Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Maatschappelijk

Deeltijd-WW: wat tijdelijk minder uren betekent voor jou

Deeltijd-WW bestaat niet meer. Krijg je tijdelijk minder uren, dan geldt werktijdverkorting met WW. Dit betekent het voor je loon en je WW-rechten.

Team Kennisdomein Door bijgewerkt op 15 minuten lezen
Wat is deeltijd WW

Je werkgever mag je niet zomaar minder laten werken. Alleen bij een gebeurtenis van buiten, zoals een brand of een overstroming, krijgt hij van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toestemming voor werktijdverkorting. UWV, de instantie die de WW uitvoert, betaalt dan een WW-uitkering voor de uren die wegvallen. Jij houdt volgens UWV meestal je volle loon, maar de weken gaan van je WW-recht af. Het komt weinig voor. Volgens de toelichting bij de nieuwe crisiswet, die het ministerie in mei 2026 naar de Tweede Kamer stuurde, gaat het in een gewoon jaar om ongeveer 350 werknemers. Op ruim 8 miljoen mensen in loondienst is dat bijna niemand. Bij een gewone omzetdip gelden andere regels.

Drie regelingen met bijna dezelfde naam

De verwarring begint bij de naam. Er zijn drie regelingen die hetzelfde doen: jouw baan overeind houden als je werkgever tijdelijk te weinig werk heeft. Ze verschillen in wie betaalt, hoeveel je krijgt en wat het jou kost.

De deeltijd-WW van 2009 tot 2011

De deeltijd-WW is de oudste van de drie namen die nog rondzingen. Het ministerie voerde haar in april 2009 in, midden in de kredietcrisis, onder de officiële naam Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten. Je ging tijdelijk minder werken en kreeg voor die uren WW. Je werkgever moest afspraken maken over scholing en moest een deel terugbetalen als hij je daarna toch ontsloeg. De regeling bleek populairder dan bedoeld. Het ministerie scherpte de voorwaarden na drie maanden al aan en sloot de regeling op 1 juli 2011, omdat ze de arbeidsmarkt in een aantrekkende economie in de weg zat. Dat staat zo in de toelichting bij de nieuwe wet.

Werktijdverkorting is de regeling van nu

Werktijdverkorting is de regeling die nu geldt. Ze is veel ouder dan de deeltijd-WW en bestaat nog steeds. De regels staan in de Beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting uit 2004. Hieronder lees je wat je ervan merkt.

De NOW tijdens corona

De NOW was de coronaregeling. In maart 2020 zette het kabinet de werktijdverkorting op slot en verving haar door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid. Dat was geen WW maar een loonsubsidie: werkgevers met minstens 20 procent omzetverlies kregen 80 tot 90 procent van hun loonkosten vergoed, en jij hield je loon en je WW-rechten. De NOW is met het einde van de coronapandemie gestopt. Sinds 1 oktober 2021 kan een werkgever weer gewoon werktijdverkorting aanvragen, maar niet voor de nasleep van corona.

Wanneer mag je werkgever je tijdelijk minder laten werken?

Stel, op een dinsdagnacht brandt de loods uit van de meubelmaker waar je werkt. Woensdagochtend sta je met elf collega’s op de stoep en er is voorlopig geen werk. Ontslaan wil je baas niet, want over drie maanden draait de nieuwe hal. Dit is de situatie waar werktijdverkorting voor is bedoeld: een gebeurtenis van buiten die niet bij het gewone ondernemersrisico hoort. Rijksoverheid noemt als voorbeelden een brand of een blikseminslag.

De voorwaarden staan in de beleidsregels van het ministerie. Minstens 20 procent van het werk moet wegvallen; bij tien voltijders is dat twee volle banen aan werk. De vermindering duurt minstens twee weken en hoogstens 24 weken. Je werkgever vraagt een ontheffing aan bij het ministerie. Een ontheffing is toestemming om af te wijken van het verbod op werktijdverkorting, en ze geldt telkens zes weken. Hij kan drie keer verlengen, dus tot die 24 weken. Jij hoeft hiervoor niets aan te vragen. Je werkgever doet het, en jij moet ermee instemmen; daarover verderop meer.

Wat je werkgever met UWV regelt

UWV beschrijft de stappen op zijn pagina over WW bij werktijdverkorting. Je werkgever meldt de vergunning binnen twee dagen bij UWV. De WW-aanvraag doet hij achteraf, binnen 26 weken na het begin van de vergunning, met jouw gegevens erbij. UWV betaalt de uitkering aan je werkgever, alleen over de uren waarvoor de vergunning geldt, en je werkgever betaalt het geld door aan jou. Werk je op een nulurencontract of als uitzendkracht, dan kan hij voor jou niets aanvragen. Word je ziek tijdens de periode, dan loopt de uitkering door; was je al ziek toen de periode begon, dan val je erbuiten.

Wanneer het niet mag

Het ministerie wijst een aanvraag af als het minder werk bij het gewone ondernemersrisico hoort. Rijksoverheid geeft de lijst: de werkgever is zelf ziek, een grote opdrachtgever valt weg door een fusie of een faillissement, of de productie verhuist naar een ander land. Ook het bedrijf dat bewust voor één opdrachtgever werkt en de starter met aanloopproblemen vallen erbuiten. Voor een periode die al voorbij is krijgt hij niets, en ook niet als het minder werk samenhangt met een staking.

Lijkt er structureel te weinig werk te zijn, dan is werktijdverkorting niet de weg. Dan komt je werkgever uit bij ontslag om bedrijfseconomische redenen via een reorganisatie, met toestemming van UWV. Voor jou is dat een ander verhaal: dan heb je recht op de gewone WW en meestal op een transitievergoeding, de wettelijke ontslagvergoeding.

Slecht weer is een apart geval. Kun je als dakdekker of stratenmaker niet werken door vorst of langdurige regen, dan geldt niet de werktijdverkorting maar de Regeling onwerkbaar weer. Daarvoor moet je cao het toestaan en meldt je werkgever elke dag vóór tien uur bij UWV dat er niet gewerkt kan worden.

Wat je op je loonstrook ziet

In de meeste gevallen merk je er op je loonstrook weinig van. UWV schrijft dat de werkgever meestal het volledige loon doorbetaalt en dat dit afhangt van wat er in de cao of je contract staat. De WW-uitkering die UWV voor de niet-gewerkte uren betaalt, dekt een deel van dat loon. Die uitkering is de gewone WW: de eerste twee maanden 75 procent van het WW-maandloon, daarna 70 procent. Het WW-maandloon is wat je gemiddeld per maand verdiende voordat de uitkering inging. Verdien je meer dan € 309,91 bruto per dag, dan rekent UWV met dat bedrag; dat is het maximumdagloon dat sinds 1 juli 2026 geldt.

Of je werkgever aanvult tot je volle loon, staat in de cao die voor jouw bedrijf geldt of in je arbeidsovereenkomst. Vraag het hem voordat je instemt.

Een rekenvoorbeeld

Je verdient € 3.000 bruto per maand en werkt acht weken lang de helft van je uren. Over de helft die wegvalt krijgt je werkgever van UWV 75 procent van € 1.500, dus € 1.125 per maand. Betaalt hij je volle loon door, dan legt hij zelf € 375 per maand bij en houd jij je € 3.000. Betaalt hij alleen de uitkering door, dan ontvang je € 2.625 bruto, ruim 12 procent minder. Dat verschil zie je twee maanden lang op je loonstrook.

De weken gaan van je WW-recht af

De uitkering is niet gratis voor jou. Rijksoverheid schrijft het zonder omhaal: het kost de werknemer zijn WW-aanspraken zolang de werkgever gebruikmaakt van werktijdverkorting. De weken waarin je WW ontvangt, gaan dus van je opgebouwde WW-recht af. UWV voegt eraan toe dat dit vooral telt als je binnen 26 weken na de werktijdverkorting alsnog werkloos wordt; je uitkering duurt dan mogelijk korter. Duurt de werktijdverkorting acht weken, dan kan je latere WW-uitkering tot ongeveer twee maanden korter zijn.

Daarom moet je instemmen met de aanvraag; zonder jouw ja kan je werkgever voor jou geen WW aanvragen. Kijk vóór je tekent hoeveel maanden WW je hebt opgebouwd. UWV geeft minstens drie maanden WW; werkte je vier van de laatste vijf jaar, dan telt elk gewerkt jaar mee, een maand per jaar voor de eerste tien jaar. Wie zes jaar heeft gewerkt, heeft in de regel zes maanden WW staan; acht weken werktijdverkorting knabbelt daar ongeveer een derde vanaf.

Over de uitkering betaal je gewoon loonbelasting, net als over loon. Hoe die belasting in box 1 werkt, lees je in ons artikel over de inkomstenbelasting en de drie boxen.

Kan ik zelf gedeeltelijk WW aanvragen?

Ja, en dat staat los van de werktijdverkorting. Verlies je een deel van je uren, dan kun je zelf WW aanvragen bij UWV. De voorwaarden staan op de pagina van UWV over het recht op WW. Je werkte gemiddeld minstens tien uur per week en je raakt minstens vijf uur per week kwijt, met het loon over die uren. Werkte je minder dan tien uur, dan moet je minstens de helft van je uren verliezen. Verder geldt de wekeneis: in de laatste 36 weken heb je in minstens 26 weken gewerkt, bij één of meer werkgevers. Hoeveel uur je in die weken werkte, maakt niet uit.

Een voorbeeld. Je werkte 32 uur bij een winkel en je contract gaat terug naar 20 uur, omdat de zaak op maandag dichtgaat. Je verliest 12 uur en het loon erover; dat is meer dan vijf uur, dus je kunt WW aanvragen voor het deel dat wegvalt. UWV berekent de uitkering over je oude loon en trekt daar wat je nog verdient grotendeels van af. Je moet voor de verloren uren wel beschikbaar zijn voor werk en solliciteren. Zeg je zelf je baan op of ben je op staande voet ontslagen door eigen schuld, dan krijg je meestal geen WW.

Wat er in 2029 voor jou verandert

De werktijdverkorting gaat verdwijnen. Op 4 mei 2026 stuurde de minister van Werk en Participatie het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis naar de Tweede Kamer. In het coalitieakkoord heette dit plan nog deeltijd-WW, en die naam duikt daarom overal weer op. Het is alleen geen WW meer. De toelichting zegt het letterlijk: de individuele WW-rechten van werknemers worden niet aangesproken, omdat dat de regeling bij een grote crisis onuitvoerbaar zou maken. Het wordt een loonsubsidie, betaald uit een hogere werkgeverspremie. Voor jou is dat het grootste verschil met nu: je levert geen WW-maanden meer in.

Zo zit het voorstel in elkaar

Een werkgever die door een crisis van buiten minstens 20 procent minder werk heeft, meldt zich bij UWV voor een crisistijdvak van twee, vier of zes maanden. Hij mag je dan tijdelijk ander werk geven of minder laten werken. Over de uren die wegvallen mag hij 10 procent op je loon inhouden, nooit tot onder het minimumloon. Voor diezelfde uren krijgt hij van UWV een loonsubsidie van 65 procent van het sociale verzekeringsloon, het brutoloon waarover de premies worden berekend. De kosten worden zo verdeeld: de overheid betaalt 65 procent, de werkgever 25 procent en jij 10 procent.

In het rekenvoorbeeld van hierboven, € 3.000 bruto en de helft minder werken, is jouw deel € 150 per maand; je houdt dan € 2.850 bruto. Alle werkgevers betalen daarvoor 0,04 procentpunt meer WW-premie.

Ontslaan en subsidie gaan niet samen. Vraagt je werkgever tijdens het crisistijdvak toch ontslag om bedrijfseconomische redenen aan, dan mag hij de regeling niet langer gebruiken. Hij levert dan een deel van de subsidie in en moet het ingehouden loon alsnog aan je uitbetalen.

Wat er nog niet vaststaat

Of het zo doorgaat, is niet zeker. De Raad van State, de vaste adviseur van de regering over wetten, adviseerde op 9 februari 2026 om het voorstel niet in te dienen zonder aanpassingen. De adviseurs vonden onduidelijk wat een levensvatbaar bedrijf is en betwijfelden of de regeling een grote crisis aankan. Het kabinet diende het voorstel toch in. De Tweede Kamer stelde in juli haar vragen en de minister beantwoordde die op 31 augustus 2026. De invoering staat gepland voor 2029; tot die tijd blijft de werktijdverkorting bestaan, met het verbruik van je WW-rechten erbij.

Wie betaalt de WW eigenlijk?

