Hoe dik moet ijs zijn? Wat 5 centimeter wel en niet draagt
Natuurijs is bevroren buitenwater waarop je schaatst. Lees welke ijsdikte je nodig hebt, wat een menigte vraagt en waar ijs zwak is.

Goed ijs van 4 à 5 centimeter dik draagt één volwassen man, schrijft het KNMI, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. Dat is het weer- en klimaatinstituut van de overheid. Voor een grote mensenmenigte noemt het KNMI een ijsdikte van 27 centimeter. Let wel op het woord goed. Op een sloot die niemand heeft gecontroleerd, weet je niet of het ijs zo goed is. Er kan wit ijs tussen zitten of stroming onder. Vijf centimeter is daarom een ondergrens en geen startsein. Meer over veiligheid in het dagelijks leven lees je in het kennisgebied Maatschappelijk.
Wat elke centimeter ijs draagt
Hoeveel ijs genoeg is, hangt af van het aantal mensen: van 4 à 5 centimeter voor één persoon tot 27 centimeter voor een menigte. De getallen die je over ijsdikte leest, lopen daardoor uiteen van 4 tot 27 centimeter. Dat komt niet doordat de ene bron het beter weet dan de andere. Elk getal hoort bij een andere situatie: één schaatser, een toertocht of een baan vol mensen. Wie ze door elkaar haalt, kan denken dat één getal overal geldt.
In de tabel hieronder staat per ijsdikte wat het ijs draagt, en van wie dat getal komt.
| IJsdikte | Wat het ijs draagt | Wie dat zegt |
|---|---|---|
| Minder dan 4 centimeter | Niemand, blijf eraf | Afgeleid van het KNMI |
| 4 à 5 centimeter goed, helder ijs | Eén volwassen man | KNMI |
| 8 à 10 centimeter wit ijs | Ongeveer wat 4 à 5 centimeter helder ijs draagt | Afgeleid van Minnesota, dat zelf ongeveer 20 centimeter aanhoudt |
| 12 centimeter op de hele route | De ondergrens voor een toertocht | KNSB |
| 15 centimeter op de hele route | De ondergrens voor een Elfstedentocht | KNMI |
| 27 centimeter | Een grote mensenmenigte | KNMI |
Wat de KNSB eist voor een toertocht
De laatste rij verklaart waarom een ijsclub een baan niet al bij 5 centimeter opent. Een baan met honderden schaatsers weegt veel meer dan één persoon, en mensen staan dicht op elkaar bij de ingang. De KNSB is de landelijke schaatsbond, waarbij ook de ijsclubs zijn aangesloten. Voor een toertocht eist de bond dat de ijsclub op de hele route 12 centimeter ijs heeft gemeten. Bij de eerste tochten van een vorstperiode geeft de KNSB pas een dag van tevoren definitief akkoord. Voor een marathonwedstrijd op natuurijs geldt ook 12 centimeter. Voor een ijsbaan vonden we geen landelijke grens; daar beslist de ijsclub zelf.
Zwart ijs en wit ijs
Zwart ijs is helder en sterk, wit ijs is troebel en ongeveer half zo sterk. De dikte is dus maar de helft van het verhaal. Zwart ijs is helder ijs dat langzaam is aangegroeid op stil water. Het heet zwart omdat je door het ijs heen het donkere water ziet. Wit ijs is troebel door luchtbelletjes. Het ontstaat vaak als een laag sneeuw op het ijs smelt en daarna weer bevriest. Schaatsers noemen dat sneeuwijs.
Hoeveel dikker wit ijs moet zijn
Wit ijs is ongeveer half zo sterk als nieuw, helder ijs. Dat schrijft het Department of Natural Resources van Minnesota, de overheidsdienst die in die Amerikaanse staat de meren en de natuur beheert. De dienst adviseert om op wit ijs de dikte te verdubbelen. Voor wat 4 à 5 centimeter helder ijs draagt, heb je op wit ijs dus 8 à 10 centimeter nodig.
Minnesota houdt ook voor helder ijs een ruimere marge aan dan het KNMI. Daar is 4 inch, ruim 10 centimeter, de ondergrens om te gaan lopen of vissen. Het Nederlandse getal van 4 à 5 centimeter is dus geen ruime schatting. Het is de rand van wat goed ijs nog draagt. Dat geldt ook voor de 8 à 10 centimeter wit ijs hierboven. Minnesota zelf komt voor wit ijs uit op ongeveer 20 centimeter: zijn eigen ondergrens, maal twee.
Reddingsbrigade Nederland is de vereniging van de vrijwillige reddingsbrigades in ons land. Zij noemt een kleurverandering in het ijs een teken dat daar een zwakke plek kan zitten. Grijs, wit of gelig ijs midden in een zwarte vlakte is dus een reden om eromheen te rijden.
Waar het ijs dunner is dan elders
Het ijs is dunner bij bruggen, riet, waterplanten en overhangende takken, op stromend water en op diep water. Ook op een sloot waar het ijs gisteren goed was, blijven zulke plekken achter. Reddingsbrigade Nederland noemt de eerste vier: daar is het ijs meestal minder goed en is de kans groter dat je erdoor zakt.
Diep water bevriest later dan een ondiepe sloot. Water is bij 4 graden het zwaarst en zakt dan naar de bodem, legt het KNMI uit. Pas als al het water zo koud is geworden, kan de bovenste laag verder afkoelen en bevriezen. Een meer ligt dus nog open of heeft dun ijs, terwijl de sloot ernaast al dicht is.
Wind en stroming
Wind maakt het verraderlijk. Harde wind mengt het water, waardoor warmer water van onderen tegen het ijs komt. Zo ontstaan windwakken. Een wak is een open plek in het ijs, en een windwak is een wak dat de wind openhoudt. Een bijt is een gat dat iemand zelf in het ijs heeft gehakt.
Stromend water werkt net zo. De dienst in Minnesota noemt stroming en vernauwingen in het water als redenen waarom de dikte alleen niet genoeg zegt. Kijk daarom ook uit bij een gemaal, de pomp die het water in een polder op peil houdt. Hoe serieus dat wordt genomen, beschrijft het KNMI bij de koudegolf van 2012. In Friesland gingen toen de gemalen en de scheepvaart op de kanalen stil voordat de vorst er was, om het ijs een kans te geven. Waar wel schepen varen, kan een geul die ’s ochtends dicht lag ’s middags weer open zijn.
Zon op het ijs
Ook de zon speelt mee, vooral in februari als de dagen langer worden. Zonlicht gaat door zwart ijs heen en warmt het water eronder op, legt het KNMI uit. Het ijs smelt dan van onderaf, ook als het vriest. IJs waar de hele dag de zon op staat, kan daardoor zwakker zijn dan ijs in de schaduw.
Sneeuw op het ijs
Ligt er sneeuw op het ijs van een sloot of plas, blijf er dan af. Reddingsbrigade Nederland is daar streng in: op bevroren sloten en plassen ga je niet als er sneeuw op ligt, en ook niet in het donker. Alleen een erkende, goedgekeurde plek zoals een natuurijsbaan is een uitzondering. Sneeuw verbergt wakken en kleurverschillen.
Sneeuw isoleert bovendien. Onder een sneeuwdek groeit het ijs veel langzamer. In februari 2012 viel er zo’n 6 centimeter sneeuw, net nadat het eerste ijs was gevormd. Volgens de berekening van het KNMI, voor water van twee meter diep, bleef het ijs mede daardoor steken op 17,1 centimeter. Zonder sneeuw was het rond de 23 centimeter geworden, al noemt het KNMI dat laatste getal waarschijnlijk te gunstig.
Hoe snel ijs groeit
IJs groeit eerst snel en daarna steeds langzamer. Het KNMI geeft als ruwe maat dat de ijsdikte bij gelijk weer toeneemt met de wortel van de tijd. Water bevriest aan de onderkant van de ijslaag. De warmte die daarbij vrijkomt, moet door het ijs heen naar de koude lucht. Hoe dikker het ijs, hoe langer die weg is.
Voordat het zover is, moet het water eerst afkoelen. Op de eerste ochtend met vorst staan de kinderen al met hun schaatsen bij de sloot achter het huis. Toch ligt er dan vaak nog niets dat je kunt vertrouwen. In de koudegolf van 2012 begon het ijs volgens het KNMI pas te groeien na twee ijsdagen. Na een zeer zachte december en januari was het water nog te warm. Een ijsdag is een etmaal waarin de temperatuur de hele tijd onder nul blijft.
Een rekenvoorbeeld
Wat die wortel betekent, zie je het best met getallen. Stel dat er na één etmaal vorst 3 centimeter ijs ligt. Bij precies hetzelfde weer ligt er na vier etmalen ongeveer 6 centimeter, en na negen etmalen ongeveer 9. Twee keer zo dik ijs kost dus vier keer zo lang.
Dit voorbeeld laat het principe zien en is geen verwachting. Wind, zon, sneeuw en de diepte van het water veranderen de uitkomst. Het laat wel zien waar een bekende vuistregel misgaat. Die regel telt bij 5 graden vorst elke nacht een vaste centimeter op. Voor de eerste nachten op stil water kan dat ongeveer kloppen. Wie hem doortrekt, rekent zich rijk: hoe dikker het ijs, hoe minder er per nacht bijkomt.
Het verklaart ook waarom 15 centimeter voor een Elfstedentocht zo zelden lukt. Daarvoor is geen koude week nodig maar een lange, strenge vorstperiode zonder sneeuw op het verkeerde moment.
Zelf de ijsdikte meten of de ijsclub volgen
Zelf meten zegt weinig, want een meting gaat over één plek. Tien meter verder, onder een brug of langs het riet, kan het ijs een stuk dunner zijn. Neem wel reddingsmiddelen mee, raadt Reddingsbrigade Nederland aan: ijsprikkers, een touw en een fluitje. IJsprikkers zijn twee pinnen met een handvat, waarmee je jezelf uit het water op het ijs trekt. Met het touw bereik je een ander, en met het fluitje roep je hulp.
Het KNMI publiceert in vorstperiodes een verwachting van de ijsdikte voor Midden- en Noord-Nederland. Die komt uit een rekenmodel voor stilstaand water van twee meter diep. In dieper water ligt volgens het KNMI minder ijs, en de brug of het riet bij jou in de buurt zit er niet in. Voor jouw sloot of plas is het dus een richting, geen meting.
Het betrouwbaarste antwoord krijg je van de ijsclub bij jou in de buurt. Bij de KNSB zijn 450 ijsclubs aangesloten. In de checklist die de bond voor die clubs maakt, controleert de club de ijsdikte en markeert ze zwakke plekken voordat de baan opengaat. Reddingsbrigade Nederland raadt aan om thuis al na te gaan hoe het ijs erbij ligt, op de website van de gemeente of van de ijsvereniging. Kies daarna alleen een erkende en goedgekeurde plek, zoals een natuurijsbaan of een opgespoten weiland. Dat is een weiland dat een ijsclub onder water heeft gezet.
Ons advies voor de eerste vorstdagen
Schaats de eerste dagen van een vorstperiode alleen op zo’n baan. Een opgespoten weiland is ondiep: zak je erdoor, dan sta je op de grond in plaats van onder het ijs. Wacht met sloten, vaarten en plassen tot een ijsclub er een tocht uitzet, of tot schaatsers die het water kennen er al dagen rijden. Ga ook dan nooit alleen het ijs op, zegt Reddingsbrigade Nederland, en laat thuis weten waar je gaat schaatsen.
Blessures op natuurijs in cijfers
De meeste schaatsers in het ziekenhuis zijn gevallen, niet door het ijs gezakt. Bij 97 procent van de schaatsblessures op natuurijs was een val de oorzaak, blijkt uit de cijfers van VeiligheidNL. Dat is het landelijke kennisinstituut dat onderzoekt hoe ongelukken en letsel ontstaan. In de natuurijsperiode van 11 tot en met 16 februari 2021 kwamen 5500 schaatsers met een blessure op de spoedeisende hulp. De spoedeisende hulp is de afdeling in het ziekenhuis waar je na een ongeluk terechtkomt. Die 5500 waren 84 procent van alle 6500 schaatsblessures van dat jaar.
