Romeinse cijfers lezen in vier regels, met tabel tot 1000
Romeinse cijfers zijn zeven letters die samen een getal vormen. Zo lees je ze, ook een jaartal op een gevel of in een aftiteling.

De I is 1, de V is 5 en de X is 10. Daarna komen de L voor 50, de C voor 100, de D voor 500 en de M voor 1.000. Dat rijtje geeft Taaladvies.net, de site waarop de Taalunie taalvragen beantwoordt. In de Taalunie werken Nederland, Vlaanderen en Suriname samen aan het Nederlands. Het jaar 2026 schrijf je als MMXXVI. Een hele tabel uit je hoofd leren hoeft niet, want met vier regels lees je elk getal tot en met 3.999. Staat er op een klok IIII in plaats van IV, dan is dat geen fout: zo schreven de Romeinen het zelf ook. Meer over tijd, kalenders en geschiedenis staat in het kennisgebied Wereld.
De zeven letters en hun waarde
Elke letter heeft een vaste waarde. Soms trek je die waarde af in plaats van op te tellen, maar een X blijft 10. Dat is het grote verschil met onze gewone cijfers, want daar bepaalt de plaats de waarde. In 125 betekent de 2 twintig en in 215 tweehonderd, legt Taaladvies.net uit.
In de tabel hieronder staan de zeven letters met hun waarde. De derde kolom zegt of je dezelfde letter een paar keer achter elkaar mag zetten.
| Letter | Waarde | Herhalen |
|---|---|---|
| I | 1 | ja, tot drie keer |
| V | 5 | nee |
| X | 10 | ja, tot drie keer |
| L | 50 | nee |
| C | 100 | ja, tot drie keer |
| D | 500 | nee |
| M | 1.000 | ja, tot drie keer |
Twee letters onthoud je via het Latijn. Honderd is in die taal centum en duizend is mille. Denk bij de C aan een cent, het honderdste deel van een euro. Bij de M helpt de millimeter, het duizendste deel van een meter.
Vier regels om een getal te lezen
Met vier regels lees je elk Romeins getal. Ze volgen uit de uitleg van Taaladvies.net.
- Lees van links naar rechts en tel op. De grootste waarde staat vooraan: VII is 5 plus 2, dus 7.
- Een I, X, C of M staat hoogstens drie keer achter elkaar. III is 3 en XXX is 30. De V, de L en de D komen in een getal maar één keer voor.
- Staat een kleinere letter voor een grotere, dan trek je de kleinere af. Dat kan op zes manieren. IV is 4 en IX is 9. XL is 40 en XC is 90. CD is 400 en CM is 900.
- Voor de grotere letter staat nooit meer dan één kleinere. Het getal 18 is dus XVIII en niet IIXX.
De derde regel is de lastigste. Een I mag alleen voor een V of een X staan. De X mag alleen voor een L of een C, en de C alleen voor een D of een M. Een I voor een M bestaat dus niet.
Zo schrijf je 1999
Het jaar 1999 is MCMXCIX. Je zou denken dat het korter kan: MIM, tweeduizend min één. Toch breekt die vorm de derde regel, want er staat een I voor een M.
Schrijf een getal daarom altijd per cijfer, van links naar rechts. Neem eerst de duizendtallen, dan de honderdtallen, daarna de tientallen en de eenheden. Bij 1999 gaat dat zo.
- 1.000 is M.
- 900 is CM.
- 90 is XC.
- 9 is IX.
Plak de vier stukken achter elkaar en je hebt MCMXCIX.
Andersom werkt het net zo. Knip MCMXCIX in de stukken M, CM, XC en IX en tel de vier waarden op.
Vertrouw daarbij niet blind op een tabel van internet. Wij vonden op 2 oktober 2026 een overzicht van 1 tot 100 met een fout. Daarin had 78 dezelfde letters als 77: LXXVII. Het hoort LXXVIII te zijn. Reken een getal dus altijd ook terug.
Romeinse cijfers van 1 tot 1000 in twee tabellen
Met twee korte tabellen maak je elk getal tot en met 999, en 1.000 zelf is de M. In de eerste tabel staan de getallen 1 tot en met 20. Let op 4, 9, 14 en 19: daar trek je af.
| Getal | Romeins | Getal | Romeins |
|---|---|---|---|
| 1 | I | 11 | XI |
| 2 | II | 12 | XII |
| 3 | III | 13 | XIII |
| 4 | IV | 14 | XIV |
| 5 | V | 15 | XV |
| 6 | VI | 16 | XVI |
| 7 | VII | 17 | XVII |
| 8 | VIII | 18 | XVIII |
| 9 | IX | 19 | XIX |
| 10 | X | 20 | XX |
Tientallen en honderdtallen
De tweede tabel geeft de tientallen en de honderdtallen. Die zijn op dezelfde manier gebouwd als 1 tot en met 9, alleen met andere letters.
| Tiental | Romeins | Honderdtal | Romeins |
|---|---|---|---|
| 10 | X | 100 | C |
| 20 | XX | 200 | CC |
| 30 | XXX | 300 | CCC |
| 40 | XL | 400 | CD |
| 50 | L | 500 | D |
| 60 | LX | 600 | DC |
| 70 | LXX | 700 | DCC |
| 80 | LXXX | 800 | DCCC |
| 90 | XC | 900 | CM |
Een getal stel je samen uit de losse stukken. Voor 444 pak je bijvoorbeeld 400, 40 en 4. Dat zijn CD, XL en IV, samen CDXLIV. Voor 99 pak je 90 en 9, dus XCIX.
Jaartallen in Romeinse cijfers
Een jaartal uit de laatste duizend jaar begint met M, en sinds 2000 met MM. In de tabel hieronder staan de eeuwjaren vanaf 1500, de jaren 1888 en 1999 en de jaren rond nu.
| Jaar | Romeins | Jaar | Romeins |
|---|---|---|---|
| 1500 | MD | 2000 | MM |
| 1600 | MDC | 2024 | MMXXIV |
| 1700 | MDCC | 2025 | MMXXV |
| 1800 | MDCCC | 2026 | MMXXVI |
| 1888 | MDCCCLXXXVIII | 2027 | MMXXVII |
| 1900 | MCM | 2028 | MMXXVIII |
| 1999 | MCMXCIX | 2030 | MMXXX |
Het langste jaartal tot nu toe is 1888. MDCCCLXXXVIII telt 13 letters. Dat hebben we nageteld voor alle jaren van 1 tot en met 2026. Pas in 2888 komt er een jaartal dat langer is. Jaartallen van deze eeuw zijn één letter korter dan die van de vorige: ze beginnen met MM in plaats van MCM.
Een jaartal op een gevel lezen
Een jaartal op een gevel lees je in drie stappen. Je loopt langs een oud pand en boven de deur staat ANNO met een rij hoofdletters. Anno is Latijn voor in het jaar. Wat volgt, is meestal het bouwjaar.
- Loop de letters van links naar rechts langs.
- Staat er een kleinere letter voor een grotere, neem die twee dan samen en trek af.
- Tel daarna alle stukken op.
Neem MDCXLVIII. Dat staat op Huis Diepenheim, een landhuis in Overijssel. De M is 1.000 en DC is 600. Daarna komen XL voor 40 en VIII voor 8. Samen is dat 1648. Uit dat jaar dateert het huis ook grotendeels. Dat staat in het Rijksmonumentenregister, de lijst van alle monumenten die het Rijk beschermt.
Wat het Rijksmonumentenregister laat zien
In het Rijksmonumentenregister noemt de beschrijving van 31 monumenten letterlijk Romeinse cijfers. Dat telden wij op 2 oktober 2026. Alle 31 beschrijvingen hebben we gelezen. Meestal gaat het om een jaartal op of in het gebouw: 20 keer. Bij 6 monumenten is het alleen een wijzerplaat en bij 5 een nummering. In een park in Tilburg staat bijvoorbeeld een kruisweg met 14 staties. Dat zijn beeldengroepen die de lijdensweg van Jezus laten zien. Elke statie heeft er een Romeins cijfer als nummer.
De telling is een ondergrens, want we telden alleen beschrijvingen waarin de woorden Romeinse cijfers letterlijk staan. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed houdt het register bij. Dat is het deel van de overheid dat over monumenten gaat.
In de tabel hieronder staan vier jaartallen uit het register. De laatste kolom zegt wat eraan opvalt.
| Gebouw | Letters | Jaar | Wat er opvalt |
|---|---|---|---|
| Seminarie Hageveld, Heemstede | MCMXXIII | 1923 | in bronzen letters op de gevel |
| Kasteel Het Nijenhuis, Wijhe | MCCCCXXXVIII | 1438 | vier keer een C, op een bord dat er rond 1890 hing |
| Theekoepel, Huis ter Heide | MDCC | 1700 | een verzonnen bouwjaar, romantisch bedoeld |
| Likeurstokerij, Woerden | MDCCCXLV | 1845 | waarschijnlijk fout overgeschilderd |
Een overgeschilderd jaartal in Woerden
Op de oude likeurstokerij in Woerden klopt het jaartal op de gevel waarschijnlijk niet. Het pand is gebouwd in 1888, het jaar met de langste schrijfwijze. Volgens het register staat op de bouwtekening duidelijk 1888. Later stond dat jaartal ook in Romeinse cijfers op het pand: MDCCCLXXXVIII. Toch staat volgens de beschrijving in het register op de gevel MDCCCXLV, en dat is 1845. Een fout bij het overschilderen, vermoedt het register. Het verschil is 43 jaar.
Een jaartal verstopt in een spreuk
Soms zit het jaartal in een zin verstopt. Dat heet een chronogram. De letters die ook een Romeins cijfer zijn, staan dan als hoofdletter in de tekst. Tel je ze op, dan krijg je het jaar.
Op kasteel Hillenraad in het Limburgse Swalmen staat DoMIne hInC fVLgVra qVaeso repeLLas. De D is 500 en de M is 1.000. De twee letters I zijn samen 2 en de C is 100. Drie keer een V is 15 en drie keer een L is 150. Tel alles op en je komt op 1767, het jaar waarin het kasteel zijn huidige vorm kreeg.
Bij een chronogram telt de volgorde dus niet, en aftrekken doe je er ook niet. Het register noemt bij 13 monumenten een chronogram. Zeven daarvan staan in Limburg.
IIII op een klok is geen fout
Op klokken en horloges staat de vier vaak als IIII en niet als IV, schrijft Taaladvies.net. Dat is geen fout van de klokkenmaker.
De Romeinen schreven zelf ook IIII. Dat zie je in de Latijnse grammatica van Allen en Greenough, een leerboek Latijn voor scholen uit 1903. Het Amerikaanse Dickinson College zette het boek in 2014 online. Voor 4 geeft het twee vormen: IIII of IV. Bij 9 staat VIIII of IX en bij 40 staat XXXX of XL. Voor 400 en 900 noemt het boek zelfs alleen CCCC en DCCCC. Vier keer een C zagen we hierboven al bij Het Nijenhuis in Wijhe.
Wie IIII fout rekent, is dus strenger dan de Romeinen zelf waren. Ons advies: houd je bij een toets of een tatoeage wel aan de vier regels, want die verwacht iedereen. Zie je echter ergens IIII of CCCC staan, dan is dat de oude manier en geen vergissing.
Waarom klokkenmakers aan IIII vasthouden, weten we niet. Er gaan veel verklaringen rond, maar een bron die er één bewijst, hebben we niet gevonden.
Grote getallen met een streep erboven
Grote getallen schreven de Romeinen bij geldbedragen met een streep boven het getal. Met de zeven letters kom je namelijk niet verder dan 3.999. Dat is MMMCMXCIX. Voor 4.000 zou je vier keer een M nodig hebben, en dat mag niet volgens de tweede regel.
Die streep betekent duizendtallen, staat in de grammatica van Allen en Greenough. Een V met een streep erboven is dus 5.000 en een X met een streep is 10.000. Komen er ook strepen aan de zijkanten bij, dan gaat het om honderdduizenden.
Een woord voor miljoen hadden de Romeinen niet. Zulke getallen maakten ze daarom door te vermenigvuldigen. Voor 1.000 bestond naast de M bovendien nog een teken: een I tussen een gewone en een omgekeerde C.
Waarom er geen nul is
Romeinse cijfers hebben geen nul, omdat ze er geen nodig hebben. Onze cijfers werken met plaatsen. In 2106 houdt de nul de plaats van de tientallen open. Zonder nul staat er 216, en dat is een heel ander getal. Dat voorbeeld komt van MacTutor. Dat is het archief over de geschiedenis van de wiskunde van de Universiteit van St Andrews in Schotland.
Een Romein schrijft 2106 als MMCVI. Tientallen zijn er niet, dus staat er geen X. Meer is niet nodig.
Die eenvoud heeft een prijs. Zet 2106 en 216 onder elkaar en je telt per kolom op: 2322. Met MMCVI en CCXVI lukt dat niet, want de letters staan niet op een vaste plaats. Je moet eerst alle letters bij elkaar vegen en twee V’s inwisselen voor één X. Daarna zet je ze weer op volgorde: MMCCCXXII. Op een gevel is dat geen bezwaar, maar in een kasboek wel.
Hoe Europa overstapte op onze cijfers
Europa deed er eeuwen over om op onze cijfers over te stappen. Die cijfers komen uit India en bereikten Europa via de Arabische wereld. We noemen ze Arabische cijfers. Het bekendste jaartal in dat verhaal is 1202. Toen schreef de Italiaanse wiskundige Leonardo van Pisa, beter bekend als Fibonacci, zijn rekenboek Liber abaci. Dat was een eeuw voordat in Italië de renaissance begon.
Toch voerde Fibonacci de cijfers niet in één klap in. Het oudste bewaarde voorbeeld in Europa is volgens MacTutor een handschrift dat een monnik in 976 in Spanje overschreef. Na 1202 ging het bovendien traag. Tot in de 15e eeuw aanvaardde Europa de nieuwe cijfers maar langzaam. De nul kwam pas in de 17e eeuw breed in gebruik, na veel weerstand. Tussen dat handschrift en het moment dat de nul gewoon werd, zitten dus ruim zes eeuwen.
Waar je Romeinse cijfers nu nog ziet
Romeinse cijfers zie je nu vooral waar een volgorde of een rang telt. Rekenen doet niemand er meer mee. Officiële regels voor het gebruik bestaan niet, schrijft Taaladvies.net. Het is gewoonte.
Koningen en pausen krijgen een rangnummer. Willem III was de derde koning Willem van het Nederlandse koningshuis. Paus Gregorius XIII was de 13e paus met die naam. Naar hem heet de kalender waarmee we nu schrikkeljaren tellen. De afkorting WO II staat voor de Tweede Wereldoorlog. Ook die II is een rangnummer.
In boeken staan ze vooraan. De bladzijden van het voorwoord zijn soms genummerd met kleine letters: i, ii, iii. Ook het jaar van uitgave staat soms in Romeinse cijfers, vooral in oudere boeken. Hoe boeken eeuwenlang werden gemaakt, lees je in de geschiedenis van het boek.
Films doen het soms nog. In de aftiteling staat het jaar van de film dan in Romeinse cijfers. Taaladvies.net noemt nog een Nederlands gebruik: het huisnummer 9-I betekent soms nummer 9, één hoog.
Ook de wetgever gebruikt ze nog
Een wet die alleen andere wetten wijzigt, is ingedeeld in artikelen met Romeinse cijfers. Dat staat in de Aanwijzingen voor de regelgeving. Dat zijn de schrijfregels van de rijksoverheid voor wetten en regelingen. De minister-president stelde ze in 1992 vast. De huidige versie geldt sinds 1 juli 2024. Zo’n wijzigingswet begint dus met Artikel I en niet met Artikel 1. Aan de nummering zie je daardoor meestal wat voor wet je voor je hebt.
Veelgestelde vragen over Romeinse cijfers
Hoe schrijf je 2026 in Romeinse cijfers?
Het jaar 2026 is MMXXVI: MM is 2.000, XX is 20 en VI is 6. Het jaar 2027 is MMXXVII en 2028 is MMXXVIII. Alle jaartallen van deze eeuw beginnen met MM.
Wat is het grootste getal in Romeinse cijfers?
Met de zeven letters I, V, X, L, C, D en M is 3.999 het grootste getal: MMMCMXCIX. Een M mag hoogstens drie keer achter elkaar staan. Voor geldbedragen hadden de Romeinen nog een hulpmiddel: een streep boven het getal maakt er duizendtallen van. Dat staat in de Latijnse grammatica van Allen en Greenough, een leerboek uit 1903.
Is XL 40 of 60?
XL is 40. De X staat voor de L, dus je trekt 10 af van 50. Draai je de letters om, dan tel je op: LX is 60. Hetzelfde zie je bij IV en VI. De eerste is 4, de tweede 6.
Hoe schrijf je een datum in Romeinse cijfers?
Schrijf de dag, de maand en het jaar elk als een eigen getal, met een punt ertussen. De datum 2 oktober 2026 wordt dan II.X.MMXXVI. Een streepje of een spatie ertussen kan ook. Officiële regels voor het gebruik van Romeinse cijfers zijn er namelijk niet, schrijft Taaladvies.net, de taaladviessite van de Taalunie. Laat je een datum graveren of tatoeëren, reken hem dan eerst terug van letters naar cijfers.
Mag je 4 schrijven als IIII?
IIII voor 4 is niet fout, en op een klok is het zelfs gewoon. Taaladvies.net, de taaladviessite van de Taalunie, schrijft dat op klokken en horloges vaak IIII staat in plaats van IV. Ook de Romeinen gebruikten beide vormen, staat in de Latijnse grammatica van Allen en Greenough. Op school en in gewone tekst is IV de vorm die iedereen verwacht.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Taaladvies.net van de Taalunie, Romeinse cijfers, gebruik en notatie, geplaatst op 12 mei 2021. De waarde van de zeven letters, herhalen en aftrekken, IIXX als fout, IIII op klokken, het huisnummer 9-I en dat er geen officiële regels zijn.
- Dickinson College Commentaries, Allen and Greenough, New Latin Grammar, online uitgave van 2014 van een boek uit 1903, de bladzijden over telwoorden en hun cijfers, het gebruik van telwoorden en maten en geld. IIII of IV, CCCC en DCCCC, centum en mille, het andere teken voor 1.000, de streep voor duizendtallen bij geldbedragen en geen woord voor miljoen.
- MacTutor, University of St Andrews, Fibonacci uit 1998, A history of Zero uit 2000 en The Arabic numeral system uit 2001. Liber abaci uit 1202, 2106 en 216, het handschrift uit 976 en de trage aanvaarding van de cijfers en de nul.
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Rijksmonumentenregister, geraadpleegd op 2 oktober 2026, zoekresultaten voor Romeinse cijfers en chronogram, en de monumenten Huis Diepenheim, Hageveld, Het Nijenhuis, de theekoepel in Huis ter Heide, de likeurstokerij in Woerden, het processiepark in Tilburg en Hillenraad. De 31 en 13 treffers, de jaartallen op de gebouwen en het chronogram van 1767.
- Minister-president, Aanwijzingen voor de regelgeving, circulaire van 18 november 1992 in de versie die geldt sinds 1 juli 2024, aanwijzing 6.6. Een regeling die alleen andere regelingen wijzigt, is ingedeeld in artikelen met Romeinse cijfers.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Wereld
Tijdzones en waarom Nederland op de verkeerde klok staatTijdzones zijn gebieden met dezelfde kloktijd. Er zijn er meer dan 24, en Nederland gebruikt niet de klok die bij zijn ligging hoort.
Leonardo da Vinci, de Mona Lisa en wat hij echt uitvondLeonardo da Vinci schilderde de Mona Lisa en tekende vliegmachines. Wat maakte hij echt, en wat bleef een ontwerp op papier?
Wanneer waren de middeleeuwen, en waarom tot 1500?De middeleeuwen zijn de tijd tussen ongeveer 500 en 1500. Wat gebeurde er toen in de Lage Landen, en waarom stopt het bij 1500?
Wat is numerologie? Je levensgetal op drie manieren berekendNumerologie geeft de cijfers van je geboortedatum en naam betekenis. Zo bereken je je levensgetal, en daarom verschilt het per site.