Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Producten

Stadsverwarming en blokverwarming

Stadsverwarming en blokverwarming werken bijna hetzelfde, maar de regels verschillen. Lees de kosten in 2026 en je rechten.

Bijgewerkt op 11 minuten lezen
Hand bedient een thermostaat aan de muur die 19,5 graden aangeeft

Bij stadsverwarming komt de warmte voor je radiatoren en je kraan niet uit een cv-ketel, maar uit een ondergronds buizennetwerk: het warmtenet. Blokverwarming werkt technisch bijna hetzelfde, maar juridisch is het iets anders, en dat merk je aan je tarief en aan je rechten. Daarbij maakt de Warmtewet plaats voor de Wet collectieve warmte. Kook je nog op gas en denk je aan de overstap, lees dan eerst wat er komt kijken bij elektrisch koken in plaats van gas.

Wat is stadsverwarming

Stadsverwarming is verwarming via een warmtenet: een ondergronds buizennetwerk waar warm water doorheen stroomt. Dat water verwarmt je woning en je kraan- en douchewater. In huizen op het warmtenet staat geen cv-ketel. In plaats daarvan hangt er een afleverset, die de warmte uit het net overdraagt aan je eigen installatie.

Nederland telde in 2024 ongeveer 526.000 warmteaansluitingen, goed voor naar schatting 558.000 woningen. Dat is 7,3 procent van alle Nederlandse woningen, gemeten over 2023 door het CBS. Bij appartementen ligt dat aandeel op 12,4 procent en bij woningen die vanaf 2015 zijn gebouwd op 20,2 procent. In sommige gemeenten is het warmtenet allang de norm: in Purmerend zit 66 procent van de woningen erop, in Almere 59 procent, in Nieuwegein 53 procent en in Utrecht 35 procent.

Het gaat niet om één groot net. Nederland telt 527 warmtenetten: 22 grote netten die samen 78 procent van alle aansluitingen bedienen, 54 middelgrote en 451 kleine. Gemiddeld stoot een warmtenet 41 procent minder CO2 uit dan een cv-ketel op aardgas, gerekend over 2024. Het water in de buizen wordt verwarmd met warmte uit verschillende bronnen.

  • Geothermie: warmte uit de aarde zelf
  • Aquathermie: warmte uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater
  • Restwarmte van bedrijven
  • Biomassa en, op koude dagen, gasgestookte hulpketels

Een landelijke uitsplitsing van die bronmix in percentages bestaat niet. Wat het Nationaal Warmtenet Trendrapport wel vaststelt: de grote netten draaien hoofdzakelijk op restwarmte en biomassa, terwijl de kleinere netten een gevarieerder palet aan bronnen gebruiken. Restwarmte is op dit moment de belangrijkste bron.

Geothermie (aardwarmte)

In alle aardlagen zit water dat warmer wordt naarmate je dieper komt. Om die warmte naar boven te halen worden diepe putten geboord; een warmtewisselaar haalt de warmte uit het water zodat die bruikbaar is. Op de kaart van Geothermie Nederland staan de 24 aardwarmte-locaties in ons land. Het CBS telde in 2024 twintig aardwarmteprojecten die daadwerkelijk in gebruik waren, samen goed voor 7.478 terajoule warmte, tien procent meer dan in 2023. Het overgrote deel van die warmte gaat naar de glastuinbouw; het aandeel voor woningen en industrie groeit gestaag.

Aquathermie

Aquathermie gebruikt warmte uit oppervlaktewater in rivieren, kanalen en meren, en uit afvalwater en drinkwater. Die warmte wordt opgeslagen in de bodem en daarna met een warmtepomp verder opgewarmd tot de temperatuur die het warmtenet nodig heeft. Aquathermie wordt ook gebruikt om gebouwen juist te koelen.

Restwarmte van bedrijven

Bij industriële processen komt jaarlijks veel warmte vrij die nu nog de lucht in verdwijnt. Die restwarmte kan worden hergebruikt binnen het bedrijf zelf, door buurbedrijven of door woningen in de stad. Een voorbeeld is de warmterotonde in Zuid-Holland: een ringnet van leidingen dat warmte vervoert van de bron naar de afnemer, waarop meerdere leveranciers van restwarmte kunnen worden aangesloten.

Blokverwarming

Blokverwarming is een collectieve installatie voor één gebouw of huizenblok, meestal een appartementencomplex. Eén ketel of warmtepomp verwarmt alle woningen; er staat dus geen cv-ketel per woning. Technisch lijkt dat sterk op stadsverwarming, maar juridisch ligt het anders.

Levert je verhuurder of je vereniging van eigenaren de warmte door, dan is die verhuurder of VvE volgens de Autoriteit Consument en Markt geen warmteleverancier. De maximumtarieven die de ACM vaststelt, gelden dan niet rechtstreeks voor die doorlevering. Wat er wel geldt is het huurrecht: het bedrag moet redelijk zijn. Bij een geschil ga je naar de Huurcommissie, niet naar de Geschillencommissie Energie.

Er is één nuance. Heeft je verhuurder zelf een warmteovereenkomst met een warmteleverancier en levert hij door aan bewoners met elk een kleine aansluiting tot 100 kilowatt, dan betaalt hij zelf niet meer dan het ACM-maximum. Dat werkt indirect door in wat jij betaalt, maar het is iets anders dan een recht op dat maximum.

Verschil tussen stadsverwarming en blokverwarming

Het verschil zit niet in de techniek maar in wie je tegenpartij is. Bij stadsverwarming heb je een eigen contract met een vergunninghoudende warmteleverancier. Bij blokverwarming via een verhuurder of VvE heb je dat meestal niet.

OnderwerpStadsverwarming (warmtenet)Blokverwarming via verhuurder of VvE
Wie levertWarmteleverancier met vergunningVerhuurder of VvE, juridisch geen warmteleverancier
ContractEigen warmteovereenkomst op jouw naamMeestal geen eigen contract; kosten lopen via huur of VvE-bijdrage
Leverancier kiezenNiet mogelijk: één net, één leverancier per gebiedNiet mogelijk: het collectief kiest
TariefreguleringACM-maximumtarieven gelden rechtstreeksACM-maxima gelden niet voor de doorlevering; het tarief moet redelijk zijn
MetingIndividuele meter en jaarafrekeningIndividuele meting of berekening, vaak met warmtekostenverdelers
StoringscompensatieJa, wettelijk geregeldNee, deze regels gelden hier niet
Waar je met een geschil terechtkuntGeschillencommissie EnergieHuurcommissie
Bron: ACM ConsuWijzer en ACM, stand augustus 2026.

Wat kost stadsverwarming in 2026?

Omdat je niet kunt overstappen, stelt de ACM ieder jaar vast wat een warmteleverancier maximaal mag rekenen. Voor 2026 is dat 40,97 euro per gigajoule, tegen 43,79 euro in 2025: een daling van 6,4 procent. Daarbovenop komen vaste kosten van maximaal 827,91 euro per jaar. Een huishouden met een gemiddeld verbruik van 25 gigajoule betaalt in 2026 dus hooguit ongeveer 1.852 euro. Je leverancier mag lager zitten dan het maximum, dus controleer altijd je eigen tarievenblad.

TariefcomponentMaximum 2026
Variabel tarief per gigajoule40,97 euro
Vastrecht verwarming en warm water615,66 euro per jaar
Meettarief33,73 euro per jaar
Huur afleverset verwarming en warm water178,51 euro per jaar
Vaste kosten samen827,91 euro per jaar
Eenmalige aansluitbijdrage, inclusief 25 meter leiding5.296,30 euro
Definitief afsluiten3.904,26 euro
Tijdelijk afsluiten, maximaal twee jaar620,44 euro
Bron: ACM, Tarieven warmte en koude, geactualiseerd 6 augustus 2026. Bedragen inclusief btw, kleine aansluiting tot 100 kW.

Let op een verwarring die in veel berichtgeving terugkomt. De 827,91 euro is de som van álle vaste kosten. Het vastrecht op zichzelf is 615,66 euro; het meettarief en de huur van de afleverset komen daar los bij.

Het tarievenbesluit pakt niet voor iedereen gelijk uit. Voor een huishouden met 25 gigajoule verbruik levert 2026 een voordeel van 3,34 euro op ten opzichte van 2025. Een huishouden dat maar 5 gigajoule gebruikt, betaalt juist tot 53,04 euro meer. Dat komt door het gewicht van de vaste kosten: hoe minder je verbruikt, hoe zwaarder die drukken.

Hoe stelt de ACM de maximumtarieven vast?

De basis is het niet-meer-dan-anders-principe, kortweg NMDA. De ACM rekent uit wat een vergelijkbaar huishouden met een gasketel zou betalen en gebruikt dat als plafond voor warmte. Dat verklaart waarom de warmteprijs meebeweegt met de gasprijs, ook al komt de warmte helemaal niet uit gas.

Vanaf 2026 gebruikt de ACM drie peilmomenten voor de gasprijs, in september, oktober en november, in plaats van alleen november. Daarmee dempt de toezichthouder de invloed van uitschieters in één maand.

Van Warmtewet naar Wet collectieve warmte

De Warmtewet wordt vervangen door de Wet collectieve warmte. De Tweede Kamer nam die wet aan op 3 juli 2025, de Eerste Kamer op 9 december 2025, en publicatie in het Staatsblad volgde op 22 januari 2026. De wet treedt gefaseerd in werking bij koninklijk besluit; de ACM gaat uit van 1 januari 2027, maar dat besluit is nog niet definitief gepubliceerd.

De belangrijkste verandering voor je portemonnee komt daarna. De koppeling van de maximumtarieven aan de gasprijs verdwijnt geleidelijk. Vanaf ongeveer 2028 gaan netten met meer dan 1.500 aansluitingen over op kostengebaseerde tarieven: je betaalt dan voor wat de warmte werkelijk kost in plaats van voor wat gas zou hebben gekost.

Kan elk huis worden aangesloten?

Technisch kan bijna elk huis op een warmtenet, maar dat is niet de vraag die telt. Er bestaat geen aansluitplicht voor bestaande woningen. Wat wel bepalend is: de gemeente legt in haar warmteprogramma vast welke wijken van het aardgas af gaan en wanneer. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie geeft gemeenten daarvoor een aanwijsbevoegdheid en treedt naar verwachting uiterlijk op 1 januari 2027 in werking.

Daarnaast spelen drie praktische factoren mee: hoe dicht het bestaande net ligt, hoeveel woningen er per vierkante kilometer staan, en hoe goed die woningen zijn geïsoleerd. Een warmtenet is rendabeler naarmate er meer afnemers dicht bij elkaar zitten, want minder leidingen betekent minder investering, minder onderhoud en minder warmteverlies onderweg. Een slecht geïsoleerd huis verbruikt bovendien veel meer warm water dan nodig.

Waar is nu stadsverwarming

Je vindt stadsverwarming vooral in de grotere steden en in naoorlogse nieuwbouwwijken: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Almere, Purmerend, Nieuwegein, Leiden en Enschede. Wil je weten of jouw wijk aan de beurt komt en wanneer, dan is het warmteprogramma van je gemeente de plek om te kijken.

De groei gaat minder hard dan vaak wordt gesuggereerd. Het kabinet wil vóór 2030 vijfhonderdduizend extra bestaande woningen en gebouwen op een warmtenet aansluiten. Dat komt neer op ongeveer honderdduizend per jaar als doelstelling, niet als realisatie. In 2024 was 11,2 procent van de Nederlandse woningen aardgasvrij, tegen 8,7 procent twee jaar eerder.

Welke rechten heb je als afnemer?

Omdat je niet kunt overstappen, staan er rechten tegenover. Je hebt recht op meting of berekening van je verbruik en op een jaarafrekening. Valt de warmte uit, dan geldt een vaste compensatie: 35 euro bij een storing van acht tot twaalf uur, en daarna 20 euro per extra vier uur.

Die storingscompensatie geldt alleen als je een eigen warmteovereenkomst hebt. Krijg je je warmte via je verhuurder of VvE, dan valt die regeling weg. Wel heb je sinds 25 oktober 2020 recht op een slimme meter, tenzij dat technisch onhaalbaar of onredelijk duur is.

Nadelen van stadsverwarming

Het grootste nadeel is dat je geen keuze hebt. De ACM zegt het zonder omhaal: bij warmte kun je niet van leverancier overstappen. Een tweede buizenstelsel aanleggen is nu eenmaal niet realistisch, dus per gebied is er één net met één leverancier. Voor je stroom kun je nog wel gewoon kiezen.

Het tweede nadeel zijn de hoge vaste kosten. Wie zuinig stookt of een klein appartement heeft, betaalt verhoudingsgewijs veel voor het vastrecht, het meettarief en de afleverset. En wil je eraf, dan kost dat geld: definitief afsluiten komt in 2026 op maximaal 3.904,26 euro, plus de investering in een alternatief zoals een warmtepomp.

Geen cv-ketel

Daar staat een reëel voordeel tegenover. Wie op het warmtenet zit, hoeft geen cv-ketel te kopen en ook niet te laten onderhouden. Een nieuwe cv-ketel kost al snel 1.500 euro of meer, huren komt op ongeveer 35 euro per maand en het jaarlijkse onderhoud op zo’n 75 euro. Ook de schoorsteen, de rookgasafvoer en de periodieke keuring vervallen. In ruil daarvoor betaal je huur voor de afleverset.

Als je je energierekening niet meer kunt betalen

Loopt de rekening op en kun je die niet meer dragen, wacht dan niet af. In onze blog over wat er gebeurt als je de gas- en elektriciteitsrekening niet meer betaalt lees je welke stappen een leverancier mag zetten en wat je zelf kunt doen. Achtergrond bij de prijsstijgingen van de afgelopen jaren staat in onze blog over waarom alles steeds duurder wordt. Over de tijdelijke steunmaatregel schreven we eerder over het prijsplafond voor energie.

Veelgestelde vragen over stadsverwarming en blokverwarming

Wat kost stadsverwarming per jaar?

In 2026 mag een leverancier maximaal 40,97 euro per gigajoule rekenen, plus vaste kosten van maximaal 827,91 euro per jaar. Een huishouden met een gemiddeld verbruik van 25 gigajoule betaalt dus hooguit ongeveer 1.852 euro. Je leverancier mag onder dat maximum blijven, dus kijk altijd op je eigen tarievenblad wat je werkelijk betaalt.

Is stadsverwarming duurder dan gas?

Wettelijk niet: de maximumtarieven zijn nog gekoppeld aan de gasprijs via het niet-meer-dan-anders-principe. In de praktijk hangt het af van je verbruik. Door de hoge vaste kosten zijn huishoudens met een laag verbruik vaak duurder uit, terwijl grootverbruikers er beter uitkomen.

Mag ik van het warmtenet af?

Voor bestaande woningen bestaat geen wettelijke plicht om aangesloten te blijven. Wel kost afsluiten geld: in 2026 maximaal 3.904,26 euro definitief en 620,44 euro tijdelijk, voor hooguit twee jaar. Je hebt bovendien een alternatief nodig, en in een wijk die de gemeente heeft aangewezen keert het aardgas niet terug.

Is blokverwarming duurder dan stadsverwarming?

Dat hangt van je situatie af en is vaak lastiger te controleren. Bij blokverwarming via je verhuurder of VvE gelden de ACM-maximumtarieven niet rechtstreeks, omdat die partij juridisch geen warmteleverancier is. Het tarief moet wel redelijk zijn onder het huurrecht. Vind je het bedrag onredelijk, dan is de Huurcommissie het loket, niet de ACM.

Kan ik zelf een warmteleverancier kiezen?

Nee. Per gebied ligt er één net met één leverancier, en overstappen kan niet. Juist omdat die keuze ontbreekt, stelt de ACM elk jaar maximumtarieven vast als bescherming. Voor je elektriciteit kun je wel gewoon van leverancier wisselen. Vergelijk daarbij vanaf 2027 ook de terugleververgoeding en de terugleverkosten, want de salderingsregeling stopt op 1 januari 2027.

Wat verandert er met de Wet collectieve warmte?

De Wet collectieve warmte vervangt de Warmtewet en is op 22 januari 2026 in het Staatsblad gepubliceerd. Hij treedt gefaseerd in werking bij koninklijk besluit; de ACM houdt 1 januari 2027 aan. De grootste verandering volgt daarna: de koppeling met de gasprijs verdwijnt en maakt vanaf ongeveer 2028 plaats voor kostengebaseerde tarieven bij netten met meer dan 1.500 aansluitingen.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Producten

Alle artikelen in Producten