fbpx

De ontwikkeling van een peuter

De ontwikkeling van een peuter gaat razendsnel. Die ontwikkeling is al ingezet in de babytijd en gaat voort. De motorische, spraak- en emotionele ontwikkeling gaat snel. De peuterpuberteit is een feit, vriendjes en vriendinnetjes worden steeds belangrijker en een peuter leert geslachtsverschillen kennen. In dit artikel lees je meer over deze ontwikkeling van een peuter. 

Lees verder na de afbeelding.

De ontwikkeling van een peuter

De ontwikkelingsfase van een peuter

Gedurende hun ontwikkeling krijgen kinderen verschillende benamingen. Ze worden geboren als baby. Door sommigen worden ze vervolgens een dreumes genoemd, maar in de pedagogiek wordt dat vaak overgeslagen. Over het algemeen wordt een kind een peuter genoemd vanaf 1,5 tot 4 jaar.

In de peutertijd heeft een kind verschillende ontwikkelingstaken. Dit zijn vaardigheden die een kind leert beheersen. Om de ontwikkeling van een kind te kunnen monitoren, zijn er een aantal ontwikkelingstaken vastgesteld. Natuurlijk is ieder kind anders en kan het zijn dat een kind iets achterloopt. Een klein verschil is geen probleem, maar een grotere afwijking kan wijzen op een onderliggend probleem. Daarom is het goed om te weten welke ontwikkeling een peuter gemiddeld doormaakt.

De motorische ontwikkeling van een peuter

Na de eerste verjaardag van een kind gaat de motorische ontwikkeling razendsnel. Het leert lopen en grijpen. Als het eenmaal kan lopen, leert het ook allerlei andere vaardigheden. Denk aan klimmen en klauteren, op de tenen lopen en fietsen op een driewieler. Ook leert een kind traplopen en wordt de fijne motoriek verder ontwikkeld. Een peuter kan bijvoorbeeld steeds beter zichzelf aankleden en zelf eten. Het is belangrijk om de ontwikkeling van de motoriek goed te stimuleren. Begeleid het kind bij het klimmen, klauteren en traplopen, zodat het dat goed leert. 

De spraakontwikkeling van een peuter

Een peuter ontwikkelt zijn of haar spraak ook steeds beter. Rond de tweede verjaardag leert het twee- en driewoordzinnen te zeggen. Het gaat hier veel mee experimenteren. Door jou als ouder na te praten leert een peuter vervolgens allerlei nieuwe woorden en taalregels kennen. Naast dat een kind zelf objecten leert te benoemen, begrijpt het ook beter wat jij zegt. Naarmate de spraakontwikkeling steeds verder gaat, zal een peuter ook steeds meer vragen gaan stellen. Het heeft namelijk een ongecontroleerde nieuwsgierigheid naar alles en iedereen. 

De peuterpuberteit

Eén van de favoriete woordjes die een peuter leert, is ‘nee’. Het wil steeds meer zijn eigen zin doordrijven. Het temperament komt naar boven en dat kan gepaard gaan met enorme driftbuien: krijsen, gooien, slaan en schoppen. Kortom, de peuterpuberteit is van start. Meestal begint dit rond de 18 maanden en eindigt het pas in de kleutertijd

Dat een kind zijn zin wil doordrijven is een teken dat het heeft geleerd dat het een eigen individu is. Een peuter leert namelijk dat het een ander persoon is dan zijn of haar ouders. Het krijgt daardoor een eigen wil en gaat grenzen ontdekken. De peuterpuberteit lijkt in veel opzichten op de gewone puberteit. Het enige verschil is dat een puber erg zelfstandig is en een peuter hulp nodig heeft met vrijwel alles wat het doet.  

Emotionele ontwikkeling 

Op emotioneel gebied maakt een peuter ook een ontwikkeling door. Het moet zich namelijk nog leren beheersen, zowel in zijn doen en laten als in zijn emoties. Een peuter heeft dan ook last van stemmingswisselingen. Het ene moment is het heel vrolijk en het andere moment heel sip. Dat kan erg verwarrend zijn. In het doen en laten is het soms erg ongeremd. Soms wordt een peuter zo meegesleept met zijn emoties, dat ouders het als onhandelbaar ervaren. 

Als een kind nog niet goed kan praten, heeft het vaak moeite met zich uiten. Ook dat zorgt voor driftbuien. Naarmate het beter leert praten, nemen deze af. Je kind wordt rustiger en heeft steeds meer vertrouwen. 

Een onderdeel van opvoeden is dat je jouw kind grenzen stelt. Het leert dan dat sommige dingen niet mogen. Daardoor kan het zich belemmerd voelen in zijn of haar zelfstandigheid. Dit kan erg frustrerend zijn en angsten veroorzaken. Daarnaast hebben peuters periodes dat ze zich erg aan hun ouders vastklampen. Ze zijn eenkennig of hebben scheidingsangst.

Omgaan met leeftijdsgenootjes

In de peuterfase worden de omgang met leeftijdsgenootjes langzamerhand steeds belangrijker. Vanuit de pedagogiek wordt ervan uitgegaan dat een kind op 3-jarige leeftijd constructief moet kunnen omgaan met leeftijdsgenootjes. Dat houdt in dat het samen kan spelen, speelgoed kan delen en zijn wensen kenbaar kan maken. De peuter is niet steeds met anderen in conflict en zondert zich niet steeds af. Hiervoor moet het al goed kunnen communiceren.

Een peuterspeelzaal of kinderopvang is een goede plek om te oefenen met deze sociaal-emotionele vaardigheden. In de jaren die volgen zullen vriendjes en vriendinnetjes steeds belangrijker worden.

Geslachtsverschillen

Aan het einde van deze fase leert een kind de verschillende geslachten kennen. Het heeft er veel interesse in en wil veel weten over het verschil tussen een jongens- en meisjeslichaam. Naast dat ze de lichaamskenmerken leren kennen, leren ze ook of anderen hen als jongen of meisje zien. Daarnaast ontwikkelt een peuter een genderidentiteit. Genderidentiteit is hoe je kind zich voelt. Vaak past dit bij het lichaam waarin het geboren is, maar dat hoeft niet zo te zijn. Tegenwoordig is hier meer aandacht voor en bekendheid over. De nadruk wordt daardoor steeds minder gelegd op seksespecifieke aspecten en juist meer op genderneutraliteit. 

Leren door spelen en imiteren 

Voor de ontwikkeling van allerlei vaardigheden heeft een peuter representationele vaardigheden nodig. Deze vaardigheden houden in dat een kind zich iets kan voorstellen wat er niet (meer) is. Het is de basis voor imitatie, oftewel het nadoen van anderen. Een peuter leert door mensen in zijn of haar omgeving te imiteren. Heb je als ouder iets gezegd, dan kan een peuter zich dat later voor de geest halen en het daardoor nazeggen. 

Ook leert een kind door te spelen. Spelen en leren loopt bij een peuter eigenlijk in elkaar over. Het vindt spelletjes én de omgeving heel interessant. Daardoor kan het spelenderwijs allerlei zaken leren. Het leren lopen kan je bijvoorbeeld stimuleren met een spelletje en puzzelen is goed voor de fijne motoriek. 

De volgende ontwikkelingsfase

Een kind wordt een peuter genoemd tot zijn of haar vierde verjaardag. Het is dan echt een eigen individu dat kan rennen, springen, praten en veel meer. Vanaf dat moment mag het naar school. De basisschoolperiode begint. Een kind wordt dan een kleuter genoemd. Ook in die fase ontwikkelt het specifieke vaardigheden, voornamelijk gestimuleerd doordat het naar school gaat.

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.