Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Producten

Wat is de beste camera? Kies op kenmerken, niet op merk

De beste camera bestaat niet. Je leest welke kenmerken je keuze bepalen en wanneer je telefoon al genoeg is.

Bijgewerkt op 10 minuten lezen
Ouderwetse spiegel reflex camera

Welke camera het beste is, hangt af van wat je fotografeert en van hoeveel je wilt meesjouwen. Wereldwijd gingen er in 2025 nog 9,4 miljoen camera’s over de toonbank, tegen 121,5 miljoen in het recordjaar 2010. Die cijfers houdt CIPA bij, de Japanse brancheorganisatie waarin vrijwel alle cameramakers hun verkoopcijfers melden. De telefoon heeft de gewone kiekjes overgenomen. Een losse camera koop je daarom nog om drie redenen: ver inzoomen, fotograferen bij weinig licht en snel scherpstellen op iets dat beweegt. Herken je geen van die drie in wat jij wilt vastleggen, dan is de camera in je broekzak al de beste die je kunt hebben.

Waarom de beste camera niet bestaat

Zoek je op deze vraag, dan krijg je een lijst met tien modellen. Die lijsten hebben een probleem: ze zijn binnen een jaar achterhaald. Fabrikanten vervangen hun modellen om de twee tot vier jaar, en een camera die vorig jaar bovenaan stond is dit jaar vaak niet meer te koop. Een tweede probleem is de smaak van de maker. Een lijst van een natuurfotograaf zet snelheid bovenaan, een lijst van een reisblog zet gewicht bovenaan, en allebei noemen ze dat de beste camera.

Daarom draaien we de vraag om. Niet welk apparaat is het beste, maar welke eigenschappen maken verschil voor de foto die jij wilt maken. Die eigenschappen veranderen nauwelijks. Een grotere sensor vangt meer licht op, dat was tien jaar geleden zo en dat is volgend jaar nog zo. Wie zijn keuze op die eigenschappen bouwt, kiest een camera die over vijf jaar nog steeds bij hem past.

Wat er in 2025 werkelijk is verkocht

De verkoopcijfers van CIPA laten iets zien dat in bijna geen enkel koopadvies staat: de compactcamera is terug en de spiegelreflex verdwijnt. In de tabel hieronder staat hoeveel camera’s er in 2025 wereldwijd zijn geleverd, per soort, en hoe dat zich verhoudt tot het jaar ervoor.

Soort cameraGeleverd in 2025Vergeleken met 2024
Alle digitale camera’s samen9.438.87611,2 procent meer
Compactcamera met vaste lens2.436.91129,6 procent meer
Systeemcamera zonder spiegel6.311.05412,5 procent meer
Spiegelreflexcamera690.91130,7 procent minder
Bron: CIPA, leveringen van digitale camera’s over januari tot en met december 2025, gepubliceerd op 26 februari 2026.

Twee dingen vallen op. De spiegelreflex kromp in één jaar met bijna een derde en is nog goed voor 7 procent van de markt. En de compactcamera, jarenlang doodverklaard, groeide het hardst van alle soorten. Dat komt door jonge kopers die een apparaat willen dat geen telefoon is en dat foto’s maakt met een eigen uiterlijk. Voor jou betekent dat het volgende: koop je nu een spiegelreflex, dan koop je in een krimpende markt, met minder nieuwe lenzen en een lagere inruilwaarde.

Wanneer je telefoon de beste camera is

Van de Nederlanders van 12 jaar en ouder ging in 2025 ruim 95 procent met een mobiele telefoon het internet op. Dat telde het Centraal Bureau voor de Statistiek, het bureau dat de officiële cijfers over Nederland verzamelt. Vrijwel iedereen loopt dus de hele dag met een camera op zak. Dat de telefoon dat er allemaal bij doet is nog jong; het toestel begon als belapparaat, zoals je terugleest in de geschiedenis van telefonie. Dat is geen bijzaak bij de keuze, dat is het vertrekpunt.

