Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Marketing

Boekverslag schrijven, van basisschool tot eindexamen

Een boekverslag schrijven doe je in vier delen: gegevens, verhaal, analyse en oordeel. Lees ook wat je school per niveau verwacht.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Scholier maakt op een herfstavond aan een bureau aantekeningen in een opengeslagen roman naast een laptop

Op de havo lees je voor het eindexamen minstens 8 literaire werken en op het vwo 12, waarvan drie van voor 1880. Over die boeken moet je beargumenteerd verslag uitbrengen van je leeservaring. Zo staat het in het examenprogramma van het College voor Toetsen en Examens, de overheidsorganisatie die de eindexamens regelt. Het woord beargumenteerd is de kern. Een oordeel met voorbeelden uit het boek vraagt het vmbo ook al. Op de havo komen daar argumenten bij over goed en fout in het verhaal en over wat je ervan leerde. Op het vwo gaat het ook over de opbouw en de stijl van het boek.

Wat een boekverslag is en wat niet

Een boekverslag is een tekst voor je docent over een boek dat je hebt gelezen. Je docent kent het boek meestal al. Hij of zij wil dus niet horen wat er gebeurt, maar of jij het begrijpt en wat je ervan vindt. Daarom mag je in een boekverslag het einde verklappen.

Drie andere tekstsoorten lijken erop en worden er vaak mee verward. Een samenvatting geeft alleen de inhoud, zonder mening. Bij een boekverslag is dat één onderdeel, en niet het grootste. Een recensie is een beoordeling voor lezers die het boek nog niet kennen. Het einde verklap je daarin niet, en je oordeel staat voorop. Een analyse onderzoekt hoe het boek gemaakt is: wie vertelt, hoe de tijd loopt en welk thema erin zit. Een analyse hoeft geen mening te hebben.

Een goed boekverslag combineert die drie: een korte samenvatting, een analyse en een oordeel. Welke onderdelen je docent precies wil, staat in de opdracht of in het leesdossier van je school. Een leesdossier is de map waarin je per gelezen boek je verslagen en aantekeningen bewaart. Het landelijke examenprogramma schrijft geen vaste vorm en geen lengte voor.

Wat je school per niveau van je vraagt

Op de basisschool leer je een boek beleven en navertellen. Op het vmbo zie je hoe het verhaal werkt, en op havo en vwo oordeel je er kritisch over. Daarvoor bestaat een wettelijk kader, het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. In het onderwijs heet het ook wel het referentiekader. Een referentieniveau is een landelijke maat voor wat een leerling aan het eind van een schoolsoort kan. Voor het lezen van verhalen en boeken beschrijft het besluit vier niveaus. Hoe de taalniveaus 1F tot en met 4F in het algemeen in elkaar zitten, lees je in een apart artikel.

In de tabel hieronder zie je per schoolsoort welk niveau geldt en hoe je volgens het besluit moet kunnen lezen. De laatste kolom geeft het minimumaantal boeken voor het eindexamen.

SchoolsoortNiveauZo lees je volgens het besluitBoeken voor het examen
Basisschool1F en 2FJeugdliteratuur belevend (1F), eenvoudige adolescentenliteratuur herkennend (2F)Geen landelijk aantal
Vmbo2FEenvoudige adolescentenliteratuur, herkennendGeen landelijk aantal
Havo3FAdolescentenliteratuur en eenvoudige volwassenenliteratuur, kritisch en reflecterendMinstens 8, oorspronkelijk Nederlandstalig
Vwo4FVolwassenenliteratuur, interpreterend en esthetischMinstens 12, oorspronkelijk Nederlandstalig, waarvan 3 van voor 1880
Bron: Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen en de examenprogramma’s Nederlands van het College voor Toetsen en Examens, examenjaar 2027.

Wat de vier leeswijzen betekenen

Die leeswijzen bouwen op elkaar voort. Belevend lezen betekent dat je meeleeft met de hoofdpersoon. Herkennend lezen betekent dat je ziet hoe het verhaal werkt, zoals het genre en de personages. Reflecterend lezen betekent dat je nadenkt over wat het boek met jou en de wereld te maken heeft. Interpreterend en esthetisch lezen betekent dat je uitlegt wat het boek betekent en waarom het zo geschreven is. Adolescentenliteratuur zijn boeken die voor oudere tieners en jongvolwassenen zijn geschreven.

Op het vmbo vraagt het examenprogramma bij een boek onder meer dat je het denken en handelen van de personages beschrijft. Ook geef je een persoonlijke reactie en licht je die toe met voorbeelden uit het boek. In de kaderberoepsgerichte, gemengde en theoretische leerweg wijs je daarnaast kenmerken van fictie aan en zoek je achtergrondinformatie.

Het mbo staat niet in de tabel. Het besluit zondert voor alle beroepsopleidingen in het mbo het onderdeel over verhalen en literatuur uitdrukkelijk uit. Of je op het mbo een boekverslag schrijft, hangt dus af van je opleiding.

Basisschool en onderbouw volgens de nieuwe kerndoelen

Sinds 1 augustus 2026 gelden nieuwe kerndoelen Nederlands voor de basisschool en de eerste jaren van de middelbare school. Kerndoelen zijn de wettelijke doelen die zeggen wat elke school minimaal moet aanbieden. Ze staan in het Staatsblad van 14 juli 2026, en scholen hebben tot het schooljaar 2031-2032 om ze in te voeren. Literatuur is daarin een eigen onderdeel met twee doelen.

Voor een boekverslag op de basisschool is één zin uit die doelen het nuttigst. De leerling beschrijft welk probleem of welke wens van de hoofdpersoon de motor van het verhaal is, en hoe het verhaal zich ontwikkelt. Dat is meer dan navertellen: je zoekt waarom de hoofdpersoon doet wat hij doet. Verder vragen de kerndoelen een waardeoordeel over het boek en je eigen leeservaring.

In de onderbouw van de middelbare school gaat het een stap verder. Daar beschrijf je hoe een schrijver verteltechnieken gebruikt om effect te bereiken, en hoe tijd, plaats en omstandigheden het verhaal beïnvloeden. Poëzie, proza en toneel leer je al op de basisschool uit elkaar te houden, in de onderbouw ook op minder eenvoudige kenmerken. Waar precies de grens ligt, staat in ons artikel over wat poëzie is.

Het eindexamen nu

Op de havo en het vwo telt literatuur mee in het schoolexamen. Een schoolexamen is het deel van het eindexamen dat je school zelf afneemt, verspreid over de laatste jaren. Hoe je verslag uitbrengt, bepaalt je school dus zelf, bijvoorbeeld met een leesdossier, losse verslagen of een mondeling. Het examenprogramma eist wel dat de boeken oorspronkelijk in het Nederlands zijn geschreven. Een vertaalde roman telt niet mee, ook niet als hij verder prima op je leeslijst past.

Het nieuwe examenprogramma vanaf 2029

Er komt een nieuw examenprogramma. In september 2026 leverde de vakvernieuwingscommissie de definitieve concepten op, onder regie van SLO. SLO is het nationale expertisecentrum dat voor de overheid de leerplannen ontwikkelt. De nieuwe programma’s gaan naar verwachting in 2029-2030 in: in de vierde klas van havo en vwo en de derde klas van het vmbo. Het blijft een concept tot de minister het programma vastlegt.

Het aantal blijft 8 op de havo en 12 op het vwo. Wel mogen daar dan twee boeken tussen zitten die oorspronkelijk in een andere taal zijn verschenen. Op het vwo verdwijnt de eis van drie boeken van vóór 1880. Daarvoor in de plaats lees je teksten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis tot 1970, in hertaling of bewerking. Het vmbo krijgt voor het eerst een vast aantal: vier boeken in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, zes in de gemengde en theoretische leerweg.

Een boekverslag schrijven in zes stappen

Een boekverslag schrijven gaat in zes stappen: aantekeningen maken, gegevens noteren, kort navertellen, analyseren, je oordeel onderbouwen en hardop nalezen. Het is zondagavond, het boek ligt half uit naast je laptop en het verslag moet morgen af. Dan is de verleiding groot om alleen de achterflap na te vertellen. De stappen hieronder werken beter, en ze kosten minder tijd, want de eerste zet je al tijdens het lezen.