Van de gewonde schaatsers had 72 procent letsel aan schouder, arm of hand. De polsbreuk kwam het vaakst voor, bij 39 procent. Ruim een op de tien had letsel aan hoofd of nek, zoals een hersenschudding. Gewonde schaatsers op natuurijs waren gemiddeld 46 jaar oud, op de kunstijsbaan 32.
In hetzelfde bericht raadt de KNSB aan om in elk geval handschoenen te dragen, liefst snijvast, en een helm. Oefen vóór de vorst een paar keer op een kunstijsbaan, zeker als je lang niet hebt geschaatst, adviseert de bond daar ook.
Wat je doet als je door het ijs zakt
Wie door het ijs zakt, krijgt eerst een schok van de kou. Dat raakt meteen je ademhaling, vertelt Dennis Bekius van de Reddingsbrigade op de website van het Rode Kruis, de hulporganisatie die ook eerste hulp leert. Probeer dus eerst je ademhaling weer rustig te krijgen. Daarna geeft Reddingsbrigade Nederland deze stappen:
- Breek het ijs af in de richting van de kant, tot het steviger wordt.
- Zet je met je voeten af tegen de ijsrand en kom zijwaarts of op je rug uit het wak.
- Rol op het ijs, en trek je verder met je handen of met ijsprikkers.
- Kruip op je buik weg van het wak en ga pas staan als je zeker weet dat het ijs je houdt.
Kom je onder het ijs terecht, zwem dan op je rug en zoek het gat. Op veel websites staat nog de oude regel: zonder sneeuw zwem je naar de donkere plek, met sneeuw naar de lichte. Onder water maak je die redenering niet, zegt de Reddingsbrigade tegen het Rode Kruis. Het advies is nu eenvoudiger: zoek naar een plek met een afwijkende kleur. Vind je het gat niet, zet dan met handen en voeten af tegen de onderkant van het ijs. Probeer zo met je voeten een gat te trappen, zegt Reddingsbrigade Nederland.
Als een ander door het ijs zakt
Ga zelf niet het ijs op. Je loopt dan het risico er zelf ook door te zakken, en soms gaat er daarna nog iemand achteraan. Bel 112. Gooi iets toe, zoals een touw, een tak, een sjaal of een jas, en trek het slachtoffer daarmee naar de kant. Dat heet een droge redding: je helpt iemand zonder zelf het water in te gaan.
Op de kant dreigt onderkoeling. Dan verliest het lichaam meer warmte dan het zelf kan aanmaken. Breng het slachtoffer naar een warme plek, zegt Reddingsbrigade Nederland. Trek zo snel mogelijk droge kleding aan en wikkel hem of haar in een deken, adviseert het Rode Kruis.
Waarom er minder vaak natuurijs is
Er zijn veel minder ijsdagen dan vroeger, door de opwarming van de aarde en doordat de wind minder vaak uit het koude noordoosten komt. Zo verklaart het KNMI het. Wie vroeger bijna elke winter schaatste, heeft dat dus niet verzonnen. Zestig jaar geleden telde De Bilt, waar het KNMI zijn vaste meetpunt heeft, gemiddeld rond 11 ijsdagen per jaar. Nu zijn dat er gemiddeld nog maar drie, schreef het KNMI in januari 2025.
Het aantal verschilt sterk per winter: 1963 telde er 43, en 2023 en 2024 geen enkele. In 2025 waren het er weer drie, en in 2026 tot nu toe één, blijkt uit de daggegevens van het KNMI. Minder ijsdagen betekent minder kans op ijs dat dik genoeg wordt. Rond 2050 verwacht het KNMI er gemiddeld nog ongeveer drie. De snelle daling van de laatste jaren zet dus niet in hetzelfde tempo door, maar veel meer dan nu worden het er ook niet.
Wil je deze winter voorbereid zijn, regel het dan nu. Zoek op welke ijsclub bij jou in de buurt een baan heeft en laat je schaatsen slijpen. Leg er een touw, ijsprikkers en een fluitje bij. Komen de ijsdagen, dan duren ze vaak kort, en weet je meteen waar je als eerste veilig terechtkunt.
Veelgestelde vragen over ijsdikte en natuurijs
Hoeveel centimeter groeit ijs per nacht?
Dat hangt af van de vorst, de wind, de sneeuw en de diepte van het water. Een vaste centimeter per nacht bestaat niet. Het KNMI, het weer- en klimaatinstituut van de overheid, legt uit dat ijs bij gelijk weer groeit met de wortel van de tijd. Hoe dikker het ijs, hoe minder er per nacht bijkomt: twee keer zo dik ijs kost vier keer zo lang. Een sneeuwlaag remt de groei bovendien flink af.
Kun je schaatsen op ijs met sneeuw erop?
Alleen op een erkende, goedgekeurde plek, zoals een natuurijsbaan van een ijsclub. Reddingsbrigade Nederland, de vereniging van vrijwillige reddingsbrigades, raadt af om bevroren sloten en plassen op te gaan als er sneeuw op ligt. Sneeuw verbergt wakken en zwakke plekken. Onder een sneeuwdek groeit het ijs bovendien veel langzamer.
Hoe herken je zwak ijs?
Aan de kleur en aan de plek. Wit of grijs ijs met luchtbellen is zwakker dan helder, zwart ijs; de natuurbeheerdienst van de Amerikaanse staat Minnesota rekent het half zo sterk. Reddingsbrigade Nederland noemt elke kleurverandering een mogelijk zwakke plek. Pas extra op bij bruggen, riet, waterplanten, overhangende takken en open plekken die de wind openhoudt.
Hoe dik moet het ijs zijn voor de Elfstedentocht?
Minstens 15 centimeter, over de hele route. Dat is de eis van de organisatie, schrijft het KNMI. Meestal lag er meer: elf van de vijftien tochten werden verreden op ijs van meer dan 25 centimeter. In 1917 was het maar 15 centimeter, en in 1940 ruim 41.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.
Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.
Bronnen
- KNMI, IJsdikte en schaatsijs, met de verwachtingspagina IJsdikte en watertemperatuur. 4 à 5 en 27 centimeter, de Elfstedentochten, en de verwachting voor water van twee meter diep.
- KNMI, Weer (g)een elfstedenwinter 2012. Groei met de wortel van de tijd, windwakken, zon, de sneeuw van 2012 en de eis van 15 centimeter.
- KNMI, Aantal ijsdagen in Nederland neemt snel af, 15 januari 2025, met de daggegevens van De Bilt. Van 11 naar drie ijsdagen per jaar, de oorzaken en de jaren 2025 en 2026.
- Reddingsbrigade Nederland, Veilig genieten van natuurijs. Zwakke plekken, sneeuw en donker, reddingsmiddelen en wat je doet als iemand door het ijs zakt.
- Rode Kruis, Wat moet je doen als je door het ijs zakt?, 12 februari 2021. De koudeschok, de afwijkende kleur onder het ijs, de droge redding en onderkoeling.
- KNSB, Natuurijs, informatie voor ijsclubs. 12 centimeter op het hele traject van een toertocht, de goedkeuring vooraf en de 450 ijsclubs.
- VeiligheidNL, Schaatsliefhebber, wees klaar voor natuurijs!, december 2023, met de infographic. De blessures van februari 2021, de val bij 97 procent en de 39 procent polsbreuken.
- Minnesota Department of Natural Resources, General ice thickness guidelines. Wit ijs is ongeveer half zo sterk, verdubbel de dikte, 4 inch als ondergrens, en stroming als risico.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.
Verder lezen in Maatschappelijk
Komt er nog een Elfstedentocht? Wat het KNMI verwachtDe Elfstedentocht is een schaatstocht van bijna 200 kilometer langs elf Friese steden. Komt er ooit nog een, en wat is daarvoor nodig?
Kans op een witte kerst is kleiner dan 7 procentEen officiële witte kerst is een sneeuwdek in De Bilt op beide kerstdagen. Hoe vaak kwam dat voor, en hoe groot is de kans nu?
Sneeuw ruimen verplicht? En wie betaalt als iemand valtSneeuw ruimen voor je huis is bijna nergens verplicht. Wat moet wel, bij je stoep en op je auto, en wie betaalt als iemand valt?
Wat is de Driehoek? Wie erin zitten en wat ze doenDe Driehoek is het overleg tussen burgemeester, politiechef en officier van justitie over de openbare orde in een gemeente.