Zwemdiploma A, B en C in meters, lesuren en kosten
Een zwemdiploma laat zien wat je kind in het water kan. Lees wat A, B en C vragen, hoe lang zwemles duurt en wat het kost.

Voor zwemdiploma A volgt een kind gemiddeld 54 uur zwemles. Voor B en C komt daar elk 13 uur bij. De lessen voor alle drie kosten samen gemiddeld € 1.050. Dat meldden aanbieders van zwemles aan de Nationale Raad Zwemveiligheid. Die stichting geeft de zwemdiploma’s uit en maakte de cijfers op 30 september 2026 bekend. Klaar is je kind pas na C. Alleen dat diploma bereidt het voor op een plas of een brede sloot. Meer over opgroeien en school lees je in het kennisgebied Maatschappelijk.
Wat is het Zwem-ABC?
Het Zwem-ABC is de reeks van drie zwemdiploma’s die bij elkaar horen: A, B en C. De reeks bestaat sinds 1998 en is bedoeld voor kinderen vanaf vier jaar. De voorganger van de raad kreeg in 1984 van de overheid de taak om de diploma’s uit te geven.
Elk diploma hoort bij een soort zwemwater. In de tabel hieronder zie je waar je kind zich met elk diploma kan redden.
| Diploma | Waar je kind zich kan redden |
|---|---|
| A | een zwembad zonder attracties |
| B | een zwembad met attracties, zoals een glijbaan, een golfslagbad en een stroomversnelling |
| C | een zwembad met attracties en open water zonder stroming of grote golven, zoals een recreatieplas of een brede sloot |
De zee valt er dus buiten, ook met diploma C. Met C voldoet je kind aan de Nationale Norm Zwemveiligheid. Dat is de maat die de raad zelf heeft vastgesteld voor veilig zwemmen.
Een wet over zwemdiploma’s bestaat niet. In Nederland mag iedereen zwemles geven en een eigen diploma uitdelen, schrijft de raad.
Eisen per zwemdiploma in meters en seconden
Het examen heet afzwemmen of diplomazwemmen. Voor A en voor B doet je kind zes proeven, voor C zijn het er vijf. In de tabel hieronder staan de onderdelen met een afstand of een tijd naast elkaar.
| Onderdeel | A | B | C |
|---|---|---|---|
| Survivalproef, de afstand die je kind zwemt | 12,5 meter | 50 meter | 100 meter |
| Schoolslag en enkelvoudige rugslag achter elkaar | 100 meter | 150 meter | 150 meter |
| Borstcrawl en rugcrawl | elk 5 meter | elk 10 meter | elk 15 meter |
| Onder water door een gat in een zeil | gat op 3 meter van de kant | gat op 6 meter | gat op 6 meter, daarna bovenkomen in een wak |
| Langste proef watertrappen | 60 seconden | 60 seconden | twee keer 30 seconden, met 15 seconden drijven ertussen |
| Zwemafstand bij elkaar | 122,5 meter | 225 meter | 285 meter |
De enkelvoudige rugslag is de rustige slag op de rug, met beide armen tegelijk. Bij de borstcrawl en de rugcrawl gaan de armen om de beurt. Watertrappen is rechtop in het water blijven door met je armen en benen te bewegen.
In onze optelling zit bij B en C ook 5 meter op de rug die niet in de tabel staat. De meters onder water en losse slagen tellen wij niet mee. De proeven kunnen bij jouw zwembad iets anders zijn. Eigen proeven mogen, als de raad die vooraf goedkeurt.
Zo gaat de survivalproef
De eerste proef heet survival. Dat is Engels voor overleven. Bij A springt je kind in het water, bij B gaat het er achterover in en bij C met een rol voorover. Daarna trapt het 15 seconden water. Bij A en B zwemt je kind dan de afstand uit de tabel en klimt het zelf op de kant.
Volgens de raad laat je kind met kleren aan zien wat het kan na een onverwachte val in het water.
Wat is er zwaarder bij B?
Bij B wordt bijna alles langer. De afstand in de survivalproef gaat van 12,5 naar 50 meter. Onderweg zwemt je kind één keer onder een drijvend voorwerp door. Het gat in het zeil hangt twee keer zo ver van de kant. Bovendien moet je kind nu duiken, terwijl bij A een sprong nog mag. Nieuw is het uitrusten in het water: 20 seconden blijven drijven aan een drijvend voorwerp.
Wat komt er bij C bij?
Bij C wordt vooral de survivalproef zwaarder. De conditieproef is het lange stuk schoolslag en rugslag. Die is bij C niet langer dan bij B: allebei 150 meter. De survivalproef heeft bij C drie delen.
Na het watertrappen drijft je kind 30 seconden aan een drijvend voorwerp en zwemt het 5 meter op de rug. Dan springt het opnieuw in het water en zwemt het 100 meter. Onderweg zwemt het één keer onder een drijvend voorwerp door en klimt het één keer over zo’n voorwerp heen. Als laatste zwemt het onder water door het gat in een zeil.
Bij een andere proef komt je kind na het gat in het zeil boven in een soort wak. Een wak is een gat in het ijs. Zo oefent je kind wat in een plas of sloot kan misgaan. Kleren worden zwaar, en soms zie je niet meteen waar je boven kunt komen.
Vanaf welke leeftijd kan je kind op zwemles?
De raad adviseert om met zwemles voor diploma A te beginnen als je kind viereneenhalf tot vijf jaar is. Voor een kind van drie zijn de eisen van A te moeilijk. Ook een kind van vier kan er moeite mee hebben, schrijft de raad. Het begint dan net op de basisschool, en dat kost veel energie. In die jaren leert een kind ook hinkelen en een bal vangen. Dat lees je in ons artikel over de ontwikkeling van een kleuter.
Eerder beginnen kan vaak wel. Zes op de tien aanbieders laten kinderen vanaf vier jaar starten. Dat blijkt uit het onderzoek van de raad onder 214 aanbieders van zwemles.
Voor jongere kinderen is er baby- en peuterzwemmen, samen met een ouder. Zo krijgt een kind vertrouwen in het water, schrijft de raad.
Reken op een wachtlijst
Bij 86 procent van de aanbieders is er een wachtlijst voor zwemles. De wachttijd is gemiddeld zeven maanden. Bij één op de vier aanbieders duurt het langer dan een jaar. Wil je dat je kind met viereneenhalf begint, schrijf het dan in voordat het vier wordt. Dat is onze rekensom met de gemiddelde wachttijd.
Hoe lang duurt zwemles voor elk diploma?
De aanbieders in het onderzoek van september 2026 melden gemiddeld 54 uur les voor A. Voor B en C is dat elk 13 uur. Op zijn website voor ouders gaat de raad uit van iets minder: 48 uur voor A en twee keer 12 uur. In de tabel hieronder staan beide naast elkaar, met het aantal lessen erbij.
| Diploma | Uitgangspunt van de raad | Gemeld door aanbieders | Lessen van 45 minuten |
|---|---|---|---|
| A | 48 uur | 54 uur | 72 |
| B | 12 uur | 13 uur | ruim 17 |
| C | 12 uur | 13 uur | ruim 17 |
| Samen | 72 uur | 80 uur | bijna 107 |
Wij rekenden met de gemelde uren. Per week is er één les van 45 minuten, de vorm die de meeste aanbieders gebruiken. Voor A ben je dan 72 lesweken bezig, ruim 16 maanden. Alle drie de diploma’s vragen samen bijna 107 lesweken. Dat is ruim twee jaar, als er elke week les is.
Helpt twee keer per week les?
Twee keer per week zwemmen maakt het aantal uren niet kleiner, schrijft de raad. Je bent alleen eerder klaar. Bij cursussen van een paar weken zet de raad vraagtekens. Wat snel is geleerd, is misschien ook snel verleerd.
Volgens de raad haalt tien procent van de kinderen de diploma’s sneller en doet tien procent er langer over. Vaak speelt angst voor water dan mee. Samen vaak gaan zwemmen helpt, zolang je er geen oefenuur van maakt.
Wat kost een zwemdiploma?
Het hele Zwem-ABC kost gemiddeld € 1.050 aan lesgeld. Dat blijkt uit het onderzoek van de raad van september 2026. De prijs verschilt per zwembad of zwemschool, zegt de raad erbij.
Het gemiddelde komt neer op ruim € 13 per lesuur, zo rekenden wij uit. Een les van 45 minuten kost dan bijna € 10. Verdeel je het bedrag over de lesuren, dan gaat ongeveer € 710 naar diploma A. B en C kosten elk ongeveer € 170.
De ene aanbieder laat je een hele cursus vooraf betalen, de andere werkt met een strippenkaart. Reken bij het vergelijken daarom zelf om naar een prijs per lesuur. Het onderzoek noemt alleen leskosten. Vraag dus ook of het examen en het diploma bij de prijs zitten.
Als je de zwemles niet kunt betalen
Kun je het lesgeld niet missen, vraag dan eerst je gemeente wat er kan. Veel gemeenten hebben een regeling voor zwemles, maar de verschillen zijn groot. Dat zag het Mulier Instituut in 2024. Dat instituut doet onderzoek naar sport. De ene gemeente vergoedt tot een maximumbedrag per jaar. De andere betaalt alle lessen voor A, B en C samen.
Daarnaast is er het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Dit fonds helpt kinderen tot 18 jaar uit gezinnen met te weinig geld voor sport. Het betaalt het lesgeld rechtstreeks aan de aanbieder van de zwemles. Hoe hoog je inkomen mag zijn, verschilt per gemeente. Een bewijs van je inkomen hoef je niet te laten zien.
Je vult zelf het formulier van het fonds in, of je vraagt de juf of meester om hulp. Daarna neemt iemand van het fonds contact met je op. Pas dan is de aanvraag definitief.
Die hulp is nodig. In gezinnen met de laagste inkomens heeft 33 procent van de kinderen geen enkel zwemdiploma. In gezinnen met de hoogste inkomens is dat 5 procent. Dat mat het Mulier Instituut bij kinderen van 6 tot en met 12 jaar. De meting gaat over 2020 tot en met 2024.
Bestaat schoolzwemmen nog?
Ja, maar op steeds minder scholen. In 2025 bood 21 procent van de basisscholen schoolzwemmen aan. In 2021 was dat nog 26 procent. Dat meldde het Mulier Instituut in maart 2026. Reken er dus niet op dat de school het diploma regelt.
Vaak is een diploma ook het doel niet. Op 57 procent van de scholen met schoolzwemmen is het een gymles in het water. Kinderen houden daar bij wat ze al kunnen. Op 21 procent van die scholen is een diploma het doel. Gemiddeld is er 19 weken per jaar schoolzwemmen.
In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ligt het anders. Daar heeft 42 procent van de basisscholen schoolzwemmen. Een diploma is er vaker het doel.
De lessen zijn er vooral voor groep 5 en 6. Dat is laat. Een kind van die leeftijd speelt al zelfstandig buiten, zoals je leest in ons artikel over de ontwikkeling van een schoolkind.
Of een school schoolzwemmen aanbiedt, beslissen gemeente en school samen. Dat schrijft de Rijksoverheid, de website van de ministeries. Hoort het bij het lesprogramma, dan moet je kind meedoen en betaalt de school de kosten. De school mag wel een vrijwillige bijdrage vragen. Wil je niet dat je kind meedoet? Dan kun je het schoolbestuur om vrijstelling vragen. Krijgt je kind die, dan doet het iets anders.
Waarom A en B niet genoeg zijn
A en B zijn bedoeld voor het zwembad. Pas bij C oefent je kind voor een plas of een brede sloot. Toch staat je kind met diploma A in de hand bij de kleedkamer en vraagt het of het nu klaar is.
Veel Nederlanders vinden C niet nodig. In 2024 vond maar 14 procent dat je C moet hebben om veilig te zwemmen, mat het Mulier Instituut. De helft vond B genoeg, een derde A.
Wij vinden stoppen na B een vergissing. Diploma C kost gemiddeld 13 uur les. Dat is ongeveer een zesde van alle lesuren, rekenden wij uit. Je kind leert er wat A en B missen: zich redden in open water zonder stroming.
Waar verdrinken mensen in Nederland?
Het vaakst in open water. In 2025 verdronken in Nederland 100 inwoners door een ongeluk. Dat cijfer is nog voorlopig. Het komt van het CBS, het statistiekbureau van de overheid. In de vijf jaren tot en met 2025 gebeurde bijna 54 procent van de verdrinkingen in een sloot, rivier, kanaal of gracht. In zee was dat 4 procent.
Die cijfers gaan over alle leeftijden. In 2025 was 41 procent van de slachtoffers 60 jaar of ouder. Onder kinderen tot tien jaar was het aantal het laagst. Toch komt het voor. In de tien jaar tot en met 2025 verdronken 57 kinderen jonger dan tien jaar die in Nederland woonden.
Of de slachtoffers een zwemdiploma hadden, staat er niet bij. En op een rivier met stroming bereidt ook C je kind niet voor.
Hoeveel kinderen halen het hele Zwem-ABC?
Ongeveer de helft, melden de aanbieders in het onderzoek van de raad. Na A haalt volgens hen ongeveer 86 procent van de kinderen ook het tweede diploma.
Het Mulier Instituut meet het anders. Het gebruikt een landelijke enquête over alle kinderen van 6 tot en met 12 jaar. In 2024 had 38 procent van hen de drie diploma’s. Een deel van de andere kinderen zit nog op zwemles. En 14 procent had geen enkel diploma. Dat zijn ongeveer vier kinderen in een klas van dertig.
Een diploma is geen garantie. Wie na het afzwemmen nooit meer zwemt, kan het verleren. De raad adviseert daarom om regelmatig te blijven zwemmen. Op vakantie kan dat goed, zoals je leest in ons artikel over sporten tijdens je vakantie.
Zo herken je het Nationale Zwemdiploma
Het Nationale Zwemdiploma herken je aan drie dingen. Linksboven zit een zilverkleurig hologram. Daarboven staat een uniek nummer. Ook staat het blokje met de letters ABC erop.
Alleen een zwembad of zwemschool met een licentie van de raad mag het uitgeven. De raad komt daarvoor ter plekke controleren.
De lesgevers hebben een diploma en een Verklaring Omtrent Gedrag, een bewijs van goed gedrag. Bij elk examen is een examinator aanwezig. Die beslist of een kind slaagt, dus zakken kan. Het bad voor het afzwemmen moet minstens 160 vierkante meter groot zijn, met een deel van 1,80 meter diep.
Brandweer, politie en sportopleidingen erkennen het Nationale Zwemdiploma, schrijft de raad. Ook wie bij KLM stewardess wil worden, heeft een zwemdiploma nodig. Welke zwembaden en zwemscholen de licentie hebben, staat op de website van de raad.
Veelgestelde vragen over het zwemdiploma
Kun je als volwassene nog een zwemdiploma halen?
Ja. Ook volwassenen kunnen op zwemles en afzwemmen. Bij 36 procent van de aanbieders met een licentie kunnen volwassenen op les. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nationale Raad Zwemveiligheid. Die stichting geeft de zwemdiploma’s A, B en C uit. Kun je de lessen niet betalen, vraag dan hulp aan het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Dat fonds helpt volwassenen met weinig geld, maar niet in elke gemeente.
Wat doe je als je je zwemdiploma kwijt bent?
Er bestaat geen landelijke lijst van wie welk zwemdiploma heeft. Vraag het eerst aan het zwembad waar je afzwom, want sommige aanbieders bewaren de gegevens een aantal jaren. Lukt dat niet, dan kun je volgens de Nationale Raad Zwemveiligheid opnieuw afzwemmen bij een aanbieder in de buurt.
Welke kleren moet je kind aan bij het afzwemmen?
Voor zwemdiploma A en B: badkleding, een shirt of blouse met lange mouwen, een lange broek en schoenen met een echte zool. Een jurk of rok tot de enkels mag ook. Voor C komt daar een jas met lange mouwen bij. Een zwembril mag alleen bij de borstcrawl en de rugcrawl. Zo staat het in de eisen van de Nationale Raad Zwemveiligheid, de stichting die de diploma’s uitgeeft.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Nationale Raad Zwemveiligheid, Zwem-ABC, de eisen voor Nationaal Zwemdiploma A en Nationaal Zwemdiploma C, standaard examenprogramma, versie 1.0 van december 2017, voor diploma A, diploma B en diploma C, Veelgestelde vragen over zwemles, Licentie Nationale Zwemdiploma’s, Historie, alle gelezen op 4 oktober 2026, en Onderzoek onder Licentiehouders Nationale Zwemdiploma’s, 30 september 2026. De proeven per diploma, de kleren, de geschiedenis, de adviesleeftijd, de lesuren, de kosten, de wachtlijsten en de eisen aan aanbieders.
- Mulier Instituut, Meer kinderen hebben A-, B- én C-diploma, 10 november 2025, met het factsheet Zwemvaardigheid 2024 waar dat bericht naar verwijst, Minder basisscholen bieden schoolzwemmen aan, 3 maart 2026, Zwemmen en zwemveiligheid, 2024, en Sport- en zwemlesregelingen voor mensen met een laag inkomen, 2024. Het diplomabezit van kinderen, schoolzwemmen, meningen over diploma C en de regelingen van gemeenten.
- CBS, 100 inwoners verdronken in 2025, vooral 60-plussers, 13 mei 2026, en Hoger risico op verdrinking onder niet in Nederland geboren kinderen, 24 juli 2026. Het aantal verdrinkingen, de plaats en het aantal kinderen.
- Rijksoverheid, Moet mijn kind deelnemen aan onderwijsactiviteiten zoals schoolzwemmen en schoolreisjes?, gelezen op 4 oktober 2026. Wie over schoolzwemmen beslist en wie het betaalt.
- Jeugdfonds Sport & Cultuur, Voor ouders en Veelgestelde vragen, gelezen op 4 oktober 2026. Voor wie het fonds is en hoe het lesgeld wordt betaald.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Maatschappelijk
Ontwikkeling schoolkind (6-12 jaar): fases en kenmerkenEen schoolkind is een kind van 6 tot 12 jaar. Het leert lezen, wordt zelfstandiger en maakt vrienden. Lees ook wanneer je hulp zoekt.
Spreekbeurt onderwerpen kiezen en waar de leerkracht op letEen spreekbeurt is een korte presentatie voor de klas. Hier staan onderwerpen voor je spreekbeurt en lees je hoe je kiest en oefent.
Middelbare school kiezen, van open dag tot lotingEen middelbare school kiezen doe je in groep 8. Waar let je op, hoe werkt aanmelden, en wat gebeurt er als de school moet loten?
Doorstroomtoets 2027, de data en wat de uitslag verandertDe doorstroomtoets is de toets voor taal en rekenen in groep 8. Wanneer is hij in 2027, en wat doet de uitslag met het schooladvies?