Ondernemingsraad: wat hij mag en wie meetelt bij de 50
Een ondernemingsraad praat namens het personeel mee met de directie. Wat mag hij, wie telt mee bij de grens van 50 en wat kost het?

Werken er in een bedrijf gewoonlijk 50 of meer mensen, dan moet de eigenaar een ondernemingsraad (OR) instellen. Dat staat in de Wet op de ondernemingsraden. Toch had in 2023 bijna een op de drie van die bedrijven geen OR. De minister van Sociale Zaken schreef de Tweede Kamer dat het om 31 procent ging. Niemand controleert het, en er staat geen boete op. Maar een werkgever zonder OR loopt wel risico. Soms heeft hij voor een regeling het ja van de raad nodig. Zonder OR kan zo’n regeling nietig zijn, schrijft de minister. Nietig betekent dat de regeling juridisch niet geldt. Meer over personeel en bedrijfsvoering staat in het kennisgebied Ondernemen.
Wanneer een ondernemingsraad verplicht is
Een bedrijf moet een OR hebben als er in de regel 50 of meer mensen werken. Het gaat om het aantal dat er gewoonlijk werkt, niet om één drukke maand. De wet noemt zo’n bedrijf een onderneming. Dat is elke organisatie die zelfstandig optreedt en waar mensen in loondienst of als ambtenaar werken. Denk aan een bv, een stichting, een zorginstelling of een gemeente.
Heeft een eigenaar twee of meer bedrijven met samen 50 of meer mensen? Dan moet hij één gemeenschappelijke OR instellen, als dat helpt om de wet goed toe te passen. Een groot bedrijf kan juist per onderdeel een eigen OR krijgen.
Kan een bedrijf door bijzondere omstandigheden geen OR instellen? Dan kan het de SER om ontheffing vragen, voor hoogstens vijf jaar. De SER is de Sociaal-Economische Raad. Daarin overleggen werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen. Een bedrijf met ontheffing moet het personeel op een andere manier informeren en raadplegen.
Wie meetelt bij de 50
De wet telt mensen, geen voltijdbanen. Wie twee dagen per week werkt, telt dus net zo zwaar als een collega met een volle week. In de tabel hieronder zie je wie er meetelt en waarom.
| Wie | Telt mee? | Waarom |
|---|---|---|
| Werknemer met vast of tijdelijk contract | Ja | Ook in deeltijd, want de wet telt personen |
| Uitzendkracht | Na 15 maanden | Daarvoor telt hij alleen mee bij het uitzendbureau, zijn werkgever |
| Eigen werknemer die bij een ander bedrijf werkt | Ja | Hij telt mee bij het bedrijf waarmee hij het contract heeft |
| Zzp’er of freelancer | Nee | Er is geen arbeidscontract |
| Directeur of bestuurder | Nee | De wet rekent de bestuurder niet tot het personeel |
Let op het verschil tussen meetellen en meestemmen. Een uitzendkracht telt na 15 maanden mee voor de grens van 50. Stemmen mag hij pas na 18 maanden. Vroeger moest hij daarvoor 30 maanden wachten, schreef de minister in mei 2024. Daarom staan op oudere pagina’s nog langere termijnen.
Werkgever en OR kunnen ook samen een groep laten meetellen die geen arbeidscontract heeft maar wel vaak in het bedrijf werkt. Werkt iemand voor meer bedrijven van dezelfde eigenaar? Dan telt hij één keer mee: bij het bedrijf dat zijn werk leidt.
Tussen 10 en 50 mensen
Onder de 50 is een OR dus niet verplicht. Een bedrijf met 10 tot 50 mensen kan wel een personeelsvertegenwoordiging instellen, kort een pvt. Dat is een kleine raad van minstens drie gekozen werknemers. Vraagt de meerderheid van het personeel erom, dan moet de werkgever een pvt instellen.
Een pvt heeft echter minder rechten dan een OR. De werkgever heeft de instemming van de pvt nodig voor deze regelingen:
- Regels over werktijden.
- Regels over veiligheid, gezondheid en verzuim.
- De procedure om een misstand te melden.
Over pensioen kan de pvt overleg eisen. Raakt een besluit een kwart van het personeel, bijvoorbeeld omdat banen verdwijnen? Dan moet de werkgever de pvt om advies vragen. Over een investering of een fusie hoeft de werkgever de pvt niet te vragen, een OR wel.
Heeft het bedrijf geen OR en geen pvt? Dan roept de werkgever het personeel minstens twee keer per jaar bijeen. Eén keer per jaar vertelt hij daar hoe het bedrijf ervoor staat. Vraagt een kwart van de mensen om een extra bijeenkomst, dan komt die er. Raakt een besluit een kwart van het personeel, dan vraagt de werkgever daar om advies. Werken er minder dan tien mensen, dan mag de werkgever vrijwillig een pvt instellen.
Zo wordt een ondernemingsraad gekozen
Het personeel kiest de leden in een geheime, schriftelijke verkiezing met kandidatenlijsten. Een werknemer mag stemmen en zich kandidaat stellen als hij drie maanden in het bedrijf werkt. Dat geldt voor een vast en voor een tijdelijk contract. Een uitzendkracht mag echter pas na 18 maanden stemmen. De OR kan in zijn reglement een andere termijn kiezen. In dat reglement staat hoe de raad werkt. De raad stelt het zelf vast, maar de werkgever mag eerst zijn mening geven.
Een vakbond met leden in het bedrijf kan een kandidatenlijst indienen. Werknemers kunnen dat ook zelf doen. Een lid zit drie jaar in de raad, of twee of vier jaar als het reglement dat zegt. Het aantal leden hangt af van de grootte van het bedrijf, tot hoogstens 25. De tabel verderop geeft de aantallen.
Wat de ondernemingsraad mag
De wet geeft de OR vier soorten rechten. Het zwaarste is het instemmingsrecht: de werkgever heeft dan het schriftelijke ja van de raad nodig. Bij het adviesrecht beslist de werkgever zelf. Maar hij moet eerst de raad serieus horen. In de tabel hieronder staan de vier rechten met een voorbeeld en het artikel in de wet.
| Recht | Waarover | Voorbeeld | Artikel |
|---|---|---|---|
| Informatierecht | Alle gegevens die de raad redelijkerwijs nodig heeft | Jaarrekening, plannen, beloning per groep | 31 tot en met 31d |
| Adviesrecht | Grote besluiten over de onderneming | Fusie, verhuizing, reorganisatie, grote investering, nieuw computersysteem | 25 en 30 |
| Instemmingsrecht | Regelingen voor het personeel | Werktijden, verzuim, camera’s, pensioenregeling, beoordelingen | 27 |
| Initiatiefrecht | Alles wat de onderneming betreft | Een voorstel voor een vertrouwenspersoon of thuiswerkregels | 23 |
De OR en de bestuurder bespreken minstens twee keer per jaar hoe het bedrijf ervoor staat. De bestuurder vertelt dan ook welke besluiten hij voorbereidt. Heeft een bv of nv een raad van commissarissen? Dat zijn de interne toezichthouders. Dan moet minstens één commissaris bij dat overleg zijn, tenzij de OR daarvan afziet. Wil de werkgever een bestuurder benoemen of ontslaan, dan vraagt hij de OR om advies.
Drie grenzen van het instemmingsrecht
Het instemmingsrecht heeft drie grenzen. In deze gevallen hoeft de werkgever de OR niet om instemming te vragen:
- De collectieve arbeidsovereenkomst (cao) regelt het onderwerp al. Een cao is de afspraak over loon en werk die werkgevers en vakbonden voor een sector maken.
- Het bedrijf moet meedoen aan een bedrijfstakpensioenfonds, het pensioenfonds van een hele sector. Voor het pensioen hoeft de werkgever dan geen instemming te vragen.
- Het gaat om het salaris zelf of het aantal vakantiedagen. Daarover gaat de OR in principe niet, schreef de minister in 2025.
Voor een beloningssysteem moet de werkgever de OR wel om instemming vragen. Dat geldt ook voor een systeem om functies in te delen. Een verzuimprotocol of een beoordelingssysteem komt vaak van de afdeling personeelszaken.
Als de werkgever het advies negeert
Stel: de directie mailt op vrijdagmiddag dat het kantoor volgend jaar naar de andere kant van de stad verhuist. Over zo’n besluit moet de werkgever de OR vooraf om advies vragen. Hij doet dat op een moment dat het advies nog iets kan veranderen. Volgt de werkgever het advies niet? Dan moet hij uitleggen waarom. Daarna wacht hij een maand voor hij het besluit uitvoert.
