Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Problemen die kunnen ontstaan bij geadopteerde kinderen

Niet elk geadopteerd kind krijgt problemen, maar hechting, rouw en identiteit spelen vaker. Lees wat er speelt en waar je hulp vindt.

Bijgewerkt op 12 minuten lezen
Problemen die kunnen ontstaan bij geadopteerde kinderen

Dat geadopteerden vaker tegen iets aanlopen, blijkt ook uit cijfers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat de officiële cijfers over Nederland verzamelt, ondervroeg bijna 3.500 mensen die vanuit het buitenland zijn geadopteerd. Van hen had 64 procent ooit contact gehad met een psycholoog, psychiater of psychotherapeut, tegenover 48 procent van de niet-geadopteerden (CBS, 2021). Dat is ongeveer twee op de drie, tegenover bijna een op de twee. In een eerder artikel ging het over de achtergrond van adoptiekinderen en kinderen met special needs.

Met welke problemen kunnen adoptiekinderen te maken krijgen?

Iedereen kan in zijn leven problemen krijgen, geadopteerd of niet. Er spelen altijd meerdere factoren mee: hoe de situatie in het geboorteland was, hoe lang een kind in een tehuis verbleef, het karakter van het kind en de band met de adoptieouders. Het ene kind is nu eenmaal weerbaarder dan het andere. Wel zijn er vier thema’s die bij geadopteerden vaker terugkomen:

  • Hechtingsproblematiek
  • Rouw
  • Identiteit en zelfbeeld
  • Loyaliteitsconflict

Die thema’s uiten zich op verschillende manieren en in verschillende levensfasen. Bij kinderen kun je denken aan concentratieproblemen, angsten of gedragsproblemen. Bij tieners en volwassenen speelt vaker de vraag wie ze zijn en waar ze vandaan komen, en kan het lastig zijn een stabiele relatie aan te gaan.

Belangrijk om vast te stellen: dit zijn risico’s, geen voorspellingen. Veel geadopteerden groeien op zonder noemenswaardige problemen, en waar ze wel spelen zijn ze vaak goed te begeleiden.

Hechtingsproblematiek bij adoptiekinderen

Wat is hechting?

Hechting is de fysieke en emotionele band tussen een kind en zijn opvoeders. Een kind heeft iemand nodig om zich veilig aan te hechten: iemand die basisveiligheid biedt, voedt, troost en verzorgt. Bij veel geadopteerde kinderen ontbrak dat in de eerste periode van hun leven. Zij brachten hun eerste maanden of jaren door in een kindertehuis met wisselende verzorgers, of maakten verwaarlozing of mishandeling mee. Daardoor is het lastiger om je veilig te hechten.

Kinderen die veilig gehecht zijn, zoeken in stressvolle situaties steun en troost bij hun verzorgers. Onveilig gehechte kinderen klampen zich juist vast, of gedragen zich opvallend zelfstandig en onverschillig, ongeacht of de situatie veilig is of niet.

Onveilige gehechtheid is overigens iets anders dan een hechtingsstóórnis. Onveilige gehechtheid is een patroon dat bij een flink deel van alle kinderen voorkomt. De reactieve hechtingsstoornis is een klinische diagnose uit de DSM-5, die alleen een professional kan stellen en die zeldzaam is. Herken je hieronder iets, dan betekent dat dus niet automatisch dat er sprake is van een stoornis.

Symptomen onveilig gehechte kinderen

  • Afwijzing opzoeken in plaats van troost en geborgenheid.
  • Heel aanhankelijk zijn, of juist een afkeer hebben van lichamelijk contact.
  • Problemen rond eten: eten verstoppen, hamsteren, schrokken of eten inzetten in een machtsstrijd.
  • Aantrekken en afstoten, en alleen oppervlakkige, inwisselbare relaties aangaan.
  • Sterk gericht zijn op controle: de omgeving nauwlettend observeren en sturen.
  • Agressief gedrag, zoals vernielen, weglopen of wreedheid tegen dieren.

Problemen die kunnen optreden bij kinderen en volwassenen die onveilig zijn gehecht

Een onveilige hechting kan later in het leven een rol blijven spelen. Onderzoek laat verhoogde risico’s zien, geen zekerheden:

  • Gedragsproblemen komen vaker voor. Kinderen die vroeg in hun leven onveiligheid meemaakten, laten vaker naar buiten gericht gedrag zien: driftbuien, opstandigheid en moeite met grenzen. Ook inleven in een ander kan lastiger zijn, wat botsingen geeft in het contact met anderen.
  • Psychische klachten komen vaker voor, zoals angststoornissen, somberheid en depressie, eetproblemen of verslavingen.
  • Gehechtheidspatronen werken deels door naar een volgende generatie. Ouders die zelf onveilig gehecht zijn, hebben een grotere kans dat hun kind dat ook wordt. Het is een tendens, geen wetmatigheid, en met bewustwording en begeleiding is het patroon te doorbreken.

Hoe eerder er aandacht is voor de hechting, hoe beter. Een veilige, voorspelbare opvoedsituatie doet veel; wat daarbij helpt, lees je in het artikel over de basis van opvoeden.

Rouw bij adoptiekinderen

Adoptiekinderen kunnen in meerdere levensfasen last krijgen van rouw. Ook hier geldt dat niet elk geadopteerd kind dat ervaart.

Een kind kan rouwen om het verlies van de biologische ouders of van verzorgers in het geboorteland. In de puberteit gaat de adoptie vaak een grotere rol spelen en dringt het besef door dat het is afgestaan. Wanneer geadopteerden zelf kinderen krijgen, kunnen boosheid en verdriet opnieuw opspelen: dan zien ze van dichtbij wat een pasgeboren kind nodig heeft.

Soms ontstaat de wens om een rootsreis te maken, een reis naar het geboorteland. Dat kan een kennismaking met het land zijn, een zoektocht naar de biologische ouders of een bezoek aan het kindertehuis. Zo’n reis kan ook nieuwe verlieservaringen opleveren: misschien zijn er geen aanknopingspunten, willen de biologische ouders geen contact of blijken ze overleden.

Identiteit en zelfbeeld van geadopteerde kinderen

Voor geadopteerde kinderen kan het vormen van een positief zelfbeeld en een eigen identiteit lastiger zijn. De redenen verschillen per kind, en lang niet elk adoptiekind loopt hiertegenaan.

  • In hun vroege jeugd werden zij soms lang door niemand echt liefdevol aangeraakt of gezien.
  • Een positief zelfbeeld ontwikkelen kan lastig zijn. Ze zijn afgestaan of achtergelaten en hebben belangrijke personen verloren. Tegelijk zijn ze door de adoptieouders juist heel gewenst. Die tegenstrijdigheid maakt kwetsbaar voor afwijzing, omdat die het gevoel ‘ik ben niet goed genoeg’ of ‘ik doe er niet toe’ versterkt.
  • Adoptiekinderen hebben vaak een andere etniciteit dan hun adoptieouders en moeten zelf een etnische identiteit ontwikkelen. Herkenning in de directe omgeving ontbreekt dan. Ervaringen met racisme of met vragen over hun uiterlijk maken dat extra ingewikkeld.
  • Ze moeten uitzoeken wat de adoptie voor hen betekent. Vaak speelt dat in de puberteit, wanneer elke tiener bezig is met identiteit. Willen ze op zoek naar hun biologische ouders? Wat is hun voorgeschiedenis? Voelen ze zich meer verbonden met Nederland of met het geboorteland? Dat zijn extra ontwikkelingstaken bovenop de gewone.

Het loyaliteitsconflict van adoptiekinderen

Elk kind voelt een primaire loyaliteit naar zijn ouders. Adoptiekinderen hebben daarnaast een secundaire loyaliteit aan hun adoptieouders, door wie ze zijn verzorgd en opgevoed. Daaruit kan een loyaliteitsconflict ontstaan, al is dat niet altijd het geval. Het hangt samen met hoe het kind gehecht is en of het verdriet en rouw kan uiten. Er zijn twee vormen, en ze kunnen ook onbewust spelen.

Loyaliteitsconflict naar de biologische ouders

Kinderen kunnen zich schuldig voelen als zij van hun adoptieouders gaan houden. Het voelt alsof ze hun biologische ouders daarmee verraden. Sommige kinderen wijzen hun adoptieouders af en kiezen zo onbewust voor hun biologische ouders; in hun ogen zijn dat de ‘echte’ ouders. Deze kinderen identificeren zich sterk met hun afkomst en het land van herkomst, idealiseren de biologische ouders en willen graag contact. Dat kan in de weg staan van een veilige gehechtheidsrelatie met de adoptieouders.

Loyaliteitsconflict naar de adoptieouders

Andere kinderen vinden het juist lastig om loyaliteit aan hun biologische ouders te voelen of te uiten. Zij tonen geen interesse in hun afkomst, uit angst hun adoptieouders te kwetsen, en doen alsof die afkomst er niet toe doet. Ook dat kan de identiteitsontwikkeling in de weg zitten. Sommige geadopteerden durven pas belangstelling te tonen als ze letterlijk en figuurlijk afstand hebben genomen van hun adoptieouders.

