Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Financieel

Eindejaarsuitkering: betaal je echt extra belasting?

Een eindejaarsuitkering of dertiende maand is extra loon, vaak in december. Waarom gaat er zoveel belasting af, en is dat echt extra?

Team Kennisdomein Door 15 minuten lezen
Vrouw bekijkt op een decemberavond aan de keukentafel haar loonstrook op een laptop met een rekenmachine

Hoeveel je werkgever inhoudt, hangt af van je jaarloon van vorig jaar, na aftrek van je eigen pensioenpremie. Tussen € 38.884 en € 45.592 is dat in 2026 42,01 procent, daarboven tot € 78.426 50,47 procent. Dat staat in de tabel voor bijzondere beloningen van de Belastingdienst. Het modale loon van 2025 was € 46.000 bruto, volgens het Centraal Planbureau (CPB), het rekeninstituut van de overheid. Wie eigen pensioenpremie betaalt, zit daarmee meestal net onder de grens. Het voelt als een boete op je bonus, maar een aparte extra belasting is het niet. Het is een voorheffing, een voorschot op je belasting. Dat voorschot ligt meestal dicht bij wat de laatste euro’s van je jaarloon je werkelijk kosten. Meer over belasting en je loon staat in het kennisgebied Financieel.

Dertiende maand of eindejaarsuitkering

Een dertiende maand is een vast extra maandloon, een eindejaarsuitkering een bedrag of percentage dat je werkgever of cao vaststelt. Dat onderscheid maakt Ondernemersplein, het overheidsloket voor ondernemers. Bij een dertiende maand krijg je je brutomaandloon nog een keer, zonder vakantiegeld erbij. Een eindejaarsuitkering is vaak een percentage van je jaarloon. In de praktijk zijn het vaak twee namen voor hetzelfde: een extra bedrag bovenop je gewone loon, één keer per jaar. Een cao is de afspraak over loon en arbeidsvoorwaarden die werkgevers en vakbonden voor een hele sector maken.

Het verschil in naam zegt in de praktijk weinig. De cao Gehandicaptenzorg 2025-2026 geeft bijvoorbeeld een eindejaarsuitkering van 8,33 procent van het loon dat je dat jaar verdiende. Dat is afgerond een twaalfde, dus in feite een dertiende maand onder een andere naam. Bij andere werkgevers hangt de eindejaarsuitkering af van de winst of van je beoordeling, en dan weet je pas in december wat je krijgt.

Over de uitkering zelf bouw je meestal geen vakantiegeld en geen pensioen op, schrijft Ondernemersplein, tenzij je cao, contract of pensioenregeling dat anders regelt.

Wanneer je werkgever moet betalen

In de wet staat niets over een eindejaarsuitkering of een dertiende maand. Meestal heb je er alleen recht op als het in je cao, in een regeling van je bedrijf of in je arbeidscontract staat. Staat het er, dan is het een afspraak waar je werkgever zich aan moet houden. Kijk dus eerst in je cao of contract, en zoek daar op het woord eindejaarsuitkering.

Deeltijd en tijdelijk contract

Ook werknemers met een tijdelijk contract of een oproepcontract hebben recht op de uitkering als hun collega’s die krijgen, schrijft Ondernemersplein: een werkgever moet zijn werknemers gelijk behandelen. Werk je in deeltijd, dan krijg je bij een regeling over je werkelijk verdiende loon vanzelf een deel naar rato. Wie in de cao Gehandicaptenzorg drie dagen werkt, krijgt 8,33 procent van zijn eigen loon, en dus bij hetzelfde uurloon drie vijfde van wat een voltijder krijgt.

Uit dienst voor december

Ga je in de loop van het jaar weg, dan krijg je volgens Ondernemersplein het deel voor de maanden dat je er werkte, bij je eindafrekening. Kijk wel in je cao of contract, want de regeling bepaalt het. Zoek daarin naar een peildatum. Een peildatum is de dag waarop je in dienst moet zijn om recht te hebben. De cao Gehandicaptenzorg noemt 31 december als peildatum. Toch krijgt wie eerder vertrekt daar een uitkering over het loon dat hij of zij tot dan toe verdiende.

Wanneer de uitkering op je rekening staat

De meeste werknemers krijgen hun eindejaarsuitkering in december, met het gewone loon van die maand, schrijft Ondernemersplein. Sommige cao’s laten je hem ook per maand ontvangen. Dan is je maandloon hoger, maar krijg je in december niets extra’s.

Sommige cao’s stoppen de eindejaarsuitkering en het vakantiegeld samen in een keuzebudget. Dat is een potje dat je elke maand opbouwt en waarvan je zelf kiest wanneer je het laat uitbetalen. De cao Gehandicaptenzorg laat werknemer en werkgever ook afspreken dat het opgebouwde deel op een ander moment wordt betaald. Staat er in december dus minder op je rekening dan je verwachtte, kijk dan of je dat budget al eerder hebt opgenomen.

Hoeveel en wanneer in twee zorg-cao’s

Hoeveel je krijgt en wanneer, staat in je eigen cao. In de cao Gehandicaptenzorg 2025-2026 is het 8,33 procent van het loon dat je in het kalenderjaar verdiende, uitbetaald in december.

In de cao VVT, voor verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, is het ook 8,33 procent. Die cao rekent wel met het loon van december tot en met november, en betaalt in november. Op jouw verzoek en in overleg met je werkgever kan het ook per maand of per vier weken. Dat verzoek doe je hoogstens één keer per jaar. Wie 21 jaar of ouder is en voltijd werkt, krijgt in de VVT minstens € 2.803,41, het bedrag vanaf 1 juli 2026. Vertrek je eerder in het jaar, dan krijg je in beide cao’s het deel dat je tot dan hebt opgebouwd.

Waarom je werkgever zoveel inhoudt

Een eindejaarsuitkering is een brutobedrag: je werkgever houdt er loonheffing op in, en wat overblijft krijg je netto met het loon van die maand. Je werkgever rekent die loonheffing niet uit met de gewone maandtabel, maar met de tabel voor bijzondere beloningen. Het percentage uit die tabel heet het bijzonder tarief. Een bijzondere beloning is loon dat je eens per jaar krijgt en dat los staat van een maand, zoals vakantiegeld of een bonus.

De tabel kijkt naar je jaarloon van vorig jaar bij dezelfde werkgever. Ben je dit jaar begonnen, dan schat je werkgever wat je over een heel jaar zou verdienen. Het jaarloon is het loon waarover je loonbelasting betaalde, dus meestal je brutoloon min je eigen pensioenpremie. Bij dat jaarloon staan twee percentages. Het eerste is je gewone belastingtarief. Het tweede heet het verrekeningspercentage. Dat corrigeert voor de heffingskortingen: de kortingen op je belasting die je werkgever elke maand al verrekent.

Zo is het percentage opgebouwd

Die kortingen zijn niet vast. De algemene heffingskorting krijgt iedereen, maar boven een inkomen van € 29.736 wordt hij 6,398 cent kleiner per euro die je meer verdient. De arbeidskorting krijg je omdat je werkt. Tussen € 25.845 en € 45.592 groeit hij nog met 1,95 cent per euro. Daarboven krimpt hij met 6,51 cent per euro. Elke euro eindejaarsuitkering kost je dus je belastingtarief plus de korting die je erdoor kwijtraakt.

Het bijzonder tarief per jaarloon in 2026

In de tabel hieronder zie je hoe het percentage van 2026 is opgebouwd, en wat je overhoudt van elke € 1.000 bruto. Het geldt voor wie jonger is dan de AOW-leeftijd en bij deze werkgever de loonheffingskorting laat toepassen. Een min in de derde kolom betekent dat je werkgever minder inhoudt dan het tarief, omdat je arbeidskorting bij dat loon nog groeit. In de laatste rij is de verrekening boven € 132.920 geen verloren korting meer, want daar is je arbeidskorting al op.

Jaarloon vorig jaarBelastingtariefVerrekening kortingenNetto van € 1.000
€ 0 tot € 11.3570,00%0,00%€ 1.000
€ 11.358 tot € 12.92235,75%min 8,32%€ 726
€ 12.923 tot € 23.93035,75%min 31,01%€ 953
€ 23.931 tot € 29.73635,75%min 1,95%€ 662
€ 29.737 tot € 38.88335,75%6,40 min 1,95 = 4,45%€ 598
€ 38.884 tot € 45.59237,56%6,40 min 1,95 = 4,45%€ 580
€ 45.593 tot € 78.42637,56%6,40 plus 6,51 = 12,91%€ 495
€ 78.427 tot € 143.55449,50%6,51%€ 440
Bron: Belastingdienst, witte tabel bijzondere beloning 2026 en heffingskortingen 2026.

Minder inhouding bij een laag loon

Werk je in deeltijd, heb je een bijbaan of ben je jong, dan verdiende je vorig jaar misschien minder dan € 29.737. Dan houd je meer over. Verdiende je minder dan € 11.358, dan houdt je werkgever volgens de tabel niets in. Tussen € 12.923 en € 23.930 houdt hij maar 4,74 procent in, omdat je arbeidskorting bij dat loon nog snel groeit.

Het bijzonder tarief is een voorheffing

Kijk naar de derde kolom en je ziet het. Het verrekeningspercentage is geen toeslag van de Belastingdienst. Het is de korting die je naar verwachting verliest door het extra loon. Dat is 6,4 cent per euro aan algemene heffingskorting. Onder € 45.592 gaat daar 1,95 cent af, omdat je arbeidskorting nog groeit. Daarboven komt er 6,5 cent bij, omdat je arbeidskorting krimpt. Het bijzonder tarief is dus een schatting vooraf van wat de uitkering je bij de aangifte kost, geen straf.

Dat het toch als extra voelt, komt door het verschil met je maandloon. Over je gewone loon krijg je elke maand een deel van je kortingen. Verdien je meer dan ongeveer € 30.000, dan krijg je over de eindejaarsuitkering geen korting meer. Je verliest er juist korting door. Dat er van een maand bruto maar vijf tot zes tienden netto overblijft, is daarom geen fout op je loonstrook. Daarom spreken veel mensen van extra loonbelasting. Dat is begrijpelijk, want er gaat meer af dan van je gewone maandloon. Maar in de meeste gevallen is het tarief gelijk aan wat de laatste euro’s van je jaarloon je in de aangifte kosten.

Wanneer de schatting niet klopt

Die schatting klopt het best onder drie voorwaarden. Je hele uitkering valt in dezelfde rij van de tabel. Je verdient dit jaar ongeveer evenveel als vorig jaar. En je hebt geen grote aftrekposten, zoals hypotheekrente. Het Handboek Loonheffingen, het naslagwerk dat de Belastingdienst voor werkgevers maakt, zegt het zelf: het verrekeningspercentage kan soms toch tot een te hoge of te lage inhouding leiden. Bij een jaarloon tussen € 132.920 en € 143.554 houdt de tabel bijvoorbeeld 6,51 procent van je uitkering te veel in.

Rekenvoorbeeld bij een modaal loon

Sanne verdient € 3.400 bruto per maand en werkt het hele jaar bij dezelfde werkgever. Ze krijgt 8 procent vakantiegeld, dat is € 3.264, en in december een dertiende maand van € 3.400. Haar jaarloon komt daarmee op € 47.464. Dat ligt dicht bij het modale inkomen van € 48.000 dat het CPB voor 2026 raamt. We nemen aan dat ze vorig jaar hetzelfde verdiende en geen eigen pensioenpremie betaalt. Betaalt ze wel premie, dan kan haar jaarloon onder € 45.593 zakken en houdt haar werkgever 42,01 procent in.

Haar werkgever houdt 50,47 procent in op de dertiende maand. Dat is € 1.716, en Sanne krijgt € 1.684 netto.

Wat de aangifte ervan maakt

Bij de aangifte rekent de Belastingdienst anders. Die kijkt naar wat haar belasting over het hele jaar hoger is dan zonder de dertiende maand. Dat is € 1.277 aan belasting, 37,56 procent van € 3.400. Daar komt € 218 bij omdat haar algemene heffingskorting kleiner wordt. En haar arbeidskorting daalt per saldo met € 92: over de eerste € 1.528 groeit hij nog, daarboven krimpt hij. Samen kost de dertiende maand haar € 1.587, of 46,7 procent.

Op de dertiende maand is dus € 129 meer ingehouden dan hij haar kost. Dat komt doordat de tabel de hele uitkering belast alsof hij boven € 45.593 valt, terwijl een deel eronder ligt. Hetzelfde speelt bij haar vakantiegeld. Dat wordt ook met 50,47 procent belast, terwijl het helemaal onder € 45.592 valt en haar 42,01 procent kost. Hoeveel Sanne uiteindelijk terugkrijgt, hangt af van alles wat er dat jaar is ingehouden. De aangifte telt het hele jaar bij elkaar op.

Wanneer je geld terugkrijgt of moet bijbetalen

Het bijzonder tarief rekent met je loon van vorig jaar. Verdien je dit jaar duidelijk minder, bijvoorbeeld omdat je minder uren bent gaan werken, dan houdt je werkgever vaak te veel in. Dat krijg je terug als je aangifte inkomstenbelasting doet. Andersom kan het ook: ben je dit jaar flink meer gaan verdienen, dan is er misschien te weinig ingehouden en betaal je bij.

Weet je vooraf dat de inhouding veel te hoog uitvalt? Dan kun je bij de Belastingdienst een lager percentage aanvragen. Volgens het Handboek Loonheffingen kan dat als de inhouding minstens 10 procent hoger is dan wat je vermoedelijk moet betalen, met een minimum van € 227. Je krijgt dan een brief die je werkgever toestaat minder in te houden. Voor de meeste mensen is het verschil kleiner, en dan loopt het gewoon via de aangifte.

Waar je werkelijk meer kwijt bent

De echte extra kosten zitten niet in het tarief, maar in wat er naast de belasting gebeurt. Krijg je toeslagen, dan telt je eindejaarsuitkering mee in je toetsingsinkomen. Dat is het inkomen waarop Dienst Toeslagen, het deel van de Belastingdienst dat de toeslagen uitbetaalt, je toeslag berekent. Boven een bepaalde inkomensgrens geldt: hoe hoger dat inkomen, hoe lager je zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget.

Voor de zorgtoeslag is de regel eenvoudig na te rekenen. Boven een toetsingsinkomen van € 29.736 daalt de zorgtoeslag in 2026 met 13,73 cent voor elke euro die je meer verdient. Heb je geen toeslagpartner en is je toetsingsinkomen hoger dan € 40.857, dan krijg je helemaal geen zorgtoeslag meer. Welke toeslagen er zijn en wat de voorwaarden zijn, zetten we in een apart artikel op een rij.

Rekenvoorbeeld met zorgtoeslag

Ahmed woont alleen en verdient € 2.500 bruto per maand. Met 8 procent vakantiegeld is dat € 32.400 per jaar. In december krijgt hij een dertiende maand van € 2.500, waardoor zijn jaarloon op € 34.900 komt. Hij verdiende vorig jaar hetzelfde, dus zijn werkgever houdt 40,20 procent in, € 1.005. Bij de aangifte blijkt dat ook precies te kloppen, want zijn hele uitkering valt in één schijf van de tabel.

Maar zijn zorgtoeslag daalt met 13,73 procent van € 2.500, en dat is € 343. Van zijn dertiende maand houdt Ahmed daardoor € 1.152 over, 46 procent. Dat merkt hij pas later, als Dienst Toeslagen zijn toeslag over het jaar definitief vaststelt. Geef je verwachte jaarinkomen daarom meteen door in Mijn toeslagen zodra je weet hoe hoog de uitkering wordt. Dan wordt je voorschot aangepast en hoef je later minder in één keer terug te betalen.

Minder belasting betalen over je eindejaarsuitkering

Veel ruimte is er niet, en de meeste trucs leveren minder op dan ze beloven. Een uitkering naar januari schuiven levert meestal weinig op. Het helpt vooral als je volgend jaar duidelijk minder verdient. Het moet wel vooraf met je werkgever zijn afgesproken: staat in je cao dat hij in december wordt betaald, dan is hij ook in december belast.

Ruilen via een cafetariaregeling

Eén route bestaat wel: een deel van je uitkering ruilen tegen een belastingvrije vergoeding. Dat heet een cafetariaregeling. Het Handboek Loonheffingen geeft een voorbeeld. Een werknemer spreekt in maart af dat hij een deel van zijn dertiende maand ruilt tegen een hogere reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer. Dat kan alleen als je werkgever zo’n regeling heeft en je het vooraf afspreekt. De vergoeding moet bovendien binnen de belastingvrije grens blijven. Vraag je werkgever vooraf wat de ruil doet met je pensioen en met een uitkering bij ziekte of werkloosheid, want dat verschilt per regeling.

Ons advies is daarom nuchter. Reken niet op het bruto bedrag. Bij een jaarloon boven € 45.593 hou je ongeveer de helft over, tussen € 29.737 en € 45.592 ongeveer 60 procent. Daaronder hou je meer over, omdat je arbeidskorting dan nog groeit. Krijg je toeslagen en zit je boven de grens waar ze gaan dalen, trek er dan nog een paar honderd euro af. Voor 2027 stelt het kabinet een hogere arbeidskorting voor. Wat dat en de rest van de plannen voor je loon betekent, lees je in ons artikel over Prinsjesdag.

Veelgestelde vragen over de eindejaarsuitkering

Is een eindejaarsuitkering belastingvrij?

Nee. Een eindejaarsuitkering of dertiende maand is gewoon loon, en je werkgever houdt er loonbelasting op in met de tabel voor bijzondere beloningen van de Belastingdienst. Bij een jaarloon over vorig jaar tussen € 29.737 en € 38.883 is dat in 2026 40,20 procent, tot € 45.592 42,01 procent en daarboven tot € 78.426 50,47 procent. Bij een lager jaarloon is het minder. Alleen het deel dat je vooraf met je werkgever ruilt tegen een belastingvrije vergoeding, zoals een hogere reiskostenvergoeding, is onbelast.

Is een eindejaarsuitkering bruto of netto?

Bruto. Het bedrag uit je cao of contract is een brutobedrag. Je werkgever houdt er loonbelasting op in met de tabel voor bijzondere beloningen van de Belastingdienst, en wat overblijft krijg je netto met het loon van die maand. Bij een jaarloon rond modaal houd je netto ongeveer 50 tot 58 procent van het brutobedrag over.

Bouw je over een dertiende maand vakantiegeld of pensioen op?

Meestal niet. Ondernemersplein, het overheidsloket voor ondernemers, schrijft dat je over een eindejaarsuitkering of dertiende maand in de regel geen vakantiegeld en geen pensioen opbouwt. Staat het in je cao of contract, dan wel.

Hoeveel is een dertiende maand netto bij een modaal loon?

Stel dat je € 3.400 bruto per maand verdient, met 8 procent vakantiegeld en een dertiende maand. Verdiende je vorig jaar hetzelfde en betaal je geen eigen pensioenpremie, dan houdt je werkgever 50,47 procent in. Dat volgt uit de tabel voor bijzondere beloningen van de Belastingdienst. Je krijgt dan € 1.684 netto. Bij de aangifte kost die dertiende maand je € 1.587. Het verschil van € 129 krijg je terug, samen met wat er te veel is ingehouden op je vakantiegeld. Betaal je pensioenpremie, dan is de inhouding vaak 42,01 procent.

Krijg je een eindejaarsuitkering als je voor december stopt?

Meestal krijg je het deel over de maanden dat je in dienst was, uitbetaald bij je eindafrekening. Dat schrijft Ondernemersplein, het overheidsloket voor ondernemers. Kijk wel in je cao of contract of er een peildatum in staat. In de cao Gehandicaptenzorg is dat 31 december, maar ook wie eerder vertrekt krijgt daar het opgebouwde deel.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Geschreven door onze eigen redactie en nagelopen op feiten, cijfers en bronnen.

Klopt er iets niet, of mis je iets? Laat het ons weten. We lopen het na en passen het artikel aan.

Bronnen

  • Belastingdienst, Witte tabel bijzondere beloning 2026. Het tarief en het verrekeningspercentage per jaarloon, van 0,00 tot 56,01 procent.
  • Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026. Het jaarloon van vorig jaar, de opbouw en afbouw van de heffingskortingen, de waarschuwing over te veel of te weinig inhouding, de machtiging bij 10 procent en € 227, en het voorbeeld van de cafetariaregeling.
  • Belastingdienst, Berekening zorgtoeslag 2026. Het drempelinkomen van € 29.736, de 13,73 procent en de grens van € 40.857 zonder toeslagpartner.
  • Ondernemersplein, Eindejaarsuitkering of 13e maand. Het verschil, geen wettelijke plicht, gelijke behandeling, geen opbouw van vakantiegeld en pensioen, december, en het deel naar rato bij vertrek.
  • Centraal Planbureau, Kerngegevens MEV 2027. Het bruto modale inkomen: € 46.000 in 2025 en € 48.000 in 2026.
  • VGN, Cao Gehandicaptenzorg 2025-2026, artikel 4:6. 8,33 procent, december, peildatum 31 december en toch een uitkering bij eerder vertrek.
  • ActiZ, Cao VVT 2025-2026, artikel 4.2.11. 8,33 procent over december tot en met november, november of per maand, het minimumbedrag en de uitkering naar verhouding.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein en geen persoon. De kern wordt gevormd door Chadli Hachani en Sonja Schwedersky, aangevuld met vaste schrijvers en meelezers per onderwerp.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Financieel

Alle artikelen in Financieel