Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Ideale luchtvochtigheid in huis is 30 tot 70 procent

De luchtvochtigheid in huis hoort tussen 30 en 70 procent te liggen. Lees wat te droog of te vochtig doet en wanneer meten zin heeft.

Gepubliceerd op 14 minuten lezen
Vrouw zet op een koude ochtend een beslagen slaapkamerraam open, met het bed op de voorgrond en rijp in de tuin

Die marge komt uit een richtlijn over vocht en schimmel. Het RIVM gaf haar in 2012 uit voor de GGD’en. Het RIVM is het rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu. De GGD is de gezondheidsdienst van je gemeente. Bij 30 procent en lager kunnen je ogen en je huid droger worden, schreef het RIVM in 2008. In het stookseizoen kunnen de bewoners van ongeveer 5 procent van de woningen daar last van hebben. Te vochtig is in een Nederlands huis het grotere risico. Meer over gezond wonen staat in het kennisgebied Maatschappelijk.

Welke luchtvochtigheid in huis is goed?

Tussen 30 en 70 procent is de lucht in huis goed. Zo staat het in de folder voor bewoners die bij de GGD-richtlijn hoort. GGD’en schreven die richtlijn samen. Het RIVM meldt dat ze wordt herzien. Op 4 oktober 2026 is de versie van 2012 nog de laatste.

Het gaat om de relatieve luchtvochtigheid. Dat is de hoeveelheid waterdamp in de lucht, vergeleken met het maximum bij die temperatuur. Waterdamp is water in de vorm van gas.

Bij 50 procent bevat de lucht de helft van wat er bij die temperatuur in kan. Zo legt het KNMI het uit, het weerinstituut van de Nederlandse overheid. Bij 100 procent is de lucht verzadigd: er kan geen waterdamp meer bij. Dan ontstaan er druppels, en dat heet condens.

Een ideaal getal binnen die marge noemt de richtlijn niet. Dat bestaat ook niet. Schimmel groeit bij vochtige lucht, en je ogen en je huid hebben het liever niet te droog.

De marge van 40 tot 60 procent

Een smallere marge van 40 tot 60 procent staat in een overzicht van onderzoek uit 1986. Vier onderzoekers schreven het voor een Amerikaans tijdschrift over milieu en gezondheid. Zij vergeleken wat droge en vochtige lucht met je gezondheid doet. Hun conclusie: de meeste nadelen voor de gezondheid zijn het kleinst tussen 40 en 60 procent.

Lager is soms beter. Huisstofmijt komt volgens hetzelfde overzicht het minst voor onder 50 procent. Huisstofmijten zijn kleine beestjes in stof en beddengoed.

Het Longfonds gaat nog een stap verder. Dat is de organisatie die opkomt voor mensen met een longziekte. Heb je een allergie voor huisstofmijt, houd de luchtvochtigheid dan zo laag mogelijk, raadt het Longfonds aan. Dat geldt vooral in het najaar en de winter.

In de tabel hieronder staan de waarden naast elkaar, met de reden erachter.

WaardeWie noemt haarWaarom
30 tot 70%GGD-richtlijn van het RIVMMarge voor een gewoon huis
30% en lagerLiteratuurstudie van het RIVMOgen en huid kunnen droger worden
40 tot 60%Overzicht van onderzoek uit 1986Minste nadelen van droog en vochtig samen
Onder 50%Hetzelfde overzichtMinste huisstofmijt
Zo laag mogelijk, vooral in najaar en winterLongfondsAdvies bij een allergie voor huisstofmijt
Vanaf 80% op een muurGGD-richtlijn van het RIVMSchimmel kan groeien
Bron: RIVM, GGD-richtlijn Schimmel- en vochtproblemen in woningen, 2012, en literatuurstudie over lage luchtvochtigheid, 2008; overzicht van Arundel en anderen, 1986; Longfonds

Waarom de lucht in de winter droog wordt

Koude buitenlucht bevat weinig waterdamp, en in een warme kamer blijft daar een laag percentage van over. Koude lucht kan namelijk minder waterdamp bevatten dan warme lucht. Buiten is de relatieve luchtvochtigheid in de winter juist hoog. De GGD-richtlijn noemt voor de winter een gemiddelde van 88 procent. Dat klinkt nat, maar het is 88 procent van heel weinig.

In een kubieke meter lucht van 0 graden past volgens de richtlijn hoogstens 4,8 gram water. Bij 20 graden is dat 17,3 gram.