Je fietst op een vroege ochtend de straat uit en ziet twee jonge vossen op het asfalt spelen. Je pakt je telefoon, maakt vier foto’s en een filmpje, en ze zijn weg. De spiegelreflex die thuis in de kast ligt heeft op dat moment nul waarde. Dat gezegde uit de fotografie klopt gewoon: de beste camera is de camera die je bij je hebt.

Waar een telefoon tekortschiet

Waar je telefoon tekortschiet, is even concreet. Inzoomen gaat bij de meeste toestellen digitaal, dus de foto wordt vergroot en niet scherper. Bij weinig licht krijg je korrel, omdat de sensor zo klein is dat er weinig licht op valt. En een voetballer die op je af komt rennen, krijg je zelden scherp. Zoom, donker en beweging: dat zijn de drie grenzen. Er is nog een vierde wens die geen camera oplost: wie van bovenaf wil fotograferen komt uit bij een drone. Voor het vliegen met een drone boven Nederland gelden eigen regels over registratie en een vliegbewijs.

De drie soorten losse camera

Loop je die grenzen tegen het lijf, dan kies je uit drie soorten. Ze verschillen vooral in of je de lens kunt verwisselen en of er een spiegel in zit.

De compactcamera

Eén vaste lens, een sensor die groter is dan die van een telefoon en een zoom die optisch werkt. Hij past in een jaszak en je hoeft niets te kiezen voordat je hem meeneemt. Dat is de winst. Het nadeel is dat je vastzit aan de lens die erop zit, en dat een compact met een grote sensor bijna net zoveel kost als een systeemcamera. Kies hem als je een betere zoom wilt zonder tas.

De systeemcamera zonder spiegel

Verwisselbare lenzen, geen spiegel, en je kijkt door een klein scherm in de zoeker. Dat scherm laat vooraf zien hoe de foto wordt, inclusief de belichting. Twee op de drie verkochte camera’s zijn er zo een, dus hier komen ook de nieuwe lenzen. Het nadeel is de accu: het scherm en de zoeker vragen stroom, dus je haalt minder foto’s uit een lading dan bij een spiegelreflex.

De spiegelreflexcamera

Een spiegel kaatst het beeld door de lens naar de zoeker, dus je ziet het echte licht en geen schermpje. De accu gaat lang mee en er is veel tweedehands aanbod. Maar de markt krimpt hard en de meeste merken brengen nauwelijks nog nieuwe modellen uit. Koop je er een, doe dat dan bewust tweedehands en om wat hij nu kan, niet omdat je erop bouwt dat er nog van alles bij komt.

De kenmerken die je keuze bepalen

Het sensorformaat is de eerste knop. Een grotere sensor vangt meer licht, dus je houdt langer een schone foto als het donker wordt, en de achtergrond wordt eerder onscherp. CIPA deelt de markt in twee groepen in: sensoren van 35 millimeter en groter, en sensoren die kleiner zijn. In 2025 was ruim een derde van de verkochte camera’s met verwisselbare lens van de grote soort. Groter is niet altijd beter: die toestellen en hun lenzen zijn zwaarder en duurder.

De tweede knop is de lens. De brandpuntsafstand in millimeters zegt hoe ver de lens je onderwerp naar je toe haalt. Rond 24 millimeter zie je een hele kamer, rond 200 millimeter haal je een vogel in de tuin dichtbij. De lichtsterkte staat als f-getal op de lens; hoe lager dat getal, hoe meer licht er doorheen komt. Een lens van f/1,8 laat ongeveer twaalf keer zoveel licht door als een lens van f/6,3.

De derde knop is snelheid: hoe snel stelt de camera scherp op iets dat beweegt, en hoeveel foto’s maakt hij per seconde. Fotografeer je sport, spelende kinderen of dieren, dan is dit het punt waarop goedkope camera’s afhaken. En de vierde knop is gewicht. Een toestel met lens weegt tussen ruim 300 gram en anderhalve kilo. De zwaarste camera maakt de beste foto’s van alles wat je ermee fotografeert, en de lichtste maakt de meeste foto’s, omdat je hem meeneemt.

Wat de getallen op een specificatieblad betekenen

Drie getallen bepalen samen elke foto. Het diafragma is de opening in de lens en werkt als de pupil in je oog: een laag f-getal is een grote opening, dus veel licht en een onscherpe achtergrond. De sluitertijd is de tijd dat er licht op de sensor valt; bij 1/1000 seconde bevries je een waterdruppel, bij één seconde wordt stromend water een gladde deken. De ISO-waarde is de gevoeligheid van de sensor, vastgelegd in de internationale norm ISO 12232. Hoger betekent dat je in het donker kunt doorfotograferen, en dat er meer korrel in de foto komt.

Twee andere getallen op het blad zijn afspraken van de branche zelf, en dat is nuttig om te weten. Het aantal foto’s per acculading is gemeten volgens een vaste proef van CIPA, met een vast aantal flitsen en vaste pauzes. In de praktijk haal je er vaak meer uit, omdat je niet zo fotografeert. De winst van beeldstabilisatie, uitgedrukt in stops, is ook volgens een CIPA-norm gemeten. Zonder die afspraken zou elk merk zijn eigen proef bedenken, dus je kunt die twee getallen tussen merken vergelijken.

Het getal dat er het minst toe doet is het aantal megapixels. Een sensor van 24 megapixels levert een afdruk van een halve meter breed zonder zichtbaar verlies. Meer pixels op dezelfde sensor betekent bovendien kleinere pixels, en dus eerder korrel bij weinig licht. Wie op megapixels vergelijkt, vergelijkt het enige getal dat voor gewoon gebruik niets zegt.

Waar je op let als je er een koopt

Begin bij de lenzen en niet bij het toestel. Een camerahuis vervang je over vijf jaar, je lenzen gaan twintig jaar mee, en elk merk heeft zijn eigen aansluiting. De keuze voor een merk is dus een keuze voor een lenzenfamilie. Heb je al lenzen van een spiegelreflex, dan bestaat er voor bijna elk merk een tussenring waarmee ze op een systeemcamera passen.

Pak het toestel daarna een keer vast in een winkel. Hoe een camera in je hand ligt en of je de knoppen blind vindt, lees je in geen enkele test terug, en het bepaalt of je hem meeneemt. Tweedehands kopen is bij camera’s gebruikelijk: vraag het aantal sluiterbewegingen op, want dat is de kilometerstand van een camera. En koop geen model omdat het in een lijstje stond, maar omdat het de drie grenzen oplost waar jij tegenaan liep.

Veelgestelde vragen over het kiezen van een camera

Welke camera is geschikt voor een beginner

Een systeemcamera zonder spiegel met een standaardlens is voor de meeste beginners de logische stap. Je ziet in de zoeker meteen wat een instelling met de foto doet, en je kunt later een andere lens kopen zonder het toestel te vervangen. Wil je vooral meer zoom dan je telefoon geeft, dan is een compactcamera goedkoper en lichter.

Is een spiegelreflexcamera nog de moeite waard

Als tweedehands koop zeker. De techniek werkt nog net zo goed als tien jaar geleden en de prijzen zijn laag. Nieuw ligt het anders: er werden in 2025 wereldwijd 690.911 spiegelreflexcamera’s geleverd, bijna een derde minder dan een jaar eerder, en de merken brengen er nauwelijks nieuwe uit.

Hoeveel megapixels heb je nodig

Voor foto’s op een scherm en afdrukken tot A3 is 20 tot 24 megapixels ruim voldoende. Meer pixels helpen alleen als je fors wilt bijsnijden of heel groot wilt afdrukken. Ze kosten je wel opslagruimte, en op een kleine sensor leveren ze eerder korrel op.

Kun je met een telefoon professioneel fotograferen

Voor veel opdrachten kan het, en het gebeurt ook. De grens ligt bij lange zoom, weinig licht en snelle beweging, en bij foto’s die fors bijgesneden of heel groot afgedrukt moeten worden. Wie daar niet tegenaan loopt, houdt met een telefoon een werkbaar resultaat over.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Producten

Alle artikelen in Producten