Naar de inhoud

Uitleg over hoe iets werkt, in gewone taal.

Wereld

Hoe werkt eb en vloed en waarom verschilt het per plek?

Eb en vloed is het getij: de zee stijgt en zakt door de maan en de zon. Zo werkt het, en zo groot is het verschil in Nederland.

Gepubliceerd op 12 minuten lezen
Rij houten paalhoofden op een Zeeuws strand bij laagwater met nat zand en een lijn zeewier van het hoogwater

Eén ronde eb en vloed, van hoogwater tot het volgende hoogwater, duurt 12 uur en 25 minuten. Dat schrijft Rijkswaterstaat, de dienst van de overheid die de grote wateren beheert. Daarom is het ongeveer twee keer per dag hoogwater, en elke dag zo’n 50 minuten later dan de dag ervoor. Hoe hoog het water komt, verschilt sterk per plek. In Vlissingen ligt er gemiddeld 3,83 meter tussen hoog- en laagwater, bij Den Helder 1,41 meter. Die gemiddelden voor 2011 berekende het kennisinstituut Deltares voor Rijkswaterstaat. Meer over de aarde, de zee en het heelal staat in het kennisgebied Wereld.

Waarom de maan het water optilt

De maan trekt het hardst aan het water dat het dichtst bij haar is, en daar hoopt het zich een beetje op tot een vloedberg. Die trekkracht heet zwaartekracht: de kracht waarmee alles elkaar aantrekt, en hoe dichterbij, hoe sterker. Zo trekt de maan aan de hele aarde, ook aan het water in de oceanen.

Aan de andere kant van de aarde staat ook een vloedberg, en die verbaast veel mensen. Het water daar is het verst van de maan en wordt het zwakst aangetrokken. De aarde zelf wordt harder naar de maan getrokken dan dat water. Het water aan de achterkant blijft dus als het ware achter. Zo legt natuurkundedocent Mike Follows het uit in Science in School, het tijdschrift van acht Europese onderzoeksorganisaties, waaronder ruimtevaartorganisatie ESA en het deeltjeslab CERN. Het verschil in trekkracht verklaart zo beide bergen. Wie op school leerde over een slingerkracht rond het gezamenlijke zwaartepunt van aarde en maan, kreeg een andere beschrijving. Volgens Follows komen beide uitleggen op hetzelfde uit.

De aarde draait elke dag om haar as, onder die twee vloedbergen door. Een plek aan de kust draait zo twee keer per dag onder een vloedberg door. In dit eenvoudige beeld is het dan hoogwater, en daartussen laagwater. Aan onze kust komt het hoogwater later, omdat de getijgolf van ver moet komen; dat staat verderop. Vloed is de tijd waarin het water stijgt, eb de tijd waarin het zakt.

Waarom het elke dag 50 minuten later is

Ook de maan draait: in ongeveer een maand één keer om de aarde, in dezelfde richting als de aarde om haar as. Na een hele draai van de aarde staat de maan dus een eindje verder. De aarde moet nog zo’n 50 minuten doordraaien voordat jouw strand weer recht onder de maan ligt. Rijkswaterstaat rekent daarom met twee hoogwaters per 24 uur en 50 minuten.

Reken je dat door, dan klopt twee keer per dag net niet. Een dag van 24 uur telt gemiddeld 1,93 hoogwater. Ongeveer eens in de twee weken schuift een hoogwater over middernacht heen, en dan heeft die kalenderdag er maar één. Is het vandaag om 12.00 uur hoogwater, dan is het morgen rond 12.50 uur en over een week tegen 18.00 uur.

Springtij en doodtij

Springtij is het getij met het grootste verschil tussen hoog- en laagwater, rond nieuwe en volle maan. Doodtij heeft het kleinste verschil, rond halve maan. Dat komt door de zon, die ook aan het water trekt. Ze is veel zwaarder dan de maan, maar staat ook veel verder weg. Haar invloed op het getij is daardoor ongeveer 46 procent van die van de maan, schrijft Science in School. Bij nieuwe maan en volle maan staan zon, maan en aarde op één lijn, en dan trekken ze samen. Bij halve maan trekken zon en maan haaks op elkaar aan het water en werken ze elkaar tegen.

In Vlissingen scheelt dat bijna anderhalve meter. Bij springtij ligt er gemiddeld 4,45 meter tussen hoog- en laagwater, bij doodtij 2,99 meter.

Springtij valt niet op de dag van volle of nieuwe maan zelf, maar ongeveer twee dagen later, zegt Rijkswaterstaat. Dat komt doordat ons getij van ver komt. Volgens het rapport van Deltares ontstaat de getijgolf in de oceaan rond Antarctica. Hij reist in twee tot drie dagen noordwaarts door de Atlantische Oceaan, om Schotland heen en zo de Noordzee in. Het deel dat door het Kanaal komt, is kleiner.

Hoeveel het water stijgt en zakt aan onze kust

Aan onze kust ligt er gemiddeld 1,41 tot 3,83 meter tussen hoog- en laagwater: het minst bij Den Helder, het meest bij Vlissingen. Rijkswaterstaat meet de hoogte van het water ten opzichte van NAP. NAP staat voor Normaal Amsterdams Peil, de hoogtemaat waarmee in Nederland alles wordt gemeten. Het nulpunt ligt vast met een bronzen bout onder de Dam in Amsterdam. De gemiddelde zeestand ligt bij de zes meetplaatsen in de tabel hieronder tussen 0 en 11 centimeter boven NAP.

In de tabel hieronder zie je voor zes vaste meetplaatsen hoe hoog het water gemiddeld komt en hoe laag het zakt. De laatste kolom geeft het verschil, met tussen haakjes het verschil bij springtij.

PlaatsHoogwaterLaagwaterVerschil (bij springtij)
Vlissingen2,07 m boven NAP1,76 m onder NAP3,83 m (4,45 m)
Hoek van Holland1,15 m boven NAP0,60 m onder NAP1,75 m (1,95 m)
IJmuiden1,01 m boven NAP0,68 m onder NAP1,69 m (1,88 m)
Den Helder0,61 m boven NAP0,80 m onder NAP1,41 m (1,55 m)
Harlingen0,95 m boven NAP0,99 m onder NAP1,94 m (2,09 m)
Delfzijl1,40 m boven NAP1,66 m onder NAP3,06 m (3,39 m)
Bron: Deltares voor Rijkswaterstaat, Kenmerkende waarden kustwateren, gemiddelden voor 2011

Dit zijn gemiddelden voor het begin van 2011. Tussen 1890 en 1993 steeg de zee langs onze kust gemiddeld 1,8 millimeter per jaar. Sinds 1993 gaat het sneller: 3,1 millimeter per jaar, volgens de veelgestelde vragen over zeespiegelstijging van Deltares. Het gemiddelde water ligt nu dus zo’n 5 centimeter hoger dan in de tabel.

Het grootste verschil van alle meetplaatsen ligt niet aan zee, maar in de Westerschelde. In Bath, vlak bij de Belgische grens, zit er gemiddeld 4,94 meter tussen hoog- en laagwater.

Waarom Den Helder zo weinig getij heeft

Bij Den Helder blijft het getij klein, omdat de getijgolf langs de Nederlandse Noordzeekust veel ruimte heeft. De golf rolt namelijk niet gewoon van zuid naar noord langs de kust. In de Noordzee draait hij tegen de klok in rond drie punten waar het water amper op en neer gaat. Dat schrijft de Waddenacademie, een onafhankelijke kennisorganisatie voor het Waddengebied. Waar de golf in nauw water wordt geperst, zoals in het Kanaal tussen Frankrijk en Engeland, komt hij hoog op. In de buurt van Den Helder is het verschil volgens Rijkswaterstaat het kleinst. Verder naar het oosten loopt het weer op, omdat het water in de Duitse Bocht wordt opgestuwd. Dat is de hoek van de Noordzee tussen Nederland, Duitsland en Denemarken. Bij Delfzijl is het verschil 3,06 meter.

Hoogwater komt niet overal tegelijk

Omdat de getijgolf langs de kust loopt, is het niet overal tegelijk hoogwater. Volgens Rijkswaterstaat schuift het getij in bijna 12 uur van het zuidwesten naar het noordoosten van Nederland. Uit de gemiddelde tijden van Deltares volgt dat hoogwater in Delfzijl 10 uur en 12 minuten later valt dan in Vlissingen. Als het in Delfzijl hoogwater is, komt het water in Vlissingen alweer op.

Hoe lang het water stijgt en zakt

Van hoogwater naar laagwater duurt geen 12 uur, maar gemiddeld ruim zes uur. Opkomen en zakken duren alleen niet overal even lang. Bij de zes plaatsen in de tabel hieronder zakt het water in 5 uur en 43 minuten tot 8 uur. In IJmuiden komt het water in vier uur en 25 minuten op en zakt het in acht uur. Wie daar bij laagwater ver het strand op loopt, ziet het water dus snel terugkomen. In de tabel hieronder staat per plaats hoeveel later het hoogwater valt dan in Vlissingen, en hoe lang het water stijgt en zakt.

PlaatsHoogwater later dan VlissingenWater stijgtWater zakt
Vlissingen0 minuten5 uur 57 min6 uur 28 min
Hoek van Holland40 min6 uur 42 min5 uur 43 min
IJmuiden1 uur 41 min4 uur 25 min8 uur 0 min
Den Helder5 uur 19 min5 uur 44 min6 uur 41 min
Harlingen7 uur 40 min4 uur 58 min7 uur 27 min
Delfzijl10 uur 12 min6 uur 5 min6 uur 20 min
Bron: Deltares voor Rijkswaterstaat, Kenmerkende waarden kustwateren, gemiddelden voor 2011; het tijdsverschil is zelf berekend uit de gemiddelde tijden

Op sommige plekken is het ritme nog vreemder. In Hoek van Holland komt bij springtij een dubbel laagwater voor: twee laagwaters kort na elkaar. In Den Helder zijn er dubbele hoogwaters. Volgens Rijkswaterstaat komt dat door de diepte van het water, de vorm van de kust en de monding van rivieren. Het ritme van 12 uur en 25 minuten blijft wel gewoon hetzelfde.

Waarom de Waddenzee droogvalt

De Waddenzee is ondiep, en veel zand- en modderbanken liggen maar net onder hoogwater. Bij Harlingen ligt er gemiddeld 1,94 meter tussen hoog- en laagwater. Een zandbank die bij hoogwater een meter onder water staat, ligt bij laagwater dus bijna een meter boven het water.

Het getij komt de Waddenzee binnen door de zeegaten tussen de eilanden. Volgens Rijkswaterstaat stroomt het water eerst aan de westkant van een eiland binnen en enkele tientallen minuten later aan de oostkant. Achter het eiland ontmoeten de twee stromen elkaar, en daar staat het water bijna stil. Dat heet wantij. Een vloedgolf doet er volgens de Waddenacademie zo’n zeven uur over om de hele Waddenzee door te lopen, tot in Denemarken. Is het in Den Helder laagwater, dan is het in het Deense Esbjerg bijna hoogwater.

Wie wil wadlopen, loopt over zo’n drooggevallen bodem. Welk eiland bij je past en hoe het wadlopen daar gaat, staat in ons artikel over vakantie op de Waddeneilanden.

Storm weegt zwaarder dan springtij

Voor een overstroming is de wind belangrijker dan de maan. In Hoek van Holland komt het water bij springtij gemiddeld 1,32 meter boven NAP. Dat is maar 17 centimeter hoger dan een gewoon hoogwater. Een zware storm kan de zee meters hoger duwen.

Het KNMI, het weerinstituut van de overheid, laat dat zien met de watersnoodramp van 1 februari 1953. Bij Hoek van Holland stond het water toen 3,85 meter boven NAP. Het getij zelf was op dat moment goed voor 80 centimeter. De storm deed er 3,05 meter bovenop. Die extra verhoging door de wind heet opzet of stormvloed. In Vlissingen kwam het water die nacht tot 4,55 meter boven NAP.

Volgens het KNMI geven alleen lange, zware stormen uit het noordwesten zo’n hoge opzet. Hoe hoog het water komt, hangt af van de wind boven de hele Noordzee. Een lage stormvloed, die de dijken makkelijk aankunnen, komt gemiddeld eens in de twee jaar voor. Het gevaarlijkst is een zware storm tijdens springtij, want dan komt de opzet bovenop het hoogste getij. Hoe Nederland zich na 1953 heeft beschermd, lees je in ons artikel over dijken in Nederland.

Daarom vertelt een getijtabel niet het hele verhaal. De tijden en hoogtes van Rijkswaterstaat zijn berekend zonder het weer. Bij een zware noordwesterstorm komt het water hoger dan de tabel zegt.

Veelgestelde vragen over eb en vloed

Hoe leg je eb en vloed uit aan een kind?

Vertel dat de maan een beetje aan het water van de zee trekt, zodat er aan twee kanten van de aarde een bult water ontstaat. De aarde draait elke dag rond, en het strand draait twee keer naar zo’n bult toe. Dan komt de zee dichterbij: dat is vloed. Draait het strand weer weg, dan loopt de zee terug: dat is eb. Een proefje op het strand: leg een schelp op de rand van het natte zand en kijk na een uur of drie waar het water is.

Is het overal op de wereld eb en vloed?

Bijna overal aan zee, maar niet overal even sterk en niet overal twee keer per dag. In het Kanaal tussen Frankrijk en Engeland is het verschil tussen hoog- en laagwater op sommige plekken meer dan 10 meter, schrijft de Waddenacademie. Op veel plekken in de Golf van Mexico is het maar één keer per dag hoogwater, volgens NOAA, de Amerikaanse overheidsdienst voor oceaan en weer. Aan de Nederlandse kust is het twee keer per 24 uur en 50 minuten.

Waar vind je hoe laat het hoogwater is?

Rijkswaterstaat berekent de tijden van hoog- en laagwater voor veel plekken langs de kust en toont ze op een kaart op Waterinfo. Kies de meetplaats die het dichtst bij jouw strand ligt, klik op Meer details en daarna op Hoog-Laag. Neem echt de dichtstbijzijnde plek, want tussen Vlissingen en Delfzijl zit ruim 10 uur verschil. Bij een zware storm uit het noordwesten komt het water hoger dan de berekende hoogtes aangeven.

Hoe vaak is het springtij?

Twee keer per maand, ongeveer twee dagen na nieuwe maan en twee dagen na volle maan. Dat gebeurt het hele jaar door, dus met de lente heeft springtij niets te maken. Bij springtij ligt er in Vlissingen gemiddeld 4,45 meter tussen hoog- en laagwater, 62 centimeter meer dan gemiddeld. Het water komt dan hoger en zakt ook verder.

Deel dit artikel

Hoe we dit artikel hebben gemaakt

Eerste publicatie op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.

Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.

Bronnen

  • Rijkswaterstaat, Getij. Het ritme van 12 uur en 25 minuten, twee hoogwaters per 24 uur en 50 minuten, het getij dat in bijna 12 uur langs de kust schuift, springtij twee dagen na volle en nieuwe maan, wantij en dubbel laag- en hoogwater.
  • Deltares voor Rijkswaterstaat, Kenmerkende waarden kustwateren en grote rivieren, 2013. Gemiddeld hoog- en laagwater, springtij en doodtij, tijden en stijg- en daalduur per meetplaats voor 2011, de reis van de getijgolf en de bronzen bout van NAP.
  • KNMI, Stormvloed. De waterstanden van 1953 met 80 centimeter getij en 3,05 meter opzet, de noordwesterstorm en een lage stormvloed eens in de twee jaar.
  • Science in School, The pull of the Moon: unlocking the mystery of tides, 11 juni 2026. De verklaring van de tweede vloedberg en de invloed van de zon, 46 procent van die van de maan.
  • Waddenacademie, Getijverschillen van Den Helder tot Esbjerg, 6 februari 2014. De drie draaikolken in de Noordzee, meer dan 10 meter in het Kanaal en zeven uur voor de vloedgolf door de Waddenzee.
  • Deltares, Veelgestelde vragen zeespiegelstijging. Langs de Nederlandse kust 1,8 millimeter per jaar tussen 1890 en 1993 en gemiddeld 3,1 millimeter per jaar sinds 1993, met de metingen tot en met 2024.
  • NOAA, Types and Causes of Tidal Cycles. Eén hoogwater per dag in de Golf van Mexico.
Team Kennisdomein

Geschreven door

Team Kennisdomein

Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.

Schrijft over Maatschappelijk, Ondernemen, Producten en Marketing.

Verder lezen in Wereld

Alle artikelen in Wereld