Rootsreizen

Wat is een rootsreis?

Een rootsreis is een reis die een geadopteerde maakt naar zijn geboorteland om meer te weten te komen over zijn afkomst. Vaak gaat het om het pleeggezin of kindertehuis waar iemand woonde, of om de omstandigheden voor de adoptie. Een rootsreis kan helpen bij het vormen van een eigen identiteit, omdat abstracte vragen dan concrete antwoorden krijgen.

Wanneer maak je een rootsreis?

Adoptieouders vragen zich vaak af wanneer het goede moment is. Dat hangt af van de omstandigheden in het geboorteland en van het kind zelf. Voordelen van een reis op jongere leeftijd:

  • Het kind krijgt een realistisch beeld van het land van herkomst en ziet waar het vandaan komt.
  • Het kan de omstandigheden en de redenen van de adoptie beter gaan begrijpen.
  • Er is nog minder veranderd. Verzorgers werken misschien nog in het kindertehuis, het kind herinnert zich mogelijk nog iets en informatie is vaak beter te achterhalen.

Een rootsreis kan een grote impact hebben, op een kind en op een volwassene. Er komen herinneringen en emoties boven. Daarom is een vertrouwensband tussen ouders en kind belangrijk. Is dat vertrouwen er onvoldoende, dan kan de klap hard aankomen. Fiom, de landelijke organisatie voor vragen over afstammen en adoptie, begeleidt zoektochten naar biologische familie. Wie uit het buitenland is geadopteerd, kan daarnaast terecht bij INEA, het expertisecentrum voor interlandelijke adoptie.

Wanneer is een adoptiekind klaar voor een rootsreis?

  • Als het kind zelf interesse toont in zijn roots.
  • Als het veilig gehecht is aan zijn ouders en indrukken en emoties kan verwerken.
  • Als er op dat moment geen grote veranderingen in het leven van het kind spelen.
  • Als het kind enigszins weerbaar is tegen onverwachte gebeurtenissen.
  • Als de adoptieouders er zelf klaar voor zijn om hun kind te begeleiden.

Hoe staat adoptie in Nederland ervoor?

Sinds dit artikel voor het eerst verscheen, is er in Nederland veel veranderd. In februari 2021 concludeerde de Commissie Joustra dat er bij interlandelijke adoptie decennialang misstanden waren, waaronder kinderhandel en vervalste gegevens, en dat de overheid daarbij had weggekeken.

Op 21 mei 2024 besloot minister Weerwind daarom dat er per direct geen nieuwe interlandelijke adoptieprocedures meer worden gestart. Aanleiding was een motie die de Tweede Kamer in april 2024 aannam. In december 2024 volgde het afbouwplan. Procedures die al liepen mogen worden afgerond, bemiddelaars mogen tot 1 mei 2030 nog een kind aan ouders voorstellen, en eind 2030 is de afbouw klaar.

Voor geadopteerden die er al zijn verandert dat niets aan hun verhaal, maar het maakt de zoektocht naar afkomst wel beladener. Wie ontdekt dat zijn dossier onjuistheden bevat, kan terecht bij INEA. Dat centrum opende in maart 2023 en is er voor vragen over identiteit, nazorg, erkenning en andere adoptievraagstukken.

Waar kun je terecht met vragen over adoptie?

Loop je als geadopteerde of als adoptieouder ergens tegenaan, dan hoef je dat niet alleen uit te zoeken. Deze wegen staan open:

  • INEA is het expertisecentrum voor interlandelijke adoptie. Heb je zelf een adoptieachtergrond, of ben je betrokken als adoptieouder, familielid, vriend of andere naaste? Dan kun je er terecht voor informatie, advies en ondersteuning. Denk aan vragen over inzage in je dossier, psychosociale ondersteuning, zoekacties en juridische procedures.
  • Fiom begeleidt zoektochten naar biologische familie, doet DNA-onderzoek en helpt bij vragen over afstammen. Stichting Adoptievoorzieningen ging op 1 januari 2020 op in Fiom en bestaat dus niet meer als eigen stichting; de naam Adoptievoorzieningen leeft voort als onderdeel van Fiom.
  • De huisarts is het eerste aanspreekpunt bij psychische klachten en kan doorverwijzen naar de jeugd-ggz of een psycholoog met ervaring in hechting en trauma.
  • Het Centrum voor Jeugd en Gezin in je gemeente helpt bij opvoedvragen en kent de voorzieningen in de buurt.
  • Lotgenotengroepen van en voor geadopteerden bieden herkenning die professionals niet altijd kunnen geven.

Twijfel je of iets ‘erg genoeg’ is om hulp te zoeken? Dat is precies de vraag die mensen te lang laat wachten. Vroeg beginnen scheelt.

Wil je meer weten over de procedure zelf, dan lees je in het artikel over adoptie, redenen en kosten hoe het traject in Nederland verliep. Wat er in de jaren daarvoor misging, staat in het artikel over de misstanden bij interlandelijke adoptie. Bekijk hier alle artikelen over adoptie.

Veelgestelde vragen over adoptie en problemen op latere leeftijd

Krijgen alle geadopteerde kinderen problemen?

Nee. Veel geadopteerden groeien op zonder bijzondere problemen. Wel komen bepaalde thema’s vaker voor: hechting, rouw, identiteit en loyaliteit. In het onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek onder bijna 3.500 geadopteerden had 64 procent ooit contact gehad met een psycholoog, psychiater of psychotherapeut, tegenover 48 procent van de niet-geadopteerden.

Welke problemen komen bij geadopteerden op latere leeftijd voor?

Op volwassen leeftijd spelen vooral vragen over identiteit en afkomst, en soms moeite met het aangaan van hechte relaties. Ook rouw kan opnieuw opspelen, bijvoorbeeld bij het krijgen van eigen kinderen of bij het overlijden van een adoptieouder.

Wat is het verschil tussen onveilige hechting en een hechtingsstoornis?

Onveilige hechting is een patroon in hoe iemand steun zoekt en vertrouwen opbouwt; dat komt bij een flink deel van alle kinderen voor. Een reactieve hechtingsstoornis is een klinische diagnose uit de DSM-5, die zeldzaam is en alleen door een professional kan worden gesteld.

Wat houdt een rootsreis in?

Een rootsreis is een reis van een geadopteerde naar het geboorteland, om meer te ontdekken over de eigen afkomst. Dat kan een bezoek aan het kindertehuis zijn of een zoektocht naar biologische familie. Fiom, de landelijke organisatie voor vragen over afstammen en adoptie, begeleidt zulke zoektochten. Voor wie uit het buitenland is geadopteerd doet INEA dat ook, het expertisecentrum voor interlandelijke adoptie.

Kan er in Nederland nog een kind uit het buitenland worden geadopteerd?

Nee, voor nieuwe aanvragen niet. Sinds 21 mei 2024 worden geen nieuwe interlandelijke adoptieprocedures meer gestart. Procedures die op dat moment al liepen, mogen worden afgerond. Bemiddelaars mogen tot 1 mei 2030 nog een kind aan ouders voorstellen; eind 2030 is de afbouw klaar.

Waar kun je hulp krijgen bij adoptievragen?

Bij INEA, het expertisecentrum voor interlandelijke adoptie, voor informatie, advies en ondersteuning: dossierinzage, psychosociale ondersteuning, zoekacties en juridische procedures. Bij Fiom voor zoektochten naar biologische familie, DNA-onderzoek en vragen over afstammen. Heb je psychische klachten, dan is de huisarts het eerste aanspreekpunt.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • Centraal Bureau voor de Statistiek, Interlandelijke adoptie in Nederland (S. de Regt en L. Reichardt, 8 februari 2021). Hier komen de cijfers vandaan over psychologische hulp en over het aantal mensen dat meedeed.
  • Commissie onderzoek interlandelijke adoptie, eindrapport (8 februari 2021). Draagt de conclusie over de misstanden en over de rol van de overheid.
  • Rijksoverheid, Per direct geen nieuwe interlandelijke adopties (21 mei 2024). Draagt de datum waarop nieuwe procedures stopten.
  • Rijksoverheid, Zorgvuldige afbouw interlandelijke adoptie in zes jaar tijd (9 december 2024). Draagt de afbouwdata 1 mei 2030 en eind 2030.
  • Fiom, fiom.nl. Draagt wat Fiom doet bij zoektochten, DNA-onderzoek en afstammingsvragen, en de fusie met Stichting Adoptievoorzieningen per 1 januari 2020.
  • INEA, het expertisecentrum voor interlandelijke adoptie. Draagt de beschrijving van de hulp bij dossierinzage, psychosociale ondersteuning, zoekacties en juridische procedures.
  • American Psychiatric Association, DSM-5. Draagt de criteria voor de reactieve hechtingsstoornis.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk