Kernkwadranten van Ofman met vijf voorbeelden en de kritiek
Kernkwadranten zijn schema’s met vier vakken: kernkwaliteit, valkuil, uitdaging en allergie. Zo vul je ze in, en dit zegt onderzoek.

Je kent de vraag uit een sollicitatiegesprek: wat is je zwakke kant? Een kernkwadrant helpt je aan een antwoord. Het idee is dat je zwakke kant vaak je sterke kant is, maar dan te veel. Het model komt uit een boek van Daniel Ofman uit 1992. Bewijs dat het werkt, is er nauwelijks. Onderzoekers rond Laura Batstra van de Rijksuniversiteit Groningen toetsten het bij 47 leerkrachten. Hun artikel uit 2024 meldt geen meetbaar effect. De leerkrachten kregen niet aantoonbaar meer grip op het gedrag van leerlingen. Als begin van een goed gesprek blijft het model wel bruikbaar. Meer over personeel en leidinggeven staat in het kennisgebied Ondernemen.
De vier vakken van een kernkwadrant
Een kernkwadrant heeft vier vakken: je kernkwaliteit, je valkuil, je uitdaging en je allergie. Je tekent het als een vierkant dat in vieren is verdeeld. De vakken horen bij elkaar. Vul je er één in, dan leid je de andere drie daaruit af.
Je kernkwaliteit is een sterke kant waar je trots op bent. Schiet je daarin door, dan zit je in je valkuil: dezelfde kwaliteit, maar dan te veel. De uitdaging is de eigenschap die je uit die valkuil houdt. En je allergie is gedrag van anderen waar je je aan ergert. Volgens het model is dat gedrag te veel van jouw uitdaging.
De Groningse onderzoekers geven een voorbeeld uit de klas. Een leerkracht is nauwkeurig, en dat is zijn kernkwaliteit. Schiet hij daarin door, dan wordt hij pietluttig en krijgt hij extra werk. Zijn uitdaging is daarom loslaten: zich minder druk maken om een fout. Omdat hem dat zwaar valt, ergert hij zich aan leerlingen die slordig werken.
De vier vakken in één tabel
In de tabel hieronder zie je per vak wat het is en met welke vraag je het vult.
| Vak | Wat het is | Vraag aan jezelf |
|---|---|---|
| Kernkwaliteit | een kwaliteit waar je trots op bent | Waar krijg ik vaak complimenten over? |
| Valkuil | je kwaliteit, maar te veel ingezet | Welk verwijt krijg ik regelmatig van anderen? |
| Uitdaging | de kwaliteit die je uit je valkuil houdt | Welke kwaliteit bewonder ik in anderen? |
| Allergie | gedrag van anderen dat je ergert | Aan wat voor gedrag erger ik mij bij anderen? |
De vragen komen uit een werkblad voor coaching uit 2023. Hogeschool Rotterdam deelt het op haar site. Het is een hulpmiddel van een coach en geen onderzoek. Bij de valkuil staat nog een tweede vraag: hoe reageer ik als ik gestrest ben of onder druk sta? De daadkrachtige collega kan dan gaan drammen, en de behulpzame collega bemoeit zich misschien overal mee.
Vijf voorbeelden van kernkwadranten
De tabel hieronder zet vijf kernkwadranten naast elkaar. Lees elke rij van links naar rechts: van je kwaliteit naar je ergernis.
| Kernkwaliteit | Valkuil | Uitdaging | Allergie |
|---|---|---|---|
| nauwkeurig | pietluttig | loslaten | slordig |
| daadkrachtig | drammerig | geduldig | passief |
| behulpzaam | bemoeizuchtig | loslaten | onverschillig |
| flexibel | wispelturig | ordenend | star |
| moedig | roekeloos | bedachtzaam | aarzelend |
Zie de rijen als voorbeeld en niet als uitslag, want een kwaliteit heeft niet één vaste valkuil. Wie behulpzaam is, kan bemoeizuchtig worden, maar ook zichzelf wegcijferen. Jouw woorden mogen dus anders zijn, zolang de vier vakken bij elkaar passen.
