fbpx

De ontwikkeling van een baby

De ontwikkeling van een baby gaat razendsnel. Als je foto’s terugziet, zie je dat er al een groot verschil zichtbaar is in de eerste maand en dat wordt de volgende maanden alleen maar groter. Het leert steeds meer dingen doen en als ouders kan je je daarover verwonderen. Je kunt je ook zorgen maken. Gaat het wel snel genoeg? Moet het niet al zelfstandig kunnen zitten? In dit artikel lees je daarom hoe een baby zich ontwikkelt.

Lees verder na de afbeelding. 

De ontwikkeling van een baby

Ontwikkelingstaken van een baby

Een kind maakt vanaf zijn babytijd tot zijn adolescentie een hele ontwikkeling mee. In de pedagogiek wordt deze ontwikkeling opgesplitst in vier levensfasen: de baby/peutertijd, peuter/kleutertijd, basisschoolleeftijd en adolescentieperiode. De baby/peutertijd verloopt vanaf de geboorte tot de derde verjaardag van een kind. Tot het eerste levensjaar noemen we een kind een baby.

Elke ontwikkelingsfase heeft een aantal vaardigheden die een kind in die periode leert beheersen. Deze vaardigheden worden in de pedagogiek ontwikkelingstaken genoemd. De voltooiing van deze ontwikkelingstaken verkleinen de kans op problemen in de ontwikkeling. Natuurlijk is niet ieder kind hetzelfde. Kleine afwijking vormen daarom niet direct een reden tot zorg. Grote afwijkingen in het ontwikkelingstempo en -patroon kunnen erop duiden dat er onderliggende problemen zijn.

De ontwikkelingstaken van een baby vloeien over in die van een peuter. Met sommige ontwikkelingstaken is de ene baby wat later en met andere weer eerder. Over het algemeen ligt de focus van de ontwikkeling van een baby wel op het volgende: de lichamelijke ontwikkeling, heftige uitingen, de eerste contacten, een veilige hechting, de motoriek en de spraakontwikkeling. 

Lichamelijke, positieve ontwikkeling

Vanaf het moment dat een baby geboren is, en in feite daarvoor al, is het de taak van ouders om hun kind te voeden, lichamelijk te verzorgen en voldoende rust te bieden. Je stimuleert hiermee de positieve ontwikkeling van het lichaam. Er is sprake van fysiologische zelfregulatie: door deze verzorging groeit het kind vanzelf. De ontwikkeling wordt door het consultatiebureau in de gaten gehouden. 

Heftige uitingen

Nadat het negen maanden warm en geborgen in de baarmoeder heeft gezeten, heeft een baby nu te maken met kou, honger, buikkrampen en natte luiers. Het moet hieraan wennen. Daardoor zijn de affectieve reacties van baby’s soms erg heftig, zoals bij huilen. 

De eerste contacten

Het klinkt misschien gek, maar al snel na de geboorte doet een baby de eerste contacten op. Het leert zich namelijk te richten op de omgeving en herkent de stem van de ouder. Je merkt dit aan een baby doordat het reageert op geluiden, aanrakingen en geuren. Vooral de verzorgende ouders leert het goed herkennen. Je baby begrijpt natuurlijk nog niet wat je zegt, maar het kan al wel onderscheid maken tussen woorden in zijn of haar moedertaal en een vreemde taal. 

Veilige hechting

Daarnaast wordt in het eerste levensjaar de basis gelegd voor een veilige hechting. Hoe stevig die basis is, hangt af van de sensitieve responsiviteit van ouders. Dit houdt in dat je als ouder openstaat voor de signalen van je baby, deze goed interpreteert en er adequaat op reageert. Je merkt bijvoorbeeld op dat je kind huilt en bedenkt dat het honger zal hebben. Het is immers een paar uur geleden voor het voor het laatst een hapje heeft gehad. Je gaat daarom een hapje of een fles klaarmaken om dit aan je baby te geven. Als ouders sensitief responsief zijn, dan voldoen ze aan de behoeften van hun kind. Daardoor kan het kind zich goed ontwikkelen. Samen met voldoende stimulans van de ouder, vormt een veilige hechting de basis van de ontwikkeling van een zelfstandig en onafhankelijk persoon. Hoe deze ontwikkeling verloopt, beïnvloedt je kind voor de rest van zijn of haar leven.

Motoriek

De motorische ontwikkeling van een baby gaat onwijs snel. Van een passieve baby groeit het naar een peuter met een verhoogde motoriek. Het leert grijpen, omrollen, kruipen en zet uiteindelijk de eerste stappen richting het leren lopen. 

Dit begint bij het optillen van het hoofd. Baby’s zijn al snel heel nieuwsgierig naar de buitenwereld en proberen hun hoofd daarom op te tillen. Deze is alleen nog heel zwaar. Pas tussen 4 en 7 maanden lukt dit voor een langere tijd. Je baby zal op dat moment ook beginnen met het oefenen van omrollen. Het moet leren om over zijn as heen te draaien, van de buik naar de rug en weer terug. Gemiddeld heeft het dat na 9 maanden onder de knie. Vervolgens zal je baby, wanneer het eraan toe is, leren om zelfstandig te zitten. Voor deze ontwikkeling is het belangrijk dat je jouw baby ondersteunt en stimuleert door regelmatig te oefenen. Laat het, met ondersteuning van jou, op je schoot, tegen een kussen of in een wipstoel zitten en je zal zien dat het steeds beter gaat. Belangrijk is dat je dit niet te vaak en te lang doet, want het kost je baby veel kracht en energie. Rond 9 maanden kunnen baby’s meestal wel rechtop en met gestrekte beentje zitten, maar ze zijn dan nog wel erg wankel. Vanaf 12 maanden zitten ze stabieler. 

Klanken en spraak

Tot slot ontwikkelt je baby in het eerste levensjaar al gedeeltelijke zijn of haar spraak. Dat begint vanaf 6 tot 24 weken met het maken van allerlei geluidjes. Het leert dat het met zijn stem kan spelen. Naast dat dit de spraakontwikkeling stimuleert, is het goed voor de ontwikkeling van de mond. Het stimuleert hiermee namelijk de tong, lippen en mondspieren. Baby’s leren een voor een allerlei geluiden maken. Op een gegeven moment leert het bijvoorbeeld dat het hoge geluiden kan maken. Je zal merken dat het dit een periode steeds zal blijven doen tot het weer een nieuw geluidje ontdekt. 

Vanaf 6 maanden gaat een baby spelen met klinkers en medeklinkers. Het gaat deze combineren: ‘mamama’. Na een tijdje combineert het ook verschillende medeklinkers met klinkers: ‘madada’. Het zal soms lijken alsof er al woordjes tussen zitten, maar in eerste instantie begrijpt een baby het verband van de woorden nog niet. Wel heeft je baby door dat jij reageert op het gebrabbel en het daar dus aandacht mee kan krijgen. Het begint pas vanaf 8 maanden te begrijpen dat zijn of haar gedrag verband heeft met jouw reactie. 

Wanneer een kind 12 maanden is en de peutertijd in gaat, kan je meestal wel een paar woordjes horen tussen het gebrabbel door. Het ene kind is er wat later mee en het andere kind juist eerder. Sommige baby’s laten dit nog in het eerste levensjaar horen. 

Conclusie

In het eerste levensjaar ontwikkelt een baby zich tot een peuter die zelfstandig kan zitten en zijn of haar eerste woordjes zegt. In dit artikel hebben we die ontwikkeling beschreven. Bedenk je wel dat dit een gemiddelde ontwikkeling is. Iedere baby is anders en doorloopt een eigen ontwikkeling. Maak jij je ergens zorgen over of heb je twijfels? Bespreek dit dan op het consultatiebureau. 

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.