Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Wereld

Planeten op volgorde, en hoe ver ze echt uit elkaar staan

Ons zonnestelsel heeft acht planeten. Hier lees je de volgorde van de planeten, hoe groot ze zijn en hoe ver ze echt uit elkaar staan.

Gepubliceerd op 12 minuten lezen
Ouder en kind op een dijk wijzen in de schemering naar een helder lichtpuntje laag boven de horizon

Vanaf de zon gerekend is de volgorde van de planeten Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Mercurius staat gemiddeld 57,9 miljoen kilometer van de zon, Neptunus 4,5 miljard kilometer. Dat is bijna 80 keer zo ver. Die cijfers komen uit de planeetgegevens van NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. De eerste vier zijn kleine planeten van gesteente, de laatste vier zijn reuzen. Dit artikel hoort bij onze reeks over sterrenkunde. Meer over de aarde en het heelal staat in het kennisgebied Wereld.

De acht planeten in cijfers

Jupiter is de grootste planeet en Mercurius de kleinste; Neptunus staat het verst weg. In de tabel hieronder staan de acht planeten in de volgorde vanaf de zon. Per planeet zie je de middellijn en de gemiddelde afstand tot de zon. De laatste kolom zegt hoe lang een rondje om de zon duurt.

PlaneetMiddellijnAfstand tot de zonRondje om de zon
Mercurius4.879 km57,9 miljoen km88 dagen
Venus12.104 km108,2 miljoen km225 dagen
Aarde12.756 km149,6 miljoen km365 dagen
Mars6.792 km228 miljoen km687 dagen
Jupiter142.984 km778,5 miljoen km12 jaar
Saturnus120.536 km1,43 miljard km29 jaar
Uranus51.118 km2,87 miljard km84 jaar
Neptunus49.528 km4,52 miljard km164 jaar
Bron: NASA, Planetary Fact Sheet, bijgewerkt 18 maart 2025. De omlooptijd is afgerond.

Tussen de twee groepen zit een groot gat. Mars staat 228 miljoen kilometer van de zon, Jupiter ruim drie keer zo ver. Hoe verder weg een planeet staat, hoe langzamer hij gaat. Mercurius raast met 47 kilometer per seconde om de zon, Neptunus doet het met 5,4. Neptunus gaat bovendien een veel langere weg: een jaar duurt er 164 van onze jaren. Wie daar geboren zou worden, viert er nooit een verjaardag.

Een dag die langer duurt dan een jaar

Ook de lengte van een dag verschilt per planeet enorm. Jupiter draait in minder dan 10 uur om zijn as, de kortste dag van alle planeten. Op Mercurius duurt het 176 aardse dagen van zonsopkomst tot zonsopkomst. Dat is twee keer zo lang als zijn jaar van 88 dagen.

Venus is de vreemdste. Ze draait heel langzaam en achteruit om haar as: één rondje kost 243 aardse dagen. Een rondje om de zon duurt maar 225 dagen, dus op Venus duurt één draai om de eigen as langer dan een jaar. Van zonsopkomst tot zonsopkomst is het daar 117 dagen. Uranus ligt bijna op zijn kant: zijn as staat 98 graden scheef. Ook dat staat in de planeetgegevens van NASA.

Van groot naar klein

Op grootte is de volgorde heel anders: Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus, de aarde, Venus, Mars en Mercurius. Jupiter is ruim 11 keer zo breed als de aarde. Hij weegt ook 2,5 keer zoveel als alle andere planeten samen. Dat volgt uit de massa’s in dezelfde tabel van NASA.

Uranus en Neptunus lijken een tweeling. Toch zijn ze niet gelijk: Uranus is iets breder, maar Neptunus is zwaarder. Neptunus weegt 17 keer zoveel als de aarde, Uranus ruim 14 keer. De aarde is de grootste van de vier planeten van gesteente, en Venus is bijna even groot. Mars is ongeveer half zo breed als de aarde, en Mercurius is de kleinste van de acht.

Wat een planeet tot planeet maakt

Een planeet draait om de zon, is zo zwaar dat hij bijna rond is en heeft de ruimte rond zijn baan schoongeveegd. Dat zijn de drie eisen die de sterrenkundigen op 24 augustus 2006 in Praag vastlegden. Ze stemden daarover bij de Internationale Astronomische Unie (IAU), de wereldwijde vereniging van sterrenkundigen die namen en definities in de sterrenkunde vastlegt.

De tweede eis betekent dat de eigen zwaartekracht de planeet bijna rond trekt. De derde eis betekent dat er geen ander groot object in dezelfde strook om de zon draait.

Waarom Pluto afviel

Pluto voldoet aan de eerste twee eisen, maar niet aan de derde. Hij deelt zijn baan met veel andere ijsbrokken voorbij Neptunus. Daarom werd Pluto in 2006 een dwergplaneet. Dat is een hemellichaam dat rond is en om de zon draait, maar zijn baan niet heeft schoongeveegd en geen maan is. De eerste drie dwergplaneten waren Ceres, Pluto en een object dat toen nog de tijdelijke naam 2003 UB313 had.

De baan van Pluto is bovendien zo langgerekt dat hij soms dichter bij de zon komt dan Neptunus ooit doet. Op zijn dichtst staat Pluto 4,44 miljard kilometer van de zon, Neptunus nooit dichter dan 4,47 miljard. Ook dat volgt uit de tabel van NASA.

De definitie zelf werd met grote meerderheid aangenomen, zonder telling. Over Pluto werd wel geteld: van de 411 aanwezige leden stemden 237 voor en 157 tegen, 17 onthielden zich. Een voorstel om de nieuwe soort dwergplaneten voorbij Neptunus plutonische objecten te noemen, haalde het niet: 183 stemmen voor, 186 tegen.

De volgorde van de planeten onthouden

Een bekend Nederlands ezelsbruggetje is Mijn Vader At Meestal Jonge Spruitjes Uit Nieuwe Pekela. Elke eerste letter is een planeet, van Mercurius tot en met de P van Pluto. Sinds 2006 staat er dus een woord te veel in. Wie het nog zo leerde, mist niets als hij Pekela weglaat: het bruggetje eindigt dan op de N van Neptunus.

Liever een eigen versie? Maak dan een zin van acht woorden met dezelfde beginletters als de planeten. Mijn Vader At Maandag Jonge Spruitjes Uit Nijmegen is er een. Tel na afloop de woorden. Zijn het er acht, dan klopt je bruggetje.

Een tweede houvast is de indeling in twee groepen van vier. Eerst de kleine planeten van gesteente, tot en met Mars. Daarna de vier reuzen, van Jupiter tot en met Neptunus. Weet je dat Jupiter de grootste is en Neptunus de verste, dan heb je het begin en het eind van de tweede groep al.

Het zonnestelsel op schaal

Is de zon een voetbal, dan is de aarde een korreltje van 2 millimeter op 24 meter en Neptunus een erwt op ruim 700 meter. Op bijna elke schoolplaat staan de planeten toch netjes naast elkaar, als kralen aan een ketting. Dat beeld klopt niet, en het kan ook niet kloppen. Teken je de planeten namelijk groot genoeg om ze te zien, dan passen de afstanden niet meer op het papier.

Stel dat de zon een voetbal is van 22 centimeter. De zon is ongeveer 1,39 miljoen kilometer breed, meldt NASA, dus dan is alles 6,3 miljard keer verkleind. Jupiter is in dat model een grote knikker op 123 meter. Naar Neptunus is het een kleine tien minuten lopen. Daartussen is alleen lege ruimte.

In de tabel hieronder staat per planeet hoe groot hij in dat voetbalmodel is en hoe ver van de bal hij ligt. De laatste kolom geeft de afstand op de schaal van het oudste nog werkende planetarium ter wereld, in Franeker.

PlaneetGrootte als de zon een voetbal isAfstand tot de voetbalOp de schaal van Eisinga
Mercurius0,8 mm9 meter5,8 cm
Venus1,9 mm17 meter10,8 cm
Aarde2 mm24 meter15 cm
Mars1,1 mm36 meter22,8 cm
Jupiter2,3 cm123 meter78 cm
Saturnus1,9 cm226 meter1,43 meter
Uranus8 mm453 meter2,87 meter
Neptunus8 mm714 meter4,52 meter
Bron: eigen berekening met de gegevens van NASA; de schaal van Eisinga volgens het Eise Eisinga Planetarium.

Het plafond van Eise Eisinga

In Franeker bouwde Eise Eisinga tussen 1774 en 1781 een bewegend zonnestelsel in het plafond van zijn huiskamer. Hij was wolkammer: hij kamde ruwe wol, zodat die gesponnen kon worden. Het museum in zijn huis noemt het het oudste nog werkende planetarium ter wereld. Eisinga verkleinde het zonnestelsel een biljoen keer: 1 millimeter in zijn plafond is 1 miljoen kilometer in de ruimte. Op die schaal draait de aarde op 15 centimeter om de zon, Saturnus op bijna anderhalve meter.

Uranus en Neptunus ontbreken, en dat is geen vergissing. William Herschel vond Uranus in 1781, het jaar waarin het plafond klaar was. Hij hield het eerst voor een komeet of een ster. Het was de eerste planeet die met een telescoop werd gevonden, schrijft NASA. Op de schaal van Eisinga had Uranus op 2,87 meter van de zon moeten hangen, en Neptunus op ruim 4,5 meter.

Vaak lees je dat Eisinga zijn planetarium bouwde om mensen gerust te stellen. In 1774 voorspelde een dominee dat een samenstand van planeten de aarde de zon in zou slingeren. Een samenstand betekent dat planeten vanaf de aarde gezien dicht bij elkaar staan. Het museum schrijft echter dat die onrust volgens historisch onderzoek wel meeviel. Waarschijnlijker is dat Eisinga vooral rekenwerk wilde besparen: in zijn plafond zag hij in één oogopslag hoe de planeten stonden.

Welke planeet staat het dichtst bij de aarde?

Op zijn dichtst is dat Venus, maar gemiddeld over de tijd is het Mercurius. Venus komt tot ongeveer 40 miljoen kilometer van de aarde, dichterbij dan elke andere planeet. Daarom noemen de meeste bronnen Venus. Alleen de maan staat nog dichterbij, op gemiddeld 384.000 kilometer, en die is geen planeet.

Dat Mercurius gemiddeld wint, komt doordat Venus een groot deel van de tijd ver weg staat, soms aan de andere kant van de zon. Dan zit er bijna 260 miljoen kilometer tussen. Mercurius draait daarentegen in een kleine baan vlak bij de zon en kan dus nooit zo ver weg raken.

We rekenden het na met de gemiddelde afstanden uit de tabel van NASA, alsof de banen cirkels in één vlak zijn. Gemiddeld staat Mercurius dan 155 miljoen kilometer van de aarde, Venus 170 miljoen en Mars 253 miljoen. Dezelfde som geeft een verrassing: gemiddeld staat Mercurius ook het dichtst bij Neptunus. Venus is dus onze naaste buur op zijn dichtst, Mercurius op de lange duur.

Planeten op een rij

Vier of vijf planeten tegelijk met het blote oog zie je volgens NASA eens in de paar jaar. De volgende keer met vijf is eind oktober 2028, vlak voor zonsopkomst. Toch gaat er vaker een bericht rond over een planetenparade, soms met zes planeten op een rij. NASA schrijft dat planetenparade geen vakterm is. Op een rij staan de planeten eigenlijk altijd. Ze draaien ongeveer in hetzelfde vlak om de zon, en vanaf de aarde zie je ze daardoor altijd langs dezelfde boog aan de hemel. Die boog heet de ecliptica: het vlak van de planeetbanen, gezien van binnenuit.

Zes planeten tegelijk met het blote oog lukt bij zo’n parade bovendien niet. Die zie je in de schemering, en dan zie je zonder kijker hoogstens vijf planeten: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Uranus is zo zwak dat je er een heel donkere nacht voor nodig hebt, en Neptunus vraagt altijd een telescoop.

Welke planeten je in het najaar van 2026 ziet

Een helder lichtpuntje aan de avondhemel is dit najaar bijna zeker Saturnus. In oktober staat hij ’s avonds laag in het oosten, in december halfhoog in het zuiden. Hij staat op 4 oktober in oppositie, meldt Royal Museums Greenwich, de Britse musea rond de oude sterrenwacht van Greenwich. Oppositie betekent dat een planeet vanaf de aarde gezien recht tegenover de zon staat. Hij is dan de hele nacht te zien en extra helder.

In de tabel hieronder zie je welke planeten je tot eind december kunt vinden, wanneer en waar. We rekenden het uit voor het midden van het land.

PlaneetWanneerWaar aan de hemelZonder kijker
Saturnushele herfst’s avonds, van oost (oktober) naar zuid (december)ja
Neptunushele herfst’s avonds, in de buurt van Saturnusnee
Jupiterhele herfst’s nachts en ’s ochtends, zuidoosten tot zuidenja, heel helder
Marshele herfst’s nachts en ’s ochtends, zuidoosten tot zuidenja, oranje
Venusvanaf half november’s ochtends laag in het zuidoostenja, het helderst
Mercuriusrond 21 novembervlak voor zonsopkomst, laag in het zuidoostenlastig
Uranushele herfst, het best rond 25 novemberde hele nachtmet een kijker
Bron: Royal Museums Greenwich voor de oppositie van Saturnus; de rest is een eigen berekening voor Utrecht met de planeetbanen van NASA.

Laat op de avond en vroeg in de ochtend

Jupiter en Mars komen begin oktober pas na middernacht op, half december al voor elf uur ’s avonds. Venus staat rond 24 oktober tussen de aarde en de zon, en daarom zie je haar dan niet. Daarna wordt ze de morgenster.

Wie geduld heeft, wacht op februari 2027. Volgens onze berekening staan Jupiter en Mars dan binnen tien dagen na elkaar in oppositie, allebei de hele nacht aan de hemel.

Veelgestelde vragen over de planeten

Welke drie planeten staan het dichtst bij de zon?

Mercurius, Venus en de aarde. Mercurius staat gemiddeld 57,9 miljoen kilometer van de zon, Venus 108,2 miljoen en de aarde 149,6 miljoen. Dat staat in de planeetgegevens van NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. Mars volgt als vierde, op 228 miljoen kilometer.

Welke planeet is het heetst?

Venus, en niet Mercurius, al staat Mercurius dichter bij de zon. NASA geeft voor Venus een gemiddelde temperatuur van 464 graden Celsius, voor Mercurius 167 graden. Het verschil zit in de dampkring. Op Venus is de luchtdruk aan de grond 92 keer zo hoog als op aarde, op Mercurius is er vrijwel geen lucht.

Hoeveel planeten zie je met het blote oog?

Vijf: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus, schrijft NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. Uranus is zo zwak dat je een heel donkere hemel en goede ogen nodig hebt; NASA raadt een telescoop aan. Neptunus zie je nooit zonder telescoop.

Hoe lang doet zonlicht over de reis naar de planeten?

Licht reist met bijna 300.000 kilometer per seconde. Zonlicht is na ruim 8 minuten bij de aarde, na 43 minuten bij Jupiter en na ruim 4 uur bij Neptunus. Dat volgt uit de gemiddelde afstanden van NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • NASA, Planetary Fact Sheet, bijgewerkt 18 maart 2025. Middellijn, massa, afstand tot de zon, omlooptijd, snelheid, temperatuur en luchtdruk van de acht planeten.
  • Internationale Astronomische Unie, Result of the IAU Resolution votes, Praag, 24 augustus 2006. De drie eisen voor een planeet, de eerste dwergplaneten en de stemmingen over Pluto.
  • Sun Fact Sheet van NASA, de zon in getallen. De straal van de zon, 695.700 kilometer, voor het voetbalmodel.
  • Eise Eisinga Planetarium, Geschiedenis. De bouw tussen 1774 en 1781, de schaal van 1 millimeter op 1 miljoen kilometer, het oudste werkende planetarium en de onrust van 1774.
  • Uranus-pagina van NASA, Uranus Facts. De ontdekking door William Herschel in 1781, de eerste planeet die met een telescoop werd gevonden.
  • Royal Museums Greenwich, Space and astronomy highlights 2026. Saturnus in oppositie op 4 oktober 2026.
  • Planetenparades bij NASA, Planetary Alignments and Planet Parades, 4 februari 2025. Geen vakterm, de ecliptica, vijf planeten met het blote oog en vijf planeten eind oktober 2028.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Wereld

Alle artikelen in Wereld