Zo controleer je of je kwadrant klopt
Een kernkwadrant klopt als deze twee zinnen opgaan. Te veel van je kernkwaliteit geeft je valkuil. Te veel van je uitdaging geeft je allergie. Die tweede zin staat ook in het werkblad voor coaching. De allergie is daar gedrag dat vanuit de uitdaging te veel wordt ingezet.
Neem een kwadrant dat niet klopt. Iemand vult in: analytisch, te precies, besluitvaardig en slordig. De eerste zin gaat op, want wie te veel analyseert, wordt te precies. De tweede zin gaat niet op. Wie te snel besluit, is niet slordig maar overhaast. De allergie hoort hier dus overhaast gedrag te zijn. Slordigheid is een ergernis uit een ander kwadrant, bijvoorbeeld dat van de nauwkeurige leerkracht.
Zo vul je een kernkwadrant in
Begin bij het vak waar je het meest over weet. Dat hoeft niet je kernkwaliteit te zijn. Ergernis voel je namelijk meteen, en een verwijt van een ander vergeet je niet snel. Een eigen kwaliteit benoemen is lastiger. Begin je bij een ergernis, dan zijn dit de vier stappen.
- Schrijf één ergernis op. Welk gedrag van een collega maakt je kribbig? Dat is je allergie.
- Zoek de goede kant van dat gedrag. Dat is je uitdaging.
- Bedenk welke kwaliteit daar tegenover staat. Dat is je kernkwaliteit.
- Vraag je af wat er gebeurt als je daarin doorschiet. Dat is je valkuil.
Neem Mila, teamleider bij een installatiebedrijf. Ze ergert zich aan een collega die bij elk besluit afwacht. Passief gedrag is dus haar allergie. De goede kant van afwachten is geduld, en dat is haar uitdaging. Tegenover geduld staat daadkracht, een kwaliteit die ze meteen herkent. Haar valkuil kent het team ook: ze gaat drammen als iets niet opschiet.
Laat daarna iemand meelezen die je goed kent. Een kwadrant dat je alleen invult, is namelijk een zelfbeeld. Een collega of je partner ziet je valkuil soms scherper dan jij.
Het dubbele kwadrant bij ergernis over een collega
Een dubbel kwadrant legt jouw kernkwadrant naast dat van een ander. Het werkblad heeft er een apart blad voor. Dat is bedoeld voor als je samenwerking stroef loopt. De gedachte is deze. Je ergert je aan iemand die doorschiet in een kwaliteit die jij zelf meer zou kunnen ontwikkelen. Zijn valkuil is jouw allergie. Zijn kernkwaliteit is jouw uitdaging.
Terug naar Mila. Haar collega is geduldig, maar als hij doorschiet, wordt hij passief. En hij ergert zich op zijn beurt als zij gaat drammen. Ze hebben dus elkaars uitdaging als kwaliteit. Dat maakt het gesprek anders. Mila hoeft hem niet te vragen om sneller te beslissen. Ze kan vragen wat hij ziet als zij te snel gaat.
In een sollicitatie of functioneringsgesprek
Op de vraag naar je zwakke kant geeft een kernkwadrant een eerlijk antwoord. Noem je valkuil en zeg uit welke kwaliteit hij komt. Vertel daarna wat je eraan doet. Bijvoorbeeld: ik ben daadkrachtig en ga daardoor soms drammen als iets niet opschiet. Daarom vraag ik in een overleg eerst wat de anderen vinden. Dat antwoord zegt meer dan het bekende trucje om perfectionisme als zwakte te noemen.
Als leidinggevende gebruik je het model het best aan het begin van een gesprek. Vraag je medewerker om zijn eigen kwadrant mee te nemen. Vul het niet voor hem in, want dan wordt het een oordeel. Hoe je zulke gesprekken onderdeel maakt van een betere bedrijfscultuur, lees je in een apart artikel.
Waar komen de kernkwadranten vandaan?
De kernkwadranten komen uit het boek Bezieling en kwaliteit in organisaties van Daniel Ofman. Het verscheen in 1992 bij uitgeverij Servire in Cothen en telde 192 bladzijden. Dat staat in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Dat is de nationale bibliotheek van Nederland.
Het model komt uit de praktijk en niet uit onderzoek. De Groningse onderzoekers noemen het een product dat helemaal van en voor de praktijk is. Een theorie zit er volgens hen niet onder. Het wordt in Nederland gebruikt in cursussen bij organisaties en op scholen, schrijven ze.
Het boek bleef in druk, want de catalogus noemt een 19e druk uit 2017. Daarnaast kwam er in 1999 een dun boek over het model zelf: Kernkwaliteiten en het kernkwadrant. In 2007 volgde een boek om je eigen kernkwaliteiten te vinden. De boeken van Ofman zijn ook vertaald. Wij telden in de catalogus negen andere talen, van Deens tot Roemeens.
Wat zegt de wetenschap over kernkwadranten?
Over het effect van kernkwadranten is bijna geen onderzoek gedaan. Wij vonden één studie naar het kwadrant als geheel. De onderzoekers schrijven daarin dat de werking, voor zover zij weten, nog nooit wetenschappelijk was getoetst.
Naar kernkwaliteiten alleen is wel gekeken. Een Gronings proefschrift uit 2021 mat wat het werken met kernkwaliteiten doet bij basisschoolkinderen van 7 tot 12 jaar. De kinderen voelden zich daarna beter. Op drie onderdelen van hun zelfbeeld was er een klein positief effect. Het kwadrant zelf is daar niet gemeten, voor zover wij konden lezen. Wij lazen alleen de samenvatting.
Het Groningse onderzoek uit 2024
Laura Batstra en twee andere onderzoekers toetsten het model op een school voor speciaal onderwijs in Noord-Nederland. Daar zitten kinderen met leerproblemen of gedragsproblemen. Eén van de drie onderzoekers werkte in het Zweedse Göteborg. Hun artikel stond in 2024 in een Europees wetenschappelijk tijdschrift over onderwijs.
Aan het onderzoek deden 47 leerkrachten mee. Ze volgden een training met kernkwadranten: drie bijeenkomsten van tweeënhalf uur. Ongeveer de helft kwam eerst op een wachtlijst. Met die groep zonder training vergeleken de onderzoekers de anderen. De leerkrachten kregen op drie momenten een vragenlijst: voor de training, direct erna en 10 tot 12 weken later. Na afloop spraken de onderzoekers met 13 van hen. In de tabel hieronder staat wat dat opleverde.
| Wat is gemeten | Uitkomst |
|---|---|
| Grip op gedrag van leerlingen, in vragenlijsten | geen aantoonbaar effect |
| Probleemgedrag dat leerkrachten zien, in vragenlijsten | geen aantoonbaar effect |
| Bewuster van de eigen rol, in gesprekken | alle 13 leerkrachten |
| Meer grip door de training, in gesprekken | 4 van de 13 leerkrachten |
De 13 leerkrachten in de gesprekken werden zich dus bewuster van hun eigen rol. Meer grip op het gedrag van leerlingen kregen de meesten niet. In de vragenlijsten zagen de getrainde leerkrachten wel iets minder probleemgedrag, maar te weinig om toeval uit te sluiten. De onderzoekers raden de training daarom niet aan als hulp bij lastig gedrag in het speciaal onderwijs.
Ze maken daar twee kanttekeningen bij. De groep was klein, en veel leerkrachten vulden niet alle vragenlijsten in. Bovendien voelden de leerkrachten al veel grip voordat de training begon, dus er viel weinig te winnen. Zit een leerkracht vast met één leerling, dan kan het model volgens hen mogelijk wel helpen.
Te veel van het goede is wel onderzocht
De eerste helft van het kwadrant heeft meer steun uit onderzoek: een goede eigenschap kan doorschieten. Dat idee is ouder dan het model. De Griekse filosoof Aristoteles stelde al dat een goede eigenschap in het midden ligt tussen te weinig en te veel. Zo begint een overzicht uit 2011 van Adam Grant en Barry Schwartz. Zij werkten in de Verenigde Staten.
Grant en Schwartz zetten onderzoek op een rij naar goede eigenschappen met een omslagpunt. Voorbij dat punt wordt het effect negatief.
Een voorbeeld komt uit hetzelfde jaar. Zes onderzoekers keken toen naar zorgvuldigheid en werk. Zorgvuldig is wie precies en plichtsgetrouw werkt. Hun artikel stond in een wetenschappelijk tijdschrift over psychologie. In twee groepen mensen vonden ze een verband dat niet in een rechte lijn loopt. Meer zorgvuldigheid ging samen met beter werk, maar boven een bepaald punt hield dat voordeel op. Bij eenvoudig werk lag dat punt bovendien lager dan bij ingewikkeld werk.
Dat past bij de stap van kernkwaliteit naar valkuil. Bewijs voor het hele kwadrant is het niet. De andere helft zegt namelijk dat je ergernis over een ander jouw uitdaging aanwijst. Daarover vonden wij geen onderzoek. Dat deel is dus een aanname.
Een gespreksmodel en geen test
Wij vinden dat een kernkwadrant helpt bij een gesprek, maar geen test is. Een test heeft vaste vragen en een score die je met anderen kunt vergelijken. Een kernkwadrant heeft dat niet, want jij kiest de woorden. Een ander zou over jou andere woorden kiezen.
In Nederland beoordeelt de COTAN psychologische tests. Die commissie hoort bij het Nederlands Instituut van Psychologen. Dat is de beroepsvereniging van psychologen. De commissie kijkt naar zeven punten. Daar horen betrouwbaarheid en normen bij. Betrouwbaar betekent dat een test bij een tweede keer ongeveer dezelfde uitslag geeft. Normen zijn de scores van een grote groep waarmee je jouw score vergelijkt.
Een kernkwadrant kent geen score. Het is dus geen test en komt voor zo’n beoordeling niet in aanmerking. Gebruik het daarom niet om iemand te beoordelen of te selecteren. Wil je als werkgever weten welke kwaliteiten je team mist, lees dan hoe je de juiste persoon op de juiste plek zet.
Waar het model ophoudt
Volgens ons heeft het model drie grenzen. De eerste: het legt elke ergernis bij jezelf. Dat is de kracht en ook de zwakte. Soms is gedrag van een ander gewoon niet in orde. Wie wordt gepest of geïntimideerd, heeft geen allergie. Dat hoort niet in een kwadrant maar bij je leidinggevende of een vertrouwenspersoon.
De tweede grens is je zelfbeeld, want je vult in wat je al van jezelf denkt. De Groningse gesprekken passen daarbij. Na de training zochten 12 van de 13 leerkrachten de oorzaak van lastig gedrag buiten zichzelf. Een schema verandert zo’n gewoonte dus niet vanzelf. Dat geldt ook voor wie de baas is. In ons artikel over leiding geven aan een bedrijf staat zelfkritiek tussen de kenmerken van een goede leider.
De derde grens is de vaste keten. Een ingevuld kwadrant laat bij één kwaliteit één valkuil zien, maar mensen zijn rommeliger. Dezelfde nauwkeurige collega is bij de ene klus pietluttig en bij de andere traag met beslissen.
Het kernkwadrant is niet het enige model dat bekender is dan het bewijs ervoor. Ook bij de piramide van Maslow is de tekening bekender dan het onderzoek. Waardeloos is het daarmee niet. Maak deze week daarom één kwadrant vanuit je ergernis over een collega, en zoek eerst de goede kant van zijn gedrag.
Veelgestelde vragen over kernkwadranten
Wat zijn de vier onderdelen van een kernkwadrant?
Een kernkwadrant heeft vier vakken: kernkwaliteit, valkuil, uitdaging en allergie. De valkuil is je sterke kant, maar dan te veel. De uitdaging houdt je uit die valkuil, en de allergie is gedrag van anderen waar je je aan ergert. Een ingevuld voorbeeld: daadkrachtig, drammerig, geduldig en passief.
Wie heeft de kernkwadranten bedacht?
Daniel Ofman bedacht de kernkwadranten. Hij beschreef het model in 1992 in het boek Bezieling en kwaliteit in organisaties. Dat staat in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek, de nationale bibliotheek van Nederland.
Wat is het verschil tussen een valkuil en een allergie?
Een valkuil is je eigen gedrag. Een allergie is je ergernis over het gedrag van een ander. Je valkuil is wat je doet als je doorschiet in je sterke kant. Wie daadkrachtig is, kan gaan drammen. Je allergie is gedrag van iemand die doorschiet in jouw uitdaging. Wie geduld moet leren, ergert zich aan passieve mensen.
Zijn kernkwadranten wetenschappelijk bewezen?
Nee, dat kernkwadranten werken, is niet bewezen. Onderzoekers rond Laura Batstra van de Rijksuniversiteit Groningen gaven 47 leerkrachten een training met kernkwadranten. In hun artikel uit 2024 melden ze geen meetbaar effect op de grip die leerkrachten ervaren. Wel zeiden alle 13 ondervraagde leerkrachten dat ze zich bewuster waren van hun eigen rol.
Kun je meer dan één kernkwadrant hebben?
Ja, je kunt van elke kwaliteit een eigen kernkwadrant maken. Een werkblad voor coaching op de site van Hogeschool Rotterdam geeft daarbij een tip. Kies het kwadrant waarin de uitdaging je nog echt moeite kost. Daar valt het meest te leren.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Koninklijke Bibliotheek, catalogusgegevens van Bezieling en kwaliteit in organisaties, eerste druk uit 1992. Het jaar, de uitgever en het aantal bladzijden. De latere drukken en de vertalingen staan in de andere records van Ofman in dezelfde catalogus.
- Batstra, De Vries en Thoutenhoofd, Does Using Core Quadrants Lead to More Teacher Self-Efficacy and Less Perceived Problem Behaviour?, European Journal of Inclusive Education, 2024. De training bij 47 leerkrachten, de uitkomsten en het voorbeeld van de nauwkeurige leerkracht.
- Ruit, Het werken met kernkwaliteiten in het basisonderwijs, proefschrift Rijksuniversiteit Groningen, 2021, samenvatting. Het effect van werken met kernkwaliteiten bij leerlingen van 7 tot 12 jaar.
- Grant en Schwartz, Too Much of a Good Thing, Perspectives on Psychological Science, 2011, samenvatting bij PubMed. Het omslagpunt van goede eigenschappen en het midden van Aristoteles.
- Le en anderen, Too much of a good thing: curvilinear relationships between personality traits and job performance, Journal of Applied Psychology, 2011, samenvatting bij PubMed. Het kromme verband tussen zorgvuldigheid en werkprestaties.
- Hogeschool Rotterdam, werkblad Kernkwadrant, pdf uit augustus 2023. Een werkvorm voor coaching die de hogeschool op haar site deelt: de hulpvragen per vak, de voorbeeldwoorden en het blad voor een dubbel kwadrant.
- Nederlands Instituut van Psychologen, beoordelingsprocedure van de COTAN. De zeven punten waarop psychologische tests worden beoordeeld.
Geschreven door
Chadli Hachani is de oprichter en hoofdredacteur van Kennisdomein. Hij studeerde af in leisure management, werkt als marketingmanager en heeft ruim 15 jaar ervaring met het aansturen van teams in een organisatie met meer dan 250 medewerkers.
Verder lezen in Ondernemen
De piramide van Maslow die Maslow zelf nooit tekendeDe piramide van Maslow zet vijf behoeften van de mens op volgorde, van eten tot zelfontplooiing. Maslow tekende hem alleen nooit zelf.
De juiste persoon op de juiste plek: zo pak je dat aanDe juiste persoon op de juiste plek doet werk dat past bij wat hij goed kan. Dat scheelt verloop en werkdruk. Zo pak je het aan.
PDCA-cyclus in vier stappen, met voorbeeld en echte herkomstDe PDCA-cyclus is een manier om werk stap voor stap te verbeteren: plan, do, check, act. Met een voorbeeld dat je kunt narekenen.
Ondernemingsraad: wat hij mag en wie meetelt bij de 50Een ondernemingsraad praat namens het personeel mee met de directie. Wat mag hij, wie telt mee bij de grens van 50 en wat kost het?