Noodfonds Energie: wie krijgt hulp en hoeveel krijg je?
Het Noodfonds Energie betaalt mee aan een hoge energierekening als je inkomen laag is. Het kabinet wil het voor eind 2026 openen.

Het Noodfonds Energie gaat de helft vergoeden van het deel van je energiekosten dat boven 8 of 10 procent van je bruto inkomen uitkomt. Het kabinet trekt er € 193 miljoen voor uit en verwacht dat ongeveer 500.000 huishoudens er recht op hebben. Dat schreef minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 1 juli 2026 aan de Tweede Kamer. Een huishouden krijgt uit het fonds naar verwachting gemiddeld ongeveer € 360 per jaar. Een openingsdatum is er nog niet. Ons advies: vraag het aan zodra het opent, ook als je twijfelt. Het geld raakt dit keer niet op, en het kabinet wil geld alleen terugvragen bij misbruik, zoals fraude.
Voorwaarden voor inkomen en energiequote
Je komt in aanmerking voor het Noodfonds Energie als je bruto inkomen onder 200 procent van het sociaal minimum ligt. Daarnaast moet je minstens 8 of 10 procent van dat inkomen aan energie kwijt zijn. Het fonds kijkt dus naar twee dingen: je bruto inkomen en je energiequote. De energiequote is het deel van je inkomen dat opgaat aan energie. Je deelt je energiekosten per maand door je bruto maandinkomen. Betaal je € 200 per maand bij een inkomen van € 2.000, dan is je energiequote 10 procent.
Er zijn twee groepen die geld kunnen krijgen.
- Huishoudens met een bruto inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum en een energiequote van 8 procent of meer.
- Huishoudens met een bruto inkomen tussen 130 en 200 procent van het sociaal minimum en een energiequote van 10 procent of meer.
Het sociaal minimum is het bedrag waarvan je volgens de overheid minimaal moet kunnen leven. Meestal gaat het over een netto bedrag. Het Noodfonds rekent met een bruto bedrag, namelijk het bedrag uit de Toeslagenwet. Voor een alleenstaande is dat in 2026 gemiddeld € 1.790 bruto per maand. Voor een stel dat samenwoont is het gemiddeld € 2.500 bruto per maand.
De grenzen in euro per maand
In de tabel hieronder staan de twee grenzen per maand, omgerekend naar bedragen in euro en afgerond. De grens van 200 procent voor een alleenstaande is de helft van de € 7.170 die de brief bij 400 procent noemt. Voor een alleenstaande ouder noemt de brief geen apart bedrag.
| Huishouden | Grens 8 procent: bruto inkomen tot ongeveer | Grens 10 procent: bruto inkomen daarboven, tot ongeveer |
|---|---|---|
| Alleenstaande | € 2.330 per maand | € 3.585 per maand |
| Stel dat samenwoont | € 3.250 per maand | € 5.000 per maand |
Bij het Noodfonds Energie telt je spaargeld niet mee. Het kabinet kiest er bewust voor om geen vermogen te controleren, omdat dat de aanvraag zwaarder en duurder maakt. Wie in Caribisch Nederland woont, valt buiten dit fonds. Daar wordt de bestaande energietoelage uitgebreid.
Als je inkomen onder het sociaal minimum ligt
Voor lage inkomens geldt een aparte regel. Is je inkomen lager dan het sociaal minimum, dan rekent het fonds voor je energiequote alsof je precies het sociaal minimum verdient. Je energiequote valt daardoor lager uit dan je zelf zou denken. Je kunt zelfs onder de 8 procent uitkomen en dan heb je geen recht. Hieronder staat een voorbeeld.
Rekenen in drie stappen
De berekening gaat in drie stappen.
- Bereken welk bedrag bij jou de grens is: 8 of 10 procent van je bruto maandinkomen.
- Trek dat bedrag af van je energiekosten per maand.
- Het fonds betaalt de helft van wat overblijft, berekend over een heel jaar.
Neem een stel dat samenwoont, met een bruto inkomen van € 2.900 per maand. Dat is 116 procent van het sociaal minimum, dus de grens ligt op 8 procent. Het stel betaalt € 300 per maand aan energie. Dat is een energiequote van 10,3 procent, dus er is recht op geld. De grens van 8 procent is € 232. Het stel zit daar € 68 per maand boven. De helft daarvan is € 34 per maand, ofwel € 408 per jaar.
Nu een alleenstaande met een bruto inkomen van € 1.500 per maand, dus onder het sociaal minimum. De energiekosten zijn € 140 per maand. Met het eigen inkomen is de energiequote 9,3 procent. Het fonds rekent voor de energiequote echter met € 1.790 in plaats van € 1.500. Dan is de energiequote 7,8 procent, en daarmee is er geen recht op geld. Hoe het fonds bij deze groep het bedrag zelf berekent als er wel recht is, zegt de brief niet.
De grens van 130 procent is een drempel
Een klein verschil in inkomen kan veel uitmaken. Een alleenstaande met € 2.300 bruto en € 220 aan energie per maand zit onder de 130 procent. De grens is dan 8 procent, en dat levert € 216 per jaar op. Verdient dezelfde persoon € 2.400, dan geldt de grens van 10 procent. Met een energiequote van 9,2 procent is er dan geen recht op geld. Honderd euro meer bruto inkomen per maand kost in dit voorbeeld dus € 216 steun per jaar.
Er komt nog een minimum- en een maximumbedrag. Die bedragen zijn nog niet bekend. Ook welke inkomensgegevens het fonds gebruikt, is volgens de beslisnota van het ministerie nog een open keuze. Ze kunnen de uitkomst van deze voorbeelden dus veranderen, vooral bij heel kleine en heel grote bedragen.
Wanneer en waar je het aanvraagt
Een openingsdatum is er nog niet. Het kabinet wil het Noodfonds Energie voor het einde van 2026 openen, en daarna blijft het minstens vier maanden open. De minister beloofde in september een nieuwe brief, waarin hij de datum verwacht te noemen. Op 25 september 2026 stond hij nog niet op de website van de Tweede Kamer. Wat de andere plannen van Prinsjesdag voor je portemonnee betekenen, lees je in een apart artikel.
De uitvoering komt naar verwachting bij de stichting Tijdelijk Noodfonds Energie. Die stichting voerde ook het oude fonds uit, samen met de energieleveranciers. Je kunt digitaal aanvragen, maar ook op papier. Je energieleverancier geeft je energiekosten door, en een deel van je andere gegevens haalt het fonds zelf op bij de overheid.
Het geld gaat in principe niet naar je bankrekening. Het fonds gaat het via je energieleverancier met je rekening verrekenen, in 6 of 12 delen. Hoeveel delen het worden, moet nog worden besloten. Lukt het niet via de leverancier, dan krijg je het geld zelf op je rekening.
Dit keer is het fonds een overheidsregeling. Ben je het niet eens met een besluit, dan kun je bezwaar maken en daarna in beroep gaan, net als bij een besluit van de gemeente. Het kabinet schrijft dat het fonds geld alleen terugvraagt bij misbruik, zoals fraude.
Welke energiekosten tellen en wat je nodig hebt
Welk bedrag het nieuwe fonds als energiekosten telt, staat nog niet in de brief van 1 juli. Bij het oude fonds vroeg de stichting in 2025 naar je werkelijke termijnbedrag. Dat is het bedrag dat je als laatste aan je leverancier betaalde. Daarnaast vroeg ze naar het termijnbedrag dat je leverancier je adviseert. Het fonds keek naar allebei. Zo liep wie uit geldgebrek een lager bedrag betaalt dan geadviseerd, geen steun mis. Maakte de aanvraag kans, dan controleerde de leverancier de gegevens.
Voor de aanvraag had je in 2025 de DigiD nodig van iedereen in huis van 23 jaar of ouder. Hun bruto inkomens werden bij elkaar opgeteld. Woonde er niemand van 23 jaar of ouder, dan telden de inkomens van de bewoners vanaf 18 jaar. Ook had je het klantnummer van je energiecontract nodig. Of dat bij het nieuwe fonds net zo gaat, is nog niet bekend.
Blokverwarming of een collectieve aansluiting
Wie geen eigen energiecontract heeft, kon bij het oude fonds sinds 2025 ook aanvragen. Dat gold voor huishoudens met een blokaansluiting: één gezamenlijke aansluiting voor gas, warmte of stroom via een VvE, verhuurder of woningcorporatie. Denk aan huurders met blokverwarming via de verhuurder. Zo staat het in de handleiding die de stichting in april 2025 uitgaf voor mensen die helpen bij de aanvraag.
In 2025 vulde je dan het nummer in van de organisatie die de rekening stuurt, in plaats van een klantnummer bij een leverancier. De energiekosten moesten wel apart op die rekening staan, los van huur en servicekosten. Het geld ging niet via een leverancier, maar rechtstreeks naar de aanvrager.
Voor het nieuwe fonds staat dat nog niet vast. De brief van 1 juli noemt blokverwarming niet. Wel schrijft het kabinet dat wie het geld niet via de leverancier kan krijgen, het op de eigen rekening ontvangt. Ook bouwt het nieuwe fonds voort op wat de stichting en de leveranciers al hadden opgezet.
Het verschil met het oude Tijdelijk Noodfonds Energie
Het oude fonds was drie jaar open, voor het laatst in het voorjaar van 2025. Het was een stichting die geld kreeg van het kabinet en van de energiesector. In 2025 zou het volgens de Rijksoverheid naar verwachting ongeveer 110.000 huishoudens helpen, met gemiddeld € 80 per maand. Het nieuwe fonds lijkt erop, maar er zijn vier verschillen die voor jou tellen.
| Kenmerk | Tijdelijk Noodfonds Energie | Noodfonds Energie |
|---|---|---|
| Wie het betaalt | Kabinet en energiesector samen | Alleen de overheid |
| Hoeveel je terugkrijgt | Alles boven de grens, een half jaar lang | De helft boven de grens, berekend over een jaar |
| Als het geld op is | Het fonds sloot | Iedereen die op tijd aanvraagt en recht heeft, krijgt geld |
| Bezwaar en beroep | Niet zoals bij de overheid | Wel, net als bij een overheidsbesluit |
De grenzen voor inkomen en energiequote blijven naar verwachting hetzelfde. Het kabinet schrijft dat het uitgaat van dezelfde groep huishoudens als bij het oude fonds. Blijkt het fonds duurder dan gedacht, dan past het kabinet de groep aan zodat het binnen het budget blijft. Zijn je inkomen en je energiekosten ongeveer gelijk gebleven, dan heb je nu waarschijnlijk weer recht.
Half zo veel procent en even veel per jaar
Het percentage is gehalveerd, maar per jaar krijg je niet minder. Het oude fonds vergoedde alles boven de grens, maar maar een half jaar lang. Het nieuwe gaat de helft vergoeden, berekend over een heel jaar. Het ministerie rekende dat zelf na in de beslisnota bij de brief: op jaarbasis komt de vergoeding even hoog uit. Dat gaat over de rekenregel. Het gemiddelde bedrag verschilt wel, omdat het nieuwe fonds een grotere groep helpt en de energieprijzen anders zijn.
Het verschil met de energietoeslag van de gemeente
In 2026 is er geen landelijke energietoeslag. Wie nu hulp zoekt bij de energierekening, kan bij de gemeente terecht, en straks bij het Noodfonds Energie, dat het kabinet voor eind 2026 wil openen. Recht op de energietoeslag van € 1.300 heb je niet meer. Dat was een bedrag dat gemeenten in 2022 uitkeerden aan huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum. Voor 2023 was er opnieuw een ronde. De meeste gemeenten betaalden daarvan begin 2023 al € 500 uit als verhoging van de toeslag over 2022, en later in 2023 nog € 800. Daarna is de landelijke regeling gestopt. De Rijksoverheid zegt het zelf: er is geen landelijke energietoeslag meer.
Een landelijke regeling die je energierekening betaalt, is er nu niet. Het Noodfonds Energie moet voor eind 2026 open. Een gemeente mag wel zelf iets regelen, bijvoorbeeld bijzondere bijstand of een eigen toeslag. Dat verschilt per gemeente. Vraag daarom bij je eigen gemeente wat er is.
Energiearmoede na het einde van de steun
Het einde van de steun is terug te zien in de cijfers. Het CBS is het statistiekbureau van de overheid. Samen met het onderzoeksinstituut TNO schatte het CBS voorlopig dat in 2025 ongeveer 503.000 huishoudens te maken hadden met energiearmoede. Dat betekent een laag inkomen in combinatie met hoge energiekosten, of met een huis dat slecht te verwarmen is. Nadat de steunmaatregelen van de energiecrisis in 2024 stopten, steeg dat aandeel naar 6 procent van alle huishoudens, en in 2025 bleef het daar. De groep met een laag inkomen en hoge energiekosten kwam gemiddeld € 624 per jaar tekort om uit energiearmoede te komen. Met gemiddeld € 360 per jaar dekt het Noodfonds dat gat waarschijnlijk niet helemaal, al gaat het om verschillende groepen en jaren.
Wat je nu al kunt doen
Zodra de verwarming weer aangaat, ligt vaak ook de brief met je nieuwe termijnbedrag op de mat. Op het fonds wachten hoeft niet.
- Bel je energieleverancier als je de rekening niet kunt betalen, en vraag om een betalingsregeling. Wat er daarna gebeurt als je de energierekening niet betaalt, lees je in een apart artikel.
- Neem contact op met je gemeente. Gemeenten krijgen in 2026 extra geld van het Rijk voor hulp bij de energierekening, zoals een energiecoach of tochtstrips en ledlampen.
- Bel Geldfit als je geldzorgen hebt. Geldfit is een landelijke hulplijn voor vragen over geld en geeft gratis en anoniem advies. Bel 0800-8115 of app via de website van Geldfit.
- Houd je laatste jaarafrekening en je termijnbedrag bij de hand. Die heb je nodig om je energiequote uit te rekenen.
Ons oordeel: het Noodfonds Energie is een fonds waarbij niet aanvragen het grootste risico is. Het geld raakt niet op, je spaargeld telt niet mee en terugbetalen hoeft volgens het kabinet alleen bij misbruik, zoals fraude. Twijfel je of je eronder valt, vraag het dan toch aan. De uitkomst is dan hooguit een afwijzing, en daartegen kun je bezwaar maken.
Veelgestelde vragen over het Noodfonds Energie
Heb ik nog recht op de energietoeslag van 1300 euro?
Nee, de energietoeslag van € 1.300 bestaat niet meer, en een landelijke energietoeslag is er in 2026 niet. Gemeenten keerden de € 1.300 uit in 2022, en voor 2023 volgde nog een ronde, meestal in twee delen van € 500 en € 800. Sommige gemeenten hebben nog een eigen regeling, zoals een lokale toeslag of bijzondere bijstand. Vraag dat na bij je gemeente. Het Noodfonds Energie werkt anders: je krijgt geen vast bedrag, maar de helft van je energiekosten boven een grens.
Telt mijn spaargeld mee?
Nee. Het Noodfonds Energie kijkt alleen naar je bruto inkomen en je energiekosten. Het kabinet heeft bewust gekozen voor geen vermogenstoets, omdat die de aanvraag zwaarder maakt en geld kost dat dan niet naar huishoudens gaat.
Moet ik het geld later terugbetalen?
Alleen bij misbruik, zoals fraude. Dat schrijft het kabinet in de brief van 1 juli 2026. Het wil zo voorkomen dat mensen uit angst voor terugbetalen geen aanvraag doen.
Krijg ik geld als ik juist weinig stook om kosten te besparen?
Waarschijnlijk niet. Wie weinig energie gebruikt, haalt de grens van 8 of 10 procent niet. Volgens het onderzoeksinstituut TNO ging het in 2024 om ongeveer 119.000 huishoudens met een laag inkomen en een slecht geïsoleerd huis. Zij gebruikten minder energie dan je zou verwachten, bijvoorbeeld uit angst voor een hoge rekening. Het kabinet erkent dat het fonds deze groep niet bereikt. Het overlegt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de stichting achter het fonds. De vraag is of het fonds deze mensen kan doorverwijzen naar hulp bij isoleren en energie besparen.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.
Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.
Bronnen
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Brief over de opzet van het Noodfonds Energie 2026, Kamerstuk 36933 nr. 44, 1 juli 2026. Draagt de voorwaarden, de € 193 miljoen, de 500.000 huishoudens, de gemiddelde € 360, de minimaal vier maanden, de rekenregels, de uitbetaling, bezwaar, de uitvoerder en de 119.000 huishoudens die te weinig stoken.
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Beslisnota bij de brief over de opzet van het Noodfonds Energie 2026, 22 juni 2026. Draagt de vergelijking op jaarbasis en de open keuze voor de inkomensgegevens.
- Rijksoverheid, Kabinet werkt aan publiek energiefonds om kwetsbare huishoudens te ondersteunen, 30 juni 2025. Draagt de drie jaar van het oude fonds, de laatste opening in het voorjaar van 2025, de financiering door kabinet en energiesector en de verwachte 110.000 huishoudens.
- Rijksoverheid, Hoe krijg ik ondersteuning bij een hoge energierekening?. Draagt dat er geen landelijke energietoeslag meer is en de hulp van gemeenten in 2026.
- Rijksoverheid, Wet Energietoeslag 2023 aangenomen, 3 oktober 2023. Draagt de € 1.300 in 2022 en de € 500 en € 800 voor 2023.
- CBS, Afname energiearmoede stagneert in 2025, 23 juli 2026. Draagt de 503.000 huishoudens, de 6 procent en het gemiddelde tekort van € 624.
- Tijdelijk Noodfonds Energie, Handleiding voor hulp bij de aanvraag, versie 1.0, 17 april 2025. Draagt de regels van 2025 voor blokaansluiting, termijnbedrag en DigiD.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.
Verder lezen in Maatschappelijk
Nieuwe pensioenstelsel: wat de overstap met je pensioen doetIn het nieuwe pensioenstelsel krijgt iedereen een eigen pensioenpot. Zo gaat de overstap, en dit controleer je als je fonds schrijft.
Houtkachel stoken: wat mag nog en wanneer beter niet?Een houtkachel mag je in Nederland nog gewoon stoken. Wel kan je gemeente het verbieden als de Stookwijzer op code rood staat.
Huis isoleren: wat eerst en wat het per maatregel oplevertJe huis isoleren levert per maatregel heel verschillend op. Lees wat eerst moet, wat het kost en welke subsidie in 2027 verandert.
Salderingsregeling stopt in 2027: dit verandert er voor je zonnepanelenOp 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Lees wat je dan nog krijgt voor teruggeleverde stroom en hoe je rendabel blijft.