In die maand kan de OR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer. Dat is een afdeling van het gerechtshof in Amsterdam die geschillen over ondernemingen behandelt. De Ondernemingskamer kijkt alleen of de werkgever in redelijkheid tot zijn besluit kon komen. Kon dat niet, dan kan ze het besluit laten terugdraaien.
Als de werkgever geen instemming vraagt
Soms voert een werkgever een regeling in zonder dat de OR heeft ingestemd. Dan kan de OR binnen een maand schriftelijk laten weten dat het besluit nietig is. De werkgever kan op zijn beurt de kantonrechter om toestemming vragen. De kantonrechter is de rechter die onder meer arbeidszaken behandelt. Hij geeft alleen toestemming als de OR onredelijk weigert, of als het bedrijf zwaarwegende redenen heeft.
Hoeveel tijd een OR-lid krijgt
Een OR-lid krijgt minstens 60 uur per jaar voor overleg. Die uren vallen in werktijd, en het lid houdt zijn loon. Hij overlegt in die tijd met de andere leden, met collega’s en met anderen. Op sommige pagina’s lees je dat de 60 uur voor al het OR-werk zijn. Dat klopt niet. De vergaderingen van de raad en het overleg met de bestuurder komen erbij. Die zijn zoveel mogelijk in werktijd, en ook dan houdt het lid zijn loon.
Daarnaast heeft elk OR-lid recht op scholing. Hij krijgt minstens vijf dagen per jaar, of acht als hij ook in een commissie van de raad zit. Bovendien betaalt de werkgever de cursus. In de tabel hieronder zie je hoeveel uur dat minimaal is. Voor de scholing is een dag gerekend als acht uur.
| Mensen in het bedrijf | Leden van de OR | Minimaal recht op uren per jaar |
|---|---|---|
| 50 tot 100 | 5 | 500 |
| 100 tot 200 | 7 | 700 |
| 200 tot 400 | 9 | 900 |
| 400 tot 600 | 11 | 1.100 |
Een OR van vijf leden in een bedrijf van 60 mensen heeft dus recht op minstens 500 uur per jaar. Dat is ruim twaalf werkweken van 40 uur, verdeeld over vijf mensen. Per lid is het zo’n twee uur per week, plus de vergaderingen. Of de leden die uren ook gebruiken, is een andere vraag. Volgens de minister maken OR-leden lang niet genoeg gebruik van hun recht op scholing.
Wat een ondernemingsraad de werkgever kost
De werkgever betaalt alle kosten die de OR redelijkerwijs nodig heeft voor zijn werk. Denk aan een vergaderruimte, een laptop en de scholing. Wil de raad een deskundige inhuren, zoals een pensioenadviseur of een advocaat? Dan betaalt de werkgever ook dat. De OR moet de werkgever wel vooraf over de kosten inlichten. Daarnaast kunnen werkgever en OR samen een jaarbudget afspreken. Gaat de OR daarboven, dan betaalt de werkgever alleen als hij ermee instemt. Verliest de OR een rechtszaak tegen de werkgever, dan hoeft hij de proceskosten van de werkgever nooit te betalen.
Ontslagbescherming voor OR-leden
Een werkgever mag een OR-lid niet zomaar ontslaan. Het Burgerlijk Wetboek verbiedt hem om het contract op te zeggen. Dat verbod beschermt deze mensen:
- Leden van de OR, de pvt en de vaste commissies van de raad.
- Kandidaten op een kandidatenlijst.
- Leden van de commissie die een eerste OR voorbereidt.
- Oud-leden, tot twee jaar nadat ze uit de raad zijn gestapt.
Toch zijn er uitzonderingen. Het verbod geldt onder meer niet in deze gevallen:
- De werknemer stemt zelf schriftelijk in met het ontslag.
- Het ontslag valt in de proeftijd.
- De werkgever ontslaat de werknemer op staande voet.
- Het hele bedrijf stopt.
Verder kan een werkgever naar de kantonrechter gaan. De rechter ontbindt het contract in de regel alleen als het ontslag niets met het OR-werk te maken heeft. Ook de Wet op de ondernemingsraden beschermt OR-leden en kandidaten. De werkgever mag hen niet benadelen, bijvoorbeeld bij een promotie. Dat geldt ook voor de collega die het initiatief nam voor een OR.
