Hypotheekrenteaftrek 2027 en wat je er echt van terugkrijgt
Met hypotheekrenteaftrek trek je de rente op je hypotheek af van je inkomen. Wat verandert er in 2027, en wat levert het je op?

In 2027 trek je hypotheekrente naar verwachting af tegen hoogstens 38,16 procent. Nu is dat 37,56 procent. Het nieuwe tarief staat in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, dat het kabinet op 15 september 2026 naar de Tweede Kamer stuurde. De Kamer moet het nog aannemen. Per € 1.000 rente levert dat je volgens onze berekening meestal € 4 tot € 6 per jaar meer op. Krijg je de aftrek elke maand vooruit, dan hoor je in de tweede helft van december van de Belastingdienst wat je maandbedrag wordt. Bij dezelfde rente zal dat bedrag weinig afwijken van dit jaar. Heb je weinig hypotheek of een lening van vóór 2001? Dan staan er grotere veranderingen in de wet. Meer over belasting en wonen staat in het kennisgebied Financieel.
Zo werkt de hypotheekrenteaftrek
De rente die je over je hypotheek betaalt, gaat van je inkomen in box 1 af. Je betaalt daardoor over een lager inkomen belasting. Box 1 is het deel van de inkomstenbelasting waarin je loon en je eigen huis vallen. Hoe de drie boxen van de inkomstenbelasting werken, lees je in een apart artikel.
Daar staat iets tegenover. De Belastingdienst telt een bedrag bij je inkomen op, omdat je in je eigen huis woont. Dat bedrag heet het eigenwoningforfait. In 2026 is het 0,35 procent van de WOZ-waarde, voor huizen van € 75.000 tot € 1.350.000. De WOZ-waarde is de waarde die de gemeente elk jaar aan je huis geeft. Vind je die te hoog, dan kun je bezwaar maken tegen je WOZ-waarde.
De voorwaarden voor aftrek
Je mag de rente alleen aftrekken als je aan de regels van de Belastingdienst voldoet. Dit zijn de vier belangrijkste.
- Het huis is je hoofdverblijf. Je woont er dus zelf.
- Je gebruikte de lening voor de koop, de verbouwing of het onderhoud van dat huis.
- Sloot je de lening af op of na 1 januari 2013, dan los je hem in hoogstens 30 jaar helemaal af.
- Je trekt de rente hoogstens 30 jaar af.
Had je je hypotheek al op 31 december 2012, dan hoef je voor dat bedrag niet af te lossen. Dat is van belang bij een aflossingsvrije hypotheek. Daarbij betaal je alleen rente. Zo’n oude hypotheek houdt zijn aftrek tot de 30 jaar om zijn.
Ook eenmalige kosten voor de lening zijn aftrekbaar. Denk aan het hypotheekadvies, de taxatie en de notaris voor de hypotheekakte.
Het tarief in 2026 en 2027
Het hoogste tarief van de hypotheekrenteaftrek is 37,56 procent in 2026 en 38,16 procent in het voorstel voor 2027. Dat is het tarief van de tweede schijf van box 1. Een schijf is een deel van je inkomen met een eigen belastingpercentage. Het aftrektarief is bij wet aan die tweede schijf gekoppeld. Gaat dat tarief omhoog, dan stijgt je aftrek mee. Staatssecretaris Eerenberg van Financiën legde dat op 23 juni 2026 uit in antwoorden aan de Tweede Kamer.
Het tarief per situatie
De aftrek hangt dus aan de tweede schijf en niet aan de laagste. Valt je hele inkomen in de eerste schijf, dan trek je wel af tegen het lagere tarief van die schijf. In de tabel hieronder zie je per situatie tegen welk tarief je in 2026 en in 2027 aftrekt.
| Jouw situatie | 2026 | 2027 (voorstel) |
|---|---|---|
| Inkomen in de eerste schijf | 35,75% | 36,23% |
| Inkomen in de tweede schijf | 37,56% | 38,16% |
| Inkomen in de hoogste schijf | 37,56% | 38,16% |
| AOW-leeftijd en inkomen in de eerste schijf | 17,85% | 18,33% |
De eerste schijf loopt in 2026 tot € 38.883 en in het voorstel voor 2027 tot € 39.247. De hoogste schijf begint in 2026 bij € 78.426. Voor 2027 kondigde het kabinet op 29 september 2026 aan dat die grens naar € 80.578 gaat. In het wetsvoorstel staat nog € 78.426. Over het inkomen boven die grens betaal je 49,50 procent belasting. De rente trek je toch af tegen het tarief van de tweede schijf.
Een raming uit juni die nog rondgaat
Zoek je naar het tarief voor 2027, dan kom je ook 38,19 procent tegen. Dat getal is een raming van juni 2026. De staatssecretaris noemde het toen als verwachting, voordat het kabinet in augustus over de tarieven besloot. In het wetsvoorstel van september staat 38,16 procent.
Wat duizend euro rente je oplevert
Duizend euro rente levert je in 2026 volgens onze berekening tussen € 358 en € 440 op. Hoeveel precies, hangt af van je inkomen. Vaak is het meer dan het tarief doet vermoeden. De hypotheekrenteaftrek verlaagt namelijk ook het inkomen waarmee je algemene heffingskorting wordt berekend. Dat is de korting op je belasting die iedereen krijgt. Boven een inkomen van € 29.736 wordt die korting in 2026 kleiner. Je verliest dan 6,398 cent per euro die je meer verdient. Een lager inkomen door de aftrek geeft je dus een deel van die korting terug.
Blijft je inkomen in 2026 ook na de aftrek boven € 78.426, dan heb je die korting al niet meer. Je krijgt dan alleen het tarief.
Krijg je toeslagen, dan telt het lagere inkomen ook daar. Dienst Toeslagen is de overheidsdienst die ze uitbetaalt. Die schrijft dat je door de aftrek misschien meer toeslag krijgt.
De opbrengst per inkomen
In de tabel hieronder staat wat € 1.000 rente je per jaar oplevert. Het is onze eigen berekening: het tarief plus de heffingskorting die je terugkrijgt. Voor 2027 rekenen we met het plan uit de brief die het kabinet op 29 september 2026 aan de Tweede Kamer stuurde. De korting daalt dan vanaf € 30.910 en is op bij € 80.578. Dat is volgens onze berekening ongeveer 6,35 cent per euro. In het wetsvoorstel zelf staat op 3 oktober nog 6,638 cent. Het gaat dus om een aangekondigde wijziging van een voorstel.
| Jouw inkomen | 2026 | 2027 (verwacht) |
|---|---|---|
| Tot de grens waar de heffingskorting daalt | € 358 | € 362 |
| Van die grens tot het einde van de eerste schijf | € 421 | € 426 |
| In de tweede schijf | € 440 | € 445 |
| In de hoogste schijf | € 376 | € 382 |
De tabel geldt voor wie jonger is dan de AOW-leeftijd. Hij klopt zolang je inkomen met en zonder aftrek in dezelfde rij valt. Verdien je tussen € 78.426 en € 80.578, dan zit je in 2026 in de hoogste schijf. In 2027 val je volgens het plan in de tweede.
Wat de tabel niet laat zien
Bij een inkomen uit werk van rond de € 30.000 of minder betaal je na je kortingen vaak weinig belasting. Meer dan die belasting krijg je niet terug.
Met een fiscale partner mag je de aftrek in de aangifte verdelen. Een fiscale partner is de persoon met wie je voor de belasting samen telt. Volgens de tabel levert de aftrek het meest op bij de partner met een inkomen in de tweede schijf.
Rekenvoorbeeld met het forfait erbij
Noor verdient € 60.000 en woont in een huis met een WOZ-waarde van € 400.000. Ze betaalt dit jaar € 10.000 hypotheekrente. Haar eigenwoningforfait is 0,35 procent van die waarde, dus € 1.400. Ze trekt de rente af en telt het forfait erbij. Per saldo gaat er € 8.600 van haar inkomen af.
In 2026 scheelt dat volgens onze berekening € 3.230 aan belasting. Daar komt € 550 aan heffingskorting bij. Samen is dat € 3.780, ofwel € 315 per maand. Met het aangepaste plan van het kabinet komen wij voor 2027 op € 3.828. Bij dezelfde rente en dezelfde WOZ-waarde krijgt Noor dan bijna € 50 per jaar meer terug. Dat is € 4 per maand.
Een hoog inkomen krijgt minder terug
Verdien je meer dan € 78.426, dan pakt het forfait slechter uit. Het telt mee tegen 49,50 procent, terwijl je de rente aftrekt tegen 37,56 procent. Stel dat Noor € 95.000 verdient, met hetzelfde huis en dezelfde rente. Volgens onze berekening levert haar rente dan € 3.756 op. Het forfait kost haar € 693. Ze houdt in 2026 € 3.063 over. Dat is ruim € 700 minder dan bij een inkomen van € 60.000. Met het tarief uit het voorstel voor 2027 wordt het € 3.123.
Wat er in 2027 verandert en wat niet
In het plan van het kabinet verandert er in 2027 niets aan de regels van de hypotheekrenteaftrek: alleen het tarief schuift mee. Het eigenwoningforfait blijft naar verwachting 0,35 procent. Het ministerie van Financiën rekent daarmee in de sleuteltabel bij het Belastingplan 2027. Dat is een lijst met de tarieven en bedragen waar het ministerie voor 2027 van uitgaat.
Zeker is dat percentage nog niet. De minister stelt het forfait elk jaar aan het begin van het jaar vast.
De plicht om af te lossen en de termijn van 30 jaar blijven zoals ze zijn. De regeringspartijen spraken af dat de belastingregels voor de eigen woning gelijk blijven. Staatssecretaris Eerenberg zei op 1 oktober 2026 in de Tweede Kamer: “Die afspraak is dat we de fiscale behandeling van de eigen woning in deze kabinetsperiode niet ter discussie stellen.”
De Tweede Kamer wil de verhoging terugdraaien
Het tarief van 38,16 procent staat nog niet vast. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunde een motie van Kamerlid Stultiens van 23 april 2026. Een motie is een uitspraak waarmee de Kamer het kabinet om iets vraagt. Deze motie vraagt het kabinet de hogere aftrek ongedaan te maken. Als voorbeeld noemt ze twee manieren: een lager percentage voor de aftrek of een iets hoger eigenwoningforfait.
Het kabinet deed dat op Prinsjesdag niet. “Er ligt nu een koopkrachtpakket dat niet tegemoetkomt aan die motie”, zei de staatssecretaris op 1 oktober. Met het koopkrachtpakket bedoelt hij de belastingplannen voor 2027. Een eindconclusie wil hij pas trekken na de debatten over het Belastingplan. Op dinsdag 6 oktober 2026 stemt de Kamer over een nieuwe motie tegen de hogere aftrek.
Een voorstel uit de Kamer voor een hoger forfait
De Kamerleden Grinwis en Dassen dienden op 17 september 2026 een amendement in. Dat is een voorstel om een wetsvoorstel te wijzigen. In hun voorstel blijft het aftrektarief 37,56 procent, net als in 2026. Het eigenwoningforfait gaat van 0,35 naar 0,50 procent. Op 3 oktober 2026 was er nog niet over gestemd.
Voor Noor wordt het forfait dan € 2.000 in plaats van € 1.400. Volgens onze berekening krijgt ze in 2027 dan ongeveer € 3.520 terug. Dat is ruim € 250 minder dan in 2026.
Wat nog kan schuiven
Dit najaar kan het tarief of het forfait nog verschuiven. Het forfait aanpassen kan per 1 januari 2027. Een eigen aftrekpercentage, los van de tweede schijf, kan de Belastingdienst op zijn vroegst voor belastingjaar 2029 uitvoeren. Dat schreef de staatssecretaris in juni 2026.
Geen of een kleine hypotheek
Heb je weinig of geen hypotheek, dan ga je er elk jaar iets op achteruit. Dat staat al in de wet. Is je forfait hoger dan je rente, dan zou je over het verschil belasting betalen. Een aparte aftrek haalt dat verschil grotendeels weg. Die aftrek wordt elk jaar kleiner. In 2026 is hij 71,867 procent van het verschil. Volgens de wet gaat daar elk jaar 4,8 van af. In 2027 is hij dus 67,067 procent, en in 2041 is de aftrek verdwenen.
Het oude plan was een afbouw in 30 jaar, vanaf 2019. Sinds 2026 gaat het sneller.
Een voorbeeld. Je huis heeft een WOZ-waarde van € 400.000 en je hypotheek is afgelost. Je forfait is dan € 1.400 per jaar. In 2026 telt daarvan € 394 mee bij je inkomen. In 2027 is dat bij dezelfde WOZ-waarde € 461.
Bij een inkomen in de tweede schijf kost dat in 2026 volgens onze berekening ongeveer € 173 aan belasting. In 2027 wordt dat ongeveer € 205. Telt vanaf 2041 het hele forfait mee, dan is het met de tarieven van nu ruim € 600 per jaar.
Na 30 jaar stopt de hypotheekrenteaftrek
Je trekt de rente van een lening hoogstens 30 jaar af. Voor leningen van vóór 1 januari 2001 begon die termijn op 1 januari 2001, schrijft de Belastingdienst. Voor die leningen stopt de hypotheekrenteaftrek dus op 1 januari 2031. Dat raakt vooral mensen met een oude aflossingsvrije hypotheek. Zij betalen daarna dezelfde rente, zonder belastingvoordeel.
Valt de aftrek weg, dan geef je de lening op als schuld in box 3. Dat is het deel van de belasting dat over je spaargeld en beleggingen gaat. Het levert alleen iets op als je daar belasting betaalt. Hoe schulden daar meetellen, lees je in ons artikel over box 3 in 2027.
Hoeveel het einde van de aftrek scheelt, reken je zo uit. Stel dat je € 6.000 rente per jaar betaalt. Bij een inkomen in de tweede schijf krijg je daarvan nu volgens onze berekening ongeveer € 2.640 terug. Zonder aftrek betaal je dus € 220 per maand meer. Ben je met pensioen en is je inkomen laag, dan is het ongeveer € 90 per maand.
Oversluiten naar een andere hypotheek verandert daar niets aan: de 30 jaar tellen vanaf je eerste lening. Alleen voor een bedrag dat je erbij leent, begint een nieuwe termijn.
Met pensioen verandert wat de aftrek waard is
Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan is je tarief in de eerste schijf lager. In 2026 is het 17,85 procent, tegen 35,75 procent voor wie jonger is. Bij een inkomen tot € 29.736 krijg je van € 1.000 rente dan € 179 terug. Wie jonger is, krijgt € 358. Heb je naast je AOW een flink pensioen en valt je inkomen in de tweede schijf? Dan is het tarief gewoon 37,56 procent. Kijk op tijd of je kunt aflossen, raadt Wijzer in geldzaken aan. Dat is een initiatief van het ministerie van Financiën dat voorlichting geeft over geld.
Je voorlopige aanslag aanpassen
Verandert je rente, pas dan je voorlopige aanslag aan. Met een voorlopige aanslag krijg je je hypotheekrenteaftrek elke maand vooruit. Je hoeft dan niet tot de aangifte te wachten op je geld. Zo’n aanslag is een schatting van de Belastingdienst van wat je over het jaar betaalt of terugkrijgt. Die schatting rust op oude gegevens.
Soms klopt de schatting niet meer. Dat gebeurt als je rentevaste periode afloopt, als je aflost of als je oversluit. De rentevaste periode is de tijd waarin je rente vaststaat. Drie maanden voor het einde stuurt je bank je een nieuw rentevoorstel. Dat is het moment om ook je voorlopige aanslag na te kijken.
Wijzigen doe je in Mijn Belastingdienst, in het scherm Hypotheken en andere schulden. Je vult daar de rente in die je over het hele jaar verwacht.
Let op de datum. Een wijziging van na 15 oktober nam de Belastingdienst vorig jaar niet vanzelf mee naar de aanslag van het nieuwe jaar. Wijzig je dit najaar nog iets, doe dat dan liefst vóór half oktober. Kijk in januari ook je aanslag over 2027 na.
Kijk naar je rente en niet naar het tarief
Ons oordeel: het hogere tarief van de hypotheekrenteaftrek in 2027 is te klein om er iets voor te doen of te laten. Voor Noor gaat het volgens onze berekening om bijna € 50 per jaar, en zelfs dat staat nog niet vast. Een hoger forfait zou meer schelen: met het voorstel uit de Kamer gaat zij er ruim € 250 per jaar op achteruit. Daar kun je nu niets aan doen. Aan je eigen rente wel, en die weegt zwaarder.
Stel dat je rentevaste periode afloopt en je rente van 3 naar 4 procent gaat. Over een lening van € 250.000 kost dat € 2.500 per jaar. Val je in de tweede schijf, dan krijg je daarvan in 2027 volgens onze berekening ongeveer € 1.110 terug. De rest betaal je zelf: € 116 per maand.
Wat de rente gaat doen, weet niemand. Wat je wel kunt weten, is wanneer jouw rentevaste periode afloopt en wanneer jouw 30 jaar om zijn. Zoek die twee datums op in je hypotheekpapieren. Wat het kabinet verder voor 2027 voorstelt, van arbeidskorting tot zorgpremie, staat in ons artikel over de plannen van Prinsjesdag.
Veelgestelde vragen over hypotheekrenteaftrek
Wordt de hypotheekrenteaftrek afgeschaft?
