Jaarruimte 2026 berekenen en tot wanneer je kunt storten
Jaarruimte is het bedrag dat je in een jaar met belastingaftrek in een lijfrente mag storten. Zo reken je het uit voor 2026.

In december staat de mail van je bank er weer: benut je jaarruimte voor het eind van het jaar. Voor 2026 is die ruimte 30 procent van je inkomen van 2025 boven € 19.172, min wat je dat jaar al aan pensioen opbouwde. Die formule staat in de Wet inkomstenbelasting. Storten moet uiterlijk op 31 december 2026. Ons oordeel: de aftrek is uitstel van belasting en geen cadeau. Wat je wint, is het verschil tussen het tarief van nu en dat van later. Meer over belasting en je inkomen staat in het kennisgebied Financieel.
Wat jaarruimte en lijfrente zijn
Een lijfrente is een pot voor later waarvan je de inleg mag aftrekken van je inkomen. De Belastingdienst noemt drie vormen: een verzekering, een rekening bij een bank of een beleggingsrecht. Bij een beleggingsrecht staat je geld vast in een beleggingsfonds. Uit een lijfrente krijg je later vaste uitkeringen, vaak als aanvulling op je pensioen.
Aftrekken mag alleen als je een pensioentekort hebt. De wet rekent dat tekort uit met een formule. De uitkomst heet je jaarruimte: het bedrag dat je in dat jaar hoogstens mag aftrekken. Ook wie in loondienst pensioen opbouwt, kan een tekort hebben.
Voor ongeveer één op de tien werknemers is via het werk geen pensioen geregeld, meldt Wijzer in geldzaken. Dat is een initiatief van het ministerie van Financiën dat voorlichting geeft over geld. Wie voor zichzelf werkt en geen pensioenregeling heeft, houdt de hele ruimte over.
De pensioenpremie die je werkgever op je loon inhoudt, trek je niet nog eens af. Die premie ging al van je loon af voordat er belasting over werd berekend.
De formule voor 2026
Je jaarruimte is 30 procent van je premiegrondslag, min je pensioenopbouw van vorig jaar. De premiegrondslag is je inkomen van het jaar ervoor, min een vast bedrag. Dat vaste bedrag heet de franchise. De wet leidt het af van de AOW, het basispensioen van de overheid.
In de tabel hieronder staan de vaste onderdelen van de som voor 2026.
| Onderdeel | Waarde in 2026 |
|---|---|
| Percentage van de premiegrondslag | 30% |
| Inkomen dat hoogstens meetelt | € 137.800 |
| Franchise die van je inkomen afgaat | € 19.172 |
| Hoogste jaarruimte | € 35.588 |
| Hoogste reserveringsruimte (ruimte uit eerdere jaren) | € 42.753 |
Verdiende je in 2025 minder dan de franchise, dan heb je in 2026 geen jaarruimte. Kom je ergens nog 13,3 procent tegen, dan lees je een oude regel. Dat percentage stond in de wettekst van 1 januari 2022. De Wet toekomst pensioenen, de nieuwe pensioenwet die op 1 juli 2023 inging, maakte de ruimte groter.
Welk inkomen meetelt
Vier soorten inkomen tellen mee. Dat zijn loon, winst uit je onderneming, inkomsten uit ander werk en periodieke uitkeringen, zoals alimentatie van je ex-partner. Bij winst gaat het om de winst vóór de ondernemersaftrek. Dat is de verzamelnaam voor aftrekposten van ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek.
Omdat de som met vorig jaar rekent, heeft een starter vaak nog geen ruimte. Wie in 2025 nog studeerde en in 2026 begon met werken, kan pas in 2027 jaarruimte hebben.
Wat je pensioenopbouw van je ruimte afhaalt
Van de 30 procent gaat 6,27 keer je factor A af, of de premie die voor je pensioen is ingelegd. Factor A is het bedrag waarmee je jaarlijkse pensioen in een jaar is gegroeid. Welke van de twee geldt, hangt af van je pensioenregeling. Sinds de nieuwe pensioenwet bestaan er voor deze som drie soorten. Dat schrijft de Belastingdienst in een standpunt van 10 juli 2024, voor het laatst bijgewerkt op 7 april 2026. Een standpunt is de uitleg van de wet door de eigen specialisten van de dienst.
Factor A telt alleen bij een regeling die nog niet is aangepast aan de nieuwe wet. Is je regeling wel aangepast, dan gaat de premie af. Dat is het geld dat voor je ouderdomspensioen en je partnerpensioen is ingelegd. Partnerpensioen is het pensioen dat je partner krijgt als jij overlijdt. Wat er verder verandert, lees je in ons artikel over het nieuwe pensioenstelsel.
In de tabel hieronder zie je per soort regeling wat er van je ruimte afgaat. Je ziet ook onder welk icoon het bedrag op je pensioenoverzicht staat.
| Jouw pensioenregeling | Wat gaat eraf | Icoon op je overzicht |
|---|---|---|
| Nog niet aangepast aan de nieuwe wet | 6,27 keer factor A | Factor A |
| Aangepast, met een premie die oploopt met je leeftijd | Een omgerekende premie | Jaarruimte |
| Aangepast of nieuw, met één vast premiepercentage | De ingelegde premie | Jaarruimte |
Twee iconen op je pensioenoverzicht
Het bedrag staat op je Uniform Pensioenoverzicht, kortweg UPO. Dat is het overzicht dat je pensioenfonds of verzekeraar je stuurt. Vanaf het jaar 2024 staan er twee iconen op: Factor A en Jaarruimte.
Wat eraf gaat, is steeds je opbouw van het jaar ervoor. Stapt je fonds op 1 januari 2027 over op het nieuwe stelsel? Dan gaat er bij je jaarruimte van 2027 nog factor A af, over het jaar 2026. Pas bij die van 2028 gaat de premie eraf. Dat is onze afleiding uit de regel. Het standpunt zelf behandelt het jaar van de overstap niet.
Vier rekenvoorbeelden
Twee werknemers met hetzelfde loon kunnen een heel andere jaarruimte hebben. Het verschil zit in de pensioenregeling. In de tabel hieronder staan vier voorbeelden met de bedragen van 2026 en een inkomen van 2025.
| Situatie in 2025 | 30% van de grondslag | Eraf door pensioen | Jaarruimte 2026 |
|---|---|---|---|
| Werknemer, loon € 46.000, factor A € 500 | € 8.048 | € 3.135 | € 4.913 |
| Werknemer, loon € 46.000, ingelegde premie € 6.000 | € 8.048 | € 6.000 | € 2.048 |
| Zzp’er, winst € 50.000, geen pensioen | € 9.248 | € 0 | € 9.248 |
| Zzp’er, winst € 150.000, geen pensioen | € 35.588 | € 0 | € 35.588 |
De som stap voor stap
Neem de eerste rij. Van het loon van € 46.000 gaat de franchise van € 19.172 af. Er blijft € 26.828 over. Daarvan is 30 procent € 8.048. Factor A is € 500, dus er gaat 6,27 keer dat bedrag af: € 3.135. De jaarruimte komt uit op € 4.913.
De tweede werknemer verdient hetzelfde, maar zijn regeling is al aangepast. Bij hem gaat de ingelegde premie van € 6.000 eraf. Hij houdt € 2.048 over. Dat is minder dan de helft van de ruimte van de eerste werknemer. Het is een voorbeeld en geen vaste regel: of je ruimte groter of kleiner wordt, hangt af van de premie in jouw regeling. In de laatste rij telt het inkomen maar tot € 137.800 mee.
Tot wanneer je kunt storten
Voor de aftrek over 2026 moet je storting uiterlijk op 31 december 2026 betaald zijn. De Belastingdienst is daar kort over: premies en stortingen trek je alleen af in het jaar waarin je ze betaalt.
Een uitloop tot 1 juli van het volgende jaar bestaat alleen voor ondernemers die hun stakingswinst of oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Stakingswinst is de winst die vrijkomt als je je bedrijf verkoopt of opheft. De oudedagsreserve is een fiscale spaarpot die ondernemers vroeger konden opbouwen. Wat er nog meer komt kijken bij stoppen met je bedrijf, staat in een apart artikel.
Tot welke leeftijd je mag storten
Je hebt jaarruimte zolang je aan het begin van het jaar nog niet vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd. Zo staat het in de wet. Ben je vóór 1 september 1954 geboren, dan heb je in 2026 dus geen jaarruimte meer. De rekenhulp van de Belastingdienst rekent voor 2026 met dezelfde datum. Reserveringsruimte heb je dan misschien nog wel.
De som erachter: wie in de 12 maanden vóór die datum is geboren, kreeg in 2020 AOW, met 66 jaar en 4 maanden. Op 1 januari 2026 was die groep al vijf jaar verder. Op een andere pagina van de Belastingdienst staat voor 2026 nog 1 september 1953. Dat was de grens voor 2025. Wat je AOW-leeftijd is, hangt af van je geboortedatum.
Reserveringsruimte voor jaren die je oversloeg
Jaarruimte die je niet gebruikt, kun je nog tien jaar later inzetten. Dat heet reserveringsruimte. In 2026 gaat het om de ongebruikte ruimte uit 2016 tot en met 2025. In 2027 vervalt wat er uit 2016 nog over is.
Er zit een grens aan. In 2026 mag je hoogstens € 42.753 aan oude ruimte aftrekken. De wet begint bij het oudste jaar. De Belastingdienst raadt aan om eerst je reserveringsruimte te gebruiken. Daarna komt je jaarruimte. Zo gaat er geen oude ruimte verloren. De aftrek vraag je aan in je aangifte.
Lees je ergens zeven jaar? Dat was de termijn in de wettekst van 2022. Nu is het tien jaar.
Wat de aftrek oplevert en wat je later betaalt
Een storting binnen je jaarruimte gaat van je inkomen in box 1 af. Box 1 is het deel van je aangifte voor inkomen uit werk en woning. Je krijgt dus belasting terug tegen het tarief van je hoogste schijf. Een schijf is een deel van je inkomen met een eigen belastingpercentage. Later draait het om: de uitkering telt als inkomen, en daarover betaal je belasting.
De tabel hieronder laat zien wat je in 2026 betaalt, voor en na je AOW-leeftijd.
| Belastbaar inkomen | Tot je AOW-leeftijd | Na je AOW-leeftijd |
|---|---|---|
| Tot en met € 38.883 | 35,75% | 17,85% |
| Meer dan € 38.883 tot en met € 78.426 | 37,56% | 37,56% |
| Meer dan € 78.426 | 49,50% | 49,50% |
Een voorbeeld. Je trekt € 1.000 af in de tweede schijf en krijgt € 375,60 terug. Krijg je die € 1.000 later als uitkering in de eerste schijf, na je AOW-leeftijd? Dan betaal je daarover € 178,50. Het verschil is € 197,10. Valt de uitkering in dezelfde schijf als de aftrek, dan is er geen voordeel in het tarief. Je hebt de belasting dan alleen uitgesteld.
Niemand weet welke tarieven gelden als jij met pensioen gaat. De som hierboven gebruikt voor beide momenten de tarieven van 2026. Het lagere tarief in de eerste schijf komt doordat je na je AOW-leeftijd geen AOW-premie meer betaalt.
Lijfrentepremie valt buiten de aftrekbeperking
Voor je lijfrentepremie krijg je het volle tarief terug, ook als je veel verdient. Hypotheekrente en giften trek je in 2026 tegen hoogstens 37,56 procent af, ook als je inkomen in de hoogste schijf valt. De wet noemt de aftrekposten waarvoor dat geldt. De lijfrentepremie staat daar niet bij. Valt je storting in het deel van je inkomen boven € 78.426, dan krijg je daarover dus 49,50 procent terug.
Box 3 en toeslagen
Over een lijfrenteverzekering betaal je geen belasting in box 3, schrijft Wijzer in geldzaken. Box 3 is het deel van je aangifte voor spaargeld en beleggingen. Dat voordeel merk je alleen als je vermogen boven de vrijstelling uitkomt. Wat er in 2027 met de belasting in box 3 gebeurt, staat nog niet vast.
Een storting verlaagt ook je inkomen in box 1. Dat inkomen telt mee voor je toeslagen. In het jaar van de storting kan je toeslag daardoor hoger uitkomen. De uitkering doet later het omgekeerde.
Je geld staat vast tot je pensioen
Wat je in een lijfrente stort, haal je niet zomaar terug. Afkopen is het geld in één keer opnemen. Doe je dat, dan betaal je belasting over de afkoopsom. Daar komt meestal revisierente bij: 20 procent van het bedrag, schrijft de Belastingdienst. Revisierente is een extra heffing, omdat je achteraf gezien te weinig belasting hebt betaald.
Een rekensom. Je koopt € 10.000 af en valt in de tweede schijf. Je betaalt dan € 3.756 belasting. Daar komt € 2.000 revisierente bij. Er blijft € 4.244 over.
Er zijn twee uitzonderingen. Is de afkoopsom in 2026 niet hoger dan € 5.513, dan betaal je geen revisierente. Andere lijfrentes bij dezelfde aanbieder tellen daarbij mee. De tweede uitzondering geldt bij arbeidsongeschiktheid, zolang je de AOW-leeftijd nog niet hebt. Dan mag je in 2026 onder voorwaarden tot € 51.440 opnemen zonder revisierente. Was je gemiddelde inkomen in de twee jaren ervoor hoger, dan is dat inkomen de grens. Belasting over het bedrag betaal je in beide gevallen wel.
Wanneer de eerste uitkering komt, kies je zelf. De uiterste termijn is vijf jaar na het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt. Bij een verzekeraar loopt de uitkering tot je overlijden. Bij een bank loopt ze tot je minstens 20 jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd.
Meer storten dan je ruimte kost dubbel
Stort je meer dan je jaarruimte en reserveringsruimte samen, dan mag je het teveel niet aftrekken. Niet dit jaar en ook niet in een later jaar, schrijft de Belastingdienst. Toch is de uitkering later belast.
Er is een vangnet. Bij de uitkering mag je rekening houden met stortingen die je niet hebt afgetrokken. Dat heet de saldomethode. Maar voor stortingen vanaf 2010 telt hoogstens € 2.269 per jaar mee, voor al je lijfrentes samen.
Stel dat je in één jaar € 5.000 te veel stort. Later betaal je dan over € 2.269 van de uitkering geen belasting. Over de overige € 2.731 betaal je belasting, terwijl je er nooit aftrek voor kreeg. Reken je ruimte dus uit voordat je iets overmaakt.
Wat er in 2027 verandert
Op 3 oktober 2026 staan de bedragen voor 2027 nog niet vast. De minister past de franchise en de hoogste reserveringsruimte elk jaar op 1 januari aan. Drie onderdelen zijn wel bekend als voorstel. Ze staan in het Belastingplan 2027, het wetsvoorstel dat het kabinet op 15 september 2026 indiende. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer stemmen in november en december over het plan.
De voorstellen voor de bedragen
Het kabinet stelt voor om het hoogste inkomen dat meetelt op € 137.800 te houden. Dat zou zes jaar gelden, van 2027 tot en met 2032. Normaal stijgt die grens mee met de lonen. Volgens de Rijksoverheid krijgen in 2027 ongeveer 280.000 mensen met de grens te maken. In 2032 zijn dat er ongeveer 790.000.
Het tweede voorstel raakt de reserveringsruimte. Bedragen die met de inflatie meestijgen, gaan in 2027 volgens het plan met 1,248 procent omhoog in plaats van 2,6 procent. De hoogste reserveringsruimte komt dan volgens onze berekening uit rond € 43.290.
Het tarief in 2027
In het wetsvoorstel staat voor 2027 een tarief van 38,16 procent in de tweede schijf. Gaat dat door, dan levert een storting in die schijf iets meer aftrek op dan in 2026. Volgens onze berekening is dat € 6 per € 1.000.
Het hoogste tarief begint in het wetsvoorstel net als in 2026 bij € 78.426. In een brief van 29 september 2026 kondigt het kabinet aan dat die grens naar € 80.578 gaat. Dat is een aangekondigde wijziging van een voorstel. Op 3 oktober 2026 heeft de Tweede Kamer er nog niet over gestemd.
Gaat de wijziging door, dan valt een storting in het stuk inkomen tussen die twee bedragen in de tweede schijf. Je krijgt daarover in 2027 dan naar verwachting 38,16 procent terug en geen 49,50 procent. Dat is € 113,40 minder per € 1.000, zo rekenden wij uit. Wat er nog meer in het plan staat, lees je in ons overzicht van de plannen van Prinsjesdag.
Waar je op let bij een lijfrente
Aftrekken mag alleen als je de lijfrente afsluit bij een toegelaten financiële instelling. Denk aan een verzekeraar, een bank of een beleggingsonderneming. Staat in je polis het woord nettolijfrente, dan trek je de inleg niet af.
Kijk ook wat er gebeurt als je overlijdt. Loopt de uitkering van een lijfrenterekening al, dan gaan de resterende termijnen naar je erfgenamen.
Een lijfrente is niet de enige weg. Wijzer in geldzaken noemt ook zelf sparen of beleggen en het aflossen van je hypotheek.
Veelgestelde vragen over jaarruimte
Hoeveel jaar terug mag je jaarruimte gebruiken?
Tien jaar. Ongebruikte jaarruimte uit de tien voorgaande jaren heet reserveringsruimte. In 2026 gaat het om de jaren 2016 tot en met 2025. De wet stelt daarbij een grens van € 42.753, en het oudste jaar gaat eerst op.
Is het slim om je jaarruimte te gebruiken?
Dat hangt af van je belastingtarief nu en later. Het hangt ook af van de vraag of je het geld kunt missen tot je pensioen. Stel dat je aftrekt in de tweede schijf en dat de uitkering later in de eerste schijf valt. Met de tarieven van 2026 scheelt dat € 197,10 per € 1.000. Heb je het geld eerder nodig, dan betaal je bij afkoop belasting en meestal 20 procent revisierente.
Hoe bereken ik mijn jaarruimte bij de Belastingdienst?
Met de rekenhulp voor lijfrentepremie op de site van de Belastingdienst. Je hebt je inkomen van vorig jaar nodig en de opgaaf van je pensioenopbouw. Die krijg je van je pensioenfonds of verzekeraar. Voor je reserveringsruimte heb je die gegevens van de afgelopen tien jaar nodig.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Belastingdienst, Lijfrente, Aftrekken lijfrentepremies, Niet alle premies afgetrokken, Waarover betaalt u belasting?, Hulpmiddel lijfrentepremie, Box 1: uitleg en tarieven en Afbouw tarief aftrekposten. De vormen en voorwaarden, aftrek in het jaar van betaling, de reserveringsruimte, de saldomethode, revisierente, de tarieven van 2026 en de rekenhulp, die voor 2026 rekent met de geboortedatum 1 september 1954.
- Kennisgroepen Belastingdienst, Vragen en antwoorden over de jaarruimteberekening en de opbouw van pensioenaanspraken, standpunt KG:070:2024:3 van 10 juli 2024, bijgewerkt op 7 april 2026. De drie soorten regelingen, 6,27 keer factor A of de premie, en de twee iconen op het UPO.
- Wettenbank van de overheid, Wet inkomstenbelasting 2001 in de tekst van 1 januari 2026 en de tekst van 1 januari 2022, en de Algemene Ouderdomswet. Artikel 3.127 met de formule, de bedragen, de tien jaar en de leeftijdsgrens, artikel 2.10 met de aftrekposten die een lager aftrektarief krijgen, de artikelen 3.126a, 3.130, 10.1, 10.2b en 10a.25, de oude 13,3 procent en zeven jaar, en artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet met de AOW-leeftijd per jaar.
- Rijksoverheid, Plannen kabinet belastingen voor inkomen, Wetsvoorstel Belastingplan 2027 en Fiscale sleuteltabel 2027. Het voorstel om de grens van € 137.800 tot en met 2032 te bevriezen, de aantallen mensen, de beperkte inflatiecorrectie van 1,248 procent en het tarief van de tweede schijf in 2027.
- Kabinet, brief van 29 september 2026 over box 3, koopkracht en sociale zekerheid, afschrift aan de Eerste Kamer van 30 september 2026. Het hoogste tarief dat volgens het aangepaste plan vanaf € 80.578 geldt.
- Wijzer in geldzaken, 6 manieren om je pensioen aan te vullen. Eén op de tien werknemers zonder aanvullend pensioen, geen box 3 over een lijfrente, en de andere manieren om je pensioen aan te vullen.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Financieel
Voorlopige aanslag 2027 aanvragen, wijzigen en betalenEen voorlopige aanslag is een schatting vooraf van je inkomstenbelasting. Lees wat je voor de voorlopige aanslag 2027 nu al kunt doen.
Modaal inkomen 2027 bruto en netto per maand uitgerekendModaal is het loon waarmee de overheid rekent. Het modaal inkomen 2027 is naar verwachting € 50.000 bruto. Lees wat dat netto is.
Belastingschijven 2027 en heffingskortingen doorgerekendBij de belastingschijven 2027 stijgen twee tarieven en de korting voor werkenden. Lees het voorstel en wat je per inkomen betaalt.
AOW-leeftijd en bedrag: wanneer krijg je hoeveel AOW?De AOW is het basispensioen van de overheid. Je AOW-leeftijd bepaalt wanneer je hem krijgt, en hoe je woont bepaalt hoeveel.