Lees met een potlood erbij

Schrijf per hoofdstuk in één regel op wat er gebeurt. Noteer ook de bladzijde van elke zin die je raakt, verbaast of ergert. Die zinnen heb je straks nodig als bewijs voor je oordeel. Wie dit onderweg doet, hoeft achteraf niets terug te zoeken.

Zet de gegevens bovenaan

Begin met de feiten: titel, schrijver, jaar van de eerste druk, aantal bladzijden en genre. Het genre is de soort boek, zoals roman, thriller of historische roman. Twijfel je, kijk dan in een overzicht van de verschillende boekgenres. Noem ook de uitgave die je hebt gelezen, want de bladzijden verschillen per druk.

Vertel het verhaal in tien zinnen

Houd de samenvatting kort. Tien zinnen zijn genoeg voor een gewone roman, want je docent kent het verhaal. Schrijf in de tegenwoordige tijd en in je eigen woorden. Noem alleen de gebeurtenissen die je later in je analyse of je oordeel gebruikt. Wat daar niet terugkomt, kan eruit.

Samenvatten en navertellen staan in het referentiekader bij 1F en 2F, de niveaus van de basisschool en het vmbo. Op de havo en het vwo is de samenvatting daarom het deel dat het minst van je laat zien.

Laat zien hoe het boek gemaakt is

In de analyse laat je zien dat je het boek doorziet. Vijf begrippen komen bijna altijd terug.

Personages zijn de figuren in het verhaal. Beschrijf niet alleen hoe de hoofdpersoon is, maar ook wat hij of zij wil en of dat verandert. Het perspectief is de vraag wie het verhaal vertelt. Bij een ik-verteller zie je alles door de ogen van één persoon, terwijl een alwetende verteller weet wat iedereen denkt.

De tijd gaat over de volgorde. Loopt het verhaal van begin tot eind, of springt het terug? Een flashback is een stuk dat eerder gebeurde dan de rest. De ruimte is waar het verhaal speelt, en wat die plek met de personages doet.

Het thema is waar het boek over gaat, in één of twee woorden, zoals schuld of vriendschap. Een motief is iets wat steeds terugkomt en bij dat thema hoort, zoals een voorwerp of een zin.

Schrijf bij elk begrip op wat het effect is. Dat een boek een ik-verteller heeft, zegt weinig. Dat je daardoor pas aan het eind merkt dat de verteller liegt, zegt veel. Precies dat vraagt ook het concept voor het nieuwe examenprogramma: uitleggen hoe de keuzes van een schrijver bijdragen aan wat een tekst betekent.

Geef je oordeel met argumenten

Dit is het deel waarvoor het examenprogramma het woord beargumenteerd gebruikt. Het referentiekader noemt zes soorten argumenten, en elk hoger niveau voegt er soorten aan toe. Wie op de havo alleen schrijft dat het boek spannend was, blijft steken op het niveau van eind groep 8.

In de tabel hieronder staat per soort argument vanaf welk niveau het wordt gevraagd, met een voorbeeldzin.

Soort argumentVanaf niveauVoorbeeldzin
Emotief: wat het boek met je deed1FIk bleef lezen, want ik wilde weten of de broers elkaar terugzagen.
Realistisch: kan dit echt2FIk geloof niet dat een jongen van twaalf dit helemaal alleen regelt.
Moreel: is het goed wat er gebeurt3FZe liegt om haar vriend te beschermen, en dat vind ik te verdedigen.
Cognitief: wat je ervan leerde3FIk wist niet hoe weinig eten er in de Hongerwinter was.
Structureel: hoe het boek is opgebouwd4FOmdat het einde al in het eerste hoofdstuk staat, lees je elke scène anders.
Esthetisch: hoe het is geschreven4FDe korte zinnen maken de angst van de verteller bijna voelbaar.
Bron: Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, bijlage 1. De voorbeeldzinnen zijn van de redactie.

Onderbouw elk argument met een voorbeeld uit het boek, liefst met de bladzijde erbij. Daarvoor heb je tijdens het lezen aantekeningen gemaakt. Een oordeel mag ook negatief zijn. Een boek dat je saai vond, levert een prima verslag op als je kunt uitleggen waardoor het saai werd.

Lees je verslag hardop na

Kromme zinnen hoor je eerder dan je ze ziet. Controleer daarna of elke bewering in je oordeel een voorbeeld uit het boek heeft, en of alle onderdelen uit de opdracht erin staan.

De eerste zin van je boekverslag

Begin je boekverslag met de kern van het verhaal: wie wil wat, en wat staat daartegenover. Een verslag dat opent met de mededeling dat je een boek hebt gelezen, verspilt zijn eerste zin. Een voorbeeld: een meisje van vijftien komt erachter dat haar opa in de oorlog niet in het verzet zat. Nu moet ze kiezen of ze het haar moeder vertelt. Zo’n zin laat meteen zien dat je de motor van het verhaal hebt gevonden. Dat is precies wat de kerndoelen vragen. Daarna volgen de gegevens en de samenvatting.

Mag je AI gebruiken voor je boekverslag?

Dat bepaalt je school. Voor het schoolexamen staan de afspraken in het examenreglement en in het PTA, het programma van toetsing en afsluiting. Het PTA is het overzicht van alle toetsen van het schoolexamen. Volgens de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 moet je school je het PTA elk jaar vóór 1 oktober toesturen. Daarna mag de school het alleen in uitzonderlijke gevallen nog wijzigen. De VO-raad is de vereniging van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs. Die gaf in september 2023 een advies door van Kennisnet, de publieke ICT-organisatie voor het onderwijs. Kennisnet had het opgehaald bij examensecretarissen: leg vast welke plek generatieve AI in die twee stukken krijgt. Anders volgen er vroeg of laat discussies over fraude. Generatieve AI is software zoals ChatGPT die zelf tekst schrijft.

Als je AI gebruikt waar het niet mag

Gebruik je AI waar dat niet mag, dan kan de school dat als onregelmatigheid behandelen. Bij het schoolexamen kan de rector of directeur je dan onder meer een 1 geven voor die toets, of de toets ongeldig verklaren. Dat staat in het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, de regels van de overheid voor het voortgezet onderwijs. Voor een boekverslag in de onderbouw gelden die examenregels niet; daar bepalen je docent en je school wat mag.

Ook waar het wel mag, levert AI je weinig op. Een taalmodel kan een samenvatting maken, en dat is juist het deel dat het minst laat zien. Je eigen leeservaring kan het niet voor je opschrijven, en die vragen de kerndoelen en het examenprogramma allebei. In een mondeling over je leesdossier moet je die ervaring bovendien zelf kunnen uitleggen.

Veelgestelde vragen over het boekverslag

Hoe lang moet een boekverslag zijn?

Daar bestaat geen landelijke regel. Het examenprogramma van het College voor Toetsen en Examens noemt geen lengte en geen vaste vorm, dus je docent of je school bepaalt het. Staat er niets in de opdracht, houd de samenvatting dan kort en besteed de meeste woorden aan je analyse en je oordeel.

Wat is het verschil tussen een boekverslag en een recensie?

Een recensie schrijf je voor lezers die het boek nog niet kennen, dus je verklapt het einde niet en je oordeel staat voorop. Een boekverslag schrijf je voor je docent, die het boek meestal kent. Daarin laat je zien dat je het hele boek begrijpt, inclusief het einde. Het concept voor het nieuwe examenprogramma van de havo noemt een recensie voor leeftijdgenoten als voorbeeld van een opdracht bij literatuur.

Hoeveel boeken moet je lezen voor je eindexamen Nederlands?

Op de havo minstens 8 en op het vwo minstens 12, waarvan drie van voor 1880. De boeken moeten oorspronkelijk in het Nederlands zijn geschreven. Dat staat in het examenprogramma van het College voor Toetsen en Examens, de overheidsorganisatie die de eindexamens regelt. Voor het vmbo bestaat nu nog geen landelijk minimum. Het concept voor het nieuwe examenprogramma vraagt vanaf 2029 vier of zes boeken, afhankelijk van de leerweg.

Mag je een uittreksel van internet gebruiken?

Als controle na het lezen wel, als tekst in je verslag niet. Een uittreksel is een kant-en-klare samenvatting van een boek, vaak door een andere leerling geschreven. Neem je daar zinnen uit over, dan is dat plagiaat. Bij het schoolexamen kan je school dat als onregelmatigheid behandelen, met een 1 als mogelijk gevolg.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Marketing

Alle artikelen in Marketing