Via roosters en kieren komt de koude lucht je huis binnen. De verwarming warmt haar op. De hoeveelheid water blijft gelijk, maar het maximum wordt ruim drie keer zo groot. Het percentage zakt dus.

Hoe droog het binnen wordt

De richtlijn rekende uit wat er overblijft als buitenlucht van 83 procent opwarmt tot 20 graden. Die 83 procent is het gemiddelde over een heel jaar. De uitkomst staat in de tweede kolom van de tabel hieronder. Zo droog wordt het in een bewoond huis niet, want mensen maken zelf vocht. Dat doen ze met ademen, koken en douchen. Een huishouden van vier personen maakt volgens de richtlijn minstens 10 liter waterdamp per dag.

In de derde kolom telden wij dat vocht erbij op. We gingen uit van 36 kubieke meter verse lucht per persoon per uur. Dat is wat de GGD overdag als minimum adviseert.

Temperatuur buitenAlleen opgewarmde buitenluchtMet het vocht van vier bewoners
-10 °C10%27%
-5 °C15%32%
0 °C22%38%
5 °C31%48%
10 °C44%60%
15 °C61%77%
Bron: RIVM, GGD-richtlijn Schimmel- en vochtproblemen in woningen, 2012, tweede kolom; derde kolom eigen berekening met de formules en cijfers uit die richtlijn, kamer van 20 graden

Wat de tabel laat zien

Volgens onze berekening zit een gezin van vier bij 0 graden buiten rond de 38 procent. Pas als het rond de 7 graden vriest, zakt de waarde onder de 30 procent. Dat past bij de richtlijn. Die schrijft dat een lage luchtvochtigheid vanzelf voorkomt op dagen met matige tot strenge vorst.

Metingen wijzen dezelfde kant op. In het stookseizoen van 2004 op 2005 is in 1.240 Nederlandse woningen een week lang gemeten. Het gemiddelde in de woonkamer was 45 procent, staat in de literatuurstudie van het RIVM. In de droogste 5 procent van de woningen bleef het onder de 32 procent.

De som is grof. Ze verdeelt al het vocht gelijk over het huis. In de badkamer en de keuken is het in werkelijkheid natter dan in de woonkamer.

Woon je met weinig mensen in een groot huis, dan is het droger. Met twee bewoners en dezelfde ventilatie komt onze som bij 0 graden uit op 30 procent. We rekenden daar met de helft van het vocht. De ventilatie blijft gelijk, want de bouwregels keken daarvoor naar de grootte van de vloer, schrijft de richtlijn. Het aantal bewoners telde niet mee.

De onderste rij is minstens zo belangrijk. Bij 15 graden buiten komt de som op 77 procent. Volgens de richtlijn is de kans op vochtproblemen het grootst in het voorjaar en het najaar. Dan stook je niet, terwijl het buiten soms koud is.

Wat droge lucht met je doet

Droge lucht geeft in de meeste huizen geen klachten. Het RIVM zette in 2008 het onderzoek naar droge lucht en gezondheid op een rij. Bij 30 procent en lager kunnen je ogen en je huid droger worden. Vooral mensen met contactlenzen, een allergie of huidklachten merken dat. Op grote schaal verwacht het RIVM geen gevolgen voor de gezondheid. De klachten verdwijnen als de lucht weer vochtiger wordt.

Het onderzoek kwam wel uit kantoren en testruimtes. Voor woningen is het volgens het RIVM daarom een aanwijzing.

De folder bij de GGD-richtlijn is minder streng. Een daling tot ongeveer 20 procent is op zich geen probleem, staat er. Samen met stof kan droge lucht wel je ogen, neus en keel irriteren.

Ook Thuisarts schrijft dat droge lucht in huis je huid droger kan maken. Thuisarts is de website van de Nederlandse huisartsen. Heb je droge ogen, laat de lucht dan niet te droog worden als de verwarming aanstaat, is daar het advies.

Neem een ochtend in januari waarop het buiten vriest. De meter op de kast geeft 28 procent aan. Je lippen zijn schraal en je keel voelt ruw. De droge lucht krijgt dan de schuld, en dat klopt maar half.

Je voelt geen luchtvochtigheid

Mensen hebben geen zintuig voor luchtvochtigheid. Dat schreef de Deense onderzoeker Peder Wolkoff in 2018. Hij werkte bij het Deense onderzoekscentrum voor de werkomgeving en vatte het onderzoek naar luchtvochtigheid en gezondheid samen. Wat mensen droge lucht noemen, lijkt volgens hem een mengsel van andere indrukken, zoals geur en stof. Uitdroging door de lage luchtvochtigheid maakt dat mogelijk erger.

Vochtiger lucht kan op kantoor wel helpen tegen klachten aan de ogen, concludeerde hij.

Een droge keel, een droge neus en droge ogen staan ook op GGD Leefomgeving. Dat is de site van de GGD’en samen. Daar heten ze een gevolg van te weinig ventileren. De lucht in huis is volgens de GGD vuiler dan je denkt. Dezelfde klacht kan dus twee oorzaken hebben, en een luchtbevochtiger pakt er hoogstens één aan.

Begin daarom bij de vuile lucht. Zet de roosters dag en nacht open. Neem gladde vloeren en planken af met een vochtige doek. Rook niet binnen. Ook een houtkachel stoken vervuilt de lucht in huis, want de rook blijft volgens de GGD lang hangen.

Heeft een luchtbevochtiger zin?

Meestal niet, is ons oordeel. Een luchtbevochtiger brengt water in de lucht, als damp of als nevel. De ventilatie voert die vochtige lucht steeds weer af. Ook volgens het RIVM is bevochtigen niet vanzelf de oplossing. De luchtvochtigheid is namelijk niet altijd de oorzaak van de klachten, schreef het in 2008.

Reken mee voor het huis met twee bewoners uit onze som. Stel dat je de luchtvochtigheid daar van 30 naar 40 procent wilt brengen en zo wilt houden. Dan moet er volgens onze berekening elke dag ongeveer 6 liter water de lucht in. Een bak water aan de verwarming is de tip van Thuisarts bij droge ogen. Maar een bak van een halve liter die in een dag verdampt, levert maar een twaalfde daarvan.

De onderzoekers van 1986 dachten er anders over. Volgens hen is bevochtigen in streken met koude winters nodig om tussen de 40 en 60 procent te blijven. Het liefst met een verdamper of met stoom. Zij waarschuwden voor apparaten die koud water vernevelen. Die kunnen deeltjes verspreiden waar je allergisch op reageert.

De GGD-richtlijn beschrijft een zeldzame ziekte van de luchtwegen die luchtbevochtigerskoorts heet. Ze kwam aan het licht in de tijd van luchtbevochtigers met een voorraadvat. Gebruik je toch een luchtbevochtiger, maak hem dan goed schoon, schrijft het RIVM.

En wie te ver doorschiet, helpt schimmel en huisstofmijt. Houd je na ventileren en stof afnemen last van je ogen of je huid, bespreek dat dan met je huisarts.

Wat vochtige lucht met je huis doet

Vochtige lucht geeft schimmel en meer huisstofmijt. De meeste schimmels in huis hebben minstens 80 procent luchtvochtigheid nodig om te groeien, staat in de GGD-richtlijn. Zo vochtig hoeft het midden in de kamer niet te zijn. Tegen een koude buitenmuur koelt de lucht af, en dan stijgt het percentage. Hoe dat werkt en wie het moet oplossen, lees je in ons artikel over schimmel in huis.

Een ontvochtiger is geen oplossing. Dat is een apparaat dat water uit de lucht haalt. Volgens de richtlijn neemt hij de oorzaak niet weg en is hij bij goede ventilatie niet nodig.

Wat wel helpt, is het vocht afvoeren waar het ontstaat. Zet een raam open of de afzuiging op de hoogste stand als je kookt of doucht. Warme muren helpen ook. Wie zijn huis isoleert, kan volgens de richtlijn het vocht op een ongeïsoleerde muur verhelpen.

Luchtvochtigheid in de slaapkamer en de babykamer

In de slaapkamer is de luchtvochtigheid meestal hoger dan in de woonkamer, omdat het er kouder is. Een eigen waarde voor de slaapkamer geeft de richtlijn niet. De marge van 30 tot 70 procent geldt voor het hele huis.

In de tabel hieronder zie je wat er met lucht uit een woonkamer van 20 graden gebeurt in een slaapkamer van 15 graden. Dat is de stand die GGD Leefomgeving voor de nacht aanraadt.

In de woonkamer bij 20 °CDezelfde lucht in de slaapkamer bij 15 °C
30%41%
40%55%
50%69%
60%82%
Bron: eigen berekening met de formule uit de GGD-richtlijn Schimmel- en vochtproblemen in woningen van het RIVM, 2012

Volgens onze berekening komt lucht van 60 procent in zo’n slaapkamer boven de 80 procent uit. Dat is de grens waarbij schimmel kan groeien. En dan komt het vocht van de slapers er nog bij. Twee volwassenen in een slaapkamer van 3 bij 4 meter maken volgens de richtlijn meer vocht dan de ventilatie kan afvoeren.

Slaap daarom met het rooster open of het raam op een kier. Sla na het opstaan je dekbed open, zodat je bed kan drogen. Dat raadt GGD Leefomgeving aan.

De babykamer

Voor de babykamer vonden wij bij het RIVM, GGD Leefomgeving en Thuisarts geen eigen waarde. Ook hier geldt dus de marge voor het hele huis. Misschien denk je aan een luchtbevochtiger omdat je kind hoest. Neem pseudokroep. Dan is de keel van een jong kind ontstoken en hoest het hard en blaffend. Er is geen bewijs dat warme, vochtige lucht daarbij helpt, schrijft Thuisarts.

Bel volgens Thuisarts direct de huisarts of de huisartsenspoedpost als je kind suf wordt, erg onrustig is of heel benauwd is. Bel ook als het erg snel of erg moeilijk ademt, als de spieren van de borstkas intrekken of als de neusvleugels bewegen bij het ademen.

Luchtvochtigheid meten in huis

De luchtvochtigheid in huis meet je met een hygrometer. Zo’n meter koop je volgens de GGD-richtlijn voor weinig geld bij een doe-het-zelfzaak.

Zet de meter op een plek waar je leeft. Dus niet dicht bij een raam, een ongeïsoleerde muur of de verwarming. Zo meten de GGD’en zelf ook als ze een woning onderzoeken. Zij meten minstens een week, in de woonkamer en in een slaapkamer. Lees net als zij ook de temperatuur af. Zakt die, dan stijgt het percentage vanzelf.

Wat je met de meterstand doet

Een goede meterstand is geen garantie. Ook dan kan er volgens de richtlijn vocht neerslaan op een ongeïsoleerde buitenmuur. Kijk dus ook achter de kast en in de hoeken. In de tabel hieronder staat wat je met een meterstand kunt doen.

Wat je zietWat het betekentWat je doet
Onder 30% als het vriestHoort bij vorst; ogen en huid kunnen droger wordenBlijven ventileren en stof afnemen
30 tot 70%Binnen de margeKoude hoeken in de gaten houden
Dagenlang boven 70%Te vochtigMeer ventileren, vocht afvoeren en verwarmen
Druppels op ramen of zwarte stipjesLucht koelt af op een koud vlakOorzaak zoeken en plekken weghalen
Bron: RIVM, GGD-richtlijn Schimmel- en vochtproblemen in woningen, 2012, en literatuurstudie over lage luchtvochtigheid, 2008; GGD Leefomgeving

Koop dus hoogstens een meter en geen apparaat. Wijst die meter in oktober of april dagenlang boven de 70 procent, dan is dat het moment om iets te doen. Bij 28 procent op een vriesochtend hoeft dat niet.

Veelgestelde vragen over luchtvochtigheid in huis

Is 40 procent luchtvochtigheid te laag?

Nee, 40 procent is niet te laag. De marge voor een huis is 30 tot 70 procent. Zo staat het in de GGD-richtlijn die het rijksinstituut RIVM in 2012 uitgaf. Pas bij 30 procent en lager kunnen je ogen en je huid droger worden, schreef het RIVM in 2008. Dat geldt vooral voor mensen met contactlenzen, een allergie of huidklachten.

Helpt een bak water op de verwarming?

Een beetje. Thuisarts, de website van de Nederlandse huisartsen, noemt het als tip bij droge ogen als de verwarming aanstaat. Voor het hele huis doet één bak weinig. Neem een huis met twee bewoners en ventilatie voor vier personen. Wil je de luchtvochtigheid daar van 30 naar 40 procent brengen, dan is er volgens onze berekening ongeveer 6 liter water per dag nodig. Een bak van een halve liter levert een twaalfde daarvan.

Waarom beslaan de ramen in de winter?

Ramen beslaan als de lucht tegen het koude glas afkoelt tot onder het dauwpunt. Dat is de temperatuur waarbij waterdamp druppels gaat vormen, legt het KNMI uit, het weerinstituut van de overheid. De GGD-richtlijn van het RIVM geeft een voorbeeld. Binnen is het 21 graden en de luchtvochtigheid is 60 procent. Dan komen er al druppels op een vlak dat kouder is dan 13 graden.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk