fbpx

De ontwikkeling van een kleuter

De ontwikkeling van een kleuter gaat in grote sprongen. Op veel gebieden ontwikkelt het zich razendsnel. Een kleuter gaat naar school en neemt daar de vaardigheden die het als peuter heeft geleerd in mee. Veel interactie en nieuwe situaties waar een kleuter in komt, stimuleren deze ontwikkeling. Wil je weten wat precies die vaardigheden zijn die een kleuter ontwikkelt, bijvoorbeeld omdat je je zorgen maakt over de ontwikkeling van jouw kind? Je leest het in dit artikel. 

Lees verder na de afbeelding.

De ontwikkeling van een kleuter

De ontwikkelingstaken van een kleuter

Met een kleuter bedoelen we een kind van 4 t/m 6 jaar. In deze periode gaat hij of zij naar school en zit het in de kleuterklas. Vrijwel alles wat een kind doet, staat in het teken van school en leren. 

Zoals al is benoemd, ontwikkelt een kleuter zich sterk in deze periode. Om deze ontwikkeling goed te kunnen volgen en monitoren, is er vanuit de pedagogiek een aantal ontwikkelingstaken beschreven. Ontwikkelingstaken zijn de vaardigheden die een kleuter zou moeten leren. Deze borduren voort op de ontwikkelingstaken van een peuter en zijn de basis voor de ontwikkeling van een schoolkind

Natuurlijk is elk kind anders. Het ontwikkelt zich op zijn of haar eigen manier. Daardoor kan het zijn dat jouw kleuter iets nog niet kan of doet, wat je een leeftijdsgenootje wel ziet doen. Kleine afwijkingen zijn normaal, maar grotere afwijkingen kunnen wijzen op onderliggende problemen. Het is daarom goed om te weten welke ontwikkeling een kleuter doorloopt. Deze worden beschreven in dit artikel.

De verstandelijke ontwikkeling van een kleuter

De manier van denken verandert in de kleutertijd sterk. De verbeelding staat centraal aan de verstandelijke processen van kleuters. Hoe meer de verstandelijke capaciteit toeneemt, hoe beter een kleuter een bepaalde situatie voor zich kan zien en zich dus iets kan verbeelden. Hier hangt mee samen dat kleuters in symbolen denken en de wereld leren te begrijpen door magisch te denken. Zo denken ze dat het regent omdat de wolken huilen en dat hun poppen gevoelens hebben. Door die verbeeldingskracht kunnen kleuters steeds beter verhalen vertellen en fantasie-spelletjes spelen. 

De taalontwikkeling van een kleuter

Aan het begin van de kleutertijd kan een kind langere zinnen formuleren en vertellen over zijn of haar ervaringen. In de kleutertijd verbetert dit taalgebruik aanzienlijk. Waar een vierjarig kind elk werkwoord als regelmatig werkwoord vervoegt, heeft het aan het eind van de kleutertijd geleerd dat het niet ‘loopte’ is, maar ‘liep’. Hij of zij heeft op dat moment ook allerlei regels leren beheersen, zoals het spreken in de tegenwoordige en verleden tijd en het verschil tussen enkelvoud en meervoud.

Bij dit spreken gebruikt een kleuter ook steeds meer verschillende woorden. In de kleuterperiode leert het kind namelijk twee tot vier nieuwe woorden per dag. Op zevenjarige leeftijd kent een kind daardoor al 8.000 tot 14.000 woorden.

Ook leren kleuters tegen verschillende mensen verschillend te praten. Ze stellen allerlei vragen en geven hun mening aan hun ouders, maar praten ze tegen een jonger kind, dan gebruiken ze korte zinnen en praten ze langzamer. Het sociale taalgebruik verbetert dus ook. 

Aan het einde van de periode kunnen kinderen uitgebreid verslag doen van ervaringen, complexe verhalen vertellen en vertellen over gebeurtenissen die zich maanden geleden hebben afgespeeld. Hierdoor spreken ze aan het einde van deze periode met lange en volledige zinnen. 

De motorische ontwikkeling van een kleuter

In de peutertijd heeft een kind goed leren lopen, klimmen, traplopen en rennen. In de kleutertijd worden ze hier alleen maar beter in, omdat ze het veel doen. Een kleuter is heel beweeglijk. Het rent, hinkelt, staat op één been, kan tegen een bal aan schoppen en huppelt. Ook leert het een bal te vangen. 

De fijne motoriek van een kleuter wordt ook steeds beter. Kleuters leren hoe ze een potlood of stift vast moeten houden. Daarmee leren ze cirkels en vierkanten te tekenen. In de kleutertijd zijn kinderen heel nieuwsgierig naar hoe ze hun eigen naam of die van hun vader of moeder moeten schrijven. Sommige leren dan ook al de eerste blokletters schrijven. Daarnaast wordt van kleuters verwacht dat ze zich zelfstandig kunnen omkleden, bijvoorbeeld bij de gymles, en ze zelf hun jas aan kunnen doen. 

De sociale ontwikkeling van een kleuter

Hoewel kleuters veel op school en met vriendjes zijn, vindt de meeste sociale interactie nog steeds plaats met ouders, verzorgers en broers en zussen. Zij hebben dan ook een belangrijke invloed op de sociale ontwikkeling van een kleuter. Door de sociale interactie wordt een kind sociaal gedrag, normen en waarden aangeleerd. Hij of zij leert hierdoor gevoelens van trots en zelfwaardering kennen. Deze ontwikkelingen dragen op hun beurt bij aan de taalontwikkeling. 

Kinderen hebben hun ouders of verzorgers nodig om van hen los te komen en met leeftijdsgenootjes te spelen. Als ouders zal je je kind moeten aanmoedigen om hierin zelfstandiger te worden. Stel bijvoorbeeld voor dat je zoon of dochter eens met een buurjongetje of klasgenootje gaat spelen. Vervolgens zal de omgang met andere kinderen meer diepgang krijgen. 

Een kleuter wisselt allerlei spelvormen af. Het speelt regelmatig alleen, wat solitair spel wordt genoemd. Ook speelt het parallel, dus naast andere kinderen. Deze twee spelvormen hanteert een kind ook al in de peutertijd. In de kleutertijd wordt dat afgewisseld met coöperatief spel. Een kind wisselt daarbij speelgoed uit met andere kinderen en leert samenspelen om een doel te bereiken. 

Fantasie- en doen-alsof spelletjes overheersen in het spel van een kleuter. Hierin ontwikkelen ze zich sociaal, leren ze conflicten met ouders of andere kinderen op te lossen en kunnen ze hun frustraties beter uiten.

De emotionele ontwikkeling van een kleuter

Waar de gevoelens van een peuter vaak nog alle kanten opgaan, krijgt een kleuter hier steeds meer beheersing over. Aan het begin van de kleutertijd uiten ze nog veel intense gevoelens, zoals angst en blijheid. Gedurende de periode laten kleuters meer zelfbeheersing en minder scheidingsangst zien. Het lukt ze steeds beter om zichzelf te troosten en gerust te stellen.

Een kleuter leert gevoelens meer voor zichzelf te houden. Zo wil een boze kleuter vaak niet met iemand praten en kan hij of zij teleurstellingen voor zichzelf houden als anderen hierbij zijn. Is je kind alleen, dan komen deze gevoelens tot uiting. 

Ook is het kenmerkend voor deze periode dat kleuters bang zijn voor iets wat ze denken te zien. Dat ze zich steeds beter iets kunnen voorstellen wat er niet is, stimuleert dat. Ze zijn bijvoorbeeld bang voor een monster onder hun bed of in de kast. 

Ouders en verzorgers hebben een doorslaggevende invloed op de emotionele ontwikkeling van hun kind. Hoe ze met hun emoties omgaan, is afhankelijk van hen. Aan het einde van de kleutertijd kunnen kinderen uiteenlopende gevoelens ervaren, maar deze zijn vaak stabiel. 

De morele ontwikkeling van een kleuter

Samen met de sociale en emotionele ontwikkeling ontwikkelt een kleuter ook zijn of haar geweten. Als ouder of verzorger heb je hier een cruciale rol in. In de opvoeding van jouw kind ben je namelijk zijn of haar rolmodel. Op basis hiervan ontwikkelt het zijn of haar normen en waarden. 

Op basis van die normen en waarden voelt je kind zich trots wanneer hij of zij het idee heeft aan de verwachtingen van ouders te hebben voldaan. Andersom voelt je kind zich ook schuldig wanneer zijn of haar gedrag jou, als ouder, tegenvalt of voelt hij of zij schaamte door het oordeel van een ander. De zelfwaardering van jouw kleuter hangt dus sterk af van de mening en reacties van jou en van anderen. 

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.