Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Taalniveau B1 uitgelegd en wat er klopt van de 80 procent

Taalniveau B1 is het derde van zes Europese taalniveaus. Lees wat je dan kunt, waar het een eis is en wat er klopt van de 80 procent.

Gepubliceerd op 15 minuten lezen
Volwassen cursisten schrijven aan een tafel in de bibliotheek terwijl een docent meekijkt

Met taalniveau B1 red je je zelfstandig in een taal die niet je moedertaal is. Je voert een gewoon gesprek en je volgt de hoofdlijn van een duidelijke tekst. In Nederland ken je het niveau vooral van de inburgering. Zo heet het verplichte traject waarin nieuwkomers Nederlands leren. Sinds 2022 kregen ruim 120.000 mensen van hun gemeente een leerroute. Dat is de weg die iemand volgt tot het einde van de inburgering. Het aantal komt uit de open cijfers van DUO, de overheidsdienst die de inburgeringsexamens afneemt. Volgens onze berekening volgt of volgde 70 procent van hen de B1-route, met examens op B1. Meer over taal en samenleving vind je in het kennisgebied Maatschappelijk.

Daarnaast gebruiken overheden en bedrijven B1 als naam voor een tekst die bijna iedereen begrijpt. Dat tweede gebruik is een afspraak en geen meting. De 80 procent die erbij wordt genoemd, komt uit een optelsom van een tekstbureau.

Wat je kunt op taalniveau B1

Op B1 ben je een onafhankelijke gebruiker van een taal. Die naam komt uit het Europees Referentiekader voor de Talen, afgekort ERK. Bij alledaagse dingen heb je dan geen hulp meer nodig, zolang je het onderwerp kent. De Raad van Europa maakte het kader in 2001. In die organisatie werken Europese landen samen aan mensenrechten en cultuur. Het kader staat in het Nederlands uitgelegd bij SLO. Dat is het landelijke expertisecentrum voor het leerplan van scholen.

Het kader telt zes niveaus. A1 en A2 horen bij de basisgebruiker, B1 en B2 bij de onafhankelijke gebruiker, C1 en C2 bij de vaardige gebruiker. Het beschrijft dus mensen, geen teksten. Bij elk niveau staat wat iemand kan, in zinnen die beginnen met ‘ik kan’. De Nederlandse versie komt van de Taalunie. Daarin werken Nederland, Vlaanderen en Suriname samen aan het Nederlands.

B1 naast A2 en B2

In de tabel hieronder zie je per vaardigheid wat je op B1 kunt. A2 en B2 staan ernaast, zodat je het verschil ziet.

VaardigheidA2B1B2
LezenZeer korte, eenvoudige teksten, zoals een folder, een menu of een dienstregelingTeksten met vooral veelgebruikte, alledaagse woorden of woorden uit je eigen werkArtikelen en verslagen over actuele problemen, waarin de schrijver een standpunt inneemt
LuisterenDe kern van korte, duidelijke boodschappen en aankondigingenDe hoofdpunten als iemand duidelijk praat over bekende zaken van werk, school of vrije tijdEen langer betoog, de meeste nieuwsprogramma’s op tv en het grootste deel van films in standaardtaal
Gesprekken voerenKorte gesprekjes over bekende onderwerpen, maar het gesprek zelf gaande houden lukt meestal nietOnvoorbereid meepraten over familie, hobby’s, werk, reizen en het nieuwsZo vloeiend meepraten dat een gewoon gesprek met moedertaalsprekers redelijk goed gaat, en je standpunt uitleggen
SchrijvenEen reeks eenvoudige zinnen, verbonden met ‘en’, ‘maar’ en ‘omdat’Een heldere, samenhangende tekst over een onderwerp dat je kentEen gedetailleerde tekst, zoals een verslag met redenen voor en tegen
Bron: SLO, beschrijvingsschema voor zelfbeoordeling van het ERK, in de vertaling van de Taalunie. De zinnen zijn ingekort.

Het verschil tussen B1 en B2

Op B1 haal je de hoofdpunten uit wat je al een beetje kent. Op B2 volg je ook een ingewikkelde redenering. Neem het journaal. Op B1 begrijp je de hoofdpunten van veel programma’s op radio en tv. Wel moeten de mensen dan vrij langzaam en duidelijk praten. Op B2 begrijp je de meeste nieuwsprogramma’s zonder die voorwaarde.

Een niveau per vaardigheid

Je hebt niet één taalniveau, maar een niveau per vaardigheid. Iemand die veel leest en weinig praat, kan op B2 lezen en op A2 spreken. Examens bestaan dan ook uit losse onderdelen. Bij het staatsexamen Nederlands als tweede taal zijn dat er vier: lezen, luisteren, spreken en schrijven.

B1 bestaat in elke taal

Taalniveau B1 is geen Nederlands niveau. Dezelfde ladder geldt voor Engels, Duits, Spaans en elke andere taal die je erbij leert. Een B1 voor Italiaans in Griekenland betekent hetzelfde als een B1 voor Nederlands in Utrecht. Zoek je op B1 Engels, dan zoek je dus hetzelfde niveau in een andere taal.

Heb je in Nederland op school gezeten? Dan heb je een houvast: het eindexamen Engels. Op de havo is B1 het streefniveau voor luisteren, spreken en schrijven. Lezen ligt daar een niveau hoger. Leerlingen van vmbo-t lezen op B1 en doen de rest op A2 tot B1. Op het vwo ligt alles op B2 of hoger. Die streefniveaus komen van SLO. Heb je B1 Nederlands? Dan praat en schrijf je ongeveer zo goed Nederlands als een havist Engels op het eindexamen.

Voor Nederlands als schoolvak gebruikt het onderwijs een eigen ladder, van 1F tot en met 4F. Hoe die twee naast elkaar liggen, lees je in ons overzicht van de taalniveaus van A1 tot C2 en van 1F tot 4F.

Waar B1 in Nederland een eis is

Taalniveau B1 is op één plek een wettelijke eis: bij de inburgering. Het is ook het niveau van Programma I van het staatsexamen Nederlands als tweede taal. Voor een Nederlands paspoort is B1 niet nodig, en voor teksten van de overheid is het een richtlijn. In de tabel hieronder zie je per situatie welk niveau geldt en hoe hard die eis is.

SituatieNiveauHoe hard
Inburgeren via de B1-routeB1, na minimaal 600 uur les soms A2Wet
Nederlander worden door naturalisatieA2, plan voor B1 uit 2020Wettelijke regel, plan niet ingevoerd
Staatsexamen Nederlands als tweede taal, Programma IB1Niveau van het examen
Nieuwe teksten op Rijksoverheid.nlB1, soms A2 of B2Richtlijn van de redactie
Bron: Wet inburgering 2021, Besluit naturalisatietoets, DUO, IND en CommunicatieRijk, stand 3 oktober 2026.

Inburgeren met B1 als doel

Volg je bij de inburgering de B1-route? Dan doe je examen op ten minste B1. Dat staat in de Wet inburgering 2021. Het examen is mondeling en schriftelijk. Toch is er een uitweg. Lukt B1 ondanks flinke inspanning niet, dan mag de gemeente bepalen dat iemand examen doet op A2. DUO noemt dat afschalen. De voorwaarde is dat de inburgeraar eerst minimaal 600 uur cursus heeft gevolgd.

B1 is bovendien niet het doel van iedereen, want er zijn drie leerroutes. Wij telden in de open cijfers van DUO hoe de ruim 120.000 mensen met een leerroute verdeeld zijn. Die cijfers zijn bijgewerkt op 8 september 2026. Zo’n 70 procent kreeg de B1-route. Nog eens 24 procent kreeg de zelfredzaamheidsroute. Daar is een examen niet verplicht, want de route eindigt met een eindgesprek. De overige 6 procent kreeg de onderwijsroute. Die leidt op voor het mbo, het hbo of de universiteit, met examens op B1 of B2. Bijna een kwart hoeft dus geen examen te doen.

Hoeveel mensen in de B1-route uiteindelijk afschalen, staat niet in de cijfers. Wie moet inburgeren en wie het betaalt, lees je in ons artikel over medelanders en het Nederlands.

Nederlander worden vraagt nog A2

Voor naturalisatie geldt A2 en geen B1. Naturalisatie is de aanvraag waarmee je Nederlander wordt. Daarover beslist de Immigratie- en Naturalisatiedienst, afgekort IND. Op de site van de IND staat dat je het inburgeringsexamen moet hebben gehaald op minimaal taalniveau A2. Zo stond het er op 3 oktober 2026. Ook in het Besluit naturalisatietoets staat A2. Dat is de regeling van de overheid over de toets voor die aanvraag.

Er ligt al jaren een plan om die eis te verhogen. In november 2020 legde het ministerie van Justitie en Veiligheid een ontwerp voor dat de eis van A2 naar B1 brengt. Toch is het tot nu toe niet ingevoerd. De IND noemde het in februari 2026 nog steeds een voorstel. Dat staat in een uitvoeringstoets. Zo heet een rapport over wat nieuwe regels in de praktijk vragen.

Het staatsexamen op B1 of B2

Het staatsexamen Nederlands als tweede taal doe je op B1 of op B2. Het is een landelijk examen voor volwassenen die Nederlands leren. DUO neemt het af in twee programma’s. Programma I is op B1. Je kiest het als je een mbo-opleiding wilt doen of op mbo-niveau 3 of 4 wilt werken. Programma II is op B2. Dat kies je als je wilt studeren of werken op het niveau van hbo of universiteit.

Teksten van de overheid

Voor teksten van de overheid is B1 een richtlijn. Een wet die zegt dat een brief van de overheid op B1 moet zijn geschreven, hebben wij niet gevonden. De richtlijn geldt voor Rijksoverheid.nl en staat op CommunicatieRijk. Dat is de site van het ministerie van Algemene Zaken over de communicatie van de Rijksoverheid. De redactie schrijft nieuwe teksten op B1, staat daar. Waar het kan schrijft ze op A2, en in uitzonderlijke gevallen mag B2. Eén keer per jaar meet de redactie het gemiddelde niveau van de site.

B1 als naam voor een begrijpelijke tekst

Buiten het taalonderwijs betekent taalniveau B1 iets anders: een tekst met korte zinnen en gewone woorden. Je schrijft een brief voor je vereniging of een tekst voor je werk, en iemand zegt: kan dit op B1? Dat gebruik is jonger dan het kader zelf. Rond 2006 begon een Nederlands tekstbureau ermee. Het bureau zei dat je van een tekst kunt zeggen of hij op B1 is geschreven. Dat vertelt taalwetenschapper Carel Jansen bij Gebruiker Centraal. Dat is een netwerk van mensen die werken aan de communicatie van de overheid.

Jansen was in 2013 hoogleraar communicatie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef toen in Onze Taal. Dat is het tijdschrift van het Genootschap Onze Taal, een vereniging van taalliefhebbers. Het kader gaat helemaal niet over teksten, schreef hij. Zeggen dat een tekst niveau B1 heeft, noemde hij een slag in de lucht. Eerst zou iemand moeten onderzoeken welke kenmerken van een tekst bij welk niveau van lezers horen. Begrijpt iedereen met B1 zo’n tekst ook? Het is nooit uitgezocht, zegt Jansen in een boek van Gebruiker Centraal uit 2023.

Waar de 80 en de 95 procent vandaan komen

De 80 en de 95 procent komen uit een optelsom van het bureau dat met het idee begon. Dat liet Jansen in 2013 zien. De herkomst vond hij in publicaties van het bureau. Daarin stond hoe de bevolking over de niveaus verdeeld zou zijn. In de tabel hieronder zie je die verdeling. In de laatste kolom staat onze optelsom vanaf het hoogste niveau.

NiveauAandeel volgens het bureauOpgeteld vanaf boven
C115%15%
B225%40%
B140%80%
A215%95%
A15%100%
Bron: Carel Jansen in Onze Taal, 2013, over de cijfers van het tekstbureau. De optelsom is van Kennisdomein.

Zo ontstaan beide getallen. Tel C1, B2 en B1 op en je komt op 80 procent. Het bureau stelde daarna dat lezers op A2 ook B1 aankunnen als ze hun best doen. Zo werd het 95 procent. Jansen noemt die aanname ongegrond. Ook de verdeling zelf klopt volgens hem niet. Het bureau noemde als bron een stuk van de Taalunie. Dat stuk verwijst naar een onderzoek van de OESO naar hoe goed volwassenen lezen. In de OESO werken rijke landen samen. Volgens het bureau heeft 60 procent van de bevolking hoogstens B1. Maar volgens de Taalunie blijkt uit dat onderzoek dat het nog geen 40 procent is.

Welk getal je hoort, wisselt. Op de site van Onze Taal staat dat de genoemde percentages variëren van 80 tot 90 procent. De Rijksoverheid noemt zelf geen getal. Op CommunicatieRijk staat alleen dat de overgrote meerderheid van de bevolking teksten op B1 begrijpt.

Hoeveel volwassenen werkelijk moeite hebben met lezen, is wel gemeten. Die cijfers staan in ons artikel over hoe taalvaardig Nederland is.

Zo ziet een tekst op B1 eruit

Wat mensen een tekst op B1 noemen, herken je aan korte, actieve zinnen en woorden die iedereen kent. CommunicatieRijk noemt vier kenmerken: een duidelijke titel en tussenkoppen, een actieve schrijfstijl met voorbeelden, eenvoudige woorden en korte, duidelijke zinnen. Een lijst met B1-woorden zit niet in het Europese kader, want dat geldt voor alle talen.

Vijf woorden om te vervangen

De redactie van Rijksoverheid.nl geeft zelf vijf voorbeelden. In de tabel hieronder staat bij elk moeilijk woord een gewoner woord.

Moeilijk woordGewoner woord
BetreffendeOver
CreërenOntwerpen, vormen, vormgeven, maken
PrioriteitVoorrang, voorkeur
RelevantBelangrijk
VerstrekkenGeven
Bron: CommunicatieRijk, Taalniveau B1.

Een zin uit een brief en de herschreven versie

Hoe dat uitpakt, zie je aan een zin zoals die in een brief van een gemeente kan staan. We schreven hem zelf, met vier woorden uit de lijst erin.

Betreffende de aanvraag wordt medegedeeld dat verstrekking van de vergunning prioriteit krijgt, mits de relevante documenten tijdig zijn aangeleverd.

De zin heeft twee lijdende vormen: ‘wordt medegedeeld’ en ‘zijn aangeleverd’. In een lijdende vorm staat niet wie iets doet. Hieronder staat dezelfde boodschap met gewonere woorden en zonder lijdende vormen.

Dit gaat over je aanvraag. Wij geven je de vergunning met voorrang. Stuur ons dan wel op tijd de belangrijke papieren.

In de tabel hieronder zie je wat er tussen de twee versies is veranderd.

KenmerkEerste versieHerschreven versie
Zinnen13
Woorden1921
Woorden per zin197
Lijdende vormen20
Moeilijke woorden uit de lijst40
Bron: eigen telling van Kennisdomein.

De herschreven versie is twee woorden langer. Begrijpelijk schrijven is dus iets anders dan korter schrijven: je knipt zinnen op en zegt wie wat doet. Eén ding laat de telling niet zien. Of een lezer met leesniveau B1 de tweede versie echt begrijpt, weet je pas als je het die lezer vraagt.

Een richting voor schrijvers en geen bewijs

Gebruik taalniveau B1 als richting en nooit als bewijs. Korte zinnen en gewone woorden helpen elke lezer. Toch wordt een tekst niet begrijpelijk doordat er B1 boven staat. Volgens Jansen hangt het van drie dingen af of iemand je tekst begrijpt. Dat zijn de leesvaardigheid van de lezer, de moeilijkheid van de tekst en de moeite die de lezer kan en wil doen. Alleen het tweede heb je als schrijver in de hand.

De eerlijkste toets kost een kwartier. Laat iemand die het onderwerp niet kent je tekst lezen. Vraag daarna wat je lezer nu moet doen. Blijft het antwoord uit, dan is de tekst niet af, wat een meetprogramma er ook van vindt. Waarom die moeite loont, lees je in ons artikel over het belang van goede teksten.

Leer je zelf Nederlands voor je inburgering? Vraag dan bij je gemeente na welke leerroute in je plan staat. Daar hangt van af of B1 jouw doel is.

Veelgestelde vragen over taalniveau B1

Wat voor niveau is B1?

Taalniveau B1 is het derde van zes niveaus. Het ligt tussen A2 en B2. De indeling komt uit het Europees Referentiekader voor de Talen. Op B1 ben je een onafhankelijke gebruiker: je redt je in gesprekken en teksten over bekende onderwerpen. Een houvast is het eindexamen Engels. Een havist praat en schrijft daar ongeveer op B1. Dat volgt uit de streefniveaus van SLO, het expertisecentrum voor het leerplan.

Heb je B1 nodig voor een Nederlands paspoort?

Nee, op dit moment niet. Wil je Nederlander worden, dan moet je het inburgeringsexamen op minimaal A2 hebben gehaald. Dat vraagt de IND, de dienst die daarover beslist. Zo stond het op 3 oktober 2026 op de site van die dienst. Een plan om de eis naar B1 te verhogen ligt er sinds november 2020, maar het is niet ingevoerd.

Hoeveel mensen begrijpen een tekst op B1?

Dat is volgens taalwetenschapper Carel Jansen nooit uitgezocht. Dat zei hij nog in een boek uit 2023. De 80 en de 95 procent die vaak worden genoemd, komen uit een optelsom van een tekstbureau en niet uit onderzoek. Jansen liet dat in 2013 zien in het tijdschrift Onze Taal.

Bestaat er een officiële woordenlijst voor B1?

Nee. Het Europees Referentiekader geldt voor alle talen en beschrijft wat je kunt, niet welke woorden bij een niveau horen. Lijsten met B1-woorden komen dus niet uit het kader zelf. De redactie van Rijksoverheid.nl geeft wel voorbeelden, zoals ‘voorrang’ in plaats van ‘prioriteit’.

Kun je een tekst laten omzetten naar B1?

Er bestaat software die moeilijke woorden, lange zinnen en lijdende vormen aanwijst. De redactie van Rijksoverheid.nl gebruikt zo’n programma. Het telt alleen kenmerken van de tekst en meet dus niet of een lezer hem begrijpt. Lees het resultaat daarom zelf na en laat het bij twijfel lezen door iemand voor wie de tekst bedoeld is.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Wereld, Ondernemen en Producten.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk