fbpx

De officiële taalniveaus in Nederland

Taal is waar we mee communiceren. We spreken soms zinnen uit die eenvoudig zijn. Dit doen we vooral tegen kleine kinderen of anderstaligen. Met elkaar praten we meestal op een gemiddeld niveau. Dit houdt een gesprek gezellig en je hoeft er niet te veel bij na te denken. Maar wie behoorlijk hoog is opgeleid kan soms moeilijke woorden gebruiken in ingewikkelde zinnen.

Voor elke manier van spreken en lezen is een niveau vastgesteld. Dit is niet alleen in Nederland zo. De indeling geldt in heel Europa en is bedoeld om taalniveaus van mensen met elkaar te kunnen vergelijken. Die indeling draagt de naam Common European Framework of Reference (CEFR) en werd ontwikkeld door de Raad van Europa.

Lees verder na de afbeelding.

Maand van de Nederlandse taal - Deel 2

Het Europese referentiekader 

Binnen dit Europese referentiekader zijn 6 niveaus te onderscheiden. Ze worden aangeduid met de letters A, B of C plus het cijfer 1 of 2. Zo lopen de niveaus van A1 tot C2.

Voor Nederlanders die in een ander Europees land gaan werken is het handig om te kunnen aantonen op welk niveau ze functioneren. Want ook het Engels, Frans, Duits en andere Europese talen worden op deze manier in niveaus onderverdeeld.

Voor anderstaligen in Nederland is het behalen van een bepaald taalniveau een must. In de eerste plaats om zelf goed te kunnen functioneren, maar ook om bepaald onderwijs te kunnen volgen of bepaald werk te kunnen doen. Bovendien is een, nog relatief eenvoudig, taalniveau vereist om het inburgeringsexamen te kunnen halen.

Hoe wordt het taalniveau van iemand beoordeeld?

Hoe wordt dat eigenlijk beoordeeld, functioneren op een bepaald taalniveau? De niveaus binnen het CERF toetsen een persoon op 5 belangrijke vaardigheden. Het gaat daarbij om de vaardigheid in het uitspreken van woorden en zinnen, spreken in de vorm van een gesprek, luisteren, lezen en schrijven. De indeling kom je vooral tegen bij het taalonderwijs in Nederland dat aan anderstaligen wordt gegeven. Dit zogenaamde Nt2 onderwijs wordt gegeven tot bepaalde niveaus. Het leidt op tot het inburgeringsexamen of tot staatsexamens die kunnen worden afgelegd.

Het laagste taalniveau A1 is een niveau waarop 5 procent van de bevolking in Nederland functioneert. Andere mensen moeten langzaam en duidelijk tegen hen spreken. Dan begrijpen zij basiszinnen die over henzelf gaan, over hun familie of hun directe leefomgeving. Vertrouwde woorden op een aankondiging, poster of in een catalogus kunnen ze lezen. Ze kunnen met bekende woorden korte zinnen maken, in gesprekken over bekende dingen iets zeggen (vaak met hulp van anderen) en hun naam, adres en nationaliteit opschrijven bij het invullen van een formulier.

Een inburgeringsexamen voor nieuwkomers ligt op niveau A2. Dit is ook het niveau waarop 15 procent van de Nederlandse bevolking zich bevindt. Met A2 kan je zinnen formuleren en de meest voorkomende woorden met betrekking tot je omgeving gebruiken. Die omgeving bestaat dan uit jezelf en je familie, winkelen, je lokale omgeving en je werk. Met A2 kun je eenvoudige teksten lezen en uit folders, advertenties, menu’s en dienstregelingen informatie begrijpen. Ook een eenvoudig kort briefje kun je lezen. Iemand met niveau A2 kan in eenvoudige zinnen en met een eenvoudige reeks uitdrukkingen andere mensen en de eigen familie beschrijven, zijn of haar opleiding benoemen, het werk beschrijven en de eigen leefomgeving omschrijven. Met A2 kun je communiceren over eenvoudige en alledaagse taken, waarbij je hierover directe informatie uitwisselt. Op sociaal gebied kun je korte gesprekjes aan, maar kom je woordkennis tekort om zelf het gesprek gaande te houden. Eenvoudige notities en boodschappen opschrijven kan ook, net als bijvoorbeeld het schrijven van een bedankbriefje.

Het Nederlandse onderwijs en het Europees referentiekader 

De A-, B- en C-niveaus worden vooral gebruikt om anderstaligen te kunnen beoordelen op hun kennis van de Nederlandse taal. Ook een Nederlander die anderstalig is in een ander Europees land, wordt ermee beoordeeld. Binnen het Nederlandse onderwijs wordt gewerkt met afwijkende referentieniveaus. Het zijn de fundamentele niveaus 1 tot en met 4. Deze zogenaamde F-niveaus zijn gekoppeld aan vier momenten in de schoolloopbaan. Ze zien op de basisvaardigheden taal en rekenen.

Zet je de CERF referentiecodes A, B en C naast deze F-niveaus, dan begint A2 op een lager punt dan 1F. A2 is het niveau dat bij het inburgeringsexamen moet worden gehaald en het staat gelijk met dat van een kind in eind groep 6. Leerlingen aan het einde van groep 8 op de basisschool zijn basisgebruiker van de Nederlandse taal en moeten op 1F-niveau functioneren. De Citotoets die zij moeten maken is dus ook opgesteld op 1F-niveau.

Hierna valt een koppeling tussen de twee referentiesystemen wel te maken. Het taalniveau van iemand aan het einde van het VMBO en het einde van MBO 1,2 en 3 ligt op 2F en is vergelijkbaar met B1. Het niveau B1 is ook het niveau waarover iemand moet beschikken bij het staatsexamen, afgelegd na het volgen van Nt2 programma I. 

Aan het einde van MBO-4 of HAVO behoort het taalniveau te liggen op 3F. Is Nederlands je tweede taal, dan zit je op dit niveau als je functioneert op CERF niveau B2. Dit niveau B2 is ook het einddoel als je een staatsexamen gaat afleggen na Nt2 programma II. Je bent dan een onafhankelijk gebruiker van de Nederlandse taal.

Maar het onderwijs in Nederland loopt nog verder door. Je kunt bijvoorbeeld in het voortgezet onderwijs het VWO doen. Heb je daar eindexamen gedaan, dan beheers je het Nederlandse 4F niveau. Dit is vergelijkbaar met C1 van het Europese referentiekader. Iemand op C1 is vaardig gebruiker van de Nederlandse taal en begrijpt lange teksten heel goed. Qua betekenis zowel expliciet als impliciet. Hij of zij spreekt flexibel en hoeft niet naar woorden te zoeken. Drukt zich goed uit op sociaal, academisch en beroepsmatig terrein. Schrijft goed gestructureerd over complexe onderwerpen, gebruikt de juiste verbindingswoorden en maakt gebruik van organisatorische structuren.

Na fundamenteel niveau 4 is de reeks streefniveaus in het Nederlandse onderwijs volledig afgewerkt. Het Europees referentiekader gaat nog een stapje verder. Dit gaat ervan uit dat je na het afronden van een HBO of universitaire opleiding beschikt over het C2 niveau. Iemand op C2 niveau kan met alle 5 de vaardigheden op taalgebied moeiteloos omgaan en is dus zeer taalvaardig.

De taaleisen voor buitenlandse zorgverleners in Nederland 

Voor het halen van het inburgeringsexamen is slechts Europees niveau A2 vereist dat gelijk staat aan groep 6 op de basisschool. Is de nieuwe inwoner een zorgverlener met een buitenlands diploma en wil deze zijn of haar beroep gaan uitoefenen in Nederland, dan liggen de taaleisen (veel) hoger.

Om dit te mogen doen moet de zorgverlener eerst de Algemene Kennis en Vaardigheid (AKV-)toets afleggen. Per beroepsniveau moet hierbij aan bepaalde taaleisen worden voldaan. Voor een MBO beroep, bijvoorbeeld een verpleegkundige, geldt niveau B1. Mensen met een HBO beroep, zoals fysiotherapeuten en verloskundigen, moeten taalniveau B2 beheersen. Gaat het om WO beroepen, zoals artsen, tandartsen, apothekers en psychologen, dan is taalniveau B2/C1 vereist. Vooral die laatste eis zorgt voor een behoorlijke drempel voor buitenlandse zorgverleners. Dit is echter niet voor niets. Er mogen tijdens een onderzoek, dossiervorming en collegiale afstemming geen misverstanden ontstaan. Ook het gesprek met de patiënt moet probleemloos verlopen. Dit zijn dus eisen die het niveau van de zorg beschermen.

Als je functioneert onder 1F 

Een groep die wij nog niet bespraken is de groep laaggeletterden. Hun taalniveau ligt onder het Nederlandse fundamentele niveau 1F. Zo’n niveau van lezen en schrijven is onvoldoende om in de samenleving te kunnen functioneren. Het maakt deze mensen afhankelijk, bijvoorbeeld bij het kopen van een treinkaartje. Ook zijn ze vaak niet in staat om op het werk de veiligheidswaarschuwingen te lezen. In Nederland is 10 procent van de beroepsbevolking tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd. Internationaal gezien scoren we daarmee als land best goed. Toch wordt het door de overheid beschouwd als een dringend probleem.

De helft van de laaggeletterden werkt. Meestal in lagere elementaire beroepen. De groep laaggeletterden is moeilijk te bereiken, omdat de mensen die het betreft hun gebrek aan vaardigheden vaak verborgen proberen te houden. Sommige werkgevers zetten educatietrajecten neer om hun werknemers op dit gebied bij te scholen. Iemand die laaggeletterd is loopt een groter risico op een arbeidsongeval. De rijksoverheid stelt gelden beschikbaar om het probleem terug te dringen en heeft hiertoe ook taalakkoorden gesloten met werkgevers. Sinds 2015 wordt elk jaar ‘De week van het Nederlands’ georganiseerd.

Andere blogs uit deze reeks

1. Waar komt de Nederlandse taal vandaan?
2. De officiële taalniveaus in Nederland
3. Hoe kundig zijn wij in de Nederlandse taal in 2021
4. Veel gemaakte fouten in de Nederlandse taal
5. De d’s en de t’s, waar komen ze vandaan?
6. Wat zijn koppelwoorden en waarom zou je ze moeten gebruiken?
7. Handige ezelsbruggetjes in de Nederlandse taal
8. Het belang van goede teksten
9. De rol van tekst op social media
10. Wat is het belang van SEO
11. Op zoek naar synoniemen
12. Medelanders en het Nederlands

Veelgestelde vragen

Wat is het Common European Framework of Reference (CEFR)?

Dit is het Europese meetsysteem van taalvaardigheid, dat vooral wordt gebruikt voor mensen die Nederlands als tweede taal beheersen.

Hoeveel niveaus kent het systeem?

CERF kent 6 niveaus. Ze lopen van A1 tot en met C2.

Werkt het Nederlandse onderwijs ook met CERF?

Nee, binnen het onderwijs worden 4 fundamentele drempelwaarden gebruikt. Dit zijn de F-niveaus die je moet beheersen aan het eind van een bepaald onderwijsniveau.

Lopen de A/B/C- en F-meetsystemen parallel?

Op basisschoolniveau nog niet. De parallel begint aan het einde van het VMBO of MBO 1,2 en 3. Dan moeten de leerlingen beschikken over 2F dat vergelijkbaar is met B1.

Kan een buitenlandse art na het inburgeringsexamen hier aan de slag?

Nee, het inburgeringsexamen leidt slechts op tot niveau A2. Dit is vergelijkbaar met het niveau dat een basisschoolkind eind groep 6 heeft. Een arts moet het Algemene Kennis en Vaardigheid (AKV-)traject afleggen. Hierin wordt hij of zij getoetst op B2/C1. Dat is behoorlijk hoog.

Kent Nederland veel mensen met een te laag lees- en schrijfniveau?

Ja, want 10 procent van de beroepsbevolking is laaggeletterd en functioneert daarmee onder niveau 1F dat vereist is aan het einde van de basisschool. Internationaal springt Nederland er positief uit. In de meeste landen is dit probleem dus nog groter. De Nederlandse overheid probeert op een actieve manier het probleem aan te pakken.

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.