Harddrugs en softdrugs: het verschil volgens de Opiumwet
Harddrugs staan op lijst I van de Opiumwet, softdrugs op lijst II. Wat dat verschil betekent, welke middelen erop staan en wat de wet niet regelt.

Dat onderscheid is juridisch, niet medisch. De wetgever zette in 1976 twee lijsten in de Opiumwet. Op lijst I kwamen de middelen met een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid, op lijst II die met een kleiner risico. Maar de twee bekendste en schadelijkste middelen van Nederland staan op geen van beide lijsten. Alcohol en tabak komen in de hele Opiumwet niet voor, terwijl het RIVM ze in 2009 in een vergelijking van 19 middelen juist bovenaan zette. Wie het verschil tussen harddrugs en softdrugs leest als een rangschikking op schadelijkheid, leest de wet dus verkeerd.
Wat zijn drugs
Drugs zijn middelen die de werking van de hersenen veranderen. Ze maken iemand alerter, rustiger of juist minder aanwezig in het hier en nu, en sommige veranderen wat je ziet en hoort. Dat is de brede betekenis, en daar vallen alcohol, tabak, koffie en slaapmedicijnen net zo goed onder als cocaïne en wiet.
In het dagelijks taalgebruik betekent het woord iets smaller: de middelen waar de Opiumwet over gaat. Dat is de Nederlandse wet uit 1919 die vastlegt welke middelen verboden zijn en welke straf erop staat. Die wet verdeelt ze in drie groepen. Middelen met een onaanvaardbaar risico staan op lijst I en de andere op lijst II. Daarnaast is er een lijst IA en IB voor de grondstoffen waarmee drugs worden gemaakt. Er komen regelmatig middelen bij: de lijsten worden bijgewerkt zodra een nieuwe stof in omloop komt.
Het verschil tussen softdrugs en harddrugs
Het verschil zit in de lijst waarop een middel staat, en daarmee in de straf die erop volgt. Voor de middelen van lijst I geldt een zwaarder strafrecht dan voor die van lijst II. Handel in harddrugs kan tot acht jaar gevangenisstraf leiden, bij invoer of uitvoer tot twaalf jaar; voor softdrugs liggen die maxima een stuk lager. Voor de gebruiker is er nog een verschil: verkoop van kleine hoeveelheden cannabis wordt in coffeeshops onder voorwaarden gedoogd, en bij harddrugs bestaat zoiets niet.
Wat het verschil niet is: een medisch oordeel over de gebruiker. Iemand kan dagelijks blowen en daar zwaar aan onderdoor gaan, en iemand anders kan een middel van lijst I een keer nemen zonder blijvende schade. In de verslavingszorg is het daarom een gevleugelde uitdrukking dat je softdrugs op een harde manier kunt gebruiken en harddrugs op een zachte.
Welke middelen staan op lijst I en lijst II
De lijsten zelf zijn lang en staan vol scheikundige namen. In de tabel staan de middelen die de meeste mensen kennen, met de lijst waarop ze staan en wat ze doen. De volledige lijsten staan achteraan in de wet zelf.
| Middel | Lijst | Soort werking |
|---|---|---|
| Heroïne | I (harddrug) | Verdovend en pijnstillend |
| Cocaïne en crack | I (harddrug) | Oppeppend |
| Amfetamine en methamfetamine | I (harddrug) | Oppeppend |
| MDMA, bekend als XTC | I (harddrug) | Oppeppend en verandert de beleving |
| GHB | I (harddrug) | Verdovend |
| LSD | I (harddrug) | Verandert de waarneming |
| Ketamine | I (harddrug) | Verdovend |
| Hasj en wiet, in de wet hasjiesj en hennep | II (softdrug) | Ontspannend, versterkt gevoelens |
| Lachgas, in de wet distikstofmonoxide | II (softdrug) | Kortdurende roes |
| Paddo’s met de stof psilocine of psilocybine | II (softdrug) | Verandert de waarneming |
| Qat | II (softdrug) | Oppeppend |
| Slaap- en kalmeringsmiddelen zoals diazepam en temazepam | II (softdrug) | Kalmerend, op recept |
Twee dingen vallen in die tabel op. Slaap- en kalmeringsmiddelen van de huisarts staan bij de softdrugs. De wet kijkt namelijk naar het middel en niet naar de reden waarom iemand het heeft. En LSD en paddo’s staan op verschillende lijsten, terwijl ze op elkaar lijken in werking. Dat is geen medische keuze maar een erfenis van de internationale verdragen waar de lijsten op zijn gebaseerd.
Is alcohol een harddrug of een softdrug
Geen van beide, want alcohol staat niet in de Opiumwet. Alcohol en tabak hebben in Nederland hun eigen wetten, met leeftijdsgrenzen, accijns en regels voor de verkoop. In lijst I en lijst II komen ze nergens voor. Op internet lees je regelmatig dat alcohol een softdrug is; dat is onjuist.
Interessanter is wat er gebeurt als je de middelen niet op de wet maar op schadelijkheid rangschikt. Het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, liet dat in 2009 doen door 19 deskundigen. Zij beoordeelden 19 middelen, waaronder alcohol en tabak, op drie dingen. Hoe giftig een middel is, hoe verslavend het is, en hoeveel schade het aanricht bij de gebruiker en in de samenleving. Alcohol en tabak eindigden hoog, hoger dan een flink aantal middelen die in de wet als harddrug gelden. Paddo’s, LSD en qat eindigden juist laag.
Dat onderzoek is uit 2009 en het RIVM heeft de rangschikking sindsdien niet opnieuw gemaakt, dus de precieze plaatsen zijn gedateerd. De hoofdconclusie is niettemin de reden dat de indeling van de Opiumwet al decennia ter discussie staat. De lijsten volgen de verdragen en de geschiedenis, niet de meetbare schade.
Lachgas staat sinds 2023 op lijst II
Tot en met 2022 was lachgas vrij te koop. Sinds 1 januari 2023 staat het als distikstofmonoxide op lijst II van de Opiumwet. Daarmee zijn verkoop, bezit voor eigen gebruik en het in of uit Nederland brengen verboden. De uitzonderingen gaan over het werk. In de zorg mag lachgas nog als verdoving worden gebruikt en de industrie mag het gebruiken. Ook de patronen voor een slagroomspuit blijven toegestaan, zolang ze niet worden doorverkocht om te inhaleren.
De reden was de gezondheidsschade en het aantal ongelukken in het verkeer. Ook hier loopt het beeld achter op de cijfers: lachgas wordt vaak beschreven als een middel in opmars, maar het gebruik daalt sinds 2019. In 2024 gebruikte 0,3 procent van de volwassenen het in het afgelopen jaar, minder dan de 0,5 procent van 2015.
Hoeveel Nederlanders gebruiken drugs
Hier gaat het in de berichtgeving het vaakst mis, en dat komt door twee verschillende cijfers die op elkaar lijken. Een cijfer over ‘ooit gebruikt’ telt iedereen mee die het ooit in zijn leven een keer heeft geprobeerd. Een cijfer over ‘het afgelopen jaar’ telt alleen wie het de laatste twaalf maanden gebruikte. Het eerste getal is altijd veel hoger, en het zegt bijna niets over hoeveel mensen nu gebruiken.
De cijfers hieronder gaan over het afgelopen jaar, uit de Gezondheidsenquête en de aanvullende module over middelen van de Leefstijlmonitor. Dat onderzoek doen het Centraal Bureau voor de Statistiek, het RIVM en het Trimbos-instituut samen. Het CBS maakt de officiële statistieken van Nederland; het Trimbos-instituut is het landelijke kennisinstituut voor alcohol, tabak, drugs en mentale gezondheid.
| Middel | Deel van de volwassenen, 2024 | Ongeveer hoeveel mensen |
|---|---|---|
| Cannabis | 6,9 procent | 1 miljoen |
| MDMA, bekend als XTC | 4,1 procent | 590.000 |
| Cocaïne | 2,4 procent | 340.000 |
| Amfetamine | 1,3 procent | 180.000 |
| Lachgas | 0,3 procent | Ruim 40.000 |
Onder jonge volwassenen liggen die cijfers hoger: van de mensen tussen 18 en 29 jaar gebruikte 27,7 procent in 2024 een of meer drugs. Het gebruik van cocaïne en XTC is sinds de eerste metingen van 2015 en 2016 gestegen, dat van lachgas gedaald. Voor de meeste Nederlanders geldt intussen iets anders. Bijna zeven op de tien jonge volwassenen gebruikten in dat jaar niets, en over de hele bevolking is dat aandeel nog veel groter.
Wat doen drugs met je?
Elk middel werkt anders, en bij elk middel hangt de uitwerking af van de dosis, van de persoon en van de combinatie met andere middelen. Twee dingen gelden voor alle middelen. Bij een eerste keer is de werking niet te voorspellen, en de risico’s stijgen zodra iemand vaker gaat gebruiken. Hieronder staat per bekend middel wat het doet.
Wat doen wiet en hasj met je
Wiet en hasj werken ontspannend en versterken gevoelens, zowel de prettige als de onprettige. Veel mensen merken dat ze zich makkelijker openstellen en dat hun zintuigen intenser werken. Bij dagelijks gebruik zijn er ook nadelen: minder concentratie, een slechter geheugen op korte termijn en bij een deel van de gebruikers angstklachten.
Wat doet cocaïne met je
Cocaïne is een oppepper. Gebruikers voelen zich energieker, zelfverzekerder en minder moe, en het effect is na een half uur voorbij. Het middel belast hart en bloedvaten en de behoefte om nog een keer te nemen komt snel terug, wat het zo verslavend maakt. Cocaïne wordt vooral gesnoven door uitgaande jongeren en jonge volwassenen, onder anderen in het Amsterdamse nachtleven.
Wat doet XTC met je
XTC, met als werkzame stof MDMA, peppt op en versterkt daarnaast de waarneming en het gevoel van verbondenheid met anderen. Een pil begint na 30 tot 60 minuten te werken en de werking houdt uren aan. De risico’s zitten vooral in overhitting en in te veel of te weinig drinken tijdens het dansen. In de dagen erna volgt vaak een stevige dip.
Wat doet heroïne met je
Heroïne verdooft en stilt pijn, en wekt gevoelens van rust en geluk op; angst valt tijdelijk weg. Het is het middel waarvan iemand het snelst lichamelijk afhankelijk raakt. Bij langdurig gebruik horen ondervoeding, ernstige neerslachtigheid en, bij spuiten met gebruikte naalden, infecties zoals hiv en hepatitis.
Wat doet lachgas met je
Lachgas wordt in de zorg gebruikt als kortdurende verdoving, bijvoorbeeld bij de tandarts. Als drug wordt het uit een ballon geïnhaleerd. Dat geeft een tijdelijk zuurstoftekort in de hersenen: een korte, sterke roes waarbij beeld en geluid vervormen. Na een paar minuten is het voorbij. Bij veel en vaak gebruiken kan blijvende schade aan het zenuwstelsel ontstaan, met tintelingen en verlammingsverschijnselen in armen en benen.
Mag je drugs bij je hebben?
Nee. Bezit van een middel van lijst I of lijst II is strafbaar, ook een kleine hoeveelheid en ook voor eigen gebruik. Wat er wel bestaat, is beleid over wat het Openbaar Ministerie met zo’n zaak doet. Dat is de dienst die beslist wie er voor de rechter komt. Dat staat in de Aanwijzing Opiumwet, de richtlijn waarin het Openbaar Ministerie vastlegt waar het bij drugszaken op inzet.
Bij een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik staat volgens die richtlijn de hulpverlening voorop in plaats van de straf. Als geringe hoeveelheid noemt het Openbaar Ministerie wat doorgaans als één portie wordt verkocht. Dat is één pil, of een bolletje, wikkel of ampul: de kleine verpakkingen waarin poeder en vloeistof worden verkocht. In elk geval gaat het om niet meer dan 0,5 gram. Voor GHB gaat het om een portie van 5 milliliter. Bij cannabis geldt 5 gram als de grens waaronder iemand niet een aantal dagen wordt vastgehouden. En bij hoogstens vijf hennepplanten gaat het Openbaar Ministerie er in beginsel van uit dat er niet bedrijfsmatig wordt geteeld.
Dat verschil tussen mogen en niet vervolgd worden is geen woordenspel. De politie mag het middel in beslag nemen en een aanhouding blijft mogelijk. Wie in het buitenland met dezelfde hoeveelheid wordt aangehouden, heeft aan het Nederlandse beleid niets. De leeftijdsgrens van 18 jaar hoort trouwens bij de coffeeshop en niet bij de Opiumwet. Voor bezit kent de wet geen leeftijdsgrens.
Waar je betrouwbare informatie en hulp vindt
Voor vragen over een middel, over gebruik in de eigen omgeving of over stoppen is er de Drugs Infolijn van het Trimbos-instituut. Die lijn is op werkdagen van negen tot vijf te bereiken op 0900 1995. Het gesprek kost 10 cent per minuut. Wie zich zorgen maakt over iemand anders kan er ook terecht; dat is een van de meestgestelde vragen aan die lijn. Voor een behandeling loopt de route via de huisarts, die kan doorverwijzen naar de verslavingszorg.
Veelgestelde vragen over harddrugs en softdrugs
Welke soorten harddrugs zijn er?
De bekendste middelen op lijst I van de Opiumwet zijn heroïne, cocaïne en crack, amfetamine en methamfetamine, MDMA (XTC), GHB, LSD en ketamine. De lijst bevat daarnaast honderden zelden gebruikte stoffen, en hij wordt bijgewerkt zodra een nieuwe stof opduikt.
Wat behoort tot de softdrugs?
Op lijst II staan hasj en wiet, lachgas, paddo’s met de werkzame stoffen psilocine en psilocybine, en qat, in oudere teksten khat genoemd. Ook een lange reeks slaap- en kalmeringsmiddelen staat erop, zoals diazepam, oxazepam en temazepam. Dat laatste verbaast veel mensen: een middel dat de huisarts voorschrijft, valt in de wet onder de softdrugs.
Hoe merk je dat je verslaafd bent?
Artsen gebruiken daarvoor elf kenmerken uit het internationale handboek waarin psychiatrische aandoeningen staan beschreven, de DSM-5. Het gaat om meer gebruiken dan je van plan was en om mislukte pogingen om te minderen. Verder om problemen op school, op het werk of in relaties, en om steeds meer nodig hebben voor hetzelfde effect. Bij twee of drie kenmerken spreken artsen van een milde stoornis. Bij vier of vijf is die matig en bij zes of meer ernstig. Dezelfde reeks werkt ook bij verslaving zonder middel.
Waarom zijn sommige drugs verboden en andere niet?
Omdat de lijsten van de Opiumwet voortkomen uit internationale verdragen uit 1961 en 1971, en niet uit een meting van de schade. Alcohol en tabak vielen buiten die verdragen en zijn in eigen wetten geregeld. Dat is de reden dat een vergelijking van schadelijkheid, zoals het RIVM die in 2009 liet maken, een andere rangschikking oplevert dan de wet.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.
Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.
Bronnen
- De Opiumwet op wetten.overheid.nl, met lijst I en lijst II; hier is nagegaan welke middelen erop staan en dat alcohol en tabak er niet in voorkomen.
- De Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie, voor de geringe hoeveelheid van 0,5 gram, de 5 gram cannabis, de vijf hennepplanten en de voorrang voor hulpverlening.
- Rijksoverheid, Per 1 januari 2023 verbod op lachgas, over de plaatsing op lijst II en de uitzonderingen voor zorg, industrie en slagroompatronen.
- Trimbos-instituut, Drugsgebruik onder volwassenen in Nederland in 2024, voor de percentages over het afgelopen jaar en de aantallen gebruikers uit de Leefstijlmonitor.
- RIVM, Ranking van drugs (2009), de vergelijking van 19 middelen op giftigheid, verslavendheid en maatschappelijke schade waarin alcohol en tabak hoog eindigen.
- KNMG, DSM-5: criteria stoornis in het gebruik van middelen, voor de elf kenmerken en de indeling in mild, matig en ernstig.
- De Drugs Infolijn van het Trimbos-instituut, voor het nummer, de openingstijden en de kosten van een gesprek.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.
Verder lezen in Maatschappelijk
De regels en risico’s van online gokken in NederlandOnline gokken mag in Nederland sinds 2021, maar de regels zijn flink aangescherpt. Lees welke limieten, reclameregels en risico's er nu gelden.
Behandeling van obesitas en wat er wordt vergoedObesitas behandel je in stappen: eerst een leefstijlprogramma, daarna soms medicijnen of een operatie. Je leest wat er wordt vergoed.
Wie betaalt je opleiding? De regelingen en subsidies in 2026Wie betaalt je opleiding nu het STAP-budget weg is? Je leest welke regelingen in 2026 nog bestaan, wie er recht op heeft en waar het geld echt zit.
Oud en nieuw: waar onze tradities vandaan komenOud en nieuw voelt eeuwenoud, maar de meeste gebruiken zijn jonger dan je denkt. Je leest waar de oliebol, de nieuwjaarsduik en het vuurwerk vandaan komen.