Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Waarom vieren we kerst op 25 en 26 december?

Met kerst vieren christenen de geboorte van Jezus. Maar waarom op 25 december, en waarom heeft Nederland er twee dagen voor?

Team Kennisdomein Door 15 minuten lezen
Verlichte kerstboom in een Nederlandse woonkamer met een kleine houten kerststal eronder

De oudste vermelding van een feest op 25 december voor de geboorte van Jezus staat in een Romeinse kalender uit 354. De gegevens in die lijst gaan terug tot uiterlijk 336, schrijft Lucepedia, een online encyclopedie over geloof van de theologische faculteit van Tilburg University. Waarom de kerk juist die dag koos, weet niemand zeker. Het bekende verhaal over een Romeins zonnefeest is maar één van twee verklaringen, en niet de sterkste. Tweede Kerstdag is een restant van een middeleeuws feest dat langer duurde. Hij overleefde de Reformatie omdat de overheid hem niet wilde opgeven. Meer over feesten en gebruiken lees je in het kennisgebied Maatschappelijk.

Twee verklaringen voor 25 december

Voor de datum bestaan twee verklaringen. Het idee van een overgenomen zonnefeest gaat terug tot de zeventiende eeuw, en in 1889 werkten twee geleerden de beide verklaringen uit. Volgens de ene nam de kerk een feest van de Romeinse zonnegod over. Volgens de andere rekenden christenen de datum zelf uit. Wanneer Jezus werkelijk werd geboren, is niet bekend. Rond het jaar 200 deden verschillende data de ronde, schrijft Lucepedia, zoals 19 en 20 april en 20 mei.

Het verhaal van het zonnefeest

In de Romeinse kalender gold 25 december als de kortste dag van het jaar, al viel die in werkelijkheid een paar dagen eerder. Daarna werd de zon weer sterker. Keizer Aurelianus maakte rond 275 de Onoverwinnelijke Zon, in het Latijn Sol Invictus, tot de belangrijkste god van zijn rijk. Volgens deze verklaring koos de kerk daarom voor 25 december: het feest van de zon werd het feest van Christus.

Dat verhaal staat op veel Nederlandse websites als vaststaand feit. Ook deskundigen op andere terreinen nemen het vaak over. Het bewijs is dunner. Wel noemt dezelfde kalender uit 354 op 25 december ook de geboortedag van de Onoverwinnelijke Zon, met 30 spelen in het circus. Dat schrijft de Amerikaan Kurt Simmons in het Journal of the Evangelical Theological Society, het tijdschrift van een vereniging van theologen. Maar de kalender legt zelf geen verband. Welk feest eerst was, valt er niet uit af te leiden, schrijft hij met een andere historicus. Een tekst die de twee feesten met elkaar verbindt, is pas een aantekening in een Syrisch handschrift uit de twaalfde eeuw. Die is zo’n achthonderd jaar jonger dan de eerste kerstviering.

Kerkvaders, de christelijke schrijvers van de eerste eeuwen, noemden Christus vaak de zon of het licht. Soms verwezen ze daarbij zelf naar de Romeinse zonnegod. Dat is het sterkste argument voor deze verklaring. Maar het beeld staat ook al in de Bijbel, bijvoorbeeld bij de profeet Maleachi, die spreekt over een zon die gerechtigheid brengt.

De rekensom van negen maanden

De tweede verklaring begint niet bij de geboorte van Jezus, maar bij zijn dood. Verschillende kerkvaders plaatsten die op 25 maart. Ze gingen er ook van uit dat een bijzonder mens stierf op dezelfde dag van het jaar als waarop zijn leven begon. Bij Jezus rekenden ze dat leven vanaf de dag dat Maria zwanger werd. Tel je bij 25 maart negen maanden op, dan kom je uit op 25 december.

Het begin van die rekensom is ouder dan de kerstviering zelf. Al vóór 221 noemde de christelijke geschiedschrijver Julius Africanus 25 maart als de dag van de aankondiging aan Maria en van de dood van Jezus. Tel je daar negen maanden bij op, dan kom je op 25 december, al schrijft Africanus die datum zelf niet op. Dat was ruim vijftig jaar voordat Aurelianus de zonnegod aan de top zette. De volledige redenering staat pas in teksten van eind vierde eeuw.

Welke verklaring het sterkst is

Ons oordeel: de rekensom is beter onderbouwd dan het zonnefeest. Ze steunt op teksten van christenen zelf, en haar begin is ouder dan de grote verering van de zon onder Aurelianus. Lucepedia schrijft dat een versie van deze verklaring, die Thomas Talley in de jaren tachtig verdedigde, nu veel instemming vindt. Talley was een kenner van de geschiedenis van de kerkdienst.

Toch sluiten de twee elkaar niet uit. Een andere kenner van de kerkdienst, Bernard Botte, schreef dat al in 1932 in een invloedrijk boek. Volgens hem kan het zonnefeest mede aanleiding zijn geweest, maar niet de oorzaak. In zo’n gematigde vorm zijn beide verklaringen goed te combineren. Wie zegt dat kerst een gestolen zonnefeest is, zegt dus meer dan de bronnen toelaten.

Een feest dat pas in de vierde eeuw begon

Pasen vierden christenen al in de eerste helft van de tweede eeuw. Kerst kwam veel later. De kerkvader Origenes schreef nog met nadruk dat zondaars hun geboortedag vieren en heiligen niet. Christenen herdachten van hun martelaren juist de sterfdag, want die zagen ze als hun geboorte in de hemel.

Dat maakt de oudste vermelding van kerst opvallend. De kalender uit 354 noemt de geboorte van Christus op 25 december tussen de sterfdagen van martelaren. Kennelijk zag de kerk in Rome die dag inmiddels ook als feestdag. Het feest begon waarschijnlijk in Rome en verspreidde zich van daaruit langzaam. In Constantinopel noemde bisschop Gregorius van Nazianze zich rond 380 degene die het daar had ingevoerd. Keizer Constantijn wordt wel de bedenker van kerst genoemd. Lucepedia vindt dat onwaarschijnlijk, want in zijn eigen hoofdstad Constantinopel kwam het feest pas rond 380, lang na zijn dood.

In het oosten van het rijk vierden veel christenen de geboorte van Jezus eerst op 6 januari. Armeense christenen doen dat nog altijd. Die tweede datum komt verderop terug, bij de vraag waarom de kerstboom tot Driekoningen blijft staan.

Hoe de Reformatie kerst wilde afschaffen

De Reformatie was de beweging die in de zestiende eeuw brak met de katholieke kerk. De gereformeerde predikanten in de Nederlanden vonden alleen de zondag een feestdag die God zelf had ingesteld. Hun kerken overlegden in een synode, een vergadering van afgevaardigden. Op de synode van Dordrecht in 1574 besloten ze dat ze ‘met de zondag alleen tevreden’ zouden zijn. Dat schrijft K. de Gier in een toelichting op de kerkorde uit 1989, die het kerkrechtcentrum van de Theologische Universiteit Utrecht online heeft gezet. Over de geboorte van Christus moest voortaan gepreekt worden op de zondag vóór kerst. En de predikant moest het volk vermanen dat de feestdag zelf verviel.

Het volk dacht daar anders over. Mensen bleven de kerstdagen en de tweede feestdagen vieren, maar dan zonder kerkdienst, in nietsdoen en losbandigheid. Om dat tegen te gaan, beval de overheid dat er op die dagen gepreekt werd. De synode van 1578 gaf toe. Omdat de overheid ‘de Kerstdag met de volgende dag’ bleef houden, moesten de predikanten ‘onnutte en schadelijke lediggang’ omzetten in een nuttige kerkdienst.

De grote synode van Dordrecht van 1618 en 1619 legde het vast in de kerkorde, het reglement van de gereformeerde kerk. De gemeenten vieren naast de zondag ook kerst, Pasen en Pinksteren, ‘met de navolgende dag’. Kerst werd in de Republiek, zoals Nederland toen heette, dus niet verboden. De kerk verloor die strijd, en daardoor bleef de tweede dag bestaan.

Waar Tweede Kerstdag vandaan komt

Tweede Kerstdag is ouder dan de Republiek. Grote kerkelijke feesten duurden vroeger acht dagen, de dag zelf en zeven dagen erna. Dat vertelt Peter Jan Margry, oud-hoogleraar volkscultuur aan de Universiteit van Amsterdam, aan NEMO Kennislink. Dat is de wetenschapssite van NEMO, het wetenschapsmuseum in Amsterdam. Ook Nederland kende in de middeleeuwen zo’n lange kerstviering, en Tweede Kerstdag is daar een restant van.

De Reformatie wilde die hele rij feestdagen schrappen. Dat er toch één extra dag overbleef, komt door de overheid en door gewone mensen die hun vrije dag niet wilden missen.

Vrij op Tweede Kerstdag staat in je cao

Je zou denken dat je op Tweede Kerstdag wettelijk vrij bent. Dat klopt niet. Er is geen wet die een feestdag tot vrije dag maakt, schrijft de Rijksoverheid. Of je vrij bent, staat in je cao of je arbeidscontract. Een cao is de afspraak over loon en werktijden die werkgevers en vakbonden maken, voor een hele sector of voor één bedrijf.

Beide kerstdagen zijn wel officiële feestdagen. Dat telt bijvoorbeeld bij een betaaltermijn: valt de laatste dag op een feestdag, dan schuift hij door naar de eerstvolgende werkdag. In 2026 valt Tweede Kerstdag op een zaterdag. In 2027 vallen beide kerstdagen in het weekend. Kijk dus in je cao wat er gebeurt als een feestdag op een zaterdag of zondag valt.

Sinds wanneer Nederland een kerstboom heeft

De kerstboom staat in Nederland sinds ongeveer 190 jaar. Het oudste Nederlandse bericht over een kerstboom komt uit 1836, uit het Betuwse dorp Hemmen. Dat bericht besprak volkskundige A.J. Dekker in 1982 in het Volkskundig Bulletin. Dat was het wetenschappelijke tijdschrift van het Meertens Instituut, een onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat de Nederlandse taal en cultuur bestudeert.

In Hemmen beschreef predikant O.G. Heldring een kerstavond naar Duits voorbeeld, met een boom en cadeaus voor de kinderen. Hij noemde het een huiselijk feest. Rond 1842 stond er in Amsterdam een kerstboom bij de familie Nalop, die deels Duitse wortels had. Op 23 december 1844 adverteerde de Duitse banketbakker C. Nolken in de Amsterdamse krant Algemeen Handelsblad dat er ’s avonds ‘een luisterrijk geïllumineerde Kersboom te zien’ zou zijn. Geïllumineerd betekent verlicht. Nolken had zich dat jaar in Amsterdam gevestigd, en zijn boom was een attractie om klanten te trekken.

Sommige voorstanders wilden van kerst zelfs een vervanger van Sinterklaas maken. In 1848 stelde dominee C. van Schaick voor om Sinterklaas af te schaffen en te vervangen door het kerstfeest. Sinterklaas maakte kinderen volgens hem bang met gerammel van kettingen, en het feest was bijgeloof.

Via de zondagsschool naar alle huizen

Eerst stond de boom vooral bij welgestelde families. De grote verspreiding kwam via de zondagsschool, een kerkelijke les op zondag voor kinderen, vaak uit arme gezinnen. Rond 1880 waren er zo’n 1.000 zondagsscholen met ongeveer 100.000 leerlingen, schrijft Dekker. Het kerstfeest met boom en cadeaus was het hoogtepunt van het zondagsschooljaar.

Katholieken moesten eerst niets van de boom hebben. ‘Katholieke bisschoppen verzetten zich tegen zo’n heidense boom’, zegt Margry tegen NEMO Kennislink. Pas laat in de negentiende eeuw haalden katholieken in Nederland massaal een kerststal in huis, met Maria, Jozef en het kind in de kribbe. De boom volgde later. Volgens Helsloot won hij pas in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw terrein in katholieke gezinnen, en dat ging ten koste van de stal. Wie beide wilde, zette de stal onder de boom. ‘Zo werd de heidense boom gekerstend’, zegt Margry: christelijk gemaakt.

In 1978 zette 74 procent van de Nederlanders een kerstboom neer, het hoogste aandeel sinds de oorlog tot dan toe. Dat staat in een tweede artikel in het Volkskundig Bulletin, van Meertens-onderzoeker John Helsloot uit 1996. Datzelfde jaar hield de SGP, de kleine orthodox-protestantse partij, nog tegen dat er in het gebouw van de Tweede Kamer een kerstboom kwam. Een jaar later gaf de partij dat verzet op.

Sinds wanneer Nederland een kerstman heeft

Echt doorgebroken is de kerstman in Nederland pas eind jaren tachtig. Daarvoor ging het op en neer. Direct na de oorlog werd de Amerikaanse kerstman nog wel geaccepteerd, schrijft Helsloot op basis van advertenties. In 1948 gaf al een kwart van de Nederlanders elkaar met kerst cadeaus. Vanaf het begin van de jaren vijftig sloeg dat om. In Roermond verzette de katholieke jeugdbeweging zich tegen de kerstman, omdat die heidens zou zijn en vreemd aan de Limburgse cultuur. De afkeer van de kerstman duurde in heel Nederland tot midden jaren zeventig.

De cijfers die Helsloot verzamelde, passen bij dat beeld. In 1978 gaf nog maar 16 procent van de Nederlanders een kerstcadeau, in 1984 al 28 procent. Eind jaren tachtig gaven Nederlanders voor het eerst meer uit aan kerst dan aan sinterklaas. Tussen 1990 en 1992 steeg het deel dat met kerst een cadeau gaf verder, van 35 naar 43 procent.

Niet iedereen was daar blij mee. In 1993 zetten de gemeente Assen en de winkeliers borden neer tegen de kerstman: kerstversiering vóór 5 december was er niet toegestaan. In 1993 en 1994 hield Assen zich daar streng aan. Toen de kerstman zich toch liet zien, werd hij gearresteerd en over de gemeentegrens gezet. Waar de kerstman zelf vandaan komt, en wat hij met Sint-Nicolaas te maken heeft, lees je in ons artikel over waar Sinterklaas vandaan komt.

Waarom de kerstboom tot Driekoningen blijft staan

Driekoningen op 6 januari hoort in de westerse kerk bij kerst. Lucepedia noemt het feest een vervolg op het kerstfeest, met een lagere rang. Op die dag staat het bezoek van de wijzen uit het oosten aan het kind Jezus centraal.

Die datum had eerst een andere betekenis. Het feest van 6 januari heet in de kerk Epifanie, de verschijning van God op aarde. Het ontstond in het oosten, waarschijnlijk in Egypte, en daar vierden christenen op die dag eerst ook de geboorte zelf. Toen oost en west elkaars feest overnamen, kreeg de geboorte 25 december. Op 6 januari kwam iets anders centraal te staan: in het westen de wijzen, in het oosten de doop van Jezus. Zo werden de westerse en de oosterse geboortedatum het begin en het eind van één periode.

Wie de boom tot Driekoningen laat staan, volgt dus een kerkelijke kalender die veel ouder is dan de boom zelf. Een regel is het niet. Wie de boom op 27 december aan de straat zet, breekt geen eeuwenoude gewoonte, want de boom staat hier pas sinds de jaren 1830.

Hoe oud de Nederlandse kerst werkelijk is

In de tabel hieronder staat per onderdeel van kerst een jaartal uit de bronnen, en waar het vandaan kwam.

OnderdeelJaartalHerkomst
25 december als geboortedagUiterlijk 336Rome, in een kalender uit 354
Tweede KerstdagMiddeleeuwen; in 1578 door de overheid gehandhaafd, in 1619 in de kerkordeRestant van een achtdaags feest
Kerstboom in huisRond 1835Zeist en Hemmen, naar Duits voorbeeld
Kerstboom als attractie in een winkel1844Duitse banketbakker in Amsterdam
Kerst met boom op de zondagsschoolVanaf rond 1860Rond 1880 zo’n 1.000 scholen met 100.000 leerlingen
KerstmanIn advertenties kort na 1945Verenigde Staten, doorbraak eind jaren tachtig
Bron: Lucepedia, Kerkrecht Centrum, NEMO Kennislink en het Volkskundig Bulletin van het Meertens Instituut

Alleen de datum en de tweede dag zijn echt oud. Boom, cadeaus en kerstman kwamen in de laatste 190 jaar, en telkens van buiten: eerst uit Duitsland, daarna uit Amerika. Wie vindt dat de kerstman de Nederlandse kerst bederft, moet weten dat ook de kerstboom al vroeg door een winkelier werd ingezet. De eerste boom die iedereen kon zien, stond in 1844 in de zaak van een Duitse banketbakker, om klanten te trekken. Met de gebruiken rond oud en nieuw is het niet anders.

Veelgestelde vragen over kerst

Is Jezus echt op 25 december geboren?

Dat weet niemand. Rond het jaar 200 deden nog verschillende data de ronde, zoals 19 en 20 april en 20 mei. Dat schrijft Lucepedia, een online encyclopedie over geloof van Tilburg University. 25 december is een datum die de kerk in de vierde eeuw koos. Veel onderzoekers denken dat christenen die uitrekenden: negen maanden na 25 maart, de dag waarop Maria volgens hen zwanger werd. Dat het Romeinse zonnefeest meespeelde, sluit dat niet uit.

Is kerst een heidens feest?

Dat is niet aangetoond. Een Romeinse kalender uit 354 noemt op 25 december zowel de geboorte van Christus als die van de zonnegod, maar legt geen verband. Een tekst die zegt dat de kerk het zonnefeest overnam, is pas uit de twaalfde eeuw. De uitleg dat christenen 25 december zelf uitrekenden, steunt op oudere teksten. Wel zagen katholieke bisschoppen de kerstboom lang als heidens, vertelt Peter Jan Margry, oud-hoogleraar volkscultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Waarom heet het kerstmis?

Het woord kerstmis komt van een oude term voor Christus-mis, de kerkdienst ter ere van Christus. Rome kende eerst één kerkdienst op kerstdag, overdag. In de vijfde eeuw kwam daar een dienst om middernacht bij, en in de zesde eeuw een derde vroeg in de ochtend. De nachtmis is dus ruim 1.500 jaar oud.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk