fbpx

De ontwikkeling van een schoolkind

De ontwikkeling van een schoolkind verloopt anders dan de jaren daarvoor. In de baby-, peuter- en kleuterfase gaat de ontwikkeling razendsnel. In die fases gaan met name de motorische, taal- en sociale ontwikkeling in een sneltreinvaart. De ontwikkeling van een schoolkind richt zich weer op hele andere, eigen vaardigheden. In deze blog lees je daar meer over.

Lees verder onder de afbeelding.

De ontwikkeling van een schoolkind

De ontwikkelingsfase van een schoolkind

Om de ontwikkeling van een kind goed te kunnen monitoren, is deze vanuit de pedagogiek opgesplitst in vier fases. De derde fase is de basisschoolperiode. Na de peuterfase wordt je kind de eerste twee jaar van die periode een kleuter genoemd. Hij of zij gaat dan naar de kleuterklas. Vanaf 6 tot 12 jaar noemen we een kind een schoolkind. 

Ook zijn er vanuit de pedagogiek voor die fases bepaalde ontwikkelingstaken beschreven. Dit zijn vaardigheden die kinderen moeten ontwikkelen tijdens die fase. Ontwikkelt een kind een bepaalde vaardigheid niet, dan kan er sprake zijn van een ontwikkelingsprobleem. Natuurlijk is ieder kind anders en betekent een tijdelijke achterstand niet gelijk een achterstand. Grotere en langdurige achterstanden wijzen hier mogelijk wel op.

De ontwikkeling van een schoolkind op school

Zoals de naam al doet vermoeden, vindt het leven van een schoolkind met name plaats op school. Doordat de taalverwerving van een kind van 6 à 7 jaar al vrijwel voltooid is, is het klaar om te leren lezen, schrijven en rekenen. Dat leert hij of zij stap voor stap op de basisschool. In onze westerse maatschappij is dat een maatschappelijke eis die aan schoolkinderen wordt gesteld. 

De ontwikkeling op andere gebieden wordt ook gestimuleerd op school. Zo wordt in de gymles de motorische ontwikkeling verbeterd met spelletjes waarin een kind moet hinkelen, met een bal gooit of voetbalt. Bij het leren schrijven, ontwikkelt de fijne motoriek van kinderen verder en op allerlei facetten wordt de cognitieve ontwikkeling van een schoolkind gestimuleerd.

De leefwereld van een schoolkind

Mede doordat een kind veel tijd op school doorbrengt, is het steeds minder thuis. Waar een kind tot 6 jaar voornamelijk nog thuis is, is hij of zij dat tijdens de basisschooltijd nog maar voor ongeveer 35% van de tijd. Naast op school is een kind namelijk ook vaak bij vriendjes en andere buitenschoolse activiteiten. Hij of zij gaat bijvoorbeeld naar sporttraining of muziekles.

Doordat een schoolkind steeds minder thuis is, gaat het meer op verkenning. Je zoon of dochter gaat zelfstandig buiten spelen, met vriendjes voetballen op het veldje in de buurt of rondfietsen met andere vriendinnetjes. Je kind komt in aanraking met andere mensen en leert deze beter kennen. Zo komt het ook in aanraking met de manier waarop andere ouders hun kinderen opvoeden. Hierdoor wordt de wereld van jouw kind letterlijk en figuurlijk steeds groter.

Zelfstandigheid, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid

Vanzelfsprekend vraagt die ontdekkingstocht veel van de zelfstandigheid, het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van je zoon of dochter. Hij of zij moet hiervoor leren fietsen, de bus leren nemen en bijvoorbeeld naar de winkel leren gaan. Door succeservaringen op te doen, leert je zoon of dochter vervolgens te vertrouwen op wat hij of zij doet en kan. Steeds meer zal je kind zijn of haar eigen plan trekken. Dit is ook terug te zien in het feit dat je kind steeds vaker eigen keuzes gaat maken. Je zoon of dochter wil steeds meer zelf bepalen. Wat hij of zij voor kleding aan wil, welke sport hij of zij wil doen of welk muziekinstrument hij of zij wil leren bespelen.

Doordat die wereld om je kind heen groter wordt, gaat hij of zij meer bezigzijn met wie hij of zij zelf is. Het onderzoekt welke positie hij of zij wil innemen ten opzichte van anderen en meet zich met leeftijdsgenootjes. Ook kan een schoolkind meestal slecht tegen zijn of haar verlies. 

Competitie

In het voorgaande heb je het tussen de regels door al kunnen lezen: onderlinge competitie hoort bij de ontwikkeling van een schoolkind. Hierdoor gaat groepsdruk ook een grotere rol spelen en komen pesterijen en uitsluiting steeds vaker voor. Kinderen die niet mee kunnen komen met de groep, worden bijvoorbeeld buitengesloten. Hier hoort gelukkig ook bij dat schoolkinderen leren om hun ruzies zelf op te lossen, zonder dat de ander daar de dupe van wordt. Kinderen hebben namelijk geleerd om zich in anderen te verplaatsen.

De lichamelijk ontwikkeling van een schoolkind

De lichamelijke ontwikkeling van een schoolkind gaat snel. Het wisselt zijn of haar melkgebit voor een volwassen gebit. Veel kinderen krijgen aan het eind van deze periode een beugel om dit gebit recht te laten groeien. 

Kinderen hebben te maken met groeispurten, wat soms gepaard gaat met helse gewrichtspijn. Hierdoor worden de armen en benen langer en daarmee veranderen de lichamelijke verhoudingen. Een kind moet daarmee leren omgaan. 

Ook treden hormonale veranderingen op. Sommige meisjes krijgen aan het eind van deze fase borsten of worden voor het eerst ongesteld. Jongens krijgen onder andere de baard in de keel, en dus een lagere stem. Dit is niet bij elk kind al het geval. Bij veel kinderen treden de hormonale veranderingen pas op als ze op de middelbare school zitten.

De emotionele ontwikkeling van een schoolkind

Door deze lichamelijke en hormonale veranderingen gebeurt er ook veel in het gevoelsleven van kinderen. Naast de basisemoties krijgen kinderen te maken met nog meer emoties, zoals nervositeit, paniek en opwinding. Ook hier moeten ze mee leren omgaan. Hun stemming kan dan ook erg wisselen.

Naast dat een kind in de basisschoolleeftijd wordt geconfronteerd met veel eigen emoties, leert het ook dat anderen eigen emoties hebben. Ze kunnen zich daardoor beter inleven in een ander en worden voor het eerst verliefd. Je zoon of dochter voelt zich veilig en fijn bij een ander en wil graag veel in zijn of haar buurt zijn. Vaak zijn deze eerste gevoelens van verliefdheid niet zoals de verliefdheid van een volwassene, maar als ouder moet je ze niet onderschatten. Je kind voelt deze gevoelens heel intens en kan ook erg verdrietig zijn wanneer de ander geen interesse toont in hem of haar.

De overgang naar de adolescentiefase

De ontwikkelingsfase die op de basisschoolperiode volgt is de adolescentieperiode. De laatste twee jaren van de basisschoolperiode is je kind al bezig met de overgang naar die volgende fase. Wat hierbij hoort is dat hij of zij zich in een ongelijk tempo ontwikkelt. Hierdoor kan gedrag sterk veranderen. Je zoon of dochter zal mondiger en brutaler worden. Er ontstaan opeens hevige discussies, bijvoorbeeld over zakgeld, een mobiele telefoon, make-up of gamen. Je kind zoekt de grenzen op. Kortom, de puberteit gaat van start. 

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.