fbpx

Wat is het liberalisme voor politieke stroming

Wat is het liberalisme voor politieke stroming? Misschien kan je deze vraag zo beantwoorden omdat je het er wel eens met vrienden of familie over hebt gehad en wil je even een korte samenvatting ter herinnering. Of misschien heb je het woord liberaal wel eens horen vallen en heb je geen idee wat het precies inhoudt. Nadat je dit blog hebt gelezen weet je in grote lijnen wat het liberalisme inhoudt. Misschien spreekt het je erg aan en kan jij je goed in deze politieke stroming vinden. Het kan ook zo zijn dat je er niets mee hebt. Gelukkig zijn er ook andere politieke stromingen en kun je in dat geval voor iets anders kiezen. Misschien spreekt het socialisme, waarbij de gelijkwaardigheid van mensen voorop staat, je meer aan. Of het confessionalisme, waarbij het geloof centraal staat.

Lees verder na de afbeelding.

Wat is het liberalisme voor politieke stroming

Er zijn veel verschillende vormen en gradaties van liberalisme. Wat hier wordt beschreven zijn de theoretische basisprincipes en de variaties daarop in de praktijk. Later in dit blog wordt besproken hoe het liberalisme in Nederland werkt.

Wat is liberalisme?

Liberaal betekent ‘vrij’. Liberalen gaan uit van de vrijheid van ieder mens. Vrijheid om te doen en laten wat je wil, vrijheid van ondernemen, van geloof en van meningsuiting. Je mag doen en zeggen waar je zin in hebt zolang je daarmee de vrijheid van anderen niet inperkt. Liberalisme vindt dat eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatief het beste in mensen naar boven halen. Het wil de rol van de overheid beperkt houden. Die zit mensen maar dwars met zijn bureaucratie of maakt ze lui met zijn verzorgingsstaat. Alleen voor sommige taken, bv. politie, rechtspraak en leger, mag de overheid in beeld komen.

In een liberale maatschappij worden mensen gestimuleerd te doen waar ze goed in zijn en waar ze plezier in hebben. Daar hebben anderen ook voordeel van. Een bakker zal zijn broodjes zo goed, zo lekker en zo goedkoop mogelijk bakken. Niet uit menslievendheid, maar omdat er ook andere bakkers zijn en hij zoveel mogelijk klanten wil trekken en houden.

Onze samenleving is van dat idee van vrijheid zo doordrongen dat het misschien vanzelfsprekend lijkt liberaal te zijn. Maar dat is niet zo. Er is een liberalisme van de mensenrechten en een liberalisme van de economie en die twee gaan lang niet altijd goed samen. De vrijheid van de ene mens brengt nogal eens de onvrijheid van de ander met zich mee. Als mijn buurvrouw en ik allebei bakker zijn maar klanten haar broodjes beter, lekkerder en goedkoper vinden dan die van mij, dan heb ik minder inkomen en kan ik mijn huur misschien niet meer betalen. Er is dus sprake van concurrentie. Concurrentie gaat lang niet altijd met eerlijke middelen gepaard. Misschien zijn de broodjes van mijn buurvrouw wel zo zout en vet dat ze de volksgezondheid in gevaar brengen. Daar moet dus toezicht op zijn, een rol die vaak toch weer aan de overheid toevalt. Maar ook bij eerlijke concurrentie zijn er winnaars en verliezers. De winnaars hebben vaak een beter leven dan de verliezers.

Verder is niet iedereen in de wieg gelegd om ondernemer te worden. Er zijn werkgevers en werknemers. De winst van de werkgever en het salaris van de werknemer zitten in één geldpotje. Allebei vinden ze dat ze daar meer uit verdienen of nodig hebben.

Liberalisme loopt dus vaak uit op ongelijkheid, afgunst en conflict. Als het goed is, worden de conflicten langs democratische weg opgelost. Maar de oplossingen zijn vaak van korte duur en lokaal beperkt. Wereldwijde problemen als de klimaatcrisis zijn er moeilijk mee te bestrijden. En de vrijheid om kritiek te uiten maakt de problemen vaak nog ingewikkelder. Vandaar o.a. dat veel staten in de wereld de vrijheid van handelen en meningsuiting bestrijden of beperken.

Oorsprong en ontwikkeling van het liberalisme

Het liberalisme is zo’n 250 jaar geleden opgekomen. Het was een reactie tegen de macht van de adel (met zijn voorrechten, rijkdom en grootgrondbezit) en de kerk (met haar regels voor hoe we moesten denken en leven). Korte tijd later kwam de industriële revolutie. Er werden veel fabrieken gebouwd en veel mensen verhuisden van het platteland naar de stad om in die fabrieken te gaan werken. De fabrieken werden gerund volgens liberale ideeën.

