Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Marketing

Wat doet een landingspagina en waaraan voldoet hij?

Een landingspagina is de pagina waarop een bezoeker binnenkomt na een advertentie of zoekresultaat. Lees waaraan een goede voldoet.

Bijgewerkt op 6 minuten lezen
Vliegtuig landt boven een rechte weg door de woestijn

Het woord klinkt technischer dan het is: elke pagina waarop iemand binnenkomt, is een landingspagina. Wat we meestal bedoelen is een pagina die met opzet zo is gebouwd, voor één zoekvraag of één advertentie. En daar zit meteen de winst: wie op een advertentie voor een leren bank klikt en op de homepage van een meubelzaak belandt, moet opnieuw gaan zoeken. Een deel doet dat niet. Google rekent die ervaring ook mee in de kwaliteitsscore van je advertenties, dus een slechte landingspagina kost je twee keer: minder mensen die doorklikken en een hogere prijs per klik.

Waarvoor je een landingspagina inzet

De bekendste toepassing is de betaalde campagne. Je adverteert op Google via SEA, en wie klikt komt rechtstreeks op de pagina van dat ene product of die ene actie terecht. Bij zulke campagnes in Google Ads betaal je per klik, dus elke bezoeker die op de verkeerde pagina afhaakt, heeft geld gekost.

Daarnaast kun je landingspagina’s gebruiken zonder advertenties, gewoon om gevonden te worden. Verkoop je meubels, dan schrijf je aparte pagina’s over tafels, stoelen en kasten, en eventueel nog specifieker over een houten eettafel of een leren bankstel. Iemand die zoekt op ‘leren bankstel kopen’ komt dan op een pagina die daarover gaat en niet op een overzicht van het hele assortiment.

Een derde vorm is de plaatspagina: een advocatenkantoor in Utrecht maakt pagina’s voor de omliggende gemeenten, of een landelijk bedrijf voor elke provincie. Dit werkt, maar er zit een addertje onder het gras dat de meeste artikelen erover niet noemen. Zet je vijftig pagina’s online waarin alleen de plaatsnaam verschilt, dan is dat voor Google dunne, opgeklopte inhoud en kan het je zichtbaarheid schaden in plaats van helpen. Zo’n pagina moet echt iets plaatselijks bevatten: waar je zit, wanneer je er bent, klanten uit die omgeving, of de regels van die gemeente. Kun je dat niet invullen, maak de pagina dan niet.

Waaraan een goede landingspagina voldoet

Het belangrijkste is dat de pagina de belofte van de advertentie of het zoekresultaat waarmaakt, en dat de bezoeker dat binnen een paar seconden ziet. Beloof je 20 procent korting op één model, dan staat dat model met die korting boven aan de pagina, in dezelfde woorden en met hetzelfde beeld als in de advertentie. Andere producten leiden alleen maar af.

Daarna komt de call to action, de knop of de actie die je van de bezoeker vraagt. Eén handeling per pagina, niet meer. Dezelfde knop mag wel op meerdere plekken staan, boven- en onderaan, als hij er maar steeds hetzelfde uitziet. Dat is het KISS-principe in de praktijk: hoe minder keuzes je iemand geeft, hoe groter de kans dat hij de juiste maakt.

Snelheid en stabiliteit van de pagina

En dan de kant die vaak wordt overgeslagen: snelheid en stabiliteit. Google meet de gebruikerservaring van een pagina met drie waarden, de Core Web Vitals, en geeft daar harde grenzen bij. In de tabel hieronder staan die drie, wat ze meten en wat de bezoeker ervan merkt.

WaardeGrens voor ‘goed’Wat de bezoeker merkt
Largest Contentful PaintBinnen 2,5 secondenHoe snel het grootste beeld of blok tekst in beeld staat
Interaction to Next PaintHoogstens 200 millisecondenHoe snel de pagina reageert op een klik of tik
Cumulative Layout ShiftHoogstens 0,1Of de pagina verspringt terwijl hij laadt
Bron: Google, Core Web Vitals op web.dev. De grenzen gelden voor 75 procent van de paginabezoeken, apart gemeten voor mobiel en desktop.

Die laatste, het verspringen, is de sluipmoordenaar op mobiel: je wilt op een knop tikken, er laadt nog een afbeelding, alles schuift naar beneden en je klikt op iets anders. Een bezoeker die dat overkomt bij een advertentie waar jij voor betaald hebt, is meestal weg.

Meten of de pagina werkt

Een landingspagina heeft één doel, dus één getal: het aandeel bezoekers dat doet wat je vraagt. Dat is het conversiepercentage. Krijg je 500 bezoekers en vragen er 15 een offerte aan, dan is dat 3 procent. Wat een goed percentage is, hangt sterk af van je vak en je prijs. Algemene benchmarks zeggen daarom weinig; de enige zinnige vergelijking is die met je eigen cijfer van vorige maand.

Wil je de pagina verbeteren, verander dan één ding tegelijk: de kop, de knoptekst, het formulier. Verander je er drie tegelijk en het gaat beter, dan weet je nog steeds niet waardoor. En bedenk dat een formulier met vier velden vrijwel altijd meer oplevert dan hetzelfde formulier met tien; elk veld dat je niet meteen nodig hebt, kun je later nog vragen.

Het grootste rendement zit trouwens zelden in de pagina zelf. Het zit in de aansluiting: dezelfde woorden in de zoekterm, de advertentie en de kop van de pagina. Klopt die lijn niet, dan helpt geen enkele knopkleur. Hoe je zulke teksten schrijft zonder in de bekende valkuilen te lopen, lees je in een apart artikel.

Veelgestelde vragen over landingspaginas

Wat is een landingspagina precies?

Een landingspagina is de pagina waarop een bezoeker binnenkomt, meestal na een klik op een advertentie of een zoekresultaat. In de praktijk gaat het om een pagina die met opzet voor één onderwerp of één actie is gebouwd, met één duidelijke vervolgstap.

Wat is het verschil met een homepage?

Een homepage moet alles tegelijk kunnen: bedrijf, aanbod en navigatie. Een landingspagina doet er één ding en laat de rest weg. Wie op een advertentie klikt en op de homepage belandt, moet opnieuw gaan zoeken, en een deel haakt daar af.

Hoeveel landingspagina’s kun je maken?

Zoveel als je er met echte inhoud kunt vullen. Tientallen bijna identieke pagina’s waarin alleen de plaatsnaam verschilt, gelden bij Google als dunne inhoud en kunnen je zichtbaarheid schaden. Elke pagina moet iets bevatten dat op de andere niet staat.

Hoe snel moet een landingspagina laden?

Google noemt een pagina goed als het grootste beeld of tekstblok binnen 2,5 seconden staat, de pagina binnen 200 milliseconden op een tik reageert en er nauwelijks iets verspringt tijdens het laden. Die grenzen gelden voor 75 procent van de bezoeken, apart gemeten voor mobiel en desktop.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • web.dev, de ontwikkelaarssite van Google: de drie Core Web Vitals, hun grenswaarden en het 75e percentiel waarop ze worden gemeten.
  • Google Ads Help, de handleiding bij Google Ads, geraadpleegd 16 september 2026. Zonder link, want het is een helppagina van het bedrijf zelf. Draagt de landingspagina-ervaring als onderdeel van de kwaliteitsscore, en het verband met de prijs per klik.
  • Google Search Central, de documentatie voor websitebeheerders: waarom automatisch vermenigvuldigde pagina’s zonder eigen waarde als spam worden gezien.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Marketing

Alle artikelen in Marketing