Nee, de hypotheekrenteaftrek wordt in deze kabinetsperiode niet afgeschaft. Dat zei staatssecretaris Eerenberg van Financiën op 1 oktober 2026 in de Tweede Kamer. Wel is de aftrek sinds 2014 stap voor stap beperkt. Het hoogste aftrektarief ging van 49 procent in 2019 naar 37,56 procent in 2026. Voor 2027 staat een evaluatie van de belastingregels voor de eigen woning gepland.
Hoeveel hypotheekrenteaftrek krijg je per maand terug?
Trek eerst het eigenwoningforfait af van de rente die je in een jaar betaalt. In 2026 is het forfait 0,35 procent van je WOZ-waarde. Van wat overblijft, krijg je bij een inkomen in de tweede schijf ongeveer 44 procent terug. Neem € 10.000 rente en een WOZ-waarde van € 400.000. Dan krijg je volgens onze berekening € 315 per maand terug.
Mag je de rente van een aflossingsvrije hypotheek aftrekken?
Alleen als je die hypotheek al had op 31 december 2012. Dan blijft de rente aftrekbaar, hoogstens 30 jaar vanaf het begin van de lening. Had je de lening al vóór 2001, dan stopt de aftrek op 1 januari 2031. Sloot je zo’n lening na 2012 af, dan mag je de rente niet aftrekken. Zo staat het bij de Belastingdienst.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Belastingdienst, Mag ik mijn hypotheekrente altijd aftrekken?, Beperking bij een hoog inkomen, Eigenwoningforfait, Hypotheek oversluiten, Fiscale informatie 2026 over de eigen woning, de belastingberekening, de heffingskortingen en fiscaal partnerschap, en de pagina’s over de voorlopige aanslag: wanneer wijzigen, hoe wijzigen en het maandbedrag. De voorwaarden, de 30 jaar, de tarieven, het forfait en de heffingskorting van 2026, de aftrek bij een kleine hypotheek, het verdelen tussen partners en de voorlopige aanslag.
- Dienst Toeslagen, Ik ga een huis kopen. Dat de hypotheekrenteaftrek je inkomen voor de toeslagen meestal verlaagt.
- Ministerie van Financiën, wetsvoorstel Belastingplan 2027 met toelichting, de fiscale sleuteltabel 2027 en de bijlagen bij de Miljoenennota 2027. De voorgestelde tarieven en heffingskorting voor 2027, het forfait in de sleuteltabel en de geplande evaluatie.
- Kabinet, brief aan de Tweede Kamer van 29 september 2026. Het hoogste tarief dat in 2027 pas bij € 80.578 begint en de heffingskorting die daardoor langzamer daalt.
- Overheid.nl, Wet inkomstenbelasting 2001. De koppeling van het aftrektarief aan de tweede schijf, het jaarlijks vaststellen van het forfait en de afbouw van de aftrek bij een kleine hypotheek tot 2041.
- Tweede Kamer, antwoorden op Kamervragen van 23 juni 2026, de motie Stultiens van 23 april 2026, het amendement van Grinwis en Dassen van 17 september 2026, de nota van wijziging van 2 oktober 2026, het ongecorrigeerde verslag van het debat van 1 oktober 2026 en de agenda met de stemmingen van 6 oktober. De raming van 38,19 procent, de aftrektarieven sinds 2017, de uitvoerbaarheid, het voorstel voor een forfait van 0,50 procent, de stand van de wettekst en de uitspraken van de staatssecretaris.
- Wijzer in geldzaken, Check deze 5 dingen als je een hypotheek hebt. Het rentevoorstel drie maanden voor het einde van de rentevaste periode en het advies om op tijd te kijken of je kunt aflossen.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Financieel
Overdrachtsbelasting bij een woonhuis of vakantiewoningKoop je een woning of een vakantiewoning, dan betaal je overdrachtsbelasting. Lees welk tarief wanneer geldt: 0, 2, 8 of 10,4 procent.
Waterschapsbelasting 2026 per waterschap en wat 2027 brengtWaterschapsbelasting betaal je elk jaar aan je waterschap, voor dijken en schoon water. Lees wat je in 2026 betaalt en wat 2027 brengt.
Thuiswerkvergoeding 2027 wordt naar verwachting € 2,50De thuiswerkvergoeding is wat je werkgever per thuiswerkdag belastingvrij mag geven. Wat wordt de thuiswerkvergoeding 2027?
Voorlopige aanslag 2027 aanvragen, wijzigen en betalenEen voorlopige aanslag is een schatting vooraf van je inkomstenbelasting. Lees wat je voor de voorlopige aanslag 2027 nu al kunt doen.