Waarom een derde van de bedrijven geen OR heeft
Werkgevers zeggen meestal dat het personeel geen OR wil. Werknemers wijzen vaker naar de werkgever. In 2023 had 69 procent van de bedrijven met de plicht een OR. Dat cijfer ligt al twintig jaar rond de 70 procent, schreef de minister van Sociale Zaken in december 2023. In de transportsector had 47 procent een OR, bij de overheid en de openbare nutsbedrijven 93 procent. Bedrijven met 200 of meer mensen hebben vaker een raad.
Van de werkgevers zonder OR zei 63 procent dat het personeel er geen behoefte aan heeft. Maar in een eerder onderzoek onder werknemers zei maar 5,7 procent dat de collega’s geen OR willen. Wel zei 16,9 procent dat de werkgever het niet wil. En 42 procent wist het niet. In 2024 liet het ministerie verder onderzoek doen. Daarin kwamen werkgevers naar voren die het personeel nauwelijks informeerden. Sommigen werkten een OR zelfs actief tegen.
Geen enkele instantie houdt toezicht. Een werknemer of een vakbond kan wel naar de kantonrechter gaan. De rechter kan de werkgever dan verplichten een OR in te stellen. Toch gebeurt dat zelden. In september 2025 schreef de minister dat het ministerie kijkt naar maatregelen die de druk op werkgevers verhogen. Voor het einde van dat jaar zou er een brief komen. In het Kamerdossier over medezeggenschap vonden wij die brief op 26 september 2026 nog niet.
Wat geen OR een werkgever kan kosten
Ons oordeel: voor een werkgever met 50 mensen kan een OR goedkoper uitpakken dan geen OR. Een regeling waarvoor instemming nodig was, kan namelijk later onderuitgaan. Denk aan een verzuimbeleid, camerabewaking of een eigen pensioenregeling. Dan moet de werkgever alles opnieuw doen, en nu onder druk. Ook bij een reorganisatie met ontslagen moet de werkgever met de OR overleggen, als die er is.
Wat het voorstel over gelijk loon verandert
Een wetsvoorstel uit mei 2026 geeft de OR meer zeggenschap over beloning. Op 26 september 2026 was het nog niet aangenomen. De regering stuurde het voorstel op 21 mei 2026 naar de Tweede Kamer. Het heet Wet implementatie Richtlijn loontransparantie. Het voorstel zet een Europese richtlijn over gelijk loon voor mannen en vrouwen om in Nederlandse regels. Een richtlijn is een Europese wet die elk land in zijn eigen wet moet overnemen. De Europese termijn liep op 7 juni 2026 af.
De regering wil dat de wet op 1 januari 2027 ingaat. Dat is onzeker. De Tweede Kamer heeft het debat gepland in december 2026 en januari 2027. Daarna moet de Eerste Kamer er nog over stemmen.
Volgens het voorstel zou de werkgever de OR om instemming moeten vragen voor deze punten:
- De criteria waarmee hij functies waardeert.
- De indeling van werknemers in groepen.
- De manier waarop hij een onterecht loonverschil oplost.
Die criteria moeten bovendien objectief zijn. Ze mogen mannen of vrouwen niet bevoordelen. Een pvt zou instemmingsrecht krijgen over de criteria en over de indeling in groepen.
Loonkloof en loonevaluatie
Volgens het voorstel moeten bedrijven vanaf 100 werknemers rapporteren over hun loonkloof. Dat is het verschil in loon tussen mannen en vrouwen. De regering regelt later in een besluit wanneer dat voor het eerst moet. Zij wil dat bedrijven met 150 of meer werknemers dat uiterlijk 7 juni 2028 doen, over het jaar 2027. De werkgever zou de OR moeten vragen of die cijfers kloppen.
Soms blijkt er in een groep een verschil van 5 procent of meer. Kan de werkgever dat niet verklaren? En lost hij het niet binnen zes maanden op? Dan volgt volgens het voorstel een loonevaluatie. Dat is een onderzoek naar de oorzaak, met een plan om het verschil weg te werken. Ook daarmee zou de OR moeten instemmen. Werk je bij HRM? Dan is dit het moment om met de OR na te lopen hoe jullie functies nu indelen.
Veelgestelde vragen over de ondernemingsraad
Krijg je extra betaald als lid van de ondernemingsraad?
Nee, de wet regelt geen extra vergoeding. Een OR-lid houdt wel zijn gewone loon voor de tijd die het OR-werk kost. Sommige cao’s geven extra uren voor OR-werk. Kijk daarvoor in je eigen cao.
Mag de directeur in de ondernemingsraad?
Niet als hij de hoogste baas is. Het personeel kiest de leden uit zijn eigen midden. De Wet op de ondernemingsraden rekent de bestuurder, de hoogste baas, niet tot het personeel. Een manager met de titel directeur die niet aan de top staat, is geen bestuurder. Hij mag dus wel in de raad. De bestuurder zit wel aan tafel, maar aan de andere kant. Hij voert namens de werkgever het overleg met de raad.
Heeft de ondernemingsraad iets te zeggen over salarissen?
De OR beslist niet over de hoogte van je eigen salaris. Dat staat in je contract of cao. De werkgever moet de OR wel om instemming vragen voor een beloningssysteem. In bedrijven met 100 of meer mensen bespreken werkgever en OR ook elk jaar hoe de beloning per groep verandert. Ook de beloning van het bestuur hoort daarbij. Sommige bedrijven hoeven dat niet. Dat geldt bijvoorbeeld voor een bv waarin een bestuurder of commissaris 5 procent of meer van de aandelen heeft. Het geldt ook voor een kleine of middelgrote rechtspersoon.
Wat gebeurt er met de ondernemingsraad als het bedrijf onder de 50 zakt?
Werken er daarna in de regel minder dan 50 mensen? Dan houdt de OR op te bestaan aan het einde van zijn zittingsperiode. De werkgever kan de raad ook vrijwillig laten bestaan. Hij meldt dat dan schriftelijk aan de bedrijfscommissie. Dat is een overlegorgaan van werkgevers en vakbonden bij de SER.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Overheid.nl, Wet op de ondernemingsraden, geldend sinds 18 februari 2023. De grens van 50, wie meetelt, 15 maanden voor uitzendkrachten, de ledentabel, drie maanden kiesrecht, 60 uur en vijf of acht scholingsdagen, de kosten, de vier rechten, de pvt en de personeelsvergadering.
- Overheid.nl, Wet inkomstenbelasting 2001, geldend sinds 21 februari 2026. Het aanmerkelijk belang begint bij 5 procent van de aandelen; daarnaar verwijst de uitzondering voor bv’s in de Wet op de ondernemingsraden.
- Overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, geldend sinds 1 juli 2026. Het opzegverbod voor OR-leden, kandidaten en oud-leden tot twee jaar, de uitzonderingen en de toets van de kantonrechter.
- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Kamerbrief over het nalevingsonderzoek, 21 december 2023. 69 procent naleving, 47 procent in de transport en 93 procent bij de overheid, de redenen van werkgevers en werknemers, dat er geen toezicht en geen sanctie is, en dat OR-leden lang niet genoeg gebruikmaken van hun scholingsrecht.
- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Kamerbrief over het vervolgonderzoek, 23 mei 2024. Werkgevers die het personeel nauwelijks informeren of een OR actief tegenwerken, en het kiesrecht van uitzendkrachten na 18 maanden (vroeger 30).
- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Antwoorden op Kamervragen over de naleving, 23 september 2025. Nog steeds ongeveer 30 procent zonder OR, geen zeggenschap over salaris en vakantiedagen, en nietigheid van een regeling zonder instemming.
- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie, ingediend 21 mei 2026. Het voorgestelde instemmingsrecht over criteria, categorieën, loonverschillen en de loonevaluatie, en de grens van 5 procent en zes maanden.
- Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel loontransparantie. De rapportageplicht vanaf 100 werknemers, de gewenste eerste rapportage uiterlijk 7 juni 2028 voor bedrijven vanaf 150, de regeling daarvan in een later besluit en de streefdatum van 1 januari 2027.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Ondernemen
Zwangerschapsverlof als zzp’er: 16 weken ZEZ-uitkeringZwangere zzp’ers hebben recht op de ZEZ-uitkering van het UWV: minstens 16 weken met een uitkering tot het minimumloon.
Wat hoort er in een functieprofiel te staan?Een functieprofiel beschrijft wat iemand doet, moet kunnen en mag beslissen. Lees wat erin hoort en welke eisen je niet mag stellen.
Wat is HRM? Betekenis, taken en uitgangspuntenHRM (Human Resource Management) is strategisch personeelsbeleid dat de kwaliteiten van je mensen benut om je organisatie te versterken.
Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) begrijpen voor ondernemersEen cao is een contract tussen werkgevers en vakbonden over loon en arbeidsvoorwaarden. Lees wanneer je er als werkgever aan vastzit.