Het liberale ondernemerschap werd gestimuleerd door het kapitalisme, een economisch systeem waarbij de productiemiddelen (grondstoffen, arbeid en kapitaal) in particuliere handen zijn. Kapitaalkrachtige mensen lenen hun geld uit aan ondernemers in de verwachting dat dat kapitaal in de toekomst met winst terugkomt. De winst werd vaak behaald over de ruggen van de werknemers in de fabrieken. Die gingen gebukt onder te lange werktijden en te lage lonen. De misstanden, ziekte, armoede en honger die het gevolg waren, leidden tot de opkomst van het socialisme, dat het kapitalistische systeem verwerpt.

Een aantal landen, waaronder Rusland en China, voerden na revoluties het socialisme als staatsvorm in. Ook veel niet-socialistische landen voerden hervormingen door die in de loop van de 19e en 20e eeuw de positie van werknemers en kwetsbare partijen als werklozen, zieken en ouderen aanzienlijk verbeterden. Na het falen en de afschaffing van het socialisme in de Sovjet-Unie, eind jaren 80, draaide deze trend om. Het neoliberalisme werd omhelsd, beperkte de rol van de overheid, versoberde de verzorgingsstaat en de werknemersbescherming, en verruimde de vrijheid van het ondernemerschap. Met een aantal crises, bv. de bankencrisis van 2007, tot gevolg.

Vormen van liberalisme

Zoals alle theorieën loopt het liberalisme op tegen praktische problemen. Het heeft zichzelf daarom in de praktijk ontwikkeld en aangepast aan de veranderende omstandigheden. En dat doet het nog steeds. Liberalen verschillen van mening in wat die aanpassingen moeten zijn. Je kunt de volgende benamingen tegenkomen.

  • Klassiek liberalisme: de oorspronkelijke, met name economische vorm van liberalisme, zo veel mogelijk particulier initiatief en zo weinig mogelijk overheidsbemoeienis.
  • Conservatief liberalisme: klassiek-liberaal maar de tradities in ere houden en veranderingen alleen doorvoeren als het niet anders kan.
  • Sociaalliberalisme: liberaal maar met een grote overheidsbemoeienis om sociaal-maatschappelijke misstanden te voorkomen en verhelpen.
  • Neoliberalisme: de opleving van het klassieke liberalisme sinds de jaren 80.
  • Libertarisme: een vorm van klassiek liberalisme, maar wil absolute vrijheid voor de mens, in wie het goede naar boven komt zo lang de overheid zich maar niet met hem bemoeit.

Ook binnen al deze sub-stromingen vind je weer verschillen.

Liberalisme in Nederland

De liberale ideeën over zowel mensenrechten als economie vind je bij veel partijen in onze Tweede Kamer terug. Maar die partijen profileren zich vaak met iets anders, bv. De PVV van Wilders met afkeer van immigratie en het FVD van Baudet met afkeer van Europa.

VVD

De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, opgericht in 1948, is als klassiek-liberale partij altijd sterk geassocieerd geweest met ondernemers, huizenbezitters e.d. Ze heeft daardoor het imago van een rechtse partij, de tegenhanger van de sociaaldemocratische PVDA. Vaak was de VVD de derde partij van Nederland, na CDA en PVDA. Geholpen door de toegenomen welvaart en de bloei van het neoliberalisme werd de VVD in 2010 de grootste politieke partij in de Tweede Kamer en ze is dat nog steeds. Ze levert sinds 2010 de politieke leider van ons land, de minister-president: Mark Rutte. De partij bezet momenteel 34 van de 150 zetels. Ook voor 2010 heeft de VVD regelmatig regeringsverantwoordelijkheid gedragen.

Een greep uit de standpunten van VVD

  • Een sterke EU voor vrije handel en oplossing van internationale problemen
  • Stimulering van werkgelegenheid door steun aan ondernemers
  • Belastingverlaging voor middeninkomens en kleine ondernemers
  • Bouwen, bouwen, bouwen!
  • Beperking van immigratie, opvang in regio
  • Klimaatverandering wereldwijd bestrijden
  • Duurzaamheid inclusief kernenergie

D66

De ‘D’ staat voor ‘democraten’, ’66’ voor 1966, het jaar van oprichting. In die tijd was de maatschappij sterk in beweging. D66 wilde zich niet binden aan een ideologie maar ‘pragmatisch’ naar oplossingen zoeken voor problemen waarmee de maatschappij wordt geconfronteerd. Democratisering was daarbij een belangrijke factor: mensen moesten actiever worden betrokken bij politiek, bv. via referenda over belangrijke onderwerpen. Later werd toch voor een meer ideologisch profiel gekozen: sociaalliberaal. De partij heeft een sterke wisselende populariteit, regeringsdeelname is vaak funest bij de volgende verkiezingen. Maar niet bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer van maart 2021: als regeringspartij met Sigrid Kaag als lijsttrekker behaalde D66 24 zetels, een stijging van vijf.

Enkele standpunten van D66

  • Een sterke EU, voor vrede, vrijheid en welvaart
  • Stimuleren van vaste dienstverbanden
  • Vereenvoudiging van belastingstelsel, belasten naar draagkracht
  • Bouwen, bouwen, bouwen
  • Immigratie zien als kans gezien de vergrijzing
  • Uitvoering van het klimaatakkoord van het kabinet Rutte III

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.