De 30%-regeling voor expats en wat er in 2027 verandert
Met de 30%-regeling voor expats is een deel van het loon van een buitenlandse werknemer belastingvrij. Vanaf 2027 is dat 27 procent.

In 2026 mag je tot 30 procent van het loon onbelast uitbetalen, met een maximum van € 78.600 per jaar. De Belastingdienst stelt daar een looneis tegenover: je werknemer moet meer dan € 48.013 per jaar verdienen, los van die vergoeding. Vanaf 1 januari 2027 gaat het percentage omlaag naar 27 en gaan de looneisen omhoog. Had je werknemer de regeling al vóór 2024, dan verandert er voor hem niets.
Wat mag je belastingvrij betalen
De Belastingdienst noemt de regeling tegenwoordig de expatregeling. De oude naam, de 30 procent-regeling, staat er meestal tussen haakjes achter. De inhoud is niet veranderd. Je mag een vast deel van het loon onbelast uitbetalen als vergoeding voor de extra kosten die iemand maakt door tijdelijk in Nederland te wonen. Denk aan een woning die in het thuisland wordt aangehouden of aan vliegtickets voor familiebezoek. Die extra kosten heten extraterritoriale kosten.
Het voordeel voor jou zit in het woord vast. Je hoeft geen bonnetjes te bewaren en geen discussie te voeren met de inspecteur over wat redelijk is. De Belastingdienst neemt aan dat de kosten er zijn.
De Belastingdienst rekent het zelf voor. Bij een loon van € 70.000 inclusief de vergoeding is het belastingvrije deel hoogstens € 21.000. Dat is € 1.750 per maand waarover je werknemer geen loonbelasting betaalt. Spreek je een loon af zónder vergoeding, dan reken je met 30/70: bij € 50.000 komt daar € 21.428 bovenop.
Er zit een plafond op. In 2026 is de belastingvrije vergoeding hoogstens € 78.600 per jaar. Dat plafond bereik je bij een salaris van € 262.000 of meer, en alleen als je werknemer het hele jaar onder de regeling valt.
Wat verandert er in 2027
Per 1 januari 2027 daalt het percentage van 30 naar 27. Dat geldt voor de hele looptijd van de beschikking, dus ook voor werknemers die nu al onder de regeling vallen en in 2024 of later zijn begonnen. Tegelijk gaan de looneisen omhoog.
In de tabel hieronder zie je wat er per 1 januari 2027 verandert aan het percentage en aan de twee looneisen.
| Onderdeel | 2026 | Vanaf 2027 |
|---|---|---|
| Belastingvrij deel van het loon | 30% | 27% |
| Looneis, standaard | € 48.013 | € 50.436 |
| Looneis, master onder 30 jaar | € 36.497 | ruim € 38.000 |
De bedragen voor 2027 staan in de wet, maar worden elk jaar aangepast aan de prijzen. Het definitieve bedrag voor 2027 is dus pas eind 2026 bekend. Voor de looneis van jonge masters noemen overheidspagina’s nu twee licht verschillende bedragen, allebei rond de € 38.300; reken daarom met ruim € 38.000 en controleer het bedrag in december.
Wie 30 procent houdt
Één groep blijft buiten schot. Werknemers die de regeling al vóór 2024 hadden, houden 30 procent en de oude looneis, de hele looptijd lang. Voorwaarde is dat de regeling niet tussentijds is onderbroken.
Op veel Nederlandse pagina’s staat nog een heel andere afbouw: van 30 naar 20 en dan naar 10 procent, in stappen van twintig maanden. Die stond in het Belastingplan 2024 en is teruggedraaid voordat hij echt ging werken. In 2024, 2025 en 2026 geldt gewoon 30 procent voor iedereen die aan de voorwaarden voldoet.
Welke werknemers komen in aanmerking
De Belastingdienst stelt vier voorwaarden. De werknemer is bij jou in dienst. Hij is uit het buitenland gehaald of naar Nederland uitgezonden. Hij heeft een specifieke deskundigheid. En je hebt een beschikking, een schriftelijk besluit waarin de Belastingdienst toestemming geeft.
Die deskundigheid meet de Belastingdienst niet aan diploma’s maar aan het loon. Verdient je werknemer in 2026 meer dan € 48.013, los van de vergoeding, dan is de deskundigheid aangetoond. Voor iemand met een universitaire mastertitel die nog geen 30 is, ligt de grens op € 36.497. Die lagere grens loopt tot en met de maand waarin hij 30 wordt; daarna geldt het hogere bedrag.
Twee groepen hoeven helemaal niet aan een looneis te voldoen: wetenschappelijk onderzoekers bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist.
In een enkel geval komt er een tweede eis bij. Verdient vrijwel iedereen in een sector boven de norm, dan moet je ook aantonen dat de kennis van je werknemer schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Belastingdienst noemt profvoetballers als voorbeeld. Bij het beoordelen kijkt de dienst naar het opleidingsniveau, naar relevante ervaring in een vergelijkbare functie en naar de beloning in het land van herkomst. Wie wil weten welke eisen hij precies stelt aan een functie, komt uit bij wat er in een functieprofiel hoort te staan.
De 150 kilometergrens en de uitzonderingen
De regeling is bedoeld voor mensen die echt van ver komen. Daarom geldt een afstandseis: je werknemer moet in de 24 maanden vóór zijn eerste werkdag meer dan 16 maanden op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens hebben gewoond. Dat is hemelsbreed gemeten, dus in rechte lijn over de kaart.
Daarmee vallen hele landen af. België en Luxemburg komen nooit in aanmerking, en ook werknemers uit Noord-Frankrijk, uit grote delen van Duitsland en uit een klein deel van het Verenigd Koninkrijk niet. Voor een Duitser uit München kan het wel, voor een Duitser uit Kleef niet.
Er zijn twee uitzonderingen. De eerste is de terugkeerder: iemand die eerder in Nederland werkte, daarna in het buitenland zat en nu terugkomt. Die eerdere werkperiode mag hoogstens acht jaar geleden zijn begonnen, en vóór die periode moet hij wel aan de afstandseis hebben voldaan. De tweede is de gepromoveerde die binnen een jaar na zijn promotie bij jou begint. Die mag tijdens zijn promotieonderzoek in Nederland hebben gewoond, als hij in de twee jaar daarvóór maar ver genoeg weg woonde.
Zo vraag je de regeling aan
De aanvraag doe je samen met je werknemer. Je vult het formulier Verzoek loonheffingen expatregeling in, ondertekent het allebei en stuurt het met de bijlagen naar het kantoor in Heerlen. Dat gaat nog op papier. De Belastingdienst geeft binnen acht weken antwoord, gerekend vanaf het moment dat alle gegevens binnen zijn.
Let op de termijn. Dien je het verzoek in binnen vier maanden na de eerste werkdag, dan werkt de beschikking terug tot die eerste dag. Doe je het later, dan gaat de regeling pas in op de eerste dag van de maand na je verzoek. Begint je nieuwe ontwikkelaar op 1 maart, dan moet het verzoek dus uiterlijk 1 juli binnen zijn. Vergeet je dat, dan ben je vier maanden vrijstelling kwijt die je niet meer terughaalt.
Een beschikking loopt hoogstens vijf jaar. Van die vijf jaar trekt de Belastingdienst af hoelang je werknemer in de 25 jaar daarvóór al in Nederland heeft gewerkt of gewoond. Korte periodes tellen niet mee: werken tot 20 dagen per jaar, en vakantie of familiebezoek tot zes weken per jaar of eenmalig drie aaneengesloten maanden.
De jaarlijkse toets waar het vaak misgaat
Een beschikking is geen zekerheid voor vijf jaar. Je moet elk jaar zelf toetsen of het loon nog boven de norm van dat jaar ligt, en die norm stijgt jaarlijks mee met de prijzen.
Zakt het loon eronder, dan vervalt de regeling met terugwerkende kracht tot 1 januari van dat jaar. Je corrigeert dan je eerdere aangiften. En het is definitief: stijgt het loon later weer boven de norm, dan mag je de regeling niet opnieuw toepassen. Begint of eindigt het contract in de loop van het jaar, dan reken je het loon eerst om naar een heel jaar.
Er is één zachte plek in die regel. Verdient je werknemer minder door ouderschapsverlof, zwangerschapsverlof, geboorteverlof, pleegzorgverlof of adoptieverlof, dan reken je met het loon dat hij zonder dat verlof zou hebben gekregen.
Daar komt nog een keuze bij. Elk jaar beslis je in het eerste loontijdvak of je de vaste vergoeding gebruikt of de werkelijke kosten vergoedt. Die keuze geldt het hele jaar en je kunt ze niet combineren. Daarmee is de regeling voor een klein bedrijf minder aantrekkelijk dan hij op papier lijkt. Een deeltijdjaar of een onbetaald verlof laat de vrijstelling met terugwerkende kracht vervallen. De naheffing komt dan bij jou terecht.
Wat de regeling jou als werkgever oplevert
Het grootste voordeel ligt bij je werknemer: die houdt netto meer over bij hetzelfde brutoloon. Daarmee kun je een scherper aanbod doen zonder dat je loonkosten stijgen. Bij schaarse functies is dat vaak het verschil tussen wel en niet tekenen.
Er zit ook een direct voordeel voor jou aan vast. Over het belastingvrije deel hoef je geen premies werknemersverzekeringen te berekenen, de premies die je als werkgever afdraagt voor onder meer de WW en de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Op een vergoeding van € 21.000 scheelt dat een fors bedrag aan werkgeverslasten.
Verplicht is niets. Je mag ook de werkelijke extra kosten belastingvrij vergoeden, en bij hoge werkelijke kosten pakt dat zelfs gunstiger uit. Dan moet je die kosten wel allemaal kunnen bewijzen, en dat is precies de administratie die de vaste vergoeding je bespaart. Twijfel je of je deze functie wel in eigen huis wilt hebben, dan speelt dezelfde afweging als bij de keuze tussen personeel aannemen of werk uitbesteden.
Wat je daarnaast nog onbelast mag vergoeden
Naast de vaste vergoeding mag je nog drie dingen belastingvrij betalen: de verhuiskosten met tijdelijke opslag van de inboedel, een kennismakingsbezoek aan je bedrijf, en het schoolgeld voor een internationale school. Die school moet dan wel lesgeven volgens een buitenlands stelsel en vooral bedoeld zijn voor kinderen van uitgezonden werknemers. Andere kosten kun je er niet naast schuiven: naast de vaste vergoeding mag je de werkelijke extra kosten niet ook nog eens onbelast vergoeden.
Er is nog een voordeel dat niets met belasting te maken heeft. Wie een rijbewijs van buiten de Europese Unie heeft, moet hier normaal gesproken opnieuw examen doen. Valt je werknemer onder de expatregeling, dan mag hij zijn buitenlandse rijbewijs omwisselen, uit welk land het ook komt. Dat regelt hij bij zijn gemeente. De RDW, de dienst die in Nederland de rijbewijzen en kentekens beheert, vraagt daarbij om de geldige beschikking van de Belastingdienst. Met een rijbewijs van buiten de Europese Unie mag hij na inschrijving nog maar een beperkte tijd rijden, dus wacht er niet te lang mee.
Zet het lagere percentage nu alvast in je begroting voor volgend jaar. Voor een werknemer met een loon van € 70.000 gaat de vrijstelling van € 21.000 naar € 18.900, en dat verschil ziet hij terug op zijn eerste loonstrook van januari 2027. Meer over personeel, loon en werkgeverschap lees je in onze artikelen over ondernemen.
Veelgestelde vragen over de expatregeling
Hoeveel mag je in 2027 belastingvrij betalen
Vanaf 1 januari 2027 is dat 27 procent van het loon inclusief de vergoeding, tegen 30 procent in 2026. Werknemers die de regeling al vóór 2024 hadden, houden 30 procent tot het einde van hun looptijd. De looneis stijgt tegelijk naar € 50.436 per jaar.
Geldt de expatregeling ook voor werknemers uit de grensstreek
Nee. De expatregeling geldt alleen voor werknemers die vóór hun komst meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonden, gemeten in rechte lijn. Heel België en heel Luxemburg vallen daarmee af, net als Noord-Frankrijk en grote delen van Duitsland. Alleen een terugkeerder die eerder wel ver genoeg weg woonde, kan een uitzondering zijn.
Kan je werknemer zijn buitenlandse rijbewijs omwisselen
Ja. Wie onder de expatregeling valt, mag zijn buitenlandse rijbewijs omwisselen voor een Nederlands rijbewijs, uit welk land het ook komt. Normaal moet iemand met een rijbewijs van buiten de Europese Unie hier opnieuw examen doen. Het omwisselen loopt via de gemeente en de RDW vraagt daarbij om de geldige beschikking van de Belastingdienst.
Wat gebeurt er als je werknemer van werkgever wisselt
Dan moet de nieuwe werkgever samen met de werknemer een nieuw verzoek indienen. De resterende looptijd blijft daarbij staan. Gaat je werknemer mee bij de overname van je bedrijf, dan hoeft dat niet: de regeling gaat dan vanzelf mee naar de koper.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Belastingdienst, Inhoud van de expatregeling. De 30 procent, de rekenvoorbeelden, het maximum van € 78.600 en de grens van € 262.000.
- Belastingdienst, Deskundigheidsvereiste. De looneisen van € 48.013 en € 36.497 voor 2026 en het schaarstevereiste.
- Belastingdienst, Definitie ingekomen werknemer. De 150 kilometergrens, de 16 van 24 maanden en de uitzonderingen voor terugkeerders en gepromoveerden.
- Belastingdienst, Beschikking geldigheid en toetsen voorwaarden. De looptijd van vijf jaar, de jaarlijkse toets en het gevolg van een te laag loon.
- Ondernemersplein van de Rijksoverheid, Vergoeding 30%-regeling expats wordt 27%. De verlaging per 2027, de nieuwe looneisen en het overgangsrecht voor wie de regeling vóór 2024 had.
- RDW, Buitenlands rijbewijs omwisselen. Het omwisselen via de gemeente en de beschikking voor de expatregeling die de RDW daarbij vraagt.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Ondernemen
Loonstrook lezen en narekenen, van bruto tot nettoEen loonstrook laat zien hoe je werkgever van bruto naar netto rekent. Zo leer je je loonstrook lezen en narekenen, regel voor regel.
Transitievergoeding berekenen en wat je netto overhoudtDe transitievergoeding is het geld dat je werkgever je volgens de wet meegeeft bij ontslag. Zo reken je hem uit, van bruto tot netto.
Eindejaarsuitkering: betaal je echt extra belasting?Een eindejaarsuitkering of dertiende maand is extra loon, vaak in december. Waarom gaat er zoveel belasting af, en is dat echt extra?
Vakantiegeld: hoeveel krijg je, wanneer en wat houd je over?Vakantiegeld is minstens 8 procent van je brutoloon van het afgelopen jaar. Lees wanneer je het krijgt en wat je netto overhoudt.