Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Welke bloedgroepen er zijn en wat je kind kan krijgen

Bloedgroepen zijn kenmerken op je rode bloedcellen. Zo vaak komt elke bloedgroep in Nederland voor, en dit kan je kind krijgen.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Hand in handschoen zet een buisje bloed met paarse dop in een rek vol buisjes bloed

De meest voorkomende bloedgroep in Nederland is O-positief: 38,2 procent van de Nederlanders heeft hem. Dat cijfer komt van Sanquin, de stichting die in Nederland bloed inzamelt en aan ziekenhuizen levert. AB-negatief is met 0,5 procent de zeldzaamste van de acht bekende bloedgroepen. Welke bloedgroep je kind krijgt, volgt uit twee erfregels. Meer over gezondheid en samenleving lees je in het kennisgebied Maatschappelijk.

De acht bloedgroepen op een rij

Bij een bloedtransfusie tellen acht bloedgroepen het zwaarst: A, B, AB en O, elk positief of negatief. Een bloedtransfusie is bloed van een donor dat je via een infuus krijgt.

De letter zegt welke suikers er op je rode bloedcellen zitten. Bij de ene suiker heb je bloedgroep A, bij de andere bloedgroep B. Heb je ze allebei, dan ben je AB. Bij bloedgroep O ontbreken ze, legt Sanquin uit. Sanquin schrijft de O ook als het cijfer 0.

Het teken gaat over de resusfactor, ook geschreven als rhesusfactor. Dat is een eiwit dat wel of niet op je rode bloedcellen zit. Zit het er, dan ben je positief. Van de Nederlanders is 85 procent positief en 15 procent negatief, schrijft Sanquin.

Meer dan 400 bloedgroepen

Er zijn iets meer dan 400 bloedgroepen bekend. Dat zegt Peter Ligthart, bloedgroepenexpert bij Sanquin, in een uitleg van 28 september 2026. Ongeveer 190 daarvan komen bij vrijwel alle mensen voor. Elk jaar komen er een paar nieuwe bij. Op oudere pagina’s staan daarom lagere aantallen: 380 bij Sanquin zelf, ruim 200 bij het RIVM.

Waarom hoor je dan vooral over die acht? Tegen de A of B die je zelf niet hebt, zitten er van nature al antistoffen in je bloed. Antistoffen zijn eiwitten waarmee je afweer iets vreemds aanvalt. Tegen bijna alle andere bloedgroepen maak je ze pas na contact met ander bloed.

Hoe vaak elke bloedgroep in Nederland voorkomt

O-positief en A-positief zijn de twee grote groepen. In de tabel staat elke bloedgroep met zijn aandeel, en met het aantal mensen op een groep van 1.000.

BloedgroepAandeel in NederlandVan elke 1.000 Nederlanders
O-positief38,2%382
A-positief36,6%366
B-positief7,7%77
O-negatief6,8%68
A-negatief6,4%64
AB-positief2,5%25
B-negatief1,3%13
AB-negatief0,5%5
Bron: Sanquin, pagina Bloedgroepen, gelezen op 8 oktober 2026. De aantallen per 1.000 zijn dezelfde percentages, omgerekend.

Tel je positief en negatief per letter op, dan heeft 45 procent bloedgroep O en 43 procent bloedgroep A. Bloedgroep B komt uit op 9 procent en AB op 3 procent. Dat is onze eigen optelsom.

Waarom afkomst meetelt

De meeste donors van Sanquin hebben een westerse afkomst. Hun bloed heeft andere kenmerken dan dat van mensen uit andere werelddelen, schrijft Sanquin. Wie vaak bloed nodig heeft, kan daar last van krijgen. Bloed van een donor met dezelfde afkomst past dan vaak beter. Daarom zoekt Sanquin ook donors van wie de familie uit Suriname, de Antillen of Afrika komt.

Wie aan wie bloed kan geven

Rode bloedcellen van O-negatief kan iedereen krijgen, en iemand met AB-positief kan ze van iedereen krijgen. Krijg je bloed met een kenmerk dat je zelf niet hebt, dan ziet je afweer het als indringer. Het donorbloed wordt dan afgebroken en je lichaam komt in gevaar, legt Sanquin uit.

In de tabel staat per bloedgroep van wie je rode bloedcellen kunt krijgen. De laatste twee kolommen zeggen welk deel van de Nederlanders jou bloed kan geven, en aan welk deel jij kunt geven.

Jouw bloedgroepJe krijgt vanDeel dat jou kan gevenDeel dat jij kunt geven
O-negatiefO-6,8%100%
B-negatiefB- en O-8,1%12,0%
A-negatiefA- en O-13,2%46,0%
AB-negatiefalle vier negatieve15,0%3,0%
O-positiefO+ en O-45,0%85,0%
B-positiefB+, B-, O+ en O-54,0%10,2%
A-positiefA+, A-, O+ en O-88,0%39,1%
AB-positiefalle acht100%2,5%
Bron: Sanquin, de pagina’s per bloedgroep, gelezen op 8 oktober 2026. De twee kolommen met percentages zijn onze eigen optelsom van de aandelen in Nederland.

O-negatief is niet voor alles de universele donor

Dat O-negatief aan iedereen kan geven, geldt voor rode bloedcellen en niet voor plasma. Plasma is de gele vloeistof waarin je bloedcellen drijven. Daarin zitten de antistoffen tegen de bloedgroepen die je zelf niet hebt, schrijft Sanquin. Heb je bloedgroep O, dan zitten er in je plasma antistoffen tegen A en tegen B. Plasma dat rechtstreeks naar een patiënt gaat, komt daarom van donors met dezelfde letter als die patiënt.

Ook rode bloedcellen krijg je het liefst van je eigen bloedgroep. Bij een ongeluk of een grote operatie komt O-negatief altijd van pas. Van de donors heeft 9,4 procent O-negatief, tegen 6,8 procent van alle Nederlanders.

Welke bloedgroep je kind kan krijgen

Je kind krijgt van elke ouder één kopie van het gen voor de bloedgroep, en die twee kopieën bepalen samen de uitkomst. Een gen is een klein deel van je erfelijke aanleg. Zo legt het Erfocentrum het uit, het Nederlandse kennisinstituut over erfelijkheid. Er bestaan drie soorten kopieën: A, B en O.

Twee regels verklaren bijna alles. De eerste: A en B laten zich altijd zien. Heb je een A en een B, dan ben je AB. De tweede: O blijft verborgen naast een A of een B. Iemand met bloedgroep A kan dus een O bij zich dragen en die doorgeven. Bloedgroep O heb je alleen met twee kopieën O.

Het schema van ouders en kind

In het schema staat voor elke combinatie van ouders welke bloedgroep het kind kan hebben.

Bloedgroepen van de oudersHet kind kan hebben
O en OO
O en AO of A
O en BO of B
O en ABA of B
A en AO of A
A en BO, A, B of AB
A en ABA, B of AB
B en BO of B
B en ABA, B of AB
AB en ABA, B of AB
Bron: Erfocentrum, Welke bloedgroep heeft mijn kind?, bijgewerkt op 2 augustus 2023.

Neem Sanne met bloedgroep A en Tim met bloedgroep B. Hun dochter kan bloedgroep O hebben, die geen van beiden heeft. Dat gebeurt als ze allebei een verborgen O doorgeven. En bij ouders met O en AB krijgt het kind nooit de bloedgroep van een van de twee.

De resusfactor erft apart

Positief of negatief erf je los van de letter. Het Erfocentrum legt het uit met één gen in twee vormen: een grote D en een kleine d. Wie minstens één D heeft, is positief. Negatief ben je alleen met twee keer d. In het echt spelen meer genen mee, schrijft het Erfocentrum erbij.

  • Zijn beide ouders negatief, dan is het kind negatief.
  • Is één ouder positief, of zijn ze het allebei, dan kan het kind positief of negatief zijn.

Twee positieve ouders en toch een negatief kind

Krijgen twee positieve ouders een kind, dan is de kans op een negatief kind volgens onze berekening ongeveer 8 procent. Dat is 1 op de 13. Het kan doordat ruim de helft van de positieve Nederlanders een verborgen d draagt.

Sanquin meldt dat 15 procent van de Nederlanders negatief is. In het model van het Erfocentrum hebben zij twee keer d. Daaruit volgt dat ongeveer 39 procent van alle kopieën een d is. We nemen aan dat mensen hun partner niet op bloedgroep uitkiezen. Het blijft een rekenvoorbeeld en geen meting.

Een schema is geen vaderschapstest

Met bloedgroepen kun je niet vaststellen of mensen biologische familie zijn, schrijft het Erfocentrum. Past de bloedgroep van een kind niet in het schema, dan kan dat verschillende redenen hebben. Soms ging er iets mis bij het bepalen. Alleen een verwantschapstest zegt iets over familie. Hoe een ander kenmerk van ouder op kind gaat, lees je in ons artikel over kleurenblind zijn en hoe dat erft. Lengte erft anders, via heel veel genen tegelijk, zoals je leest bij hoe lang je kind wordt.

Waarom de resusfactor telt als je zwanger bent

Ben je zwanger en resusnegatief, dan kan je lichaam antistoffen maken tegen het bloed van een resuspositief kind. Die kunnen het bloed van het kind afbreken. Het krijgt dan bloedarmoede, een tekort aan rode bloedcellen. Zo beschrijft het RIVM het, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het eerste kind heeft er meestal geen last van, schrijft Sanquin.

Daarom krijgt elke zwangere een bloedonderzoek aangeboden. Het RIVM noemt deze stappen:

  • Het eerste bloedonderzoek is bij voorkeur tussen 8 en 13 weken. Het lab bepaalt dan je bloedgroep en je resusfactor.
  • Ben je negatief, dan volgt in week 27 een extra onderzoek. Uit jouw bloed leest het lab dan ook de resusfactor van je kind af.
  • Is je kind positief, dan krijg je in week 30 een injectie met antistoffen. Na de bevalling volgt er nog een.

Het eerste bloedonderzoek, het onderzoek in week 27 en de injecties zijn gratis. Vindt het lab antistoffen, dan vallen vervolgonderzoek en behandeling onder je zorgverzekering, en telt je eigen risico mee. Van alle vrouwen is 15 procent negatief, meldt het RIVM.

Antistoffen spuiten om antistoffen te voorkomen

Het klinkt vreemd, maar Nederland doet dit al sinds 1969. In 99,7 procent van de zwangerschappen met risico maakt de moeder daarna zelf geen antistoffen meer aan, zegt hoogleraar Ellen van der Schoot van Sanquin.

Sinds 1 juli 2011 bepaalt het lab eerst de resusfactor van het ongeboren kind. Daardoor is de injectie bij 40 procent van de negatieve zwangeren niet meer nodig. Hun kind is zelf ook negatief. Dat past bij onze rekensom. Een negatieve moeder geeft altijd een d door. De kans dat de vader dat ook doet, is 39 procent.

De kleine c telt ook mee

Bij zwangeren kijkt het lab naast resus D ook naar resus c. Vrouwen zonder dat kenmerk hebben een kleine kans dat ze antistoffen maken tegen het bloed van hun kind. Van alle vrouwen is 18 procent resus c-negatief, schrijft het RIVM. Ook zij krijgen in week 27 een extra bloedonderzoek. Een injectie zoals bij resus D bestaat voor hen niet. Je verloskundige of gynaecoloog vertelt wat jouw uitslag voor jou betekent.

Welke bloedgroepen zeldzaam zijn

Van de acht bekende bloedgroepen is AB-negatief de zeldzaamste: 1 op de 200 Nederlanders heeft hem. Toch heet bij Sanquin elke bloedgroep zeldzaam behalve O-positief en A-positief. Ook B-positief valt eronder, en dat heeft ongeveer 1 op de 13 mensen. Wie negatief is, moet ook negatief bloed krijgen.

Bloed dat bijna niemand heeft

Echt zeldzaam wordt het buiten de acht. Zo’n 170 bloedgroepen zijn zeer zeldzaam, zegt Sanquin. Ze komen voor bij 1 op de 1.000 mensen of nog minder. Lastig wordt het als iemand antistoffen heeft tegen een bloedgroep die bijna iedereen heeft.

Sanquin heeft daarvoor ongeveer 1.000 donors met bijzondere kenmerken in het bestand. Daarnaast ligt er bevroren bloed met zeldzame bloedgroepen in een eigen vriesbank.

Wat de gouden bloedgroep is

Rh-null heet in de media wel de gouden bloedgroep. Bij Rh-null ontbreken alle kenmerken van het resussysteem op de rode bloedcellen. Bij negatief bloed mist alleen de D. Rh-null komt voor bij ongeveer 1 op de 6 miljoen mensen. Dat getal geven Iraanse onderzoekers in 2018 in een vakblad over bloedziekten. Uit de vakliteratuur noemen zij minstens 43 mensen uit 14 families.

Voor wie het heeft, is het geen goud. Mensen met Rh-null hebben volgens de onderzoekers een blijvende bloedarmoede, die per persoon licht of ernstig kan zijn. En ze maken snel antistoffen tegen bloed dat de kenmerken wel heeft.

Wat je bloedgroep zegt over je eten en je karakter

Niets, voor zover onderzoek laat zien: voor een dieet op bloedgroep en voor karakter per bloedgroep vonden onderzoekers geen bewijs. Ons oordeel: wie geld uitgeeft aan een boek, test of dieet op basis van zijn bloedgroep, betaalt voor een belofte die onderzoek niet waarmaakt.

Het bloedgroepdieet

Het idee komt uit het boek Eat Right 4 Your Type van Peter D’Adamo uit 1996. Eet wat bij je bloedgroep past, belooft het, en je wordt gezonder. Onderzoekers van het Belgische Rode Kruis zetten in 2013 alle studies erover op een rij. Van de 1.415 publicaties die ze doorzochten, bleef er één bruikbare over, en die beantwoordde de vraag niet. Geen enkel onderzoek liet zien dat zo’n dieet je gezondheid verbetert.

Een jaar later volgde een onderzoek van de Universiteit van Toronto onder 1.455 mensen. Wie at volgens het dieet voor bloedgroep A, had gemiddeld een lagere bloeddruk en een lager cholesterol. Maar dat gold voor iedereen, welke bloedgroep je ook had. Wat er wel toe doet, lees je in ons artikel over hoe hoog je cholesterol mag zijn.

Karakter per bloedgroep

In Japan is het gewoon om op een eerste afspraakje naar iemands bloedgroep te vragen, schrijft Sanquin. Je bloedgroep zou daar je karakter verraden. De Japanse onderzoeker Nawata legde dat idee in 2014 naast enquêtes onder ruim 10.000 mensen in Japan en de Verenigde Staten. Bij 65 van de 68 vragen was er geen aantoonbaar verschil tussen de bloedgroepen. Je bloedgroep verklaarde minder dan 0,3 procent van de verschillen in karakter.

Hoe je je bloedgroep te weten komt

Je bloedgroep wordt bepaald als je donor wordt, als je zwanger bent en als je een bloedtransfusie nodig hebt.

  • Word je donor bij Sanquin, dan wordt je bloedgroep bij je eerste afspraak bepaald. Aanmelden kan als je tussen de 18 en 65 jaar bent.
  • Ben je zwanger, dan bepaalt het lab je bloedgroep bij het eerste bloedonderzoek. De uitslag staat vier weken later ook op Mijn RIVM, waar je inlogt met DigiD.
  • Krijg je een bloedtransfusie, dan wordt eerst je bloed onderzocht. Dat staat in een folder van Sanquin voor patiënten uit 2024.

Is je bloedgroep ooit bepaald, dan kun je de uitslag opvragen. Uitslagen van bloedonderzoek horen bij de gegevens die je krijgt als je inzage in je patiëntendossier vraagt.

Sta je bij een balie met een formulier dat naar je bloedgroep vraagt, en weet je hem niet? Uit je hoofd kennen hoeft niet, want voor een transfusie onderzoekt het ziekenhuis je bloed zelf.

Wil je het toch weten en ben je gezond, dan is donor worden de mooiste weg. In 2025 stonden er 458.198 donors bij Sanquin ingeschreven.

Veelgestelde vragen over bloedgroepen

Wat is de meest zeldzame bloedgroep?

Van de acht bekende bloedgroepen is dat in Nederland AB-negatief, met 0,5 procent volgens Sanquin, de stichting die hier bloed inzamelt. Wereldwijd nog veel zeldzamer is Rh-null, dat in de media wel de gouden bloedgroep heet. Onderzoekers schatten dat op ongeveer 1 op de 6 miljoen mensen.

Wat is de meest gunstige bloedgroep?

Dat hangt ervan af aan welke kant van het infuus je ligt. Heb je zelf bloed nodig, dan is AB-positief het gunstigst: rode bloedcellen van alle acht bloedgroepen passen. Wil je zoveel mogelijk mensen helpen, dan is het O-negatief.

Kan mijn kind een andere bloedgroep hebben dan wij allebei?

Ja. Heeft de ene ouder bloedgroep A en de andere B, dan kan het kind ook O of AB hebben. Dat schrijft het Erfocentrum, het kennisinstituut over erfelijkheid. Twee positieve ouders kunnen bovendien een negatief kind krijgen. Bloedgroepen bewijzen niet of mensen familie zijn.

Kan je bloedgroep veranderen?

Ja, na een stamceltransplantatie. Stamcellen zijn de cellen in je beenmerg die nieuwe bloedcellen maken. Krijg je stamcellen van een donor, dan maken die voortaan je rode bloedcellen. Die hebben de bloedgroep van de donor, legt Sanquin uit.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Producten en Ondernemen.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk