene vrolijke opa voor je. Dat komt voor een groot deel door ruim 30 jaar reclame met de kerstman van Sundblom.
Negen rendieren en waar hun namen vandaan komen
De kerstman heeft negen rendieren: acht uit het gedicht van 1823 en Rudolph, die er in 1939 bij kwam. De eerste zes heten Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet en Cupid. Nummer zeven en acht heten nu Donner en Blitzen. Zo noemt de FDA ze.
Een van die namen heeft een Nederlandse kant. De Library of Congress bewaart een losse druk van het gedicht uit 1842. Daarin heet het zevende rendier nog Donder, net als het Nederlandse woord. Donner is het Duitse woord voor donder, en Blitzen lijkt op Blitz, Duits voor bliksem.
Rudolph is 116 jaar jonger dan de andere acht. Robert L. May bedacht hem in 1939 voor zijn werkgever, het Amerikaanse warenhuis Montgomery Ward. Het verhaal stond in een kleurboek dat de winkel aan kinderen weggaf, om hun ouders naar de winkel te krijgen. In 1948 maakte de zwager van May er een liedje van. Het bekendste rendier begon dus als reclame.
Waarom de rendieren waarschijnlijk vrouwtjes zijn
Een rendier dat op kerstavond een gewei draagt, is hoogstwaarschijnlijk een vrouwtje. Bij rendieren krijgen ook de vrouwtjes een gewei. Mannetjes verliezen hun gewei meestal laat in de herfst. Vrouwtjes houden het daarentegen de hele winter, tot hun kalf in het voorjaar wordt geboren. Dat schrijft de FDA, en de dienst trekt zelf de conclusie: ook Rudolph is waarschijnlijk een vrouwtje.
Het gewei van een mannetje wordt omgerekend tot ongeveer 1,30 meter lang. Dat van een vrouwtje blijft bij ruim 50 centimeter.
Waar de kerstman woont
In Amerikaanse verhalen woont de kerstman op de Noordpool, in Finse verhalen in Lapland. De Noordpool komt uit de prenten van Thomas Nast, schrijft de Library of Congress. Dat was een slimme plek, want in de tijd van Nast had nog geen poolreiziger de Noordpool bereikt. Niemand kon dus zeggen dat hij er niet woonde.
Finland vertelt het anders. Volgens de Finse traditie woont hij op Korvatunturi. Dat is een afgelegen berg in Fins Lapland, boven de poolcirkel. Zo staat het op finland.fi, de site over Finland van het Finse ministerie van Buitenlandse Zaken. In de stad Rovaniemi kun je hem volgens die site het hele jaar bezoeken. Zijn postkantoor daar krijgt elk jaar honderdduizenden brieven uit meer dan 190 landen.
In het Fins heet hij joulupukki. Dat betekent kerstbok. De naam komt volgens de site uit oude gebruiken van voor het christendom. Daarin ging een figuur met hoorns en een bontvacht na kerst langs de huizen, op zoek naar eten en drinken dat over was.
Sinterklaas en de kerstman naast elkaar
Sinterklaas en de kerstman zijn niet dezelfde, maar wel familie. De kerstman groeide in New York uit het Nederlandse sinterklaasfeest, en dat feest gaat terug op de heilige Nicolaas. Allebei komen ze in de advent, de weken voor kerst. In de tabel hieronder staan de verschillen naast elkaar: wanneer ze komen, hoe ze reizen, waar ze wonen en wat stoute kinderen krijgen.
| Kenmerk | Sinterklaas | Kerstman |
|---|---|---|
| Komt op | Pakjesavond, 5 december | Kerstavond, 24 december |
| Reist met | De stoomboot uit Spanje | Een slee met rendieren |
| Woont in | Spanje | De Noordpool of Fins Lapland |
| Voor stoute kinderen | De roe | In 1821 de roe, in 1823 niets meer |
De stoomboot en de roe staan in het prentenboek van Schenkman uit 1850. Dat boek is te lezen bij de DBNL, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De roe laat zien hoe dicht de twee bij elkaar begonnen. In het Amerikaanse boekje van 1821 deelt ook Santeclaus nog een roe uit. In het gedicht van 1823 is de straf verdwenen.
De kerstman in Nederland
In Nederland kreeg de kerstman vanaf de jaren vijftig veel tegenwind, en toch won hij terrein. Eind jaren tachtig gaven Nederlanders voor het eerst meer geld uit aan kerst dan aan sinterklaas. Dat schreef onderzoeker John Helsloot in 1996 in het Volkskundig Bulletin, een tijdschrift van het Meertens Instituut. Dat instituut onderzoekt de Nederlandse taal en cultuur. Hoe kerst zelf een feest met cadeaus werd, lees je in ons artikel over waarom we kerst vieren.
Direct na de Tweede Wereldoorlog werd de Amerikaanse kerstman nog geaccepteerd, leidt Helsloot af uit advertenties. Daarna sloeg dat om: van begin jaren vijftig tot midden jaren zeventig was er veel weerstand. In Roermond verzette de katholieke jeugdbeweging zich tegen hem. Hij zou heidens zijn. Dat betekent: niet christelijk. Ook zou hij vreemd zijn aan de Limburgse cultuur.
De eerste intocht was in Veendam
In 1967 haalde de handelsvereniging van Veendam de kerstman in met een intocht. Volgens Helsloot was dat de eerste keer in Nederland. Het plan was dat hij de intocht van Sinterklaas zou vervangen. Na felle protesten gingen toch beide intochten door. Bolsward probeerde het in 1974 opnieuw. Het gemeentebestuur weigerde de kerstman toen op het stadhuis te ontvangen, omdat dat te commercieel zou zijn.
Voorstanders hoopten later op intochten met een arreslee, een slee met een paard ervoor. Maar in december ligt er zelden sneeuw: de kans op een witte kerst is in Nederland klein.
Gearresteerd in Assen
In 1993 zette de gemeente Assen samen met de winkeliers borden neer tegen de kerstman. Kerstversiering was er verboden tot 5 december. Dat jaar en het jaar erna hield Assen daar streng de hand aan. Toen de kerstman zich toch liet zien, werd hij gearresteerd en over de gemeentegrens gezet. In Wageningen ging hij in 1993 bij de aankomst van Sinterklaas in de zak.
Kinderen kozen in die jaren nog duidelijk voor de Sint. Zo schreven in 1992 ongeveer 500 kinderen een brief aan de krant NRC. Slechts 5 procent van hen zag meer in de kerstman dan in Sinterklaas. Dat zijn ongeveer 25 kinderen.
In de winkelstraten liep het daarna anders, in elk geval in de hoofdstad. In Amsterdam verdrijft de kerstman de Sint, zei hoogleraar Peter Jan Margry in november 2025. Winkels hebben daar veel buitenlandse klanten, en die kennen Sinterklaas niet. Op de site van het Meertens Instituut staat een samenvatting van het artikel waarin hij dat zei.
Een indringer met een Nederlandse naam
Wie de kerstman een Amerikaanse indringer noemt, heeft maar half gelijk. Zijn slee, zijn rendieren en zijn rode pak zijn Amerikaans. Maar zijn naam is Nederlands, en in 1810 werd er in het Nederlands op hem getoost. De ruzie tussen Sint en kerstman is daarom een familieruzie.
Helsloot hield het in 1996 al voor mogelijk dat de kerstman hier Nederlandse trekken krijgt. Hij gaf een voorbeeld uit een gezin. Daar lagen de pakjes onder de kerstboom, met gedichten erbij waarin de kerstman en het rendier een rol speelden. Een sinterklaasgedicht voor de kerstman dus.
Veelgestelde vragen over de kerstman
Is de kerstman dezelfde als Sinterklaas?
Nee. De kerstman stamt af van Sinterklaas, maar werd in New York een eigen figuur. Sinterklaas komt met de stoomboot uit Spanje en viert pakjesavond op 5 december. De kerstman komt op kerstavond met een slee en rendieren. De naam Santa Claus komt van Sancte Claus. Zo werd de naam Sint-Nicolaas volgens een verslag uit 1810 in New York meestal uitgesproken.
Is de kerstman Turks?
De kerstman zelf is een figuur uit New York. Zijn voorvader Sint-Nicolaas was een christelijke heilige uit het gebied dat nu Turkije is. Dat schrijft de Library of Congress, de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten. De rendieren, de slee en het rode pak kwamen er pas in de negentiende eeuw in Amerika bij.
Was de kerstman vroeger groen?
Een vaste kleur had hij lang niet. In het gedicht van 1823 draagt hij bont vol as en roet. Rood was hij al in 1821, in een kinderboekje bij de American Antiquarian Society, een Amerikaanse bibliotheek voor oud drukwerk. Tekenaar Thomas Nast gaf hem rond 1869 een rode muts en mantel. Dat is te zien in een uitgave die bij de Amerikaanse universiteit Yale ligt. De Finse overheidssite finland.fi schrijft met een knipoog dat hij ooit een grijze en groene periode had. Een groene kerstman in een oude bron hebben wij zelf niet gevonden.
Hoe heten de rendieren van de kerstman?
Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet, Cupid, Donner, Blitzen en Rudolph. Dat zijn er negen. De eerste acht komen uit een gedicht van 1823, Rudolph kwam er in 1939 bij. Zo staat het bij de FDA, de Amerikaanse toezichthouder op voedsel en medicijnen.
Stamt de kerstman af van de god Odin?
Voor een afstamming van Odin hebben wij geen bewijs gevonden. Het spoor op papier begint in New York, met een boek uit 1809 en een feestmaal in 1810. Daarna volgden twee versjes, in 1821 en 1823. De Germaanse god Odin, ook Wodan genoemd, komt daarin niet voor. Het Meertens Instituut onderzoekt de Nederlandse taal en cultuur. Over een verwant verhaal, dat Zwarte Piet van de raven van Wodan afstamt, schrijft het instituut dat geen enkele bron die uitleg steunt.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Library of Congress, A Visit from Santa… Who You Might Not Recognize, 23 december 2020, The first celebration of the festival of St. Nicholas, herdruk uit 1864, A reprint of the first publication of A visit from St. Nicholas, rond 1919, en Christmas Carol. The visit of Saint Nicholas, druk uit 1842. Het gedicht van 1823, Irving, Nast, de Noordpool, de toost en de prent van 1810, de bundel van 1844 en de naam Donder.
- American Antiquarian Society, Evolution of Santa en de beschrijving van The Children’s Friend. Irving op 6 december 1809 en het kinderboekje van 1821 met de uitgever, kerstavond, het rendier, de rode kleren en de roe.
- FDA, Fun Facts About Reindeer and Caribou, bijgewerkt op 2 februari 2023. De eerste regels van het versje van 1821, de acht namen, Rudolph in 1939 en het gewei.
- Yale University, Santa’s mirth and merriment resound in the Beinecke archives, 20 december 2021. De uitgave van rond 1869 met de rode muts en mantel.
- Meertens Instituut, John Helsloot, Sinterklaas en de komst van de kerstman, Volkskundig Bulletin 22, 1996, Geen Sinterklaas in het internationale Amsterdam, 14 november 2025, en Vragen over Zwarte Piet, herzien in 2023. De kerstman in Nederland, Margry over Amsterdam en de raven van Wodan.
- Ministerie van Buitenlandse Zaken van Finland, Yes, Santa Claus is from Finland, 16 december 2025. Korvatunturi, Rovaniemi, de brieven en de naam joulupukki.
- Jan Schenkman, St. Nikolaas en zijn knecht, 1850, bij de DBNL. De stoomboot uit Spanje en de roe.
- The Coca-Cola Company, Haddon Sundblom and the Coca-Cola Santas, pagina over de eigen kerstreclames, geraadpleegd 3 oktober 2026. De rode jas vóór Sundblom en de reclames van 1931 tot 1964.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Maatschappelijk
Koningsdag 2027 op dinsdag 27 april en de koning in LelystadKoningsdag 2027 valt op dinsdag 27 april en de koning viert het in Lelystad. Lees wat er op de vrijmarkt mag en of je vrij bent.
Valentijnsdag 2027 en wie het feest echt heeft bedachtValentijnsdag is 14 februari, de dag waarop geliefden elkaar iets geven. In Nederland bestaat het feest pas sinds 1951.
Wat is Thanksgiving, en wat heeft Leiden ermee te maken?Thanksgiving is het Amerikaanse dankfeest op de vierde donderdag van november. Wat heeft het met Leiden te maken, en wat klopt er niet?
Wat is advent, en waarom duurt hij zelden vier weken?Advent is de tijd waarin christenen zich op kerst voorbereiden. In 2026 begint hij op 29 november. Waarom elk jaar op een andere dag?