Niet jij, in elk geval niet rechtstreeks. De WW wordt betaald uit het Algemeen Werkloosheidsfonds, en dat fonds vullen werkgevers met een premie over het loon. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelde de percentages voor 2026 op 2 december 2025 vast in de Staatscourant, het officiële blad waarin de overheid regelingen bekendmaakt. Voor een vast contract betaalt je werkgever de lage premie van 2,74 procent, voor een flexibel contract de hoge van 7,74 procent. Bij een loon van € 3.000 per maand is dat € 82 tegenover € 232 per maand. Een vast contract is voor je werkgever dus ook in premie een stuk goedkoper, en dat is een argument dat je bij een contractgesprek gerust mag noemen.

Tijdens werktijdverkorting betaalt hij de uitkering niet zelf; wat hij kwijt is, is de aanvulling tot je volle loon als de cao dat voorschrijft.

Ons oordeel: komt je werkgever met werktijdverkorting, teken dan niet blind. Vraag of hij je loon aanvult, kijk wat je cao zegt en tel je opgebouwde WW-maanden. Het alternatief, ontslag om bedrijfseconomische redenen, geeft je volledige WW en een transitievergoeding, maar geen baan meer. Werktijdverkorting kost je een paar WW-maanden en levert je een baan op die over drie maanden weer gewoon draait. Voor de meeste mensen wint de baan, en wie daaraan twijfelt, kan het beste eerst bij de vakbond of het Juridisch Loket langsgaan.

Veelgestelde vragen over deeltijd-WW

Bestaat de deeltijd-WW nog?

Nee. De deeltijd-WW uit de kredietcrisis liep van april 2009 tot 1 juli 2011. Wat nu bestaat, is werktijdverkorting. Dat is een ontheffing van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid plus een WW-uitkering van UWV voor de uren die tijdelijk wegvallen door een gebeurtenis buiten het ondernemersrisico. De naam deeltijd-WW komt terug in het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis, maar dat is een loonsubsidie zonder verbruik van WW-rechten, gepland voor 2029.

Krijg ik een uitkering als ik parttime werk en uren verlies?

Meestal wel. UWV stelt als eis dat je gemiddeld minstens tien uur per week werkte en minstens vijf uur per week kwijtraakt, met het loon erover. Werkte je minder dan tien uur, dan moet je minstens de helft van je uren verliezen. Verder moet je in de laatste 36 weken minstens 26 weken hebben gewerkt en beschikbaar zijn voor werk. Wat je nog verdient, verrekent UWV grotendeels met de uitkering.

Moet ik akkoord gaan met werktijdverkorting?

Het is niet verplicht: je werkgever heeft jouw instemming nodig voor de WW-aanvraag, zo schrijft Rijksoverheid. Weigeren kan, maar dan blijft het probleem van te weinig werk bestaan en kan je werkgever alsnog kiezen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen. Vraag daarom eerst of hij je loon aanvult en hoeveel WW-maanden je hebt opgebouwd, en beslis dan.

Wat is het verschil tussen deeltijd-WW en werktijdverkorting?

De deeltijd-WW van 2009 was bedoeld voor een economische crisis en kende geen eis over de oorzaak van het minder werk. Werktijdverkorting is alleen voor buitengewone omstandigheden zoals brand, blikseminslag of een overstroming, met minstens 20 procent minder werk gedurende twee tot 24 weken. Bij allebei kregen of krijgen werknemers WW voor de uren die wegvallen en gaat dat ten koste van hun WW-rechten. In de praktijk gebruiken werkgevers de werktijdverkorting voor ongeveer 350 werknemers per jaar, zo meldt het ministerie in de toelichting bij de nieuwe wet.

Kan mijn werkgever werktijdverkorting aanvragen omdat het slecht gaat?

Nee. Minder omzet, een opdrachtgever die failliet gaat of concurrentie uit het buitenland horen volgens Rijksoverheid bij het gewone ondernemersrisico, en daarvoor krijgt een werkgever geen ontheffing. Ook de nasleep van corona telt niet. Gaat het structureel slecht, dan komt een werkgever uit bij een reorganisatie met ontslag via UWV. Dan heb je als werknemer recht op de gewone WW en meestal op een transitievergoeding, de wettelijke ontslagvergoeding.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Maatschappelijk

Alle artikelen in Maatschappelijk