De voedselbank in Nederland

In Nederland zijn er zo’n 1 miljoen personen die onder de armoedegrens leven. De voedselbank helpt hen tijdelijk door ze van voedselpakketten te voorzien. Dat doen zij uitsluitend met vrijwilligers en in samenwerking met bedrijven, instellingen, particulieren en gemeenten. Hoe ze dat doen en hoe dit initiatief is ontstaan, lees je hier.

Lees verder onder de afbeelding.

De voedselbank in Nederland

Wat is de geschiedenis van de voedselbank?

Voedselbanken kennen nog maar een korte geschiedenis. Het initiatief is in de Verenigde Staten ontstaan. Pas in 1984 werd de eerste Europese voedselbank geopend, in Frankrijk. Het duurde vervolgens nog tot 2002 voor de eerste voedselbank in Nederland werd geopend. Dat werd gedaan door Sjaak en Clara Sies. Met hun initiatief lieten ze zien hoe het met de armoede en voedselverspilling in Nederland gesteld was. De politiek reageerde hier fel op en beweerde dat in 2006 geen voedselbank meer nodig zou zijn. 

De verwachting van de Nederlandse politiek kwam niet uit. In 2005 steeg het beroep dat Nederlandse huishoudens deden op de voedselbank aanzienlijk. In drie maanden tijd steeg het aantal voedselbanken van 22 naar 40. In 2006 maakten er naar schatting zo’n 8.000 huishoudens gebruik van de hulp. Van hen bleek 83% financiële schulden te hebben. 

De economische crisis deed daar in 2009 een schepje bovenop. Bedrijven hielden hun voorraden langer bij zich en stonden ze pas vlak voor de uiterste houdbaarheidsdatum aan de voedselbanken af. Er ontstond schaarste, terwijl het aantal gezinnen dat de hulp nodig had, juist groeide.

Feiten en cijfers van de voedselbank

Tijdens en in de jaren na de economische crisis steeg het aantal personen dat de voedselbank hielp van ruim 45.000 tot bijna 95.000 in 2014. Hierna daalde het aantal naar 80.000 personen in 2017, maar inmiddels stijgt het aantal elk jaar weer. In 2020 zijn er maar liefst 160.500 personen geholpen die samen uit 37.500 huishoudens komen. 40% van deze personen waren op dat moment jonger dan 18 jaar.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau Statistiek leven er zo’n 1 miljoen mensen in armoede. Om dit te bepalen wordt het niet-veel-maar-toereikend criterium gebruikt. Dat is de inkomensgrens, afgeleid van de minimum budgetnormen die door het Nibud worden gehanteerd. Voor bijna 400 duizend van deze huishoudens geldt dat ze al vier jaar of langer in armoede leven. Dat is zo’n 2,5 procent van de Nederlandse bevolking. Van hen hebben 151.000 personen hulp gekregen van de voedselbank.

Inmiddels zijn er in 23 Europese landen voedselbanken geopend, die zich hebben verenigd in de Europese Federatie van Voedselbanken. De Vereniging van Nederlandse Voedselbanken telt inmiddels 171 voedselbanken en 528 afgiftepunten. Deze voedselbanken worden bevoorraad door 10 distributiecentra en bevinden zich in 365 gemeenten. Dat betekent dat er in 96% van alle Nederlandse gemeenten een voedselbank actief is. Daarin werken zo’n 13.000 vrijwilligers. 

Cijfers uit 2018 laten zien dat jaarlijks 44 miljoen producten aan huishoudens worden uitgedeeld. Wekelijks zijn dat 850.000 producten en gemiddeld krijgt een huishouden daarvan per week zo’n 27 stuks. De geschatte waarde van deze producten is €74 miljoen per jaar en €5 per pakket.

Het effect van de coronacrisis

Op verschillende manieren heeft de coronacrisis effect op het werk van de voedselbanken. De afgelopen jaren waren veel locaties omgetoverd naar winkels waar mensen zelf hun producten mochten uitkiezen. Bij de locaties waren vanzelfsprekend ook maatregelen van kracht en regelmatig moesten voedselbanken dicht. Om de risico’s te beperken, besloten sommige voedselbanken om de voedselpakketten tijdelijk bij mensen thuis te bezorgen. 

Naast de invloed op de operationele werkzaamheden van de voedselbank, heeft de coronacrisis er ook voor gezorgd dat meer mensen een beroep doen op de hulp van de voedselbank. Halverwege 2020 was het aantal al met 8,5%, gegroeid, met zelfs een groei van 25% in Amsterdam. De voedselbanken moesten opschalen en meer eten gaan uitdelen. Op dat moment hadden ze financiële hulp extra hard nodig. Ze ontvingen daarom 4 miljoen euro aan overheidssteun en nog eens 8 miljoen euro uit het Europees Sociaal Fonds. Omdat de voedselbanken werken met donaties van voedsel van winkels en horeca, konden ze dat geld niet direct inzetten. Daarom wordt dit gebruikt voor het opzetten van een onafhankelijke stichting die, in geval van nood, voedsel kan inkopen om de allerarmsten te helpen.

Wie mag er naar de voedselbank? 

Om er zeker van te zijn dat enkel de mensen die het nodig hebben hulp van de voedselbank krijgen, worden er financiële toekenningscriteria gehanteerd. Per 2020 werden deze criteria verruimd, waardoor het basisbedrag per huishouden nu €135 bedraagt. Daar mag per persoon een bedrag bij opgeteld worden van €95. De toelatingsnormen van de voedselbanken zijn gemiddeld 45% van de Nibud norm. Dat is de norm voor recht op bijstand.

Bij de aanvraag van de hulp van de voedselbank zijn bijna altijd professionele hulpverleners betrokken. Daardoor wordt er breder gekeken naar de problemen van gezinnen die ervoor zorgen dat ze hulp van de voedselbank nodig hebben. Ook wordt op die manier gewerkt aan structurele oplossingen. De hulp van de voedselbank is namelijk tijdelijk. De ervaring is dan ook dat gezinnen gemiddeld minder dan een jaar lang hulp krijgen van de voedselbank. Daarna is hun situatie zodanig verbeterd, dat dit niet meer nodig is.

Hoe kan de voedselbank eten weggeven?

Om de huishoudens te helpen die het financieel even niet redden, werken er uitsluitend vrijwilligers bij de voedselbank en werken ze samen met instellingen, bedrijven, particulieren en gemeenten. Gezamenlijk zorgen ze ervoor dat armoede wordt bestreden. 

De voedselbanken krijgen hun producten grotendeels van bedrijven die deze anders weg moeten gooien. Dat zijn met name supermarkten en horecabedrijven. Het bestaat dus uit voedseloverschotten. Jaarlijks wordt er enorm veel voedsel weggegooid. In 2017 was dat in Nederland zo’n 1,8 tot 2,5 miljoen ton kilo. Omgerekend wordt daarmee €6,3 tot €8,8 miljard euro weggegooid. Doordat de voedselbank gebruikmaakt van deze overschotten, wordt de voedselverspilling iets ingedamd. Toch is het slechts 1 tot 2% van alle voedsel dat anders wordt weggegooid. 

De hulp van de voedselbank is van tijdelijke aard. Lokale organisaties waar de voedselbank mee samenwerkt, zetten zich daarom in om de klanten van de voedselbank te helpen om weer op eigen kracht door te kunnen. Ook deze hulp wordt door vrijwilligers gegeven.

Vergelijkbare initiatieven 

De voedselbank is tegenwoordig lang niet meer het enige initiatief voor mensen die (tijdelijk) te weinig inkomen hebben voor hun basisvoorziening. Er zijn veel initiatieven met betrekking tot kleding. Zo wordt er regelmatig een kledingruil georganiseerd. Ook wordt er regelmatig een speelgoedruil gehouden en staan er in verschillende dorpen en steden huisjes in voortuinen waar mensen (kinder)boeken in zetten die ze anders weg zouden doen. Anderen kunnen deze boeken daar weer uit halen. 

Ook op social media, bijvoorbeeld op Facebook, zijn er verschillende groepen waar producten worden weggegeven. Dat gaat om kleding, speelgoed en boeken, maar bijvoorbeeld ook meubels, service en elektronica.

Delen wordt gewaardeerd!

Reader Interactions

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.