Dijken in Nederland: 17.000 kilometer tegen het water
Een dijk is een wal van aarde tegen hoogwater. Lees wie de dijken in Nederland beheert en of ze hoog genoeg zijn.

Zonder dijken en duinen zou ongeveer 59 procent van Nederland onder water staan. Dat cijfer komt van de Unie van Waterschappen, de vereniging van de 21 waterschappen die het grootste deel van onze dijken beheren. Het laagste punt van het land ligt in de Zuidplaspolder bij Nieuwerkerk aan den IJssel, 6,78 meter onder NAP. NAP is het Normaal Amsterdams Peil, de hoogte waarmee we in Nederland alles meten. Breekt daar de dijk, dan staat er volgens de waterschappen binnen drie dagen zo’n zes meter water.
Hoeveel kilometer dijk we hebben, hangt af van wat je meetelt. Rijkswaterstaat noemt ruim 3.700 kilometer waterkeringen die ons beschermen tegen de zee, de grote rivieren en het IJsselmeer. Tel je ook de kleinere keringen langs kanalen, meren en polders mee, dan komt de Unie van Waterschappen uit op ongeveer 17.000 kilometer.
Nederland en het water in cijfers
In de tabel hieronder staan de getallen die laten zien hoe groot de taak is om ons land droog te houden.
| Getal | Waar staat het voor? |
|---|---|
| Ongeveer 17.000 km | Waterkeringen in totaal, grote en kleine |
| Ruim 3.700 km | Waterkeringen tegen zee, grote rivieren en IJsselmeer |
| Bijna 1.500 | Aangelegde keringen: dijken, dammen, stuwen, gemalen en stormvloedkeringen |
| 13 | Deltawerken, ons grootste verdedigingssysteem tegen hoogwater uit zee |
| 21 | Waterschappen die samen met Rijkswaterstaat het water beheren |
| 59% | Deel van Nederland dat zonder waterkeringen onder water staat |
| 6,78 m onder NAP | Laagste punt van Nederland, in de Zuidplaspolder |
| 1 op 100.000 | Maximale kans per jaar om achter een primaire kering door een overstroming te overlijden |
Welke soorten dijken zijn er?
Een ander woord voor dijk is waterkering: je keert er de stroom van het water mee. Rijkswaterstaat onderscheidt drie soorten dijken, afhankelijk van welk water ze tegenhouden. Daarnaast is er een belangrijk onderscheid tussen primaire en regionale keringen, want dat bepaalt wie de norm stelt en wie het beheer doet. De tabel zet de soorten naast elkaar.
| Soort | Wat houdt het tegen? | Toelichting |
|---|---|---|
| Zeewaterkerende dijk | Water uit de Noordzee en de Waddenzee | Meestal breed met een flauw talud, bekleed met gras, steen of asfalt |
| Rivierwaterkerende dijk | Hoogwater uit de grote rivieren | Loopt evenwijdig aan onder meer de Rijn, Waal, Maas en IJssel |
| Binnenwaterkerende dijk | Water uit meren, kanalen en boezems | Denk aan een boezemkade of polderkade |
| Primaire waterkering | Buitenwater | Beschermt tegen zee, grote rivieren en het IJssel- en Markermeer; hiervoor gelden wettelijke normen |
| Regionale waterkering | Binnenwater | Beschermt tegen meren, kanalen en kleinere rivieren; de provincie stelt hier de norm |
Naast aangelegde keringen heeft Nederland natuurlijke keringen: de duinen. Die vormen langs een groot deel van de kust nog altijd onze eerste bescherming tegen de zee.
Een veelgemaakte vergissing: de Afsluitdijk is formeel geen dijk maar een dam. Een dijk scheidt water van land, een dam scheidt twee wateren van elkaar.
Geschiedenis van de dijken in Nederland
Dijken zijn geen Nederlandse uitvinding. Al duizenden jaren voor Christus werden ze aangelegd in onder meer Egypte. In Nederland kwamen ze later, maar eenvoudige voorlopers bestonden hier al vroeg. In Friesland werd een dijk van opgestapelde graszoden ontdekt die zo’n tweeduizend jaar oud is.
Wanneer de echte dijkenbouw begon, is niet precies vast te stellen. Rijkswaterstaat houdt het erop dat de oudste dijken in Nederland waarschijnlijk uit de elfde eeuw dateren. Rond het jaar 1000 werd ook begonnen met dijken langs de rivieren.
In de dertiende eeuw ontstonden de eerste waterschappen: bestuursorganen speciaal voor het waterbeheer. Er kwamen er in de eeuwen daarna duizenden, elk verantwoordelijk voor een klein stuk. Door schaalvergroting zijn dat er inmiddels nog 21. Wie zo’n waterschap bestuurt, bepaal je zelf: op 17 maart 2027 zijn er verkiezingen voor de waterschappen.
Het hoefslagstelsel
Het onderhoud van dijken vraagt om inzet en geld. Daarvoor werd het hoefslagstelsel ingevoerd. Bewoners moesten meebetalen aan de aanleg en het onderhoud van de dijken, met geld, arbeid of materiaal.
Lange tijd waren er veel kleine waterschappen, vaak per drie hoeves die aan het water grensden. De eigenaren van die hoeves moesten hun eigen stuk dijk aanleggen en onderhouden. Ze controleerden elkaar.
Toen de waterschappen groter werden en kleiner in aantal, kwam er een dijkgraaf die de dijken controleerde. Wie zijn deel slecht onderhield, werd tot beter onderhoud gemaand en kon een boete krijgen.
Verbetering van de dijken
Aanvankelijk werden dijken verstevigd met houten palen. In 1739 bleek dat die door paalwormen werden aangevreten. Daarom werden slapende dijken aangelegd: een extra dijk achter de oorspronkelijke, als reserve. Ook ging hout er langzaam uit en kwam er steen voor in de plaats.
In de achttiende en negentiende eeuw werden zeedijken versterkt met zinkstukken van wilgentenen en afgedankte visnetten. Zinkstukken bestaan nog steeds, maar worden nu gemaakt van rijshout en geotextiel: kunststofdoek dat zand tegenhoudt en water doorlaat.
Dijkdoorbraken
Door de eeuwen heen zijn er vaak dijken doorgebroken, met overstromingen tot gevolg. Vóórdat er dijken waren, liep het land regelmatig onder. Alleen de duinen boden bescherming.
Elke doorbraak maakte duidelijk dat er nieuwe dijken, beter onderhoud of versteviging nodig waren. Wil je weten of jij en je huis gevaar lopen bij een dijkdoorbraak? Dat controleer je op overstroomik.nl van de Nederlandse overheid.
Ramp van 1916
De stormvloed van januari 1916 viel samen met een hoge waterstand in de rivieren. Op tientallen plaatsen braken de dijken. Er vielen 21 doden en de schade aan huizen en land was groot:
- In onder meer Groningen, Zwolle en Zwartsluis waren overstromingen
- Friese buitenpolders bij Holwerd en Oldelamer liepen onder
- In Overijssel bleken de dijken te laag en raakte de dijkbekleding zwaar beschadigd
- Overal langs de Zuiderzee liepen dijken over
- Bij Nijkerk en Utrecht braken meerdere dijken door
- Het eiland Marken liep onder, met zestien doden en veel verdronken vee tot gevolg
De ramp trof het hele land en gebeurde middenin de Eerste Wereldoorlog, terwijl Nederland zijn leger gemobiliseerd had. Uiteindelijk werd besloten de Zuiderzee af te sluiten en kwam de Zuiderzeewet. De dijkversterkingen waren in 1926 gereed en in 1932 werd de Afsluitdijk voltooid. Ook leidde de ramp tot de oprichting van de stormvloedwaarschuwingsdienst. Honderd jaar later, in 2016, werd op Marken een monument voor de slachtoffers onthuld.
Ramp van 1953
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 braken de dijken in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, toen een zware noordwesterstorm samenviel met springtij. Er vielen 1.836 doden. Hoe die nacht verliep en waarom de waarschuwing niet overal aankwam, lees je in ons artikel over de watersnoodramp van 1953.
De dijken waren te laag en te zwak, mede doordat het geld na de Tweede Wereldoorlog vooral naar de wederopbouw ging. Na de ramp kwamen er sterke waterkeringen volgens de Deltawet, met als hart de dertien Deltawerken in het zuidwesten: stormvloedkeringen, sluizen en dammen. Samen vormen die ons sterkste verdedigingssysteem tegen hoogwater uit zee.
Hoe veilig zijn de dijken nu?
Sinds 1 januari 2017 gelden er nieuwe normen voor alle primaire waterkeringen. Ze stonden eerst in de Waterwet en zijn per 1 januari 2024 overgegaan naar de Omgevingswet. Die normen gaan niet meer uit van de hoogte van het water, maar van de kans op een overstroming en de gevolgen daarvan.
De kern is een basisveiligheidsniveau voor iedereen achter een primaire kering. De kans om daar door een overstroming te overlijden mag niet groter zijn dan 1 op 100.000 per jaar, oftewel 0,001 procent. Op plekken waar de gevolgen extra groot zouden zijn, bijvoorbeeld door veel inwoners of vitale infrastructuur, gelden strengere eisen. Uiterlijk in 2050 moeten alle primaire keringen aan die normen voldoen. Helemaal nul wordt de kans nooit. Daarom adviseert de overheid ook om thuis een noodpakket te hebben waarmee je 72 uur zonder hulp kunt.
Nog niet alle keringen voldoen eraan. Waterschappen en Rijkswaterstaat versterken ze in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, de grootste waterveiligheidsoperatie sinds de Deltawerken. Het programma rekent op zo’n 1.400 kilometer dijk en ongeveer 400 sluizen en gemalen, verdeeld over bijna honderd projecten die de komende dertig jaar worden uitgevoerd.
Kan Nederland onder water lopen als de zee stijgt?
Voorlopig niet, maar de vraag is terecht. Het KNMI, het weerinstituut van de overheid, rekent in zijn klimaatscenario’s van oktober 2023 met een zeespiegel die blijft stijgen. In het hoge scenario kan de zee voor onze kust rond 2100 zelfs 2,5 meter hoger staan, als de ijskappen sneller smelten dan verwacht.
Of onze dijken dat aankunnen, heeft de overheid zes jaar lang laten uitzoeken in het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. De uitkomst kwam op 22 juni 2026. Met de huidige aanpak kan Nederland een stijging tot zeker 3 meter aan: dijken, stormvloedkeringen en zand op de kust. Dat kost wel veel geld en ruimte. Dijken moeten hoger en breder worden, en daar is grond naast de dijk voor nodig.
Ons oordeel: de dijk zelf is niet het zwakke punt, de tijd is het wel. Een dijkversterking duurt van plan tot schop in de grond vaak tien jaar of langer. Hoe het bij je eigen huis zit, zie je op overstroomik.nl: daar laat de overheid per postcode zien hoe hoog het water kan komen.
Onderhoud van dijken
De dijken in Nederland worden goed onderhouden. Het waterschap en de eigenaar van de grond waarop de dijk of kade ligt, zijn daarvoor samen verantwoordelijk. Dijken worden jaarlijks gecontroleerd en waar nodig hersteld of verbeterd. Dat werk betaal je mee via de waterschapsbelasting, die per waterschap verschilt.
De taken zijn verdeeld. Het waterschap voert het buitengewoon onderhoud uit, de eigenaar het gewone onderhoud. Ook wanneer iemand anders de grond gebruikt, blijft de eigenaar verantwoordelijk voor dat gewone onderhoud.
Onder buitengewoon onderhoud valt het verhogen, verzwaren of verbreden van de dijk. Het gewone onderhoud bestaat onder meer uit:
- Beschadigingen herstellen
- Gras maaien en de grasmat in stand houden
- Gravende dieren bestrijden, zoals konijnen en ratten; hun gangen verzwakken de dijk
- Afval, struiken en bomen verwijderen
Het waterschap controleert of de eigenaar zijn werk doet. Schiet het onderhoud tekort, dan volgt eerst een brief, daarna een tweede controle en uiteindelijk handhaving. Hoogheemraadschap Rijnland, het waterschap rond Leiden en Haarlem, werkt bijvoorbeeld volgens die stappen.
Dijken bekijken
Je kunt de dijken ook gewoon bezoeken, tijdens een wandeling of fietstocht. Er zijn ook bijzondere tochten. Bezoek tijdens je vakantie in Zeeland bijvoorbeeld de Deltawerken. Dat is indrukwekkend en leerzaam voor kinderen. De beleefroute Expeditie Delta is een aanrader, net als Neeltje Jans: een waterthemapark op een eilandje midden in de Oosterscheldekering, met natuur, cultuur en techniek.
Maak tijdens je vakantie in Noord-Holland of onderweg naar de Waddeneilanden een tocht over de Afsluitdijk. Diezelfde afsluiting maakte de inpoldering mogelijk waaruit Flevoland ontstond. Wie op vakantie naar Flevoland gaat, staat dus op de bodem van de voormalige Zuiderzee. In elke provincie vind je dijken waar je kunt wandelen en fietsen, vaak met musea en andere bezienswaardigheden in de buurt. En er is altijd water in de buurt om dieren te spotten.
Veelgestelde vragen over dijken in Nederland
Hoeveel kilometer dijk heeft Nederland?
Nederland heeft volgens de Unie van Waterschappen ongeveer 17.000 kilometer waterkeringen. Ruim 3.700 kilometer daarvan beschermt tegen de zee, de grote rivieren en het IJsselmeer; de rest ligt langs kanalen, meren en polders. Naast de dijken tellen ook dammen, sluizen, gemalen en de duinen mee.
Wie is verantwoordelijk voor de dijken in Nederland?
De 21 waterschappen beheren het grootste deel van de dijken. Rijkswaterstaat beheert de keringen langs de grote rijkswateren, zoals de Deltawerken en de Afsluitdijk. Voor het dagelijkse onderhoud van een dijk op particuliere grond is de eigenaar zelf verantwoordelijk.
Wat is het verschil tussen een dijk en een dam?
Een dijk scheidt water van land. Een dam scheidt twee wateren van elkaar. Daarom is de Afsluitdijk ondanks zijn naam formeel een dam: hij scheidt de Waddenzee van het IJsselmeer.
Hoeveel doden vielen er bij de watersnoodramp van 1953?
Bij de watersnoodramp van 1 februari 1953 kwamen 1.836 mensen om. De dijken braken op meer dan 150 plaatsen door in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. De ramp leidde tot de Deltawet en de bouw van de Deltawerken.
Wat als Nederland geen dijken had?
Dan zou ongeveer 59 procent van het land onder water staan, zegt de Unie van Waterschappen, de vereniging van alle waterschappen. Dat is het westen en noorden van het land, waar de meeste mensen wonen en werken. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag liggen er allemaal in.
Zijn de Nederlandse dijken hoog genoeg?
Nog niet allemaal. Sinds 2017 gelden strengere normen, waarbij de kans om achter een primaire kering door een overstroming te overlijden niet groter mag zijn dan 1 op 100.000 per jaar. Waterschappen en Rijkswaterstaat versterken de keringen tot en met 2050 om overal aan die norm te voldoen.
Hoe we dit artikel hebben gemaakt
Eerste publicatie op , laatst bijgewerkt op . Onze redactie heeft dit artikel gecontroleerd op feiten, cijfers en bronnen.
Zie je een fout, of mis je iets? Laat het ons weten, dan zoeken we het uit en passen we het artikel aan. Zo werkt onze redactie.
Bronnen
- Rijkswaterstaat, Waterkeringen. Aantallen, soorten keringen en beheer.
- Deltaprogramma, Deltabeslissing Waterveiligheid. Het basisveiligheidsniveau van 1 op 100.000 per jaar en de termijn tot 2050.
- Informatiepunt Leefomgeving, Primaire waterkeringen. De normen die sinds 1 januari 2017 gelden.
- Hoogwaterbeschermingsprogramma, hwbp.nl. Omvang en looptijd van de dijkversterkingen.
- Unie van Waterschappen, Dijken beschermen Nederland tegen het water. De 17.000 kilometer waterkeringen, de 59 procent die zonder keringen onder water staat en het laagste punt van 6,78 meter onder NAP.
- KNMI, Nieuwe KNMI-klimaatscenario’s, 9 oktober 2023. Zeespiegelstijging tot 2,5 meter rond 2100 in het hoge scenario.
- Deltaprogramma, Kennisprogramma Zeespiegelstijging afgerond, 22 juni 2026. Met de huidige aanpak is een stijging tot zeker 3 meter te keren.
Geschreven door
Team Kennisdomein is de redactie van Kennisdomein. We maken onderwerpen die ingewikkeld lijken begrijpelijk voor iedereen, in gewone taal.
Verder lezen in Wereld
Paspoort kosten 2027, geldigheid en wanneer je verlengtDe kosten van een paspoort stijgen in 2027 volgens het voorstel naar € 90,65. Lees hoe lang het geldig is en wanneer je vernieuwt.
Hoe komt een wet tot stand en hoe lang duurt dat?Een wetsvoorstel is een plan voor een nieuwe wet. Lees hoe een wet tot stand komt en hoe lang dat volgens onze telling duurt.
De Noordzee in cijfers, van diepte tot strandafvalDe Noordzee is een ondiepe zee tussen Groot-Brittannië en het vasteland. Hoe diep, groot en schoon is ze? De cijfers op een rij.
De zeven wereldwonderen: drie lijsten en geen is officieelDe zeven wereldwonderen staan op drie lijsten: oud, nieuw en natuur. Lees welke wonderen erop staan en wat je er